Rechtspraak Raad van State 2009-07-22
ECLI:NL:RVS:2009:BJ3416
Bestuursrecht
200901444/1/H2. Datum uitspraak: 22 juli 2009 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: de stichting Stichting Nomade, gevestigd te Amsterdam, appellante, tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 3 februari 2009 in zaak nrs. 09/35 en 09/36 in het geding tussen: de stichting Stichting Nomade en de raad van bestuur van de stichting Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+. Bij besluit van 21 augustus 2008 heeft de raad van bestuur van de stichting Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+ (hierna: het Fonds) de subsidieaanvraag van de stichting Stichting Nomade (hierna: Nomade) in het kader van de Deelregeling Vierjarige subsidies Podiumkunstinstellingen 2009-2012 (hierna: de Deelregeling), afgewezen. Bij besluit van 27 november 2008 heeft het Fonds het door Nomade daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, voor zover het is gericht tegen het overnemen van het advies van de adviescommissie waar het betreft de beoordeling van het spelniveau, voor het overige ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd. Bij uitspraak van 3 februari 2009, verzonden op 4 februari 2009, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam (hierna: de voorzieningenrechter), voor zover thans van belang, het door Nomade daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft Nomade bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 27 februari 2009, hoger beroep ingesteld. Het Fonds heeft een verweerschrift ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 juni 2009, waar Nomade, vertegenwoordigd door mr. I.H. van den Berg, advocaat te Amsterdam, bijgestaan door de [directeur-bestuurder] van Nomade en het Fonds, vertegenwoordigd door mr. R.W. Veldhuis, advocaat te 's-Gravenhage, vergezeld door [secretaris] van het Commissie Theater van het Fonds, zijn verschenen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: I. verklaart het hoger beroep gegrond; II. vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 3 februari 2009 in zaak nrs. 09/35 en 09/36; III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond; IV. vernietigt het besluit van de raad van bestuur van de stichting Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+ van 27 november 2008, kenmerk NFPK/mi PU-248578; V. gelast dat de raad van bestuur van de stichting Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+ aan de stichting Stichting Nomade het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 735,00 (zegge: zevenhonderdvijfendertig euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. C.H.M. van Altena en mr. W.D.M. van Diepenbeek, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.H. Roelfsema, ambtenaar van Staat. w.g. Slump w.g. Roelfsema voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2009 164/58-502. 2.1. Ingevolge artikel 1 van het Algemeen reglement Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+ (hierna: het algemeen reglement) verstrekt het bestuur van het Fonds in overeenstemming met artikel 2 van haar statuten en volgens bepalingen vastgesteld in de wet en dit reglement, subsidies aan natuurlijke personen en rechtspersonen werkzaam op het gebied van de professionele podiumkunsten en toonkunst, ter bevordering van de kwaliteit en diversiteit van het scheppen, produceren en programmeren van muziek, dans en theater en in het opbouwen van een publiek daarvoor. Ingevolge artikel 10, eerste lid, kan het bestuur van het Fonds een subsidieaanvraag ter advisering voorleggen aan een adviescommissie of adviseur(s). Ingevolge artikel 2 van de Deelregeling kan het bestuur van het Fonds op aanvraag van een podiumkunstinstelling, of een samenwerkingsverband van podiumkunstinstellingen, voor de periode van 2009-2012 een vierjarige subsidie verstrekken. Deze subsidie wordt verstrekt voor het in continuïteit verrichten van activiteiten ter bevordering van de kwaliteit en diversiteit in het produceren en programmeren van professionele muziek, dans en theater en in het opbouwen van een publiek daarvoor in heel Nederland en het buitenland, alsmede ter bevordering van cultureel ondernemerschap. Ingevolge artikel 4, eerste lid, stelt het bestuur van het Fonds, indien een subsidieplafond als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onvoldoende is om alle aanvragen in de categorie waarop het plafond betrekking heeft, te honoreren, met inachtneming van het advies van de adviescommissie per categorie in een rangorde vast op basis van de prioriteit die aan de aanvragen is gegeven aan de hand van de criteria, genoemd in artikel 5. Ingevolge het vierde lid, dient, om in de rangorde te worden opgenomen, het oordeel over het criterium 'kwaliteit' als bedoeld in artikel 5, aanhef en onder a, in ieder geval positief te zijn. Ingevolge artikel 5 worden aanvragen beoordeeld op de volgende aspecten: a. Kwaliteit b. Bijdrage aan diversiteit/verscheidenheid c. Bijdrage aan spreiding d. Relatie tussen scheppen, produceren, programmeren en publieksontwikkeling e. Publieksbereik en -ontwikkeling f. Cultureel ondernemerschap en bedrijfsvoering. Ingevolge artikel 6, derde lid, bevat een aanvraag in ieder geval de volgende informatie: a. een (beleids)plan 2009-2012; b. een begroting voor de betrokken periode; c. een jaarrekening 2006, indien voorhanden met accountantsverklaring; d. een kopie van de meest recente oprichtingsakte of statuten en een uittreksel uit het handelsregister (niet ouder dan 12 maanden). Ingevolge artikel 7, eerste lid, worden de aanvragen die aan het bepaalde in de artikelen 1, 2, 6 en 8 voldoen, op grond van de criteria, genoemd in artikel 5, beoordeeld en geprioriteerd door een adviescommissie. Ingevolge het derde lid, besluit het bestuur van het Fonds over de aanvragen met inachtneming van het advies van de adviescommissie. 