Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-10
ECLI:NL:RBZWB:2026:832
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda Parketnummers: 02-155746-23 Vonnis van de meervoudige kamer van 10 februari 2026 [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996, ingeschreven in de basisregistratie personen op het postbusadres [adres] , raadsman mr. O. Bolluijt, advocaat te Almere. 1 Onderzoek op de terechtzitting De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 3, 5, 6, 10, 12 en 13 november 2025, waarbij de officier van justitie mr. C. de Pagter en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Op dezelfde zittingsdagen zijn inhoudelijk behandeld de zaken tegen de medeverdachten [medeverdachte 1] (02/165966-23 en 02/016557-24), [medeverdachte 2] (02/187364-23), [medeverdachte 3] (02/187965-23), [medeverdachte 4] (02/111677-23), [medeverdachte 5] (02/111537-23) en [medeverdachte 6] (02/071660-25 en 16/238608-24). 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is op 10 november 2025 gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) enals bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte (samen met een of meer anderen): feit 1: in de periode van 24 december 2021 tot en met 6 juli 2023 personen heeft opgelicht door middel van bankhelpdeskfraude; feit 2: in de periode van 24 december 2021 tot en met 1 augustus 2023 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie; feit 3: op 17 juli 2023 lijsten met persoons- en adresgegevens, telefoonnummers, bankrekeningnummers en e-mailadressen (‘leads’) voorhanden heeft gehad, bestemd voor het plegen van die bankhelpdeskfraude. 3 De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1. Medeplegen oplichting feit 1 4.1.1. De bewijsmiddelen De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht. 4.2. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. 4.3. Het standpunt van de verdediging De verdediging bepleit de pleegperiode waarbinnen de oplichtingen hebben plaatsgevonden te beperken tot de periode van maart 2022 tot en met 6 juli 2023, nu verdachte heeft verklaard pas na corona hiermee te zijn gestart. 4.4. Het oordeel van de rechtbank Algemeen De zaak gaat over een omvangrijke bankhelpdeskfraude. Over een periode van een groot aantal maanden zijn honderden meldingen bij banken binnen gekomen van klanten vanuit het hele land die slachtoffer waren geworden van deze specifieke vorm van oplichting. Naast Rabobank, ABN AMRO en ING hebben ook meerdere klanten aangifte gedaan. De politie is strafrechtelijk onderzoek “Lawrencium” gestart om deze fraudegevallen te onderzoeken. De onderzoeksresultaten leidden ertoe dat er uiteindelijk 306 aangiftes met elkaar in verband zijn gebracht, waarbij een dadergroep in beeld is gekomen. [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [verdachte] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] zijn hierbij als verdachten aangemerkt. 4.4.1. Modus operandi Uit het dossier Lawrencium blijkt dat in een groot aantal gevallen van de tenlastegelegde bankhelpdeskfraudes sprake is van eenzelfde modus operandi. Deze modus operandi was de volgende. De aangevers waren steeds ouderen, met name vrouwen, variërend in de leeftijd van 60 tot en met 90 jaar. Zij werden gebeld met een gespooft of anoniem telefoonnummer. Degene die belde, deed zich voor als medewerker van de fraudeafdeling van de bank en stelde zich voor onder een alias ( [alias 1] , [alias 2] , [alias 3] , [alias 4] ). Tijdens het gesprek werd de aangevers voorgehouden dat er een verdachte transactie op hun rekening had plaatsgevonden of dat was geprobeerd geld van hun rekening af te halen en dat de bank hen wilde helpen om het geld terug te vorderen danwel veilig te stellen. Daarbij Het e-mailadres [e-mailadres 4] dat aan [bedrijf ] is gekoppeld, is gelinkt aan Marktplaatsadvertenties, waarmee betaallinks zijn gecreëerd. Het telefoonnummer [telefoonnummer 2] dat aan dit e-mailadres is gekoppeld, blijkt te kunnen worden toegeschreven aan [verdachte] . Intussen was elders in het land een cybercrime-onderzoek opgestart genaamd Gamila. In dat onderzoek is [verdachte] als verdachte