Rechtspraak Raad van State 1999-07-01
ECLI:NL:RVS:1999:AA3624
Raad van State H01.98.1170. Datum uitspraak: 1 juli 1999 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: het bestuur van de stichting Vervangingsfonds en Bedrijfsgezondheidszorg voor het Onderwijs, statutair gevestigd te Rotterdam appellant tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Utrecht van 21 april 1998 in het geding tussen: burgemeester en wethouders van Woerden en appellant. Procesverloop Bij besluit van 2 mei 1996 heeft appellant van burgemeester en wethouders van Woerden teruggevorderd een bedrag van f 16.516,27 in verband met ten onrechte door burgemeester en wethouders gedeclareerde en vervolgens aan hen uitbetaalde vervangingskosten voor onderwijspersoneel. Tegen dit besluit hebben burgemeester en wethouders bezwaar gemaakt. Bij besluit van 17 oktober 1996, verzonden op die datum, heeft appellant het bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht. Bij uitspraak van 21 april 1998, verzonden op die datum, heeft de arrondissementsrechtbank te Utrecht (hierna: de rechtbank) het tegen dit besluit ingestelde beroep gegrond verklaard en de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 29 mei 1998, bij de Raad van State ingekomen op 2 juni 1998, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 30 juni 1998. Deze brieven zijn aangehecht. Bij brief van 4 september 1998 hebben burgemeester en wethouders een memorie van antwoord ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 april 1999, waar appellant, vertegenwoordigd door mr. G.F.M. Gigase, werkzaam bij de stichting Vervangingsfonds en Bedrijfsgezondheidszorg, en burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door mr. T.J.W.M. Stals, werkzaam bij de Vereniging "Verenigde Bijzondere Scholen voor onderwijs op algemene grondslag" te Den Haag, zijn verschenen. 2. Overwegingen 2.1. In geschil is de terugvordering van een bedrag van f 16.516,27, dat appellant aan burgemeester en wethouders van Woerden heeft uitbetaald. De betaling van dit bedrag is geschied op declaraties die burgemeester en wethouders, in hun hoedanigheid van bevoegd gezag van de basisschool "'t Ravelijn", bij meergenoemde stichting, verder te noemen: de Stichting, hebben ingediend ter zake van bekostiging van vervanging van afwezig onderwijspersoneel in het schooljaar 1992/1993. Vast staat dat de weigering van appellant dit bedrag te bekostigen, rechtmatig is. Die weigering is voor het bedrag van f 5.528,09 gebaseerd op het ontbreken van een verantwoording van de betrokken declaraties, en voor het bedrag van f 10.988,18 op het ten onrechte declareren van vervangingskosten. 2.2. Ingevolge artikel 114a, eerste lid, van de Wet op het basisonderwijs, voor zover hier van belang, is het bevoegd gezag van een school aangesloten bij een door Onze minister aan te wijzen rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die zich ten doel stelt waarborgen te bieden voor de kosten voor vervanging bij afwezigheid van personeel. Ingevolge het vierde lid van dit artikel kan de rechtspersoon regels vaststellen ter uitvoering van het eerste lid. De Stichting is de in het eerste lid bedoelde rechtspersoon. Appellant heeft voor het schooljaar 1992/1993 krachtens het vierde lid het Reglement Vervangingsfonds voor het schoo1jaar 1992-1993, hierna: het Reglement, in werking getreden op 1 augustus 1992, vastgesteld. De Afdeling ziet geen grond om het door appellant ter zitting ingenomen standpunt dat het Reglement is aan te merken als een algemeen verbindend voorschrift onjuist te achten. 2.3. Ingevolge artikel 15 van het Reglement, voor zover hier van belang, kan, in gevallen waarin door het niet of niet tijdig voldoen aan de verplichtingen door het bevoegd gezag dan wel door een onjuiste toepassing van de bepalingen uit dit reglement ten onrechte bekostiging van vervanging ten laste van het Vervangingsfonds heeft plaatsgevonden, het bestuur bepalen, dat het ten onrechte betaalde bedrag word