2.2. Het Fonds heeft de door Nomade ingediende aanvraag subsidie 2009-2012 ter advisering voorgelegd aan de Commissie Theater (hierna: de adviescommissie). De adviescommissie heeft een negatief advies uitgebracht, omdat hoewel de [directeur] van Nomade, wordt beschouwd als een succesvol en fanatiek cultureel ondernemer de artistieke kwaliteit van de projecten van Nomade, onvoldoende is. De adviescommissie heeft aan haar advies onder meer ten grondslag gelegd dat de artistieke ontwikkeling en betekenis van de voorstellingen te beperkt is, dat de relatie die Nomade legt tussen actualiteit en klassiek repertoire geforceerd en weinig genuanceerd aandoet en bovendien iedere voorstelling wordt herhaald en dat het spelniveau onvoldoende is. Voorts ontbeert de aanvraag volgens de adviescommissie een overtuigende artistieke visie op de zaalvoorstellingen en getuigt de motivering van de uitbreiding van de afzetmogelijkheden van een wel erg optimistisch beeld van de markt. Het Fonds heeft het advies van de adviescommissie aan de afwijzing van de aanvraag ten grondslag gelegd. 2.3. Nomade betoogt dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft overwogen dat de werkwijze van het Fonds, waarbij het zich baseert op het advies van de adviescommissie, aan welk advies niet mede een (recent) bezoek aan een voorstelling van Nomade ten grondslag ligt, aanvaardbaar is. Volgens Nomade heeft zij het recht om in het kader van de beoordeling van haar aanvraag te worden gezien door de leden van de adviescommissie en is nergens opgenomen dat aanvragen van structurele aanvragers, zonder dat een voorstelling is bezocht, kunnen worden afgewezen. Verder betoogt Nomade dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft overwogen dat het advies van de adviescommissie niet onbegrijpelijk is en een inzichtelijke motivering bevat, zodat van schending van het zorgvuldigheids- of motiveringsbeginsel geen sprake is. Nomade voert daartoe aan dat onbegrijpelijk is hoe het Fonds, zonder een voorstelling te hebben gezien, een oordeel heeft kunnen geven over de in de afgelopen periode verrichte activiteiten en dat oordeel ten grondslag heeft kunnen leggen aan het oordeel dat de artistieke kwaliteit onvoldoende is. 2.3.1. Blijkens de toelichting bij artikel 5 van de Deelregeling worden aanvragen beoordeeld aan de hand van het door de aanvrager ingediende beleidsplan 2009-2012 en de in de afgelopen periode door de aanvrager verrichte activiteiten. Het oordeel over de kwaliteit wordt gebaseerd op de artistieke kwaliteit van het eerdere werk, de kwalitatieve ontwikkeling van het werk, het beleidsplan en de begroting. Uit de Deelregeling en de toelichting daarop blijkt, anders dan Nomade betoogt, niet dat een aanvraag niet kan worden afgewezen zonder dat leden van de adviescommissie een voorstelling van een aanvrager hebben bezocht. In de stukken en ter zitting heeft het Fonds uiteengezet dat bij de beoordeling van subsidieaanvragen een onderscheid wordt gemaakt tussen aanvragers die in de voorgaande subsidieperiode (2005-2008) een structurele subsidie hebben ontvangen van de Raad voor Cultuur of de rechtsvoorgangers van het Fonds (bestaande aanvragers) en aanvragers die in die periode geen structurele subsidie hebben ontvangen (nieuwe aanvragers). De eerste groep aanvragers is in het kader van de aan hen in de voorgaande subsidieperiode verleende subsidie intensief gevolgd, in welk verband leden van de adviescommissie systematisch voorstellingen hebben bezocht. Hoewel de adviescommissie er naar streeft ook zoveel mogelijk voorstellingen te bezoeken van nieuwe aanvragers, is dat, gelet op het aantal nieuwe aanvragers en de beschikbare tijd tussen aanvraag en adviesdatum vaak uit praktisch oogpunt niet mogelijk. Het kan bij nieuwe aanvragers derhalve voorkomen dat hun aanvraag moet worden beoordeeld, zonder dat (recentelijk) een voorstelling van de desbetreffende aanvrager is bezocht. In die gevallen baseert de adviescommissie haar oordeel op de aanvraag, het daarbij overgelegde beleidsplan en de kennis en ervaring van de leden van de adviescommissie en, in voorkomende gevallen, dossiers die aanwezig zijn bij de Raad voor Cultuur of rechtsvoorgangers van het Fonds en informatie van derden. Deze werkwijze komt de Afdeling niet onredelijk voor en er bestaat, naar de voorzieningenrechter terecht heeft overwogen, dan ook geen grond voor het oordeel dat aanvragers het recht hebben dat hun voorstelling(en) worden gezien door de leden van de adviescommissie, voordat op hun aanvraag wordt beslist. 2.3.2. Nomade heeft in de voorgaande subsidieperiode geen structurele subsidie ontvangen van de Raad voor Cultuur of de rechtsvoorgangers van het Fonds, zodat zij moet worden beschouwd als een nieuwe aanvrager.