aangemerkt en zijn bij een doorzoeking in zijn woning 9 mobiele telefoons in beslag genomen, waaronder een iPhone 13. Hierin stonden chatgesprekken met “ [alias 5] ” die gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] . Tussen 14 februari 2022 en 11 mei 2022 worden er meerdere foto’s en screenshots gestuurd door “ [alias 5] ”, waarin bijvoorbeeld op de achtergrond een e-mail van “Rabobank” met daarin een vermoedelijke betaallink zichtbaar is. De e-mail komt qua opbouw overeen met de fraudemails die de aangevers ontvingen van [e-mailadres 1] . Uit gestuurde foto’s door “ [alias 5] ” van zichzelf leidt de politie af dat het telefoonnummer toebehoort aan [medeverdachte 1] . Op 24 maart 2023 is [aangever 2] (zaaknummer 102) opgelicht. Zij werd gebeld door ene mevrouw [alias 3] van de fraude-afdeling van de ING. Deze alias was al in meerdere aangiftes naar voren gekomen, waarbij sprake was van eenzelfde modus operandi als hierboven omschreven. Van dat oplichtingsgesprek is een geluidsopname gemaakt. De politie heeft hierop de stem van “mevrouw [alias 3] ” herkend als de stem van [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] was op dat moment de partner van [medeverdachte 1] . Ook de stem van [medeverdachte 1] wordt hierop herkend, terwijl hij zich voordoet als bankmedewerker onder de naam “ [alias 1] ”. Op 16 september 2022 is aangeefster [aangeefster 2] opgelicht en op 12 april 2023 is aangeefster [aangeefster 3] slachtoffer geworden van oplichting. In beide zaken zijn de aangevers gebeld door iemand die zich voordeed als een bankmedewerker met de naam “ [alias 4] ”. Hierbij is gebruik gemaakt van twee verschillende IMEI nummers, namelijk IMEI nummer [IMEI 1] (iPhone 7) en IMEI nummer [IMEI 2] (iPhone 11). Van beide IMEI nummers werd de telecommunicatie opgenomen om live oplichtingsgesprekken mee te kunnen luisteren en de gebruiker te kunnen lokaliseren. Voornoemde telefoons blijken in gebruik te zijn geweest bij [medeverdachte 3] . Op 25 juli 2023 is met aangeefster [aangeefster 4] (zaaknummer 1) een oplichtingsgesprek gevoerd met genoemde iPhone 11, waarvan een geluidsopname is gemaakt. Zij werd gebeld door “ [alias 4] ”. Verbalisanten herkennen hierop de stem van [medeverdachte 3] in dat geluidsfragment. Uit de bankafschriften van beide rekeningen van [medeverdachte 4] blijkt dat er meermalen overboekingen hebben plaatsgevonden naar Coinbase, buitenlandse rekeningen en naar diverse rekeningen in gebruik bij [medeverdachte 6] . [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zijn op 1 augustus 2023 aangehouden. Daarbij zijn hun woningen doorzocht en zijn telefoons en laptops in beslag genomen en door de politie onderzocht. Sinds hun aanhouding is er geen enkele aangifte meer binnengekomen van bankhelpdeskfraude door medewerkers van banken met de namen [alias 1] , [alias 4] , [alias 2] en [alias 3] . Op een later moment zijn [verdachte] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] aangehouden, waarbij ook gegevensdragers in beslag zijn genomen. Op de in beslag genomen gegevensdragers zijn zaken aangetroffen die direct te relateren zijn aan aangiftes van bankhelpdeskfraude in onderzoek Lawrencium. De bevindingen hiervan alsmede overige onderzoeksbevindingen (gebruikte telefoonnummers, e-mailadres, aliassen) zullen hierna worden besproken en dienen als vertrekpunt bij de beoordeling van het bewijs. 4.4.2. Gebruikte telefoonnummers Het nummer waarmee aangevers werden gebeld, betrof vaak een gespooft telefoonnummer. De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] 1749 [medeverdachte 3] E-mailadres Aangetroffen op/in - [e-mailadres 13] - [e-mailadres 14] - [e-mailadres 15] - [e-mailadres 16] - [e-mailadres 17]- [e-mailadres 8]- [e-mailadres 1]- [e-mailadres 18] - [e-mailadres 19] IMEI [IMEI 2] IMEI [IMEI 2] IMEI [IMEI 2] en IMEI [IMEI 1] IMEI [IMEI 2] IMEI [IMEI 1] IMEI [IMEI 1] IMEI [IMEI 1] IMEI [IMEI 1] IMEI [IMEI 1] E-mailadressen waarop was ingelogd Op de telefoons en laptops zijn chatgesprekken, belscripts, leads, notities met daarin namen van aangevers en e-mailadressen waarin de namen van ABN AMRO, ING en Rabobank zijn