Rechtspraak 1999-05-20
ECLI:NL:RBZWO:1999:AA3615
ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ZWOLLE DE PRESIDENT reg. nr. : Awb 99/3468 uitspraak : 20 mei 1999 U I T S P R A A K van de president van de rechtbank betreffende het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geschil tussen: 1. Bewoners Vereniging Muiden-Muiderberg, gevestigd te Muiderberg, gemachtigde: dhr. R.J.L.B. Königel 2. A en 13 andere private personen, allen wonende te B, gemachtigden: de heren M.C.P. Braat en C.H. van der Tak, verzoekers, en de burgemeester van Almere, gemachtigden: mw. M.K.F. Kievit, mw. L.Y. Niekoop en dhr. D.J. Rietkerk, ambtenaren van de gemeente Almere en dhr. J.W. Niggebrugge (Akoestisch adviesbureau Kupers en Niggenbrugge te Utrecht), verweerder en LOC 7000 B.V., belanghebbende/ ontheffinghouder, gemachtigden: H. Kuipers en W. Westerman (Mojo Concerts B.V.). 1. Besluiten waarop het verzoek betrekking heeft De burgemeester en het college van college van burgemeester en wethouders van Almere hebben besloten medewerking te verlenen aan het houden van dansfestival 'The New Frontier" van zaterdag 19 juni 1999 vanaf 16.00 uur tot zondag 20 juni 1999 uiterlijk 07.00 uur op het Zilverstrand te Almere. Daartoe zijn de volgende besluiten genomen: 1. Het besluit van 1 april 1999 van de burgemeester waarbij hij op grond van artikel B17 van de Algemene Plaatselijke Verordening 1996 (APV) vergunning heeft verleend voor het houden van voornoemd dansfestival van zaterdag 19 juni 1999 vanaf 16.00 uur tot zondag 20 juni 1999 uiterlijk 07.00 uur. 2. Het besluit van 1 april 1999 de burgemeester waarbij hij op grond van artikel D3, tweede lid, van de APV ontheffing heeft verleend voor het ten gehore brengen van levende muziek tijdens voornoemd dansfestival. 3. Het besluit van 1 april 1999 van het college van burgemeester en wethouders waarbij zij vergunning hebben verleend op grond van artikel 2.1.1. van de Brandbeveilingingsverordening voor het in gebruik hebben en/of houden van een inrichting waarin meer dan vijfentwintig personen tegelijk aanwezig zullen zijn tijdens voornoemd festival. 4. Het besluit van 1 april 1999 van de burgemeester waarbij hij ontheffing heeft verleend op grond van artikel 4, derde lid, van de Zondagswet, ten behoeve van het houden van een openbare vermakelijkheid, daartoe gelegenheid te geven of daaraan deel te nemen. 2. Het verloop van de procedure Op 2 februari 1999 heeft belanghebbende aan verweerder vergunning gevraagd voor het houden van het dansfestival 'the New Frontier" op een gedeelte van het Zilverstrand te Almere van zaterdag 19 juni 1999 vanaf 16.00 uur tot zondag 20 juni 1999 uiterlijk 07.00 uur. Op 11 februari 1999 heeft verweerder belanghebbende verzocht bovenvermelde vergunningaanvraag aan te vullen met maatregelen die genomen zullen worden om de (geluids)overlast zoveel mogelijk te beperken. Op 3 maart 1999 heeft belanghebbende verweerder bericht welke maatregelen zullen worden getroffen teneinde de geluidsoverlast zoveel mogelijk te beperken. Op 1 april 1999 heeft verweerder de bestreden beschikkingen verleend. Op 8 april 1999 zijn de bestreden beschikkingen gepubliceerd in de plaatselijke bladen van de gemeente Almere en de gemeente Naarden. Op 26 april 1999 hebben verzoekers bezwaar ingediend tegen deze beschikkingen. Voorts hebben verzoekers zich op dezelfde datum tot de president van de rechtbank gewend met een verzoek om een voorlopige voorziening te treffen als bedoeld in artikel 8:81 Awb. Het verzoek strekt tot schorsing van het besluit van de burgemeester op grond van artikel D3, tweede lid van de APV 1996, waarbij ontheffing is verleend voor het ter gehore doen brengen van muziek tijdens het dansfestival. Op 4 mei 1999 heeft verweerder de stukken ingediend. Op 7 mei 1999 is een verweerschrift ingediend. Openbare behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden ter zitting van 12 mei 1999, waar partijen zijn verschenen. Zij hebben hun standpunten, in persoon en bij monde van genoemde