Rechtspraak
Raad van State
2020-02-19
ECLI:NL:RVS:2020:489
Bestuursrecht
Hoger beroep
2,509 tokens
Inleiding
201901184/1/A3.
Datum uitspraak: 19 februari 2020
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 16 januari 2019 in zaak
nr. 18/526 in het geding tussen:
[appellant]
en
de burgemeester van Valkenburg aan de Geul.
Procesverloop
Bij besluit van 22 juni 2017 heeft de burgemeester besloten het pand aan de [locatie A] te Valkenburg met ingang van 7 juli 2017 te sluiten voor de duur van drie maanden.
Bij besluit van 30 januari 2018 heeft de burgemeester het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 16 januari 2019 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 30 januari 2018 vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
De burgemeester heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[appellant] heeft nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 november 2019, waar [appellant], bijgestaan door mr. A.J.J. Kreutzkamp, advocaat te Valkenburg, en de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. C.J.A.G. Bronzwaer en E. Mobers, zijn verschenen.
Overwegingen
Inleiding
1. [appellant] is eigenaar van het pand aan de [locatie A] en [locatie B] te Valkenburg. Hij verhuurde dit pand. Op 3 mei 2017 is de politie het pand binnengetreden. In het door de politie opgemaakte politierapport van 23 mei 2017 staat dat in het pand op de begane grond, met nummer [locatie A], 568 hennepplanten en diverse materialen ten behoeve van een hennepkwekerij zijn aangetroffen. De burgemeester heeft hierin aanleiding gezien de begane grond van het pand op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet voor drie maanden te sluiten, conform de 4e wijziging Damoclesbeleid lokalen en woningen artikel 13b Opiumwet (hierna: het Damoclesbeleid). In de bezwaarfase heeft de politie nog een proces-verbaal en verschillende foto’s aan de burgemeester toegestuurd. Deze heeft de burgemeester betrokken bij het besluit van 30 januari 2018.
2. Waar in de uitspraak wordt gesproken over het pand, wordt bedoeld de begane grond, met nummer [locatie A].
Aangevallen uitspraak
3. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester bevoegd was om het pand te sluiten. De aanwezigheid van een hennepkwekerij met 568 hennepplanten volgt uit zowel het politierapport als het proces-verbaal. De burgemeester heeft in redelijkheid kunnen concluderen dat niet op regelmatige basis bedrijfsactiviteiten werden uitgevoerd in de ruimte aan de achterkant van het pand, die [appellant] bedrijfsruimte noemt, en heeft ook die ruimte mogen sluiten. De burgemeester heeft echter volgens de rechtbank geen juiste belangenafweging gemaakt, omdat hij niet heeft meegewogen dat volgens [appellant] verwijtbaarheid ontbreekt. Omdat de burgemeester hier niet op in is gegaan, heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard. Vervolgens heeft de rechtbank geoordeeld dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand kunnen blijven. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij het gebruik van het pand heeft gecontroleerd en kan daarom verantwoordelijk gehouden worden voor de gang van zaken in het pand, aldus de rechtbank.
Hoger beroep
Was de burgemeester bevoegd?
4. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de burgemeester bevoegd was om het pand te sluiten. Het politierapport is niet op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt, waardoor in beginsel niet mag worden uitgegaan van de inhoud van het politierapport. De foto’s zijn pas na de hoorzitting opgedoken. Of de foto’s bij de processen-verbaal horen, staat niet vast. Bovendien zijn de foto’s niet duidelijk, waardoor er niet uit kan worden opgemaakt of ze in het pand zijn gemaakt. De enkele mededeling in het politierapport dat er 568 hennepplanten in het pand zijn aangetroffen, is niet voldoende om daarvan uit te mogen gaan, aldus [appellant].
4.1. Aan het besluit van 30 januari 2018 liggen de volgende stukken ten grondslag:
- een politierapport van 23 mei 2017,
- een verslag van binnentreden, op ambtsbelofte opgemaakt op 3 mei 2017,
- een proces-verbaal van bevindingen met als bijlage een fotomap met bij iedere foto een toelichting, zonder foto’s van hennepplanten, op ambtsbelofte opgemaakt op 9 mei 2017,
- een serie kleurenfoto’s, met foto’s van hennepplanten, zonder toelichting,
- een proces-verbaal van bevindingen met als bijlage een fotomap met bij iedere foto een toelichting, met foto’s van hennepplanten, op ambtsbelofte opgemaakt op 29 september 2017.