verwerkt, in combinatie met de term “fraudeafdeling”, aangetroffen. De rechtbank gaat er vanuit dat de e-mailadressen die op die telefoons zijn aangetroffen en in de diverse aangiftes zijn genoemd bij die oplichtingsgesprekken zijn gebruikt. Uit afbeeldingen op de telefoon van [medeverdachte 1] blijkt dat [medeverdachte 1] in die periode zelf met de e-mailadressen [e-mailadres 6] , [e-mailadres 7] , [e-mailadres 8] en [e-mailadres 20] was ingelogd. Ten aanzien van de e-mailadressen die zijn aangetroffen op de laptop van [medeverdachte 1] en in chatgesprekken tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn genoemd, gaat de rechtbank er vanuit dat die ook door [medeverdachte 2] zijn gebruikt. De rechtbank wordt in die gedachte gesterkt doordat [medeverdachte 2] in een chatgesprek aan [medeverdachte 1] om inloggegevens heeft gevraagd en [medeverdachte 1] in reactie daarop de inloggegevens van de e-mailadressen [e-mailadres 21] , [e-mailadres 7] , [e-mailadres 6] en [e-mailadres 10] met haar heeft gedeeld. E-mailadressen waarvan een afbeelding is aangetroffen op gegevensdragers Van sommige e-mailadressen zijn enkel afbeeldingen aangetroffen en heeft de verdediging het verweer gevoerd dat dit niet direct betekent dat iemand dan ook daadwerkelijk van dat e-mailadres gebruik heeft gemaakt. De rechtbank verwerpt dit verweer. In het licht van het voorgaande en in combinatie met de overige onderzoeksbevindingen kan de rechtbank het voorhanden hebben van een afbeelding van zo’n bankgerelateerd e-mailadres niet anders uitleggen dan dat daar ook daadwerkelijk gebruik van werd gemaakt in het kader van bankhelpdeskfraude door de verdachten. De rechtbank merkt daarbij op dat de betreffende e-mailadressen ook terugkomen in zaken waarin de aangevers hebben gesproken met bankmedewerkers die zich onder de aliassen uitgaven van [alias 1] , [alias 2] en/of mevrouw [alias 3] , aliassen die - zoals hieronder zal blijken - door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] werden gebruikt. Een voorbeeld hiervan vormt het e-mailadres [e-mailadres 7] . Dit e-mailadres komt in negen zaken (zaken 35, 38, 51, 53, 55, 100, 107, 118 en 122) terug in combinatie met de door [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] gebruikte aliassen. Overigens is een plausibele andere verklaring over de reden waarom deze afbeeldingen op de gegevensdragers zijn aangetroffen uitgebleven. Gelijkende e-mailadressen De rechtbank gaat er vanuit dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] ook gebruik hebben gemaakt van het e-mailadres [e-mailadres 11] . Dit e-mailadres vertoont namelijk grote gelijkenissen met het e-mailadres [e-mailadres 7] dat op de telefoon en laptop van [medeverdachte 1] is aangetroffen. Het e-mailadres [e-mailadres 11] komt daarnaast voor in de aangiftes met zaaknummers 39, 40, 64, 65 en 67. De aangevers in die zaken verklaren te hebben gesproken met [alias 1] (of een variant daarop) (zaken 39, 64 en 65), [alias 2] (zaken 40 en 67) en/of mevrouw [alias 3] (zaken 64 en 67), aliassen waarvan de rechtbank hierna zal overwegen dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hiervan gebruik maakten. De rechtbank schrijft ook het e-mailadres [e-mailadres 12] aan [medeverdachte 1] toe. Dit e-mailadres wordt in de aangiftes met zaaknummers 32 en 33 genoemd. De beller stelde zich ook in die zaken voor als [alias 1] (zaak 32) respectievelijk [alias 2] (zaak 33). De aangever in zaak 33 heeft geld overgeboekt naar een r De rechtbank zal daarom enkel tot een bewezenverklaring komen indien er naast het noemen van de alias [alias 2] nog andere bewijsmiddelen in het dossier aanwezig zijn, waaruit betrokkenheid van [medeverdachte 1] bij de betreffende aangifte blijkt. Conclusie: Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 1] gebruik heeft gemaakt van de aliassen [alias 1] en [alias 2] , dat [medeverdachte 2] zich heeft voorgedaan als [alias 3] en dat [medeverdachte 3] de alias [alias 4] heeft gebruikt (dan wel op genoemde aliassen gelijkende namen). Bovendien zijn er na de aanhouding van deze verdachten geen aangiftes van oplichting meer in het politiesysteem voorgekomen waarbij door bellers de aliassen “ [alias 1] ”, “mevrouw [alias 3] ” of “ [alias 4] ” zijn gebruikt en is er geen enkele aanwijzing in het dossier dat een ander deze aliassen gebruikte. 