Rechtspraak Raad van State 2017-10-11
ECLI:NL:RVS:2017:2764
201607730/1/R2. Datum uitspraak: 11 oktober 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: 1. [appellante sub 1] e.a., allen gevestigd of wonend te Tilburg, 2. de vennootschap onder firma Samenwerkingsverband Enschotsebaan Zuid, gevestigd te Rosmalen, en de raad van de gemeente Tilburg, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 18 juli 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "Enschotsebaan hoogspanningsverbinding" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben [appellante sub 1] e.a. en het Samenwerkingsverband Enschotsebaan Zuid (hierna: SWV Zuid) beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. De raad heeft nadere stukken ingediend. [appellante sub 1] e.a. en SWV Zuid hebben nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 14 juli 2017, waar [appellante sub 1] e.a., vertegenwoordigd door mr. H.A. Pasveer, advocaat te Den Bosch, en SWV Zuid, vertegenwoordigd door mr. C. van Deutekom, advocaat te Arnhem, en de raad, vertegenwoordigd door mr. R.J.J. Aerts en mr. L. Barnhoorn, beiden advocaat te Den Haag, zijn verschenen. Overwegingen Inleiding 1. In het plangebied bevindt zich de 150kV hoogspanningsverbinding Tilburg-Noord-Best (hierna: de hoogspanningsverbinding). Ingevolge het plan geldt aan weerszijden van de hoogspanningsverbinding een magneetveldzone van 80 m. Aan de gronden binnen deze zone is de bestemming "Wonen-Uit te werken" toegekend. Ingevolge artikel 5, lid 5.1, aanhef en onder a, van de planregels zijn deze gronden bestemd voor wonen, met inbegrip van beroep aan huis, met uitzondering voor wonen als hoofdverblijf voor personen jonger dan 15 jaar. Blijkens de plantoelichting wil de raad met deze uit te werken bestemming verzekeren dat de woningbouwplannen voldoen aan de brief van de toenmalige staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: de staatssecretaris) van 3 oktober 2005 (hierna: de brief van 3 oktober 2005) over de gesignaleerde mogelijke gezondheidsrisico’s van elektromagnetische velden voor personen jonger dan 15 jaar rond hoogspanningslijnen en de brief van de toenmalige minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: de minister) van 4 november 2008 (hierna: de brief van 4 november 2008) waarin de brief van de staatssecretaris is verduidelijkt. Aan de gronden ter plaatse van acht bestaande woningen waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, die zijn gesitueerd binnen de (magneetveld)zone, is in het plan een woonbestemming toegekend. 2. De gemeente heeft eind jaren ’90 het voornemen opgevat om in het gebied Enschotsebaan een woon- en leefmilieu tot stand te brengen. Van Wijnen Projectontwikkeling Zuid B.V. - één van de vennoten van SWV Zuid - heeft een groot deel van de gronden in het gebied Enchotsebaan in eigendom en wenst dit gebied te ontwikkelen. Het bouwprogramma voor het gebied Enschotsebaan Zuid bestaat uit onder meer de realisatie van 207 woningen, die deels binnen het plangebied liggen. Op 20 juni 2007 hebben SWZ Zuid en het gemeentebestuur van Tilburg een concessieovereenkomst gesloten waarin de verkaveling van het gebied en invulling van het gebied is opgenomen. [appellante sub 1] e.a. hebben gronden in het plangebied in eigendom waarop twee woningen zijn voorzien. SWV Zuid en [appellante sub 1] e.a. richten zich in hun beroepen tegen het plandeel met de bestemming "Wonen-Uit te werken" voor zover deze bestemming beperkingen kent voor het oprichten van woningen ten opzichte van de voorgaande regimes. Op grond van voorgaande regimes zijn stroken aangehouden met een afstand tot 20 m dan wel 26 m van de hoogspanningsverbinding waarbinnen geen woningen zijn toegestaan. Het beroep van [appellante sub 1] e.a. richt zich voorts tegen de plandelen waar de twee woningen zijn voorzien, die buiten de genoemde 20 m dan wel 26 