Rechtspraak Raad van State 2017-11-22
ECLI:NL:RVS:2017:3220
201607949/1/A1. Datum uitspraak: 22 november 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant A] en [appellant B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]), wonend te Helvoirt, gemeente Haaren, appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 9 september 2016 in zaak nr. 15/2677 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Haaren. Procesverloop Bij besluit van 5 februari 2015 heeft het college geweigerd een omgevingsvergunning te verlenen voor de bouw van een recreatiewoning op het perceel [locatie] te Helvoirt, gemeente Haaren. Bij besluit van 28 juli 2015 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van 5 februari 2015 onder aanvulling van de motivering in stand gelaten. Bij uitspraak van 9 september 2016 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 28 juli 2015 vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. [appellant] heeft nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 31 augustus 2017, waar [appellant A], bijgestaan door [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door mr. G.M.H. Martens en I.A.M. van der Linden, zijn verschenen. Overwegingen 1. De gevraagde omgevingsvergunning ziet op de herbouw van een reeds bestaande recreatiewoning op het perceel [locatie] te Helvoirt (hierna: het perceel). Het bouwplan voorziet in een woning en aansluitend een bijgebouw met daaronder een souterrain respectievelijk een garage. De woning en het bijgebouw zijn op een ter plaatse aanwezige duinwal gesitueerd. Aan de zuidzijde van de woning en het bijgebouw wordt net onder peil en over de gehele breedte een overkapping aangebracht van 2 m bij 11.5 m. De overkapping steekt 2 m uit de gevel van de woning en het bijgebouw en rust aan beide zijden op vleugelmuren. De overkapping dient volgens [appellant] voor stabiliteit, toegang van de woning op peilniveau aan de voorzijde en herstel van de duinwal. 2. De rechtbank heeft het besluit van 28 juli 2015 vernietigd omdat het college niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat een afwijking van het bestemmingsplan vanwege de aantasting van in het gebied aanwezige waarden niet mogelijk is. De rechtbank heeft de rechtsgevolgen van dat besluit (lees: de weigering van de vergunning) in stand gelaten omdat het bouwplan in strijd is met de in het bestemmingsplan opgenomen regel dat de totale oppervlakte van bijgebouwen niet meer dan 30 m2 mag bedragen en afwijking daarvan in strijd is met het gemeentelijk beleid. 3. Ter zitting is gebleken dat [appellant] het oordeel van de rechtbank dat het bouwplan in strijd is met artikel 36.2, onder a, van de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied Haaren" (hierna: planregels) niet bestrijdt. Verder kan [appellant] zich vinden in het oordeel van de rechtbank dat het college niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat een afwijking van het bestemmingsplan niet mogelijk is vanwege aantasting van in het gebied aanwezige waarden. Het hoger beroep richt zich met name tegen het in stand laten van de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit. 4. [appellant] betoogt dat de rechtbank het in stand laten van de rechtsgevolgen niet kan baseren op een nieuwe weigeringsgrond. Het college heeft die grond niet gehanteerd in zijn besluiten, aldus [appellant]. 4.1. Dit betoog faalt. De rechtbank is op grond van artikel 8.41a van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) gehouden het haar voorgelegde geschil zoveel mogelijk definitief te beslechten. In het kader daarvan kan zij de rechtsgevolgen van het besluit tot weigering van de vergunning in stand laten, indien de vergunning op andere gronden moet worden geweigerd dan de gronden waarop het co