4.4.5. Verschillende rollen De rechtbank stelt vast dat verdachten betrokken zijn geweest bij de ten laste gelegde oplichting en komt nu toe aan de bespreking van de wijze waarop en de mate waarin de verschillende verdachten betrokken zijn geweest bij de bankhelpdeskfraude. Die betrokkenheid blijkt uit het volgende. [medeverdachte 1] Bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] zijn onder andere meerdere iPhones en laptops in beslag genomen. In de kelder was een soort “belcentrum” ingericht, waarin alle voorzieningen waren getroffen voor het plegen van bankhelpdeskfraude. Er stonden twee bureautafels, drie bureaustoelen, een PC met monitor, twee laptops, drie headsets, vier mobiele telefoons en er lagen meerdere simkaarten die nog in de verpakking zaten. Op de telefoons en de laptops van [medeverdachte 1] zijn zaken aangetroffen die direct zijn te relateren aan aangiftes van bankhelpdeskfraude in onderzoek Lawrencium. Hierbij valt te denken aan chatgesprekken met medeverdachten over aangevers, belscripts, leads en notities met persoonsgegevens en e-mailadressen van aangevers en daarbij de namen van ABN AMRO, ING en Rabobank en aanwijzingen dat van een spoof-programma gebruik werd gemaakt. In een ander strafrechtelijk onderzoek Gamila is een iPhone 13 bij [verdachte] in beslag genomen. Hierin stonden chatgesprekken met “ [alias 5] ” die gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] . Tussen 14 februari 2022 en 11 mei 2022 worden er meerdere foto’s en screenshots gestuurd door “ [alias 5] ”. Uit gestuurde foto’s door “ [alias 5] ” van zichzelf blijkt dat het telefoonnummer toebehoort aan [medeverdachte 1] . Uit deze chatgesprekken volgt dat [verdachte] en [medeverdachte 1] met elkaar bespraken welke bestellingen gedaan moesten worden met het weggenomen geld, dat over leads gesproken werd en dat [verdachte] degene was die dingen kon “fiksen”. Uit de opgevraagde gegevens van Thuisbezorgd.nl volgt voorts dat medeverdachten, op dagen waarop oplichtingsgesprekken zijn gevoerd, eten bestelden op het adres van [medeverdachte 1] , alwaar het belcentrum was ingericht. De rechtbank wijst in dit verband bijvoorbeeld op de aangiftes van [aangever 5] en [aangever 6] , waarvan de rechtbank concludeert dat deze oplichtingsgesprekken zijn gevoerd door [medeverdachte 3] , onder de alias [alias 4] . In veel gevallen werd aan de aangevers ook een code verstrekt beginnend met het woord ‘Thylon’. De aangevers werden verzocht om met die code naar het dichtstbijzijnde filiaal van de bank te gaan om het geld veilig te stellen. De code ‘Thylon’ komt vaak voor in combinatie met een door [medeverdachte 1] gebruikte alias. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat [medeverdachte 1] als enige gebruik heeft gemaakt van deze code. Omdat de code ‘Thylon’ zo specifiek en kenmerkend is, gaat de rechtbank er ook vanuit dat [medeverdachte 1] zich als bankmedewerker heeft uitgegeven in die zaken waarin deze code is verstrekt en aangevers hebben gesproken met een mannelijke bankmedewerker, maar geen alias hebben genoemd. De rechtbank concludeert, op basis van het voorgaande in samenhang bezien me Op 16 september 2022 vraagt [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 1] hoe het bij [medeverdachte 3] gaat. [medeverdachte 1] antwoordt daarop met ‘ Die had ook 1. Maar nu heeft die iemand met 2 rekeningen ’. Op 17 november 2022 vraagt [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 1] ‘ [medeverdachte 3] moet ook bellen toch ’, waarop [medeverdachte 1] reageert met ‘ 10K gegooid. [medeverdachte 3] gooit nu 10 ’. Daarnaast blijkt uit de opgevraagde gegevens van Thuisbezorgd.nl dat [medeverdachte 3] , op dagen waarop oplichtingsgesprekken zijn gevoerd, eten bestelde op het adres van [medeverdachte 1] , alwaar het belcentrum was ingericht. De rechtbank wijst in dit verband bijvoorbeeld op de aangiftes van [aangever 5] en [aangever 6] , waarvan de rechtbank concludeert