Rechtspraak Raad van State 2017-12-13
ECLI:NL:RVS:2017:3409
201607911/1/R2. Datum uitspraak: 13 december 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: de Ondernemersvereniging Weerselo, gevestigd te Weerselo, appellante, en de staatssecretaris van Economische Zaken (thans: de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat) en het college van gedeputeerde staten van Overijssel, verweerders. Procesverloop Bij besluit van 31 mei 2016 heeft het college op grond van artikel 19a van de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: Nbw 1998) het beheerplan Lemselermaten vastgesteld. Bij besluit van 23 augustus 2016 heeft de staatssecretaris op grond van artikel 19b van de Nbw 1998 het beheerplan Lemselermaten vastgesteld voor het deel waarvoor hij het bevoegd gezag is. Ondernemersvereniging Weerselo heeft tegen het beheerplan beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. Ondernemersvereniging Weerselo heeft nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 30 oktober 2017 waar het college, vertegenwoordigd door mr. H. Hams en M.F. Verheijen-ten Kate, is verschenen. Overwegingen Inleiding 1. Het gebied "Lemselermaten" is ter uitvoering van de Europese Habitatrichtlijn bij besluit van 23 mei 2013 aangewezen als Natura 2000-gebied. Het beheerplan Lemselermaten heeft betrekking op dit gelijknamige gebied. Bij de aanwijzing als Natura 2000-gebied zijn doelstellingen geformuleerd voor de beschermenswaardige habitattypen en -soorten die in het gebied aanwezig zijn. Na de aanwijzing van het gebied als Natura 2000-gebied is in de gebiedsanalyse ‘Natura 2000 Gebiedsanalyse Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) Lemselermaten’ (hierna: de gebiedsanalyse) beoordeeld welke maatregelen getroffen moeten worden en op welke wijze om de in het aanwijzingsbesluit gestelde doelstellingen te bereiken. De in de gebiedsanalyse vermelde maatregelen maken onderdeel uit van het beheerplan, waaronder hydrologische herstelmaatregelen in een zone van 210 meter rond het Natura 2000-gebied. Eén van de hydrologische herstelmaatregelen wordt uitgevoerd op gronden aan de westzijde buiten het Natura 2000-gebied. De maatregel M19 houdt in: ‘verwijderen ontwatering en nader in te vullen oplossing voor omgang met vernatting nabij tracé rondweg Weerselo’. 2. Ondernemingsvereniging Weerselo behartigt de belangen van de gezamenlijke ondernemers in Weerselo. Zij kan zich niet met het beheerplan verenigen, omdat de aanleg van de beoogde provinciale rondweg N343 bij Weerselo daarin volgens haar ten onrechte is vrijgesteld van de vergunningplicht krachtens de Nbw 1998. Volgens Ondernemersvereniging Weerselo is niet uitgesloten dat de beoogde rondweg significant negatieve effecten heeft op de habitattypen en -soorten in het Natura 2000-gebied Lemselermaten. Voor de aanleg van de beoogde provinciale weg is echter wel ontwikkelingsruimte gereserveerd. Ondernemersvereniging Weerselo vreest dat de ondernemers in Weerselo worden beperkt in hun ontwikkelingsmogelijkheden, nu ontwikkelingsruimte is gereserveerd voor een activiteit waarvan nog niet vast staat dat die kan plaatsvinden. Wettelijk kader 3. Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) in werking getreden en is de Nbw 1998 ingetrokken. Omdat het bestreden besluit is genomen vóór 1 januari 2017 volgt uit artikel 9.10, derde lid, van de Wnb dat dit geschil moet worden beoordeeld aan de hand van het voor die datum geldende recht, dat wil zeggen de Nbw 1998. De relevante wettelijke bepalingen die ten grondslag liggen aan de hierna volgende rechtsoverwegingen, zijn opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak. Beroepsgronden 4. Ondernemersvereniging Weerselo betoogt dat de aanleg van de beoogde provinciale rondweg N343 bij Weerselo in het beheerplan ten onrechte is aangemerkt als een handeling die de instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengt en zodoende is vrijgesteld van de Nbw-vergunningplicht. Volgens haar is op basis van actuele gegevens niet uitgesloten dat de beoogde rondweg significant neg 75-76) staat tegen dergelijke beschrijvingen van handelingen beroep open omdat artikel 19d, tweede lid, van de Nbw 1998 regelt dat handelingen die overeenkomstig de beschrijving in het beheerplan worden uitgevoerd, niet vergunningplichtig zijn. Gelet op deze bepaling dient de Afdeling ingeval van een beroep tegen een besluit tot de vaststelling van een beheerplan eerst te beoordelen in hoeverre zij bevoegd is om kennis te nemen van het beroep. 