Rechtspraak Raad van State 2006-10-04
ECLI:NL:RVS:2006:AY9414
Bestuursrecht
200600772/1. Datum uitspraak: 4 oktober 2006 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Digital Film Center Europe B.V.", gevestigd te Arnhem, appellante, tegen de uitspraak in zaak no. AWB 04/1718 van de rechtbank Arnhem van 7 december 2005 in het geding tussen: appellante en de Minister van Verkeer en Waterstaat. Bij besluit van 28 november 2003 heeft de Minister van Verkeer en Waterstaat (hierna: de Minister) de bij brief van 25 februari 2003 aan appellante in het kader van het project "Breedband Beeldbibliotheek" verleende subsidie ingetrokken en de reeds verstrekte voorschotten ten bedrage van € 34.153,00 teruggevorderd. Bij besluit van 23 juni 2004 heeft de Minister het daartegen door appellante gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het besluit herroepen en de subsidie vastgesteld op € 58.849,00. Bij uitspraak van 7 december 2005, verzonden op 16 december 2005, heeft de rechtbank Arnhem (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 27 januari 2006, bij de Raad van State ingekomen per fax op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 27 februari 2006. Deze brieven zijn aangehecht. Bij brief van 4 april 2006 heeft de Minister van antwoord gediend. Bij brief van 30 juni 2006 heeft appellante nadere stukken ingediend. Deze zijn aan de andere partij gezonden. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 juli 2006, waar appellante, vertegenwoordigd door drs. F.M. Kolvenbach, directeur van appellante, bijgestaan door mr. K.A.M. van Kampen, advocaat te Eindhoven, en de Minister, vertegenwoordigd door mr. G. Baarsma en O. Vinck, beiden werkzaam bij Senter Novem, zijn verschenen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, Voorzitter, en mr. C.H.M. van Altena en mr. W.D.M. van Diepenbeek, Leden, in tegenwoordigheid van mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar, ambtenaar van Staat. w.g. Lubberdink w.g. Wilbers-Taselaar Voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 4 oktober 2006 71-496. 2.1. Ingevolge artikel 24 van de Regeling subsidies diensten Kenniswijk 2003 (Stcrt. 2003, nr. 57), zoals van kracht ten tijde van het nemen van de beslissing op bezwaar van 23 juni 2004, wordt de Regeling subsidies diensten Kenniswijk (Stcrt. 2002, nr. 54) (hierna: de regeling) ingetrokken, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft met betrekking tot subsidies die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling zijn aangevraagd. 2.1.1. Ingevolge artikel 1, aanhef en onder a, van de regeling wordt onder demonstratie- en pilotproject verstaan een samenhangend geheel van activiteiten, die een technisch en economisch risico inhouden, bestaande uit het treffen van technische of beheersmatige voorzieningen met behulp van: 1. voor Nederland nieuwe producten, apparaten, systemen of technieken of 2. een voor Nederland nieuwe toepassing van producten, apparaten, systemen of technieken, alsmede de daarmee samenhangende activiteiten bestemd voor het demonstreren van voorzieningen en de daarmee samenhangende resultaten. Deze demonstratieactiviteiten kunnen vooruitlopend op een definitief exploitatiemodel reeds een commercieel operationeel karakter hebben. Ingevolge artikel 1, aanhef en onder n, van de regeling wordt onder een project met betrekking tot interactieve breedbanddiensten onder meer verstaan een demonstratie- of pilotproject, gericht op de ontwikkeling van nieuwe breedbanddiensten of applicaties door bedrijven, instellingen of gebruikers waarbij gebruik gemaakt moet worden van ten minste 10 Mb/s symmetrisch. Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de regeling kan de Minister op aanvraag subsidie verstrekken aan een in artikel 6, onderdeel a, genoemde aanvrager voor een project als bedoeld in artikel 1, onderdelen n of p, dat tot doel heeft bij te dragen aan het creëren van een consumentenmarkt van de toekomst in Kenniswijk waarbij de interactieve elektronische dienstverlening centraal staat en waarvoor gebruik gemaakt moet worden van hoogwaardige elektronische infrastructuur. Ingevolge artikel 15, eerste lid, van de regeling, kan de subsidieverlening onverminderd het bepaalde in artikel 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) worden ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger worden gewijzigd, indien is gebleken dat niet is voldaan aan de bij of krachtens deze regeling gestelde voorschriften. Ingevolge het tweede lid kan de Minister daarbij bepalen dat reeds betaalde voorschotten geheel of gedeeltelijk worden terugbetaald. Ingevolge artikel 18, eerste lid, van de regeling voert de subsidieontvanger het project uit overeenkomstig het projectplan voor zover de subsidieverlening hierop betrekking heeft. De Minister kan op verzoek van de subsidieontvanger toestemming verlenen om, uitsluitend voor zover de doelstellingen van het betreffende project niet in gevaar komen, van deze verplichting af te wijken. 