dat deze oplichtingsgesprekken zijn gevoerd door [medeverdachte 3] , onder de alias [alias 4] . Op de iPhone 12 van [medeverdachte 3] zijn data aangetroffen die gerelateerd konden worden aan aangiftes van bankhelpdeskfraude waarin melding werd gemaakt van “ [alias 4] ”. Tevens blijkt uit deze telefoon dat gesprekken zijn gevoerd over leads, is een mapje met nieuwe leads (van Essent en Energiedirect) aangetroffen, is een afbeelding van een e-mail van “Rabobank Hoofdkantoor” aangetroffen en wordt gesproken (met [verdachte] onder de naam “ [bijnaam] ”) over onder andere bestellingen bij MediaMarkt en Amazon. De rechtbank concludeert, op basis van het voorgaande in samenhang bezien met de vaststellingen ten aanzien van de gebruikte e-mailadressen, telefoonnummers en aliassen, dat [medeverdachte 3] - onder de alias [alias 4] - als beller betrokken was bij een groot aantal gevallen van bankhelpdeskfraude, hetgeen nader is uitgewerkt in de bewijsmiddelen. Deze betrokkenheid is groter dan de 17 aangiftes, waarover hij een bekennende verklaring heeft afgelegd en bestrijkt een langere periode. Ook zijn rol bestond niet louter uit het voeren van oplichtingsgesprekken, maar strekte zich ook uit tot het voortraject (onder andere het verkrijgen van leads) en het natraject (bijvoorbeeld het bestellen en/of het laten ophalen van pakketjes bij MediaMarkt en Amazon). Hij heeft daarbij e-mailberichten naar aangevers gestuurd door gebruikmaking van verschillende e-mailadressen van zogenaamde fraudeafdelingen van diverse banken. Hierbij onderhield hij – in periodes - nauw contact met meerdere medeverdachten, waaronder met name [verdachte] en [medeverdachte 1] . [verdachte] heeft ter zitting verklaard dat hij betrokken is geweest bij de hiervoor beschreven bankhelpdeskfraude. Hij was een verbinder, een soort fikser. Hij onderhield met dat doel contact met anderen, stuurde leads door en regelde bankpassen, bankrekeningen, e-mailadressen en afleveradressen. Ook regelde hij mensen voor het aanmaken van accounts bij Marktplaats en voor het ophalen van bestelde pakketjes bij de MediaMarkt. Zo liet hij wel eens pakketjes ophalen door bijvoorbeeld [medeverdachte 6] . Hij liet ook pakketjes ophalen door [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] en [naam 6] , maar niet elk pakketje dat door hen is opgehaald, is in opdracht van hem geweest. Hij haalde zelf ook wel eens pakketjes op. Hij had beschikking over de zakelijke bankrekening van [medeverdachte 5] . Hij sluisde - samen met [medeverdachte 5] - het geld dat door de oplichting was verkregen en op die bankrekening binnenkwam direct door. Hij pinde ook wel eens geld van de bankrekening. Hij is hiermee na corona (de rechtbank begrijpt: na maart 2022) begonnen. De berichten die hij in november 2021 naar [naam 7] had gestuurd - waarin hij aangaf dat hij in de ‘bankhelpdeskfraude’ zat, als tussenpersoon fungeerde en daar de vruchten van plukte’ - moet worden uitgelegd als stoerdoenerij. De iPhone 13 (die in beslag is genomen in onderzoek Gamila) betrof een werktelefoon, die ook door anderen werd gebruikt. Dat [verdachte] pas na corona is begonnen wordt weerlegd door de bewijsmiddelen. De rechtbank schuift dit onderdeel van de verklaring dan ook terzijde en gaat [medeverdachte 4] De rechtbank constateert op basis van het dossier dat [medeverdachte 4] betrokken is geweest bij deze bankhelpdeskfraude. [medeverdachte 5] heeft verklaard dat hij door [medeverdachte 4] en [verdachte] is benaderd om zijn bankrekening ter beschikking te stellen en dat [medeverdachte 4] “ [alias 13] ” wordt genoemd. Dit volgt ook uit proces-verbaal nummer 75 waaruit blijkt dat ene “ [alias 14] ” gegevens in de app deelt, die rechtstreeks naar [medeverdachte 4] te herleiden zijn. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat “ [alias 14] ” en “ [alias 13] ” [medeverdachte 4] betreft. Uit onder meer de chatgesprekken met [medeverdachte 6] , - en een geluidsfragment op de telefoon van [medeverdachte 6] - blijkt dat [medeverdachte 4] op meerdere data in rechtstreeks contact staat met [medeverdachte 6] en daarin opdrachten geeft, zoals: “Zorg dat jullie klaarstaan (…) Blijf daar. Blijf Heerhugowaard. Tot ik je zag als je moet bewegen. We zijn daar nu op bezig. Heb je QR ontvangen? Je moet race (…) Die man wordt wantrouwig. Die vis. Zie die bestelling is opgehaald. Heerhugowaard staat ook op jouw naam. (…) Blijf appen met me” en “Doe je kankercapuchon af en haal je foto weg. Er staat popo voor MediaMarkt” “1 deze dagen lekkere doekoe. (…) Heb zelf ook gedaan. (…) Ik ging proefkonijn. (…) “Fiks allemaal mensen die willen” “Pak 150 voor jezelf en geeft Turk 150. En bewaar de rest. (…) “Geef het door even aan [alias 12] ” “Ik stuur jou met hun omdat ik je kan vertrouwen” “Ik betaal jou wat hij hem geeft” “100 K vandaag; gisteren 35 K” In lijn met bovenstaande chats, blijkt uit de bankafschriften van beide BUNQ rekeningen van [medeverdachte 4] dat er in dezelfde periode ook daadwerkelijk betalingen worden verricht aan diverse rekeningen in gebruik bij [medeverdachte 6] . Zoals eerder in dit vonnis al is overwogen zijn grote sommen geld van de rekening van [medeverdachte 5] Dienstverlening , waarop na het voeren van oplichtingsgesprekken geld van aangevers stond, doorgeboekt naar 2 BUNQ rekeningen van [medeverdachte 4] . Verder blijkt uit de bankafschriften van beide rekeningen van [medeverdachte 4] dat er meermalen overboekingen hebben plaatsgevonden naar buitenlandse rekeningen op naam van [medeverdachte 4] . Hoewel [medeverdachte 4] de wetenschap van het bestaan van deze rekeningen ontkent, blijkt het tegendeel uit het dossier. In de telefoon van [medeverdachte 1] is een chatgesprek aangetroffen met [verdachte] , waarin reeds op 12 december 2022 een afbeelding is verstuurd van een e-mail, ondertekend door [medeverdachte 4] , waarin hij zelf vraagt om zijn salaris over te maken naar een buitenlandse rekening op zijn naam. De rechtbank concludeert dan ook dat [medeverdachte 4] een aansturende en coördinerende rol heeft gehad. De rol van [medeverdachte 4] is daarom van groter gewicht dan die van [medeverdachte 5] , zoals de rechtbank hierna uiteen zal zetten. [medeverdachte 5] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat [verdachte] en [medeverdachte 4] hem hadden gevraagd of zij geld op zijn rekening mochten storten. Ook werd afgesproken dat [medeverdachte 5] een percentage van dat geld zou krijgen. Hij heeft toen zijn bankpas en inloggegevens aan [verdachte] ter beschikking gesteld. [medeverdachte 5] heeft verder verklaard dat [medeverdachte 4] “ [alias 13] ” wordt genoemd. De rechtbank leidt uit de verklaring van [medeverdachte 5] af, dat hij in ieder geval tot op een zeker moment ook zelf nog toegang had tot zijn internet bankierenapp. Hij geeft immers aan dat hij de bedragen omhoog zag gaan en zelfs een bedrag van € 60.000,- heeft gezien. Ook is gebleken dat hij nadien nog met zijn eigen bankpas geld heeft gepind en dat er leefgeld op zijn rekening werd gestort. Uit de geldstromen van Online Payments Foundation volgt dat een bedrag van € 230.950,- is doorgeboekt naar het rekeningnummer [rekeningnummer 2] op naam van [medeverdachte 5] Dienstverlening . Aan dat rekeningnummer waren de persoonsgegevens van verdachte [medev De rechtbank is van oordeel dat - anders dan door de verdediging bepleit - sprake is van een zodanig herkenbare, specifieke en op essentiële onderdelen overeenkomende werkwijze, dat gebruik kan worden gemaakt van schakelbewijs. De rechtbank zal daartoe dan ook in enkele gevallen bij de bewezenverklaring overgaan, zoals volgt uit de bewijsmiddelen. 4.4.7. Medeplegen oplichting 4.4.7.1. Het juridisch kader Naar vaste jurisprudentie kan de betrokkenheid bij een strafbaar feit als medeplegen worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verschillende verdachten. Ook indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht, kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. 