Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-12
ECLI:NL:RBZWB:2026:921
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,973 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:921 text/xml public 2026-02-27T10:37:51 2026-02-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-12 AWB 25_3219 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Mondelinge uitspraak Proces-verbaal NL Breda Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:921 text/html public 2026-02-27T10:34:59 2026-02-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:921 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 12-02-2026 / AWB 25_3219 Deze uitspraak gaat over de omgevingsvergunningen voor (1) de bouw van drie vrijstaande woningen en het aanleggen van drie in- en uitritten op het [adres 1, 2 en 3] in [plaats] en (2) de bouw van 25 woningen op [adressen] in [plaats]. Eisers zijn het niet eens met de verlening van deze omgevingsvergunningen. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Onder meer aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de verlening van de omgevingsvergunningen. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/3219 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 februari 2026 in de zaak tussen 1. [eiser 1] , 2. [eiser 2] B.V., 3. [eiser 3] B.V., 4. [eiser 4] B.V., 5. [eiser 5] B.V. 6. [eiser 6] B.V., 7. [eiser 7] B.V., 8. [eiser 8] B.V. en 9. [eiser 9] B.V., uit [plaats 1] (sub 1) en [plaats 2] (sub 2 t/m 9), tezamen: eisers, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Loon op Zand , verweerder (gemachtigde: [gemachtigde 2]). Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [vergunninghouder] B.V. uit [plaats 3] (vergunninghouder) (gemachtigde: [gemachtigde 1] ). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de omgevingsvergunningen voor (1) de bouw van drie vrijstaande woningen en het aanleggen van drie in- en uitritten op het adres [adres 1] , [adres 2] en [adres 3] in [plaats 2] en (2) de bouw van 25 woningen op het adres [adres 4] t/m [huisnummer 1] (oneven) en [huisnummer 2] t/m [huisnummer 3] (even) in [plaats 2] . Eisers zijn het niet eens met de verlening van deze omgevingsvergunningen. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Onder meer aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de verlening van de omgevingsvergunningen. 2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep van eiseres sub 7, [eiser 7] B.V., niet-ontvankelijk is. Het beroep van de overige eisers is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 3. Bij besluiten van 6 februari 2025 heeft verweerder aan vergunninghouder genoemde omgevingsvergunningen met toepassing van de Omgevingswet, het Besluit kwaliteit leefomgeving en de Algemene Plaatselijke Verordening van Loon op Zand verleend. Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen deze besluiten met uitzondering van [eiser 7] B.V., eiseres sub 7. Met het bestreden besluit van 14 mei 2025 heeft verweerder de bezwaren als kennelijk ongegrond afgewezen en de omgevingsvergunningen in stand gelaten. 4. Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Vergunninghouder heeft op het beroep gereageerd. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. 5. De rechtbank heeft het beroep van eisers tegen het bestreden besluit van verweerder van 14 mei 2025 op 12 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiser 1] , ook namens de overige eisers, zijn partner [persoon 1] , mr. drs. J.K. van Polanen, namens verweerder, [persoon 2] , projectleider bij vergunninghouder en de gemachtigde van vergunninghouder. 6. Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de rechtbank Ontvankelijkheid 7. [eiser 7] B.V. heeft geen bezwaar gemaakt. Het beroep, voor zover namens haar ingesteld, is niet-ontvankelijk. Overige eisers zijn ontvankelijk. Het aanvullend beroepschrift is ondertekend door [persoon 3] en [eiser 1] . De rechtbank neemt op basis van de toelichting van [eiser 1] ter zitting aan dat hij en [persoon 3] gerechtigd waren om namens eisers beroep in te stellen. Die toelichting hield namelijk in dat beiden direct en soms indirect enig bestuurders zijn van eisers. 8. De rechtbank merkt de resterende eisers als belanghebbende aan, reeds omdat het perceel [adres 5] naburig is aan het projectgebied. [adres 5] is eigendom van [eiser 1] en de bedrijven van eisers zijn daar gevestigd. De verkeersgevolgen kunnen verder van enige betekenis zijn en de rechtbank acht voldoende aannemelijk dat er vanaf [adres 5] zicht is op het gebied waar de drie woningen met in- en uitritten worden gerealiseerd, maar ook dat er enig zicht is op delen van het gebied op ca. 88 meter, waar de 25 woningen worden gerealiseerd. Beoordeling van de beroepsgronden 9. De beroepsgronden slagen niet. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de bezwaarschriftencommissie niet onafhankelijk is, dat eisers ten onrechte niet zijn gehoord in bezwaar en ook niet dat in de bezwaarprocedure de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en het beginsel van hoor en wederhoor zijn geschonden. De bezwaarschriftencommissie beschikte over de primaire besluiten en het bezwaar en eisers hebben ondanks een contactverbod van [eiser 1] met de gemeente wel toegang gehad tot de bezwaarschriftencommissie. 10. Eisers hebben verder aangevoerd dat de woningbouw niet in overeenstemming is met de bestemming. Deze stellingen zijn niet nader geconcretiseerd en ook niet juist. Niet concreet is gemaakt waarom de verkeersveiligheid in het geding is als gevolg van de omgevingsvergunningen. Eisers kunnen daarnaast niet opkomen voor de belangen van de toekomstige bewoners. 11. Eisers voeren aan te worden belemmerd in hun bedrijfsvoering. Zij vrezen meer klachten en handhavingsdruk van de toekomstige bewoners. De gevolgen van de woningbouw zijn niet goed onderzocht, ten onrechte is de milieucategorie van eisers aangepast en eisers zijn niet op de hoogte gesteld van de bestemmingsplanprocedure. Deze bezwaren horen allemaal thuis in de bestemmingsplanprocedure en zijn daarin – zoals ook door de bezwaarschriftencommissie is overwogen en onbetwist is gesteld door verweerder en vergunninghouder – ook afgedaan. Conclusie en gevolgen 12. Het beroep namens [eiser 7] B.V.is ongegrond. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten. 13. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep: voor zover ingesteld door [eiser 7] B.V. niet-ontvankelijk en voor zover ingesteld door de overige eisers ongegrond. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 februari 2026 door mr. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. Van Hooijdonk, griffier. griffier rechter De griffier is verhinderd dit proces-verbaal mede te ondertekenen. Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Uitspraken van (de voorzieningenrechter van) de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 juni 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:2455) en 23 oktober 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:4258) en de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 27 maart 2025 (ECLI:NL:RBZWB:2025:2045).