m zijn gesitueerd. Het beroep van SWV Zuid richt zich tegen het plandeel met de bestemming "Wonen-Uit te werken" voor zover het betreft de strook aan 10. SWV Zuid betoogt dat de magneetveldzone van 80 m niet is gemotiveerd en dat hier onvoldoende onderzoek naar is gedaan. SWV Zuid betoogt dat, als de zone al stand houdt, deze maximaal 40 à 45 m moet bedragen. SWV Zuid verwijst in dit verband naar een brief van Liandon aan Terra van 2 december 2016 waarin haar standpunt wordt bevestigd omdat Liandon verwacht dat de specifieke magneetveldzone zal uitkomen op circa 45 m aan weerszijden van de hoogspanningsverbinding. Standpunt raad 11. De raad stelt zich op het standpunt dat er ten tijde van de peildatum eind 2005 geen sprake was van een bestaande situatie die woningen zonder beperkingen mogelijk maakte. 12. De raad betoogt voorts dat hij bij het vaststellen van het bestemmingsplan op 18 juli 2016 terecht is uitgegaan van de door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (hierna: het RIVM) aanbevolen richtafstand van 80 m aan weerszijden van de hoogspanningsverbinding. 13. De raad stelt tenslotte dat met de belangen van SWV Zuid voldoende rekening is gehouden. Daarbij neemt de raad in aanmerking dat SWV Zuid er van op de hoogte was of in ieder geval kon zijn dat in de magneetveldzone geen woningen voor personen jonger dan 15 jaar wenselijk werden geacht. De raad wijst in dit verband op de uitkomsten van het onderzoek van Liandon uit 2010 naar de magneetveldzone in verband met de bouw van een school in het gebied Enschotsebaan Zuid en een aanvullende overeenkomst van januari 2012. Om aan de belangen van SWV Zuid tegemoet te komen, is de woonbestemming binnen de magneetveldzone niet wegbestemd. Tevens wijst de raad op de concessieovereenkomst met SWV Zuid van 20 juni 2007 op grond waarvan SWV Zuid in het gebied 20 seniorenwoningen dient te realiseren, die gelet op het beoogde gebruik in de (magneetveld)zone van 80 m kunnen worden voorzien. Beoordeling 14. Onder verwijzing naar de uitspraak van 29 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO9217, overweegt de Afdeling dat bij effecten van elektromagnetische velden op de gezondheid onderscheid wordt gemaakt tussen korte termijn effecten (directe effecten) en lange termijn effecten en dat in Nederland geen wettelijke normen zijn vastgesteld voor de blootstelling van de bevolking aan dergelijke velden. 15. Met betrekking tot de lange termijn effecten als hier aan de orde is op rijksniveau beleid ontwikkeld. Dit beleid is gebaseerd op het voorzorgsbeginsel zoals opgenomen in artikel 174, tweede lid, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, thans, artikel 191, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Het beleid is nader ingevuld bij de brief van 3 oktober 2005. In de brief is geadviseerd om bij de vaststelling van streek- en bestemmingsplannen en van de tracés van bovengrondse hoogspanningslijnen, dan wel wijzigingen in bestaande plannen of van bestaande hoogspanningslijnen, zoveel mogelijk te vermijden dat nieuwe situaties ontstaan, waarbij kinderen langdurig in een gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen verblijven, waarbinnen het jaargemiddelde magnetische veld hoger is dan 0,4 microtesla. Reden hiervan is volgens de brief dat mogelijk een statistisch significant verband bestaat tussen het optreden van leukemie bij kinderen en de magneetveldzone van bovengrondse hoogspanningslijnen. In bijlage 1 bij de brief is vermeld dat voor langdurige blootstellingen wordt uitgegaan van kinderen in de leeftijdscategorie tot 15 jaar die wonen of verblijven in scholen, crèches en kinderopvangplaatsen die zijn gelegen in magneetveldzones. Onder nieuwe situaties wordt volgens de bijlage verstaan: nieuwe streek- en bestemmingsplannen en nieuwe bovengrondse hoogspanningslijnen, dan wel wijziging van bestaande streek- en bestemmingsplannen en wijzigingen aan bestaande bovengrondse hoogspanningslijnen. Indien overeenkomstig een vigerend bestemmingsplan een nieuwe gevoelige bestemming wordt gerealiseerd, wordt dit als een bestaande situatie en dus niet als een nieuwe situatie aangem Gelet hierop heeft de raad het plan op dit punt niet in strijd met het vertrouwensbeginsel vastgesteld. De betogen falen. Belangenafweging 19. SWV Zuid heeft niet aannemelijk gemaakt dat de raad met haar belangen bij het toepassen van de meergenoemde brieven geen rekening heeft gehouden. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat vanaf 3 oktober 2005 bekendheid is gegeven aan de gezondheidsrisico’s in zones langs een bestaande hoogspanningsverbinding als hier aan de orde. Uit een onderzoek van Liandon van 27 oktober 2010 in verband met de bouw van de school in het gebied Enschotsebaan Zuid is gebleken dat rekening moest worden gehouden met een specifieke magneetveldzone rond de hoogspanningsverbinding die breder zou zijn dan 20 respectievelijk 26 m. Er hebben in die periode naar aanleiding van dit onderzoek gesprekken plaatsgevonden tussen het gemeentebestuur en SWV Zuid omtrent een nieuw verkavelingsplan voor het plangebied, waarbij rekening zou worden gehouden met een bredere magneetveldzone. Deze gesprekken hebben in januari 2012 geleid tot ondertekening door de gemeente en SWV Zuid van een aanvullende overeenkomst waarin SWV Zuid zich heeft verbonden de verkaveling aan te passen die vervolgens in een bestemmingsplan diende te worden vastgelegd. In het plangebied kunnen maximaal 39 woningen worden gerealiseerd. Met SWV Zuid zijn in het verleden reeds afspraken gemaakt dat in het gebied 20 seniorenwoningen worden gerealiseerd. Gelijk de raad naar voren heeft gebracht, kunnen deze woningen binnen de magneetveldzone worden gerealiseerd. De vaststelling van een bestemmingsplan vergt een belangenafweging, waarbij ook andere belangen dan die van de ontwikkelaar een rol spelen. Gelet op de omstandigheid dat de brieven van 3 oktober 2005 en 4 november 2008 zijn ingegeven door de zorg voor de gezondheid van personen jonger dan 15 jaar, heeft de raad aan het belang van de volksgezondheid een groter gewicht kunnen toekennen dan aan het belang van SWZ Zuid bij het gevrijwaard blijven van beperkingen bij de ontwikkeling van haar gronden. Het betoog faalt. Indicatieve zone 20. Over het betoog van SWV Zuid dat de magneetveldzone van 80 m onvoldoende is gemotiveerd, dat hier onvoldoende onderzoek naar is gedaan en dat de verwachting is dat de specifieke magneetveldzone zal uitkomen op 45 m, overweegt de Afdeling als volgt. 21. De raad heeft in het plan bij het bepalen van de breedte van de zone aansluiting gezocht bij de door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (hierna: het RIVM) aanbevolen richtafstand van 80 m. Met behulp van een door de RIVM ontwikkeld schema kan de indicatieve zone worden opgezocht. Uit de Netkaart op de website van het RIVM kan worden opgemaakt dat de magneetveldzone voor deze hoogspanningsverbinding 2x80 m is. In de brief van 3 oktober 2005 in samenhang met een bijlage wordt omschreven hoe een magneetveldzone kan worden vastgesteld. De magneetveldzone wordt gedefinieerd als de strook grond die zich aan beide zijden langs de hoogspanningslijn uitstrekt en waarbinnen het magneetveld gemiddeld over een jaar hoger dan 0,4 microtesla is. In de brief staat dat met behulp van een door de RIVM ontwikkeld schema de indicatieve zone kan worden opgezocht en dat vervolgens in overleg met de netbeheerder en aan de hand van de handleiding de specifieke zone waar de straling boven de norm uitkomt, kan worden berekend. Hieromtrent staat in de bijlage dat de omvang van het magneetveld afhankelijk is van een aantal eigenschappen van de lijn. 22. Bij brieven van 20 februari 2017, die door de raad zijn overgelegd, is