4.2. De burgemeester heeft een aantal van deze stukken pas in de bezwaarfase aan het besluit ten grondslag gelegd, maar dat maakt niet dat hij ze niet bij zijn besluit op bezwaar mocht betrekken. In een besluit op bezwaar dient de burgemeester een volledige heroverweging te maken en daarbij mag hij ook aanvullende stukken betrekken. Bovendien heeft [appellant] na de hoorzitting een reactie op de stukken kunnen geven en heeft de commissie voor de bezwaarschriften de stukken en de reactie betrokken in haar advies.
4.3. De burgemeester mag, onverminderd zijn eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van het bewijs, in beginsel afgaan op de juistheid van de bevindingen in een op ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend proces-verbaal, voor zover deze eigen waarnemingen van de opsteller van het proces-verbaal weergeven. Indien die bevindingen worden betwist, zal moeten worden onderzocht of er, gelet op de aard en inhoud van die betwisting, grond bestaat voor zodanige twijfel aan die bevindingen dat deze niet of niet volledig aan de vaststelling van de overtreding ten grondslag kunnen worden gelegd.
Het proces-verbaal dat is opgemaakt op 9 mei 2017 bevat de eigen waarnemingen van de opsteller. Er staat dat op de begane grond een hennepkwekerij is aangetroffen, bestaande uit een losse kweektent met daarin 9 hennepplanten en een ruimte met daarin 559 oogstrijpe hennepplanten. Er is beschreven wat op de foto’s in de fotomap in de bijlage te zien is en deze beschrijving komt overeen met deze foto’s. De politie heeft zowel op de begane grond als op de eerste verdieping van het pand foto’s gemaakt. Er zitten geen foto’s tussen van de hennepplanten, maar hieruit kan niet de conclusie worden getrokken dat er geen hennepplanten waren. De foto’s zijn een aanvulling op het proces-verbaal, en daarin staat expliciet dat er 568 hennepplanten zijn gevonden.
Aan het politierapport komt minder bewijskracht toe, omdat dat niet op ambtseed of ambtsbelofte is opgemaakt, maar dat maakt niet dat het zonder betekenis is. Zie de uitspraak van de Afdeling van 7 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:390. In het politierapport is de indeling van het pand beschreven en er staat dat op de begane grond in twee ruimtes een in werking zijnde hennepkwekerij is aangetroffen. In één ruimte stond een kweektent met 9 hennepplanten en in de andere ruimte was een grote hennepkwekerij met daarin 559 nagenoeg oogstrijpe hennepplanten. Verder staat er dat er meerdere indicatoren werden aangetroffen die duidden op eerdere oogsten, met een beschrijving van die indicatoren, en staat er een beschrijving van de goederen die in beslag zijn genomen. De informatie in het politierapport is gelijk aan de informatie in het proces-verbaal.
Deze informatie wordt daarnaast ondersteund door de foto’s van onder meer hennepplanten die in de bezwaarfase zijn toegevoegd. De fotomap is als bijlage bij een op 29 september 2017 opgemaakt proces-verbaal gevoegd. Op de fotomap staat hetzelfde proces-verbaalnummer als op het proces-verbaal. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de fotomap die zich in het dossier bevindt niet de fotomap is die als bijlage bij het proces-verbaal hoort.
De burgemeester heeft gelet op de stukken ervan uit mogen gaan dat in het pand 568 hennepplanten aanwezig waren en was bevoegd om het pand te sluiten.
4.4. Het betoog faalt.
Verwijtbaarheid
5. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij verantwoordelijk gehouden kan worden voor de gang van zaken in zijn pand. Hij heeft zich namelijk geïnformeerd over het gebruik van het pand. Hij heeft het pand regelmatig bezocht en aan de buren gevraagd of er een toeloop naar het pand was en of zij overlast ervaarden, wat niet het geval was. Ook heeft Enexis kort voor de vondst van de hennepplantage onderhoud gepleegd aan de meterkast en zijn door KPN en Vodafone in maart en april kabels gelegd naar de ruimte aan de achterkant van het pand, door hem bedrijfsruimte genoemd, om die ruimte te voorzien van een internet- en telefoonverbinding. Hier was hij bij. Ten slotte heeft hij in januari 2017 met politieagenten het hele pand gecontroleerd, nadat hij van de bank een brief had gekregen dat er een hennepplantage in het pand zou zitten, aldus [appellant].
5.1. Ingevolge artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht mag een bestuursorgaan niet overeenkomstig een beleidsregel handelen, indien dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
Conclusie
7. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd voor zover aangevallen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.
Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. C.M. Wissels en mr. G.T.J.M. Jurgens, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.M.E.A. Neuwahl, griffier.
w.g. Slump w.g. Neuwahl
voorzitter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2020
280-851.