Rechtspraak Raad van State 2017-12-06
ECLI:NL:RVS:2017:3348
201704481/1/R1. Datum uitspraak: 6 december 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellante], wonend te Noorbeek, gemeente Margraten, en de raad van de gemeente Eijsden-Margraten, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 4 april 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Schey ong. en Vroelen 27/27a" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 november 2017, waar [appellante], vertegenwoordigd door mr. H.M.J.G. Neelis, rechtsbijstandverlener te Merkelbeek, en de raad, vertegenwoordigd door mr. J.H.E. Rutten, zijn verschenen. Voorts is ter zitting gehoord [maatschap], vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. P.H.J. Soogelee. Overwegingen Inleiding 1. [maatschap] heeft op locatie Schey ongenummerd, direct naast de locatie [locatie A], een rundveestal in gebruik voor het houden van zoogkoeien. De stal mag niet meer worden gebruikt voor het houden van dieren, omdat dit gebruik strijdig is met het geldende bestemmingsplan "Buitengebied 2009" en de herziening van dit plan. Als gevolg van de afbraak van de rundveestal valt voor een deel van de veestapel een adequate huisvesting weg. In het onderhavige plan wordt het bouwvlak op het perceel [locatie B] vergroot, zodat op deze locatie een nieuwe veestal en werktuigenberging kunnen worden gerealiseerd. [appellante] exploiteert op het nabijgelegen perceel [locatie C] twee vakantiewoningen. Vlak daarachter op hetzelfde perceel woont [appellante] zelf. [appellante] kan zich niet met dit plan verenigen, omdat er geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening nu op korte afstand van haar perceel op het perceel [locatie B] een mestopslagplaats kan worden gerealiseerd en een tijdelijke boogkas mag worden opgericht. Toetsingskader 2. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Mestopslagplaats en boogkassen 3. [appellante] voert aan dat het onderhavige plan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, omdat op een afstand van minder dan de door het Activiteitenbesluit milieubeheer voorgeschreven 50 m van haar perceel een mestopslagplaats kan worden gerealiseerd waardoor er geen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en zij gedurende zes maanden per jaar geconfronteerd kan worden met het zicht op een tijdelijke boogkas van 3,5 m langs de volle lengte van haar perceel. 3.1. Op de verbeelding is aan het perceel [locatie B] de bestemming "Agrarisch - Bedrijf" toegekend. In het plan is het volgende bepaald: "Artikel 1 Begrippen (…) 1.88 teeltondersteunende voorziening teeltondersteunende voorziening, die korter dan 6 maanden, al dan niet aaneengesloten, in het jaar aanwezig is. (…) Artikel 3 Agrarisch - Bedrijf (…) 3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Op de tot Agrarisch - Bedrijf aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: (…) - (tijdelijke) teeltondersteunende voorzieningen, (…), mestopslagplaatsen (…); (…) en de daarbij behorende andere bouwwerken, welke qua aard en afmeting bij deze bestemming passen, met dien verstande, dat: a. (…), boogkassen en mestopslagplaatsen uitsluitend in het bouwvlak mogen worden gebouwd, tijdelijke boogkassen mogen ook buiten het bouwvlak worden gebouwd; (…) 3.4 Landschappelijke inpassing 3.4.1 De landschappelijke inpassing overeenkomstig het in B