door het RIVM en TenneT ingestemd met de nadere berekening van de zone in de brief van Liandon van 2 december 2016. Er is tevens een nader rapport opgesteld door Liandon van 23 januari 2017. Een en ander betekent dat de specifieke zonebreedte aan weerszijden van de hoogspanningsverbinding voor vaksegment 109-110 uitkomt op 45 m en voor vaksegment 110-111 op 40 m. 23. In de plantoelichting is he Bij koopwoningen bestaat die mogelijkheid niet en daarom is handhaving niet mogelijk aldus SWV Zuid en [appellante sub 1] e.a.. Ten slotte brengen zij nog naar voren dat kinderen ook kunnen logeren bij grootouders en dat dat niet met handhavingsmaatregelen is te voorkomen. 30. De raad stelt dat de planregeling voldoende duidelijk is. Tevens is de regeling handhaafbaar. De raad wijst in dit verband naar de uitspraak van de Afdeling van 25 januari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV1833, waarin ten aanzien van een vergelijkbare regeling door de Afdeling is overwogen dat deze toelaatbaar en handhaafbaar is. 31. Naar het oordeel van de Afdeling is de planregeling voldoende duidelijk. De voor "Wonen-Uit te werken" gronden zijn bestemd voor wonen, met inbegrip van beroep aan huis, met uitzondering voor wonen als hoofdverblijf voor personen jonger dan 15 jaar. Dit is tevens overgenomen in de uitwerkingsregels van artikel 5, lid 5.2, aanhef en onder d, van de planregels. Op de gronden mogen, nadat burgemeester en wethouders een uitwerkingsplan hebben vastgesteld, in totaal 39 zelfstandige wooneenheden worden gebouwd. In het uitwerkingsplan kunnen regels omtrent maatvoering e.d. worden opgenomen. Het betoog faalt. 32. Ten aanzien van de controleerbaarheid en handhaafbaarheid van de bestreden regel, overweegt de Afdeling als volgt. In de brief van 4 november 2008 is vermeld dat als langdurig verblijf wordt beschouwd verblijf van kinderen in de leeftijdscategorie tot 15 jaar van minimaal 14-18 uur per dag gedurende minimaal één jaar. De Afdeling is van oordeel dat tijdelijke verblijf vanwege logeren of oppasdoeleinden niet valt onder langdurig verblijf en dat de planregeling daaraan niet in de weg staat, zodat handhaving in dat geval niet aan de orde zal zijn. Indien de woning als hoofdverblijf voor personen jonger dan 15 jaar zal worden gebruikt, acht de Afdeling in lijn met de uitspraak van 25 januari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV1833, handhaving mogelijk. Het betreft in die uitspraak een aan een vrijstelling verbonden voorschrift waarin is bepaald dat het verboden is de appartementen te (laten) gebruiken als hoofdverblijf voor personen jonger dan 15 jaar. Dit voorschrift is opgenomen met het oog op het voorkomen dan wel beperken van de in meergenoemde brieven gesignaleerde mogelijke gezondheidsrisico’s voor kinderen bij langdurig verblijf in een gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat het college voor zover nodig gebruik zal maken van informatie uit de gemeentelijke basisadministratie en andere relevante informatie. Voor zover SWV Zuid en [appellante sub 1] e.a. hebben betoogd dat het hier om een ander geval gaat dan in de uitspraak van 25 januari 2012 omdat het huurwoningen betreft, overweegt de Afdeling dat in de uitspraak van 25 januari 2015 de handhaafbaarheid van het voorschrift blijkens de overwegingen uitsluitend is gestoeld op publiekrechtelijke bevoegdheden die het college heeft en dus niet mede op de bevoegdheden van de woningstichting in haar hoedanigheid van verhuurder. De betogen falen. 33. [appellante sub 1] e.a. betogen dat artikel 8 EVRM in de weg staat aan het verbod van het gebruik van de woningen als hoofdverblijf voor personen jonger dan 15 jaar dan wel handhaving daarvan. 