Rechtspraak Raad van State 1999-07-15
ECLI:NL:RVS:1999:AA4199
Raad van State HO1.98.1533. Datum uitspraak: 15 juli 1999 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: de Vereniging voor Cultuur- en Milieubehoud "De Kring" te Weert appellante tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Roermond van 6 juli 1998 in het geding tussen: appellante en burgemeester en wethouders van Weert. 1. Procesverloop Bij besluit van 4 april 1997 hebben burgemeester en wethouders van Weert, naar aanleiding van een bij brief van 18 februari 1997 gedaan verzoek, geweigerd appellante met betrekking tot ontgrondingswerkzaamheden in de gemeente Weert door Centrale Zandwinning Weert B.V. (hierna: CZW) informatie te verschaffen die is neergelegd in vier rapporten. Bij besluit van 8 juli 1997 hebben burgemeester en wethouders het door appellante daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht. Bij uitspraak van 6 juli 1998, verzonden op dezelfde datum, heeft de arrondissementsrechtbank te Roermond (hierna: de rechtbank) het tegen dit besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 13 augustus 1998, bij de Raad van State ingekomen op 14 augustus 1998, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 15 september 1998. Laatstgenoemde brief is aangehecht. Bij brief van 11 december 1998 hebben burgemeester en wethouders een memorie van antwoord ingediend. Bij brief van 14 december 1998 heeft CZW, die op de voet van artikel 8:26, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de gelegenheid is gesteld als partij aan het geding deel te nemen, een memorie ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 april 1999, waar appellante, vertegenwoordigd door mr H.J.L. Kerkhoffs, milieujurist bij het Bureau voor Rechtshulp en advocaat te Venlo, E. Haanen en G. Verhagen, bestuursleden van appellante, en burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door D.L.H. Wang, ambtenaar bij de gemeente, zijn verschenen. Tevens is namens CZW het woord gevoerd door haar directeur P. Smolenaars. 2. Overwegingen 2.1. Appellante heeft verzocht om kennis te mogen nemen van vier rapporten, inhoudende een geactualiseerde exploitatie-opzet van CZW, een berekening van de contante waarde/cash flow door Moret, Ernst & Young, een quick-scan door Witteveen en Bos en een rapportage van Moret, Ernst & Young. Deze rapporten zijn opgesteld in het kader van onderhandelingen tussen de gemeente Weert en CZW met betrekking tot ontgrondingswerkzaamheden in het kader van het Natuur- en Recreatieplan De IJzeren Man. Op het verzoek om informatie is de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) van toepassing. 2.1.1. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de WOB kan een ieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf. Ingevolge het derde lid van dit artikel wordt een verzoek om informatie ingewilligd met inachtneming van, voorzover thans van belang, het bepaalde in artikel 10. Ingevolge artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, van de WOB blijft het verstrekken van informatie ingevolge deze wet achterwege voorzover dit bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld. 2.2. Burgemeester en wethouders hebben hun weigering de gevraagde informatie te verstrekken, zoals gehandhaafd bij hun besluit van 8 juli 1997, gebaseerd op artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, voornoemd. Naar hun mening bevat de geactualiseerde exploitatie-opzet financiële bedrijfsgegevens en fabricagegegevens, die vertrouwelijk aan de overheid zijn medegedeeld. Van deze gegevens wordt ook in de overige rapporten gebruik gemaakt, zodat hierin evenmin inzage kan worden verstrekt, aldus burgemeester en wethouders. Appellante heeft betwist dat het om dergelijke gegevens gaat. 2.3. D