Rechtspraak
Raad van State
2011-04-20
ECLI:NL:RVS:2011:BQ1876
Bestuursrecht
Hoger beroep
2,619 tokens
Inleiding
201008581/1/H3.
Datum uitspraak: 20 april 2011.
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te Alkmaar,
tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 22 juli 2010 in zaak
nr. 09/8 in het geding tussen:
[appellant] en [wederpartij]
en
het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar.
Procesverloop
Bij besluit van 20 juni 2008 heeft het college besloten: I. de steeg tussen de Dwerguilstraat en de Kerkuilstraat, grenzend aan de woning Kerkuilstraat nummer 21 (hierna: de steeg), voor autoverkeer af te sluiten door het plaatsen van twee vaste palen aan het begin en einde van deze steeg; II. de permanente toegankelijkheid van het woonerf aan de zijde van de Albatrosweg te waarborgen door het verwijderen van de aanwezige sleutelpalen (hierna: het verkeersbesluit).
Bij besluit van 5 november 2008 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 22 juli 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 30 augustus 2010, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 8 september 2010.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
[appellant] heeft nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 maart 2011, waar [appellant], bijgestaan door mr. K. Baoutou, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, en het college, vertegenwoordigd door mr. J. van den Berg, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 kunnen de krachtens deze wet vastgestelde regels strekken tot:
a. het verzekeren van de veiligheid op de weg;
b. het beschermen van weggebruikers en passagiers;
c. het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
d. het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer.
Ingevolge het tweede lid kunnen de krachtens deze wet vastgestelde regels voorts strekken tot:
a. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer;
b. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden.
Ingevolge artikel 15, tweede lid, geschieden maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer krachtens een verkeersbesluit, indien de maatregelen leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken.
Ingevolge artikel 21 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer vermeldt de motivering van het verkeersbesluit in ieder geval welke doelstelling of doelstellingen met het verkeersbesluit worden beoogd. Daarbij wordt aangegeven welke van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de wet genoemde belangen ten grondslag liggen aan het verkeersbesluit. Indien tevens andere van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de wet genoemde belangen in het geding zijn, wordt voorts aangegeven op welke wijze de belangen tegen elkaar zijn afgewogen.
2.2. [appellant] woont op het perceel aan de [locatie]. De Dwerguilstraat is een woonerf dat aan twee zijden wordt ontsloten. Aan de ene zijde loopt de steeg, vanaf het pleintje waaraan onder meer het perceel [locatie] grenst, tussen de woningen aan de Kerkuilstraat 21 en 22 door, uitkomend op de Kerkuilstraat. Aan de andere zijde loopt een doorgang beginnend aan de Albatrosweg langs Dwerguilstraat nummer 7. Tot aan de uitvoering van het verkeersbesluit was in de steeg aan weerszijden een neerklapbare sleutelpaal geplaatst en bevonden zich aan de zijde van de Albatrosweg verscheidene neerklapbare sleutelpalen. Bij het verkeersbesluit heeft het college besloten de twee neerklapbare sleutelpalen in de steeg te vervangen door vaste palen en de neerklapbare sleutelpalen aan de zijde van de Albatrosweg te verwijderen.
2.3. Het college heeft aan het verkeersbesluit, voor zover het ziet op het afsluiten van de steeg door het plaatsen van twee vaste palen, voor zover thans van belang, ten grondslag gelegd het belang dat is gelegen in het verzekeren van de veiligheid op de weg. Het college heeft aan het verkeersbesluit, voor zover dat ziet op het verwijderen van de sleutelpalen aan de kant van de Albatrosweg, voor zover thans van belang, ten grondslag gelegd het belang dat is gelegen in het waarborgen van de vrijheid van het verkeer. Volgens het college heeft het alle belangen tegen elkaar afgewogen, zijn er verschillende mogelijkheden besproken om de problemen op te lossen en is gekozen voor een oplossing die het meeste recht doet aan de verschillende tegengestelde belangen.
2.4. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college niet in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen. Hij voert allereerst aan dat de rechtbank heeft miskend dat het besluit, voor zover dat ziet op het plaatsen van de twee vaste palen, niet het belang dient dat is gelegen in de verkeersveiligheid. Volgens [appellant] was de verkeerssituatie in de steeg niet onveilig, omdat zich daar sinds 1981 geen ongelukken hebben voorgedaan en ook uit politierapporten geen enkel incident blijkt. Verder stelt hij dat de afsluiting van de steeg negatieve gevolgen heeft voor de verkeersveiligheid daar, omdat die afsluiting de bruikbaarheid van de steeg voor het brommer- en motorverkeer vergroot. Voorts heeft het college ten onrechte het advies van verkeerscoördinator Smits van de politie Noord-Holland-Noord (hierna: het advies) mede aan het verkeersbesluit ten grondslag gelegd, nu dat advies niet steunt op feiten.
