Rechtspraak
Raad van State
2020-04-15
ECLI:NL:RVS:2020:1048
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening
563 tokens
Inleiding
202001364/2/A2.
Datum uitspraak: 15 april 2020
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de rechtbank) van 12 februari 2020 in zaken nrs. 20/126 en 20/127 in het geding tussen:
[verzoeker]
en
de algemeen directeur (lees: de directie) van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: het CBR).
Procesverloop
Bij besluit van 8 oktober 2019 heeft het CBR aan [verzoeker] een onderzoek naar de rijgeschiktheid opgelegd en de geldigheid van zijn rijbewijs geschorst.
Bij besluit van 6 januari 2020 heeft het CBR het door [verzoeker] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 12 februari 2020 heeft de rechtbank het door [verzoeker] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld.
Ook heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op een telefonische hoorzitting behandeld op 31 maart 2020, waaraan [verzoeker], bijgestaan door mr. H.O. de Boer en mr. M. Draaijers, advocaten te Tilburg hebben deelgenomen. Ook het CBR, vertegenwoordigd door drs. M.M. van Dongen heeft daaraan deelgenomen.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag in zaak ECLI:NL:RVS:2020:1047, heeft de Afdeling op het hoger beroep beslist. Omdat er geen sprake meer is van een geding zal het verzoek worden afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.S. Sanchit-Premchand, griffier.
De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
Uitgesproken in het openbaar op 15 april 2020
691.