34. Ingevolge artikel 8, eerste lid, van het EVRM heeft een ieder recht op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. Ingevolge het tweede lid is geen inmenging van enig openbaar gezag toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van an Proceskosten 43. De raad dient ten aanzien van SWV Zuid op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het beroep van de vennootschap onder firma Samenwerkingsverband Enschotsebaan Zuid gegrond; II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Tilburg van 18 juli 2016 voor zover het ziet op het plandeel met de bestemming "Wonen-Uit te werken"; III. draagt de raad van de gemeente Tilburg op om binnen 20 weken na de verzending van deze uitspraak en met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen een nieuw besluit te nemen; IV. treft de voorlopige voorziening dat voor de gronden met de bestemming "Wonen-Uit te werken" de vernietigde regeling in stand blijft totdat een nieuw besluit is bekend gemaakt; V. verklaart het beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [appellante sub 1] e.a. ongegrond; VI. veroordeelt de raad van de gemeente Tilburg tot vergoeding van bij de vennootschap onder firma Samenwerkingsverband Enschotsebaan Zuid in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 990,00 (zegge: negenhonderdnegentig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; VII. gelast dat de raad van de gemeente Tilburg de vennootschap onder firma Samenwerkingsverband Enschotsebaan Zuid het voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 334,00 (zegge: driehonderdvierendertig euro) vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, voorzitter, en mr. G. van der Wiel en mr. E.A. Minderhoud, leden, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Ouwehand, griffier. w.g. Van Sloten w.g. Ouwehand voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 11 oktober 2017 224. Bijlage behorende bij de uitspraak Artikel 1.32 van de planregels luidt als volgt: "In deze regels wordt verstaan onder eengezinswoning een huis berekend op bewoning door één gezin met personen jonger dan 15 jaar." Artikel 5 van de planregels luidt als volgt: "5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen-Uit te werken' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, met inbegrip van beroep aan huis, met uitzondering voor wonen als hoofdverblijf voor personen jonger dan 15 jaar; b. parkeervoorzieningen; c. voorzieningen voor wegen, fiets- en voetpaden; d. groenvoorzieningen e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. voorzieningen van algemeen nut. 5.2 Uitwerkingsregels Burgemeester en wethouders werken de in 5.1 omschreven bestemming uit met inachtneming van de volgende regels: a. op en in de gronden mogen worden gebouwd: 1. gebouwen voor wonen en bouwwerken behorend bij wonen, met uitzondering van eengezinswoningen; 2. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals lichtmasten, informatieborden, verkeerstekens en -regelinstallaties, straatmeubilair en beeldende kunstwerken; 3. bouwwerken van algemeen nut; b. voor gebouwen voor wonen gelden de volgende regels: 1. in het gebied met de aanduiding 'overige zone - deelgebied 1' mogen maximaal 13 zelfstandige wooneenheden worden gebouwd, met een maximale bouwhoogte van 10 m; 2. in de gebieden met de aanduiding 'overige zone - deelgebied 2' mogen in maximaal 26 zelfstandige wooneenheden worden gebouwd, met een maximale bouwhoogte van 10 m; c. voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels: 1. bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht; 2. de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5 m; 3. de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50 m²; d. gebouwen voor wonen mogen niet worden gebruikt als hoofdverblijf voor personen jonger dan 15 jaar; e. voor het treffen van parkeervoorzieningen worden de normen en andere regels uit het gemeentelijke parkeerbeleid gehanteerd, zoals opgenomen in de parkeerregeling in Bijlage 2 Parkeernormen; f. een goed woon- en leefklimaat wo