gemachtigden nader toegelicht. Voor ve Als uitgangspunt voor het stellen van deze voorschriften heeft verweerder de Nota 'Evenementen met een luidruchtig karakter' van de Inspectie Milieuhygiëne in Limburg genomen. Deze provincie heeft veel ervaring opgedaan met het jaarlijks terugkerend evenement Pinkpop in de gemeente Landgraaf. De nota geeft een handreiking met betrekking tot mogelijke geluidsniveau's om de ergste overlast te beperken. Verweerders hebben bovendien niet de door de nota ingegeven maximale geluidsniveau's gehanteerd. Zij hebben rekening gehouden met de klachten van omwonenden van vorig jaar doordat de door hun toegestane geluidsniveau's liggen onder de door de nota aangegeven geluidsniveau's. Het gemeten geluidniveau in Muiderberg tijdens het evenement van vorig jaar is een van de aanknopingspunten geweest voor de gestelde normen. Bovendien is dit jaar, in tegenstelling tot voorgaande jaren, onderscheid gemaakt tussen het maximale geluidniveau overdag en gedurende de avond en het maximaal toegestane geluidniveau in de nachtelijke uren. In de ontheffing zijn waarneem- c.q. controlepunten opgenomen met betrekking tot maximale toegestane geluidniveau in de buurgemeenten. Tijdens het evenement zullen medewerkers van de gemeentelijke afdeling Milieu op deze waarneempunten metingen uitvoeren. Overigens is het bij dergelijke evenementen niet gebruikelijk om trillingsnormen op te nemen. Aan de bestreden beschikking zijn voorts middelvoorschriften verbonden om de geluidoverlast zoveel mogelijk te voorkomen. Bovendien zullen gedurende het evenement voldoende poltiefunctionarissen aanwezig zijn om zorg te dragen voor een goed verloop van het evenement binnen de normen die zijn gesteld in de vergunning. Verweerder is van mening dat met voornoemde maatregelen en voorschriften voldoende rekening is gehouden met de belangen van verzoekers. Ten aanzien van de duur van het evenement merkt verweerder nog op dat deze weliswaar langer is dan vorig jaar maar dat het tijdstip vervroegd is. Voorts zijn de geluidbelastende acts zoveel mogelijk voor 01.00 uur ingepland. Volgens verweerder zijn voor het festival geen geschikte alternatieve locaties voorhanden. De keuze voor het Zilverstrand als locatie voor het festival is met name voortgekomen uit het feit dat het Muiderstrand dit jaar - in verband met een daar te houden ander evenement - niet beschikbaar is. Voorts meent verweerder dat de aanwezigheid van de snelweg A6 en de spoorverbinding tussen de Randstad en Flevoland een gunstig effect zullen hebben op de geluidsoverlast. Tevens is de goede bereikbaarheid van deze locatie een belangrijk voordeel. De door verzoekers voorgestelde alternatieve locaties hebben voornoemde voordelen niet. Ten aanzien van de door verzoekers naar voren gebrachte bezwaren met betrekking tot het dreigende gevaar van gehoorschade voor bezoekers is verweerder van mening dat verzoekers niet-ontvankelijk zijn, aangezien geen sprake is van een rechtstreeks en persoonlijk belang. Volgens verweerder zal de geluidsbelasting, gelet op de verklaringen van de GGD en een arts, voor bezoekers geen gehoorschade opleveren. Bij het verlenen van de vergunningen c.q. ontheffing ten behoeve van het festival heeft verweerder een weloverwogen afweging gemaakt tussen de belangen van de omgeving en de belangen van de organisatie en het publiek. Verweerder heeft bij het maken van deze afweging de belangen laten prevaleren van de ongeveer 15.000 jongeren die het festival zullen bezoeken en waarvoor in de regio weinig uitgaansvoorzieningen zijn. Belanghebbende heeft naar voren gebracht dat het festival nu voor de derde keer georganiseerd wordt. Het eerste jaar was een succes, er kwamen geen klachten binnen. De organisatie is dan ook geschrokken van de naar aanleiding van het vorig jaar gehouden festival ingekomen klachten. Derhalve is gekozen om het evenement dit jaar op een andere locatie te laten plaatsvinden. Men hoopt dat de aanwezigheid van de spoorlijn en de snelweg de geluidsoverlast