4.4.7.2. Het oordeel van de rechtbank Bij deze vorm van oplichting gaat de rechtbank er vanuit dat er een zekere vorm van organisatie noodzakelijk is, waarbij verschillende mensen betrokken zijn en eenieder een bepaalde rol vervult. De in het kader van deze oplichting te verrichten handelingen duiden op een gezamenlijk en vooropgezet plan. Het kopen van leads, het regelen van bankpassen en bankrekeningen om het geld weg te kunnen sluizen, het aanmaken van e-mailadressen en betaallinks, het spoofen van telefoonnummers, het bellen met de aangevers, het met elkaar doorverbinden, het versturen van WhatsApp-berichten en e-mails met daarin betaallinks en afspraakbevestigingen naar de aangevers, het plaatsen van bestellingen bij webshops, het klaar hebben staan van mensen die de bestelde pakketjes gaan ophalen en het contant opnemen van geld, zijn allemaal handelingen die een nauwgezette planning en afstemming vereisen. Vanaf het moment dat er contact wordt gelegd met de aangevers, is snelheid geboden. De hiervoor genoemde handelingen moeten immers worden verricht voordat de frauduleuze overboekingen en geldopnames met de bankpassen worden ontdekt, de betreffende geldbedragen kunnen worden teruggestort en/of de betreffende bankrekeningen kunnen worden geblokkeerd. In de gehele keten van voornoemde handelingen, was het uiteindelijke doel om geld van de aangevers weg te nemen. Deze handelingen, die noodzakelijk zijn voor een geslaagde bankhelpdeskfraude, hangen in een zeer nauw, chronologisch verband samen. Deze werkwijze vergt een goed geplande en doordachte samenwerking, waarbij de betrokken verdachten, ieder in zijn of haar eigen rol, afhankelijk zijn van elkaar. Uit de hiervoor beschreven rol die [verdachte] in het geheel van deze keten vervulde, volgt dat zijn aandeel als medeplegen van oplichting moet worden beschouwd. Samen met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] heeft [verdachte] zich, gedurende een langere periode, op wisselende momenten en deels in wisselende samenstellingen, schuldig gemaakt aan het medeplegen van oplichting. Voor [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] komt de rechtbank tot een andere conclusie. De rol van [medeverdachte 5] is beperkt gebleven tot het ter beschikking stellen van zijn bankrekening. De rol van [medeverdachte 6] is beperkt gebleven tot het ophalen van pakketjes. Hoewel de handelingen op zich een essentiële schakel zijn in de keten, is de bijdrage van [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] Ze gebruikten veelvuldig dezelfde e-mailadressen en gespoofte telefoonnummers. Leads werden onderling met elkaar gedeeld. Uit voornoemde handelwijze blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat sprake is geweest van een gestructureerd samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid, dat tot oogmerk had om bankhelpdeskfraude te plegen. Dat sprake was van zo’n samenwerkingsverband, vindt steun in een chat van [verdachte] : ‘ Ik heb een organisatie die abn ophaaalt. 10k altijd gegarandeerd. Alleen ze betalen 33 p uit’ en ‘ Broer, die bestelling is kanker heet. Bij reclassering hebben ze gezegd: we weten dat je dit en dat hebt gedaan. Maarja squid games, we hebben genoeg spelers. [naam 8] . Hij kan geofferd worden. Geen probleem’ . Vanaf januari 2022 werden er bijna dagelijks/wekelijks aangiftes gedaan van bankhelpdeskfraude gepleegd door [alias 1] , [alias 2] , mevrouw [alias 3] en de heer [alias 4] . In totaal werden er 306 aangiftes gevonden. De aangiftes zijn gestopt na hun aanhouding. De rechtbank is van oordeel dat [verdachte] kan worden aangemerkt als een deelnemer van voornoemde organisatie. Zoals hiervoor is overwogen, heeft [verdachte] bankpassen, bankrekeningen, e-mailadressen en betaallinks geregeld. Ook heeft hij mensen geregeld voor het aanmaken van accounts bij Marktplaats en voor het ophalen van bestelde goederen bij MediaMarkt. Hij heeft het geld dat op de zakelijke rekening van [medeverdachte 5] binnenkwam direct doorgesluisd. Met deze gedragingen heeft [verdachte] een substantieel aandeel gehad in de gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Pleegperiode Op 6 januari 2022 is [aangever 9] (zaak 296) slachtoffer geworden van oplichting. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat [medeverdachte 3] en [verdachte] bij deze oplichting betrokken zijn geweest. De rechtbank hanteert deze datum als startdatum voor de pleegperiode en zal bewezen verklaren dat [verdachte] in de periode van 6 januari 2022 tot en met zijn aanhouding op 1 augustus 2023 heeft deelgenomen aan de criminele organisatie. 