Rechtspraak Raad van State 1999-03-18
ECLI:NL:RVS:1999:AA3636
Raad van State E04.98.0192/Q01. Datum uitspraak: 18 maart l999 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: de Stichting Interconfessioneel (rk/pc) Agrarisch Opleidings Centrum West-Brabant te Breda, appellante en de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserijverweerder. 1. Procesverloop Bij besluit van 29 januari 1998 heeft verweerder het bestuur van het agrarisch opleidingscentrum (AOC) Helicon te Boxtel meegedeeld dat in het Centraal register beroepsopleidingen (het CREBO) voor het studiejaar 1998-1999 een aantal door hem aangemelde opleidingen is geregistreerd. Tegen dit besluit heeft appellante bezwaar gemaakt bij verweerder. Bij besluit van 28 oktober 1998 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht. Tegen dit besluit heeft appellante bij brief van 4 december 1998, bij de Raad van State ingekomen op 7 december 1998, beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 13 januari 1999. Deze brieven zijn aangehecht. Bij brief van 27 januari 1999 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 maart 1999, waar appellante, vertegenwoordigd door mr. A. Meeuwesen, werkzaam bij deVereniging Besturenorganisaties Katholiek Onderwijs te Den Haag, en ir. H.W. van Pol, voorzitter van het College van Bestuur, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. J.C.M. Oudshoorn en drs. J.M. van Wissen, beiden ambtenaar ten departemente, zijn verschenen. 2. Overwegingen 2.1.1. Ingevolge artikel 6.4.2, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs (hierna te noemen: de WEB) meldt het bevoegd gezag elke beroepsopleiding met de verzorging waarvan de instellingvoornemens is een aanvang te maken, voor registratie in het Centraal register aan. Ingevolge artikel 6.4.2, derde lid, van de WEB registreert de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij de opleidingovereenkomstig de door het bevoegd gezag overgelegde gegevens in het Centraal register. Onverminderd de artikelen 6.1.3, 6.1.4 en 6.1.6 weigert de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij ingevolge artikel 6.4.2, vierde lid, van de WEB registratie in het Centraal registeruitsluitend in de in dit artikellid genoemde gevallen. 2.1.2. Ingevolge artikel 6.1.3, eerste lid, van de WEB, voorzover hier van belang, kan de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij ten aanzien van een beroepsopleiding die de instelling voornemens is te verzorgen, de rechten, genoemd in artikel 1.3.1, onthouden indien de verzorging van die opleiding kennelijk niet doelmatig kan worden geacht, gelet op het geheel en de spreiding van het aanbod van beroepsonderwijs. Ingevolge artikel 6.1.3, tweede lid, aanhef en onder c, van de WEB houdt een beschikking op grond van het eerste lid in dat ten aanzien van het desbetreffende onderwijs de registratie in het Centraal register wordt geweigerd. 2.1.3. Ingevolge artikel 10.1 van de WEB, voorzover hier van belang, kan een belanghebbende tegen een besluit op grond van artikel 6.1.3,eerste lid, van de WEB beroep instellen bij de Afdeling. 2.2. Het besluit van 29 januari 1998, welk besluit bij de bestreden beslissing op bezwaar is gehandhaafd, strekt tot registratie van enkele door het bevoegd gezag van het AOC Helicon te Boxtel aangemelde opleidingen in Vught. Appellante, bevoegd gezag van het AOC West-Brabant te Breda, kan zich hiermee niet verenigen aangezien de bedoelde opleidingen ook aan het AOC West-Brabant worden verzorgd en zij de komst van nieuwe opleidingen te Vught ondoelmatig acht. 2.3. Het in geding zijnde besluit is gebaseerd op artikel 6.4.2 van de WEB. Nu artikel 10.1 van de WEB geen beroep bij de Afdeling in eerste en enige aanleg openstelt tegen besluiten gebaseerd op artikel6.4.2 van de WEB, concludeert de Afdeling dat zij niet bevoegd is van het beroep kennis te nemen. Het beroepschrift zal dan ook met toepassing van artikel 6:15, eerste lid, van de Algemene wetbestuursrecht worden doorgezonden aan de arrondissementsrechtbank te Br