zal verminderen zodat evenee De evaluatie van het evenement in 1998 heeft geleid tot de conclusie dat bij een herhaling van het overigens geslaagde feest vroegtijdig aandacht diende te worden besteed aan de beheersbaarheid van het geluid. Voor 1999 is het dansfeest gepland op het Zilverstrand, dat nog iets dichter bij Muiderberg is gelegen (op 1,3 km afstand) maar daarvan akoustisch enigzins wordt afgeschermd door de spoordijk met brug. Voor de normstelling heeft verweerder bij de ontheffingverlening aansluiting gezocht bij de Nota "Evenementen met een luidruchtig karakter" van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (Inspectie Milieuhygiëne Limburg) van augustus 1996, verder te noemen de Nota. Door de deskundige is deze Nota aangemerkt als een bruikbare handreiking voor het bevoegd gezag bij vergunning- en ontheffingverlening. Uitgangspunt van deze Nota is dat ten gevolge van een evenement binnenshuis het geluidsniveau niet dusdanig mag toenemen dat de spraakverstaanbaarheid in het gedrang komt, met andere woorden dat men luid moet gaan spreken om elkaar nog te kunnen verstaan. Dit uitgangspunt leidt tot een normstelling voor het binnenniveau van 50 dB(A) en daarvan afgeleid, uitgaande van een gevelisolatie van 20 à 25 dB(A), tot een maximale geluidsbelasting buiten van 70 à 75 dB(A). Voor de nachtperiode is volgens de Nota normstelling gerelateerd aan de spraakverstaanbaarheid onvoldoende, aangezien daarbij een normale nachtrust niet mogelijk is. Uitgaande van een gewenst binnenniveau van 25 dB(A) en een gevelisolatie van 20 à 25 dB(A) mag in de nachtperiode de geluidsbelasting op de gevel van een woning niet meer bedragen dan 45 à 50 dB(A). De nachtperiode kan volgens de Nota 1 à 2 uur later ingaan dan normaal (23.00 uur) indien de volgende dag een vrije dag is. Verweerder heeft als geluidsimmissienorm voor de woningen in (onder andere) Muiderberg gesteld: 65 dB(A) in de dag- en avondperiode en 60 dB(A) in de nachtperiode, die om 01.00 uur ingaat. Bij die normstelling is tevens bepaald dat de straffactor voor muziekgeluid niet wordt toegepast. De strekking van die straffactor is tot uitdrukking te brengen dat muziekgeluid als extra hinderlijk wordt ervaren in verband met de herkenbaarheid van het geluid, evenals het geval is met tonaal of pulserend geluid. Volgens de algemeen aanvaarde en toegepaste regels voor het meten en beoordelen van geluid (Handleiding Meten en rekenen Industrielawaai IL-HR-13- 01), die ook bij deze ontheffing zijn toegepast, dient daartoe bij het gemeten muziekgeluidsniveau 10 dB(A) te worden opgeteld. Van dat niveau dient vervolgens te worden beoordeeld of het de gestelde norm al dan niet overschrijdt. De deskundige heeft verklaard dat er geen enkele reden is om in dit geval van die regels af te wijken en toepassing van die straffactor achterwege te laten. Verweerder heeft daarvoor ook geen argumenten aangedra- gen. Dat betekent dat voor de beoordeling of aan de gestelde norm wordt voldaan bij de te meten waarden 10 dB(A) moet worden opgeteld. Derhalve mag, wil de norm niet worden overschreden, afhankelijk van de dag- dan wel de nachtperiode, niet meer dan 55 respectievelijk 50 dB(A) aan muziekgeluid in Muiderberg waarneembaar zijn. De gestelde norm van 65/60 dB(A) is zodanig gekozen dat, rekening houdend met de reductie door de afstand, in de tenten op het feestterrein nog een geluidsniveau mogelijk is dat als minimum voor de deelnemers nog juist aanvaardbaar is (in de nachtperiode afhankelijk van het weer: 98 dan wel 93 dB(A)). Een lager niveau zal, aldus de mededeling ter zitting zijdens de vergunninghouder, tot ordeproblemen met de bezoekers leiden, want die verlangen een minimum geluidsniveau van circa 95 dB(A). Dit op het feestterrein minimaal aan te houden expositieniveau zal volgens de berekeningen van verweerder in Muiderberg leiden tot een immissieniveau van 65/60 dB(A), welke belasting door toepassing van de straffactor voor de beoordeling moet worden gelijkgesteld met 75/70 dB(A).