Voorts betoogt [appellant] dat de rechtbank heeft miskend dat het verkeersbesluit, voor zover dat ziet op het verwijderen van de sleutelpalen, niet het belang dient dat is gelegen in het waarborgen van de vrijheid van het verkeer. Door het verwijderen van de sleutelpalen wordt volgens [appellant] de vrijheid gewaarborgd voor mensen die niets hebben te zoeken in de Dwerguilstraat.
Verder betoogt [appellant] dat de rechtbank heeft miskend dat de door het college gemaakte belangenafweging onevenwichtig is omdat aan zijn belang dat is gelegen in een goede toegankelijkheid van zijn parkeerplaats bij zijn woning en aan het belang van de overige bewoners van de Dwerguilstraat voorbij is gegaan. Hij voert aan dat er geen goede toegang tot de Dwerguilstraat vanaf de Albatrosweg is, in het bijzonder omdat hij moet slalommen om een paar bomen, die het college overigens zou verwijderen en hij vlak langs een kinderspeelplaats moet rijden. Voorts kunnen de hulpdiensten slechts beperkt de straat in, wegens het veelvuldig fout parkeren van auto's in de Dwerguilstraat, waardoor bij [appellant] in verband met zijn gezondheidssituatie een gevoel van onveiligheid is ontstaan. Ook kan de brandweer een waterput niet bereiken.
2.4.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, onder meer in de uitspraak van 14 december 2005 in zaak nr. 200503545/1, komt het college bij het nemen van een verkeersbesluit als hier aan de orde een ruime beoordelingsmarge toe. Het is aan het college om alle verschillende bij het nemen van een dergelijk besluit betrokken belangen tegen elkaar af te wegen. De rechter zal zich bij de beoordeling van een dergelijk besluit terughoudend moeten opstellen en dienen te toetsen of het besluit niet strijdig is met wettelijke voorschriften en of de afweging van de betrokken belangen niet zodanig onevenwichtig is, dat het bestuursorgaan niet in redelijkheid tot dat besluit heeft kunnen komen.
De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat het college voldoende heeft onderzocht en gemotiveerd waarom het verkeersbesluit, voor zover het ziet op afsluiting van de steeg door het plaatsen van twee vaste palen, zal bijdragen aan het verzekeren van de veiligheid op de weg en dat het college in zoverre bevoegd was het verkeersbesluit te nemen. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het college zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de weg door zijn geringe breedte niet geschikt is voor autoverkeer. De door [appellant] ingebrachte bezwaren tegen het advies kunnen niet leiden tot het oordeel dat het college dit niet in aanmerking heeft mogen nemen. Dat zich in het verleden geen incidenten hebben voorgedaan betekent niet dat de verkeerssituatie in de steeg om die reden veilig is. Van het college kan niet worden verlangd met het nemen van het verkeersbesluit ter ondervanging van een riskante verkeerssituatie te wachten totdat een dergelijk incident zich heeft voorgedaan. Voorts leidt de afsluiting van de steeg voor autoverkeer, anders dan [appellant] betoogt, niet tot een verandering in het gebruik van de steeg door brommer- en motorvoertuigen.
Voorts heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat het college voldoende heeft onderzocht en gemotiveerd dat het verkeersbesluit, voor zover dat ziet op het verwijderen van de sleutelpalen aan de zijde van de Albatrosweg, zal bijdragen aan het waarborgen van de vrijheid van het verkeer en dat het college in zoverre bevoegd was het verkeersbesluit te nemen. Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat het college in aanmerking heeft mogen nemen dat als gevolg van het plaatsen van de vaste palen in de steeg richting de Kerkuilstraat deze afsluiting permanent wordt en dat om die reden de toegang aan de zijde van de Albatrosweg vrij toegankelijk dient te zijn.
Dictum
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, voorzitter, en mr. D. Roemers en mr. A.B.M. Hent, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, ambtenaar van staat.
w.g. Vlasblom w.g. Klein
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 20 april 2011.
176-671.