Rechtspraak Raad van State 2017-12-13
ECLI:NL:RVS:2017:3447
201607246/1/A3. Datum uitspraak: 13 december 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 15 augustus 2016 in zaak nr. 16/824 in het geding tussen: [appellant] en de algemene rijksarchivaris. Procesverloop Bij besluit van 15 januari 2016 heeft de rijksarchivaris geweigerd [appellant] afschriften te verstrekken van de stukken uit een aantal inventarisnummers in het archief van de Centrale Veiligheidsdienst en de Binnenlandse Veiligheidsdienst. Bij uitspraak van 15 augustus 2016 heeft de rechtbank het daartegen door [appellant] ingestelde rechtstreeks beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. De rijksarchivaris heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 30 november 2017, waar [appellant] en de rijksarchivaris, vertegenwoordigd door mr. H.G. Kraai, zijn verschenen. Overwegingen 1. Bij brief van 8 december 2015 heeft [appellant] de rijksarchivaris verzocht om inzage in en afschriften van de stukken uit een aantal inventarisnummers in het archief van de Centrale Veiligheidsdienst en de Binnenlandse Veiligheidsdienst en in verband hiermee een onderzoeksopzet ingediend. Bij het besluit van 15 januari 2016 heeft de rijksarchivaris het verzoek om inzage buiten beschouwing gelaten, omdat uit de onderzoeksopzet blijkt dat het publiceren van bronmateriaal het doel van het onderzoek is en het verkrijgen van afschriften daarbij noodzakelijk is, en heeft hij het verzoek om afschriften afgewezen, omdat de vermelde inventarisnummers beperkt openbaar zijn op grond van artikel 15, eerste lid, onder a, van de Archiefwet 1995 en geen verplichting bestaat afschriften van beperkt openbare archiefbescheiden te verstrekken. De rijksarchivaris heeft het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar op diens verzoek als rechtstreeks beroep aan de rechtbank doorgezonden. 2. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de rijksarchivaris het verzoek om inzage buiten beschouwing mocht laten. Hiertoe voert [appellant] aan dat het verzoek om inzage losstaat van het verzoek om afschriften en dat het mogelijk is inzage te verlenen zonder dat afschriften worden verstrekt. Volgens hem blijkt uit de onderzoeksopzet niet dat hij geen genoegen met inzage neemt. Inzage is een eerste stap die voor hem evenzeer van belang is. In de onderzoeksopzet is vermeld dat gedeelten van stukken zullen worden overgeschreven, waarvoor geen afschriften nodig zijn en wat uitsluitend mogelijk is na inzage, aldus [appellant]. Voorts voert hij aan dat de rechtbank bij haar oordeel ten onrechte van belang heeft geacht dat hij bij zijn ter zitting ingenomen stelling dat hij genoegen neemt met inzage, een voorbehoud heeft gemaakt. 2.1. Zoals de rechtbank terecht heeft geoordeeld blijkt uit de terecht door de rijksarchivaris als uitgangspunt voor de beoordeling van het verzoek genomen onderzoeksopzet dat [appellant] bronnenpublicatie tot doel heeft. Zo vermeldt de onderzoeksopzet als doel van het onderzoek: "Doel is een zo compleet mogelijk beeld geven van het functioneren van deze diensten en van de politieke sturing en controle hiervan. Het verzamelde bronnenmateriaal wordt gepubliceerd op de internetsite www.stichtingargus.nl." Voorts vermeldt de onderzoeksopzet: "Het is van belang om fotokopieën van de stukken te verkrijgen anders is een bronnenpublicatie niet mogelijk." Omdat in de onderzoeksopzet ten aanzien van dit doel geen onderscheid wordt gemaakt tussen het verkrijgen van inzage en het verkrijgen van afschriften en met het verkrijgen van inzage voormeld onderzoeksdoel niet kan worden bereikt, mocht de rijksarchivaris volstaan met de door hem genomen beslissing. Zoals de rijksarchivaris ter zitting van de Afdeling heeft toegelicht, is voor de beoordeling van een verzoek tot inzage een op inzage toege