4.4. De Afdeling stelt vast dat het beroep zich richt tegen de voorgenomen aanleg van de provinciale rondweg N343 bij Weerselo. De beoogde rondweg wordt op de door Ondernemersvereniging Weerselo aangegeven plekken in het beheerplan genoemd. Dat de rondweg in het beheerplan wordt genoemd, is omdat het voorgenomen tracé van de rondweg een perceel aan de westzijde van het Natura 2000-gebied doorkruist. In het beheerplan is vastgelegd dat op dit perceel de herstelmaatregel M19 zal worden uitgevoerd. Om te voorkomen dat de rondweg mogelijk een verdrogend effect heeft op de natuurwaarden en de vernattingsmaatregelen teniet zal doen, is in het beheerplan vermeld dat bij de aanleg van de beoogde rondweg rekening moet worden gehouden met de voorgestelde vernattingsmaatregelen. Derhalve bestaat een samenhang tussen de beoogde rondweg en de benodigde hydrologische herstelmaatregelen in nabijheid van het Natura 2000-gebied Lemselermaten. Dat bij de aanleg van de beoogde rondweg rekening moet worden gehouden met de voorgestelde vernattingsmaatregelen, betekent evenwel niet dat de effecten van de aanleg van de beoogde rondweg op de instandhoudingsdoelstellingen reeds zijn beoordeeld en in het beheerplan zijn beschreven. In dit verband heeft het college ter zitting toegelicht dat momenteel onderzoek plaatsvindt naar de effecten van de aanleg van de beoogde rondweg op de instandhoudingsdoelstellingen. De aanleg van de rondweg is derhalve niet specifiek in het beheerplan beschreven als een handeling die, in voorkomend geval onder bepaalde voorwaarden en beperkingen, het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengt. Dit betekent dat deze handeling niet op grond van artikel 19d, tweede lid, van de Nbw 1998 is vrijgesteld van de vergunningplicht. Voor de aanleg van de rondweg zal een vergunning als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, van de Nbw 1998 nodig zijn. 4.5. Ten aanzien van de overige in het beroepschrift gestelde vragen, waaronder de vraag of de beoogde rondweg een plan of project is als bedoeld in de Nbw 1998, of deze handeling kan worden aangemerkt als een bestaande activiteit en of de provinciale rondweg N343 bij Weerselo als prioritair project mocht worden opgenomen in de bijlage van de Regeling PAS waarvoor ontwikkelingsruimte is gereserveerd, overweegt de Afdeling dat dergelijke vragen bij een besluit tot vaststelling van een beheerplan geen rol spelen. Dit betekent dat de overige in het beroepschrift gestelde vragen in deze procedure over het beheerplan niet aan de orde kunnen worden gesteld. Hierbij hecht de Afdeling eraan op te merken dat voor de realisering van de rondweg bij Weerselo besluitvorming in de vorm van onder andere een bestemmingsplan en een Nbw-vergunning nodig zal zijn. Desgevraagd heeft het college ter zitting toegelicht dat nog geen Nbw-vergunning is verleend en tevens nog geen ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd. Indien een vergunning krachtens de Nbw 1998 wordt verleend en het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan wordt genomen, kunnen hiertegen rechtsmiddelen worden aangewend. 4.6. Nu de aanleg van de beoogde rondweg anders dan Ondernemersvereniging Weerselo meent niet op grond van artikel 19d, tweede lid, van de Nbw 1998 is vrijgesteld van de vergunningplicht, is haar beroep naar het oordeel van de Afdeling niet gericht tegen delen van het beheerplan waartegen beroep openstaat gelet op het bepaalde in artikel 39, tweede lid, van de Nbw 1998. Conclusie 5. De Afdeling is onbevoegd om van het beroep kennis te nemen. Di