2.1.2. Ingevolge artikel 4:46, tweede lid en onder a, van de Awb kan de subsidie lager worden vastgesteld indien de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden. Ingevolge artikel 4:46, tweede lid en onder b, van de Awb kan de subsidie lager worden vastgesteld indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. 2.1.3. Blijkens de toelichting op de regeling is het doel van Kenniswijk om in Nederland een consumentenmarkt van de toekomst te creëren met een innovatief karakter en internationale uitstraling, waarbinnen experimenten worden uitgevoerd met interactieve en elektronische dienstverlening en waar gebruik wordt gemaakt van hoogwaardige informatie- en communicatietechnologie-(ICT)infrastructuren en openbare elektronische communicatiediensten. Met Kenniswijk wordt beoogd om de ontwikkeling en het gebruik van diensten en van breedbandinfrastructuur (10Mb/s symmetrisch) en bijbehorende openbare telecommunicatiediensten te stimuleren waardoor inzicht kan worden verkregen in de effecten van ICT op sociale structuren, ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit. 2.2. Appellante heeft op 14 november 2002 een aanvraag ingediend voor subsidie op grond van de regeling voor het project "Breedband Beeldbibliotheek", een breedbanddienst waarin aan de gebruikers in Kenniswijk gedigitaliseerde filmfragmenten met annotaties worden vertoond. Volgens het bij de aanvraag gevoegde projectplan wordt de Beeldbibliotheek via de openbare bibliotheken in Helmond en Eindhoven gedistribueerd. Bij besluit van 25 februari 2003 heeft de Minister aan appellante voor dit project een subsidie van € 100.000,00 verleend. Daarbij is appellante onder meer gewezen op de verplichtingen met betrekking tot de uitvoering van het project die aan de subsidieverlening zijn verbonden. Bij brief van 28 juli 2003 heeft de Minister appellante medegedeeld dat een nieuw verzoek tot uitbetaling van een voorschot eerst zal worden behandeld nadat: - de Breedband Beeldbibliotheek is geïnstalleerd bij Kenniswijk BV, zodat deze gedemonstreerd kan worden in een breedbandomgeving op basis van een glasvezelinfrastructuur; - Senter is uitgenodigd voor de bijeenkomst met de in de Breedband Beeldbibliotheek geïnteresseerde scholen in Eindhoven welke begin september 2003 zal plaatsvinden; - en de hiervoor genoemde bijeenkomst met de scholen heeft plaatsgevonden en het resultaat van de bijeenkomst voldoende vertrouwen en perspectief biedt op de totstandkoming van de beoogde dienst voor (een deel van) de consumenten in Kenniswijk. Bij besluit van 28 november 2003 heeft de Minister de aan appellante toegekende subsidie vastgesteld op € 0,00 en de reeds verstrekte voorschotten ten bedrage van € 34.153,00 teruggevorderd vanwege gegronde vrees dat het project niet volgens de subsidieverlening zal worden uitgevoerd en dat aan de verplichtingen daarvan niet zal kunnen worden voldaan. Bij de beslissing op bezwaar van 23 juni 2004 heeft de Minister het daartegen door appellante gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 28 november 2003 herroepen en de verleende subsidie lager vastgesteld op € 58.849,00. Daartoe heeft de Minister overwogen dat door appellante onvoldoende perspectief is geboden op de totstandkoming van de beoogde interactieve dienst voor (een deel van) de consumenten in Kenniswijk, maar dat appellante er tot de brief van 28 juli 2003 op mocht vertrouwen dat de reeds uitgevoerde projectwerkzaamheden overeenkomstig het besluit tot subsidieverlening subsidiabel zouden worden gesteld, zodat de projectkosten tot en met 31 juli 2003, zoals deze door appellante zijn gedeclareerd, in aanmerking komen voor subsidie. 2.3. Appellante betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat zij heeft voldaan aan de in artikel 18 van de regeling neergelegde verplichtingen, zodat ook de na 31 juli 2003 door haar gemaakte loonkosten subsidiabel zijn. Daartoe voert zij aan dat de distributie van de Breedband Beeldbibliotheek geen doorgang heeft kunnen vinden omdat de daarvoor vereiste fiberverbindingen niet aanwezig waren. Volgens appellante heeft zij voldaan aan de door de Minister bij brief van 28 juli 2003 gestelde voorwaarden. Aangezien zij in de aanvraag heeft aangegeven dat zij over 10 Mb/s dient te beschikken en de subsidie is verleend, meent appellante dat zij er op mocht vertrouwen dat er in Kenniswijk voldoende fibernet aanwezig zou zijn om haar projectplan uit te voeren. 2.4. Het betoog faalt. Ingevolge artikel 18, eerste lid, van de regeling diende appellante het project overeenkomstig het door haar ingediende projectplan uit te voeren. Volgens het projectplan zou de Breedband Beeldbibliotheek beschikbaar worden gesteld via de openbare bibliotheken in Helmond en Eindhoven.