4.6. Voorhanden hebben/overdragen van leads feit 3 4.6.1. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte leads voorhanden heeft gehad, die zijn gebruikt voor het plegen van oplichtingen. 4.6.2. Het standpunt van de verdediging Verdachte heeft ter zitting verklaard dat een ander leads zou bestellen en naar hem zou mailen en dat hij die leads moest doorsturen. Volgens verdachte is het mogelijk dat hij de leads op 17 juli 2023 in zijn bezit heeft gehad. 4.6.3. Het oordeel van de rechtbank Gelet op de bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat verdachte op 17 juli 2023 leads voorhanden heeft gehad. Immers, uit de telefoon van [medeverdachte 3] blijkt dat hij deze op die betreffende dag aan [verdachte] heeft verstuurd. 4.7. Samenloop De rechtbank is van oordeel dat in dit geval geen sprake is van eendaadse samenloop, maar van meerdaadse samenloop en overweegt daarover als volgt. Van eendaadse samenloop als bedoeld in artikel 55, eerste lid, Sr is sprake indien de bewezenverklaarde gedragingen in die mate een samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex opleveren dat de verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt, terwijl de strekking van de desbetreffende strafbepalingen niet (meer dan enigszins) uiteenloopt. De rechtbank is van oordeel dat de strekking van de strafbepalingen in dit geval te veel uiteenloopt om van eendaadse samenloop te kunnen spreken, omdat in de toepasselijke artikelen telkens verschillende belangen worden beschermd. Bovendien is sprake van een feitencomplex, waarbij de verschillende handelingen juist achtereenvolgens plaatsvinden en niet steeds op exact dezelfde wijze, laat staan op dezelfde plaats. De rechtbank heeft immers in het voorgaande vastgesteld dat verdachte niet telkens op dezelfde plek als de medeverdachten was. Aan ver medeplegen oplichting in de periode 2 8 december 2021 tot en met 6 juli 2023 in Nederland en/of in Dubai (Verenigde Arabische Emiraten), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, - [aangever 10] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer) € 2.500,40, - [aangever 11] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer) € 12.202,00, - [aangever 12] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer) € 15.002,40, en/of - rekeninghouders van Rabobank en/of ABN AMRO en/of ING, te weten de slachtoffer(s) genoemd in bijlage I heeft bewogen tot afgifte van enig( e) geldbedrag(en) en/of de (digitale) gegevens van de (internet)bankrekening(en) en/of inloggegevens van deze bankrekening(en), door zich (telkens) via de telefoon uit te geven als bonafide bankmedewerker en (hierbij) door bedrieglijk en in strijd met de waarheid te zeggen/berichten dat -zakelijk weergegeven- - er fraude en/of verdachte transacties plaatsvonden op de bankrekeningen van voornoemde personen en/of er geld van de bankrekeningen van voornoemde personen is/ wordt gepind, - voornoemde personen veilig(er) zijn/haar bankzaken dient te doen en/of de bankrekening en/of het geld van voornoemde personen geblokkeerd en/of verzekerd en/of veiliggesteld moet worden en/of - ( het hoofdkantoor van) Rabobank en/of ABN AMRO en/of ING, e-mails en/of een whatsappbericht naar voornoemde personen stuurt waarin een link staat en dat deze e-mails moeten worden geopend en/of voornoemde personen zijn/haar bankapplicatie dienen te openen en/of - voornoemde personen moeten inloggen op de internetbankierenaccount(s) waartoe zij toegang hadden en het geld van de spaarrekening over moeten boeken naar de betaalrekening zodat het geld veilig gesteld wordt en/of - voornoemde personen de link moeten aanklikken en betalingen moeten bevestigen (met de random reader) zodat het geld veilig gesteld wordt; waardoor bovengenoemde personen telkens werden bewogen tot bovenomschreven afgiften; bijlage 1 Datum Aangever Schadebedrag Paginanummer 9 6-7-2023 [aangever 13] € 1.789,00 2107 27 19-6-2023 [aangever 14] € 4.301,00 2161 75 3-4-2023 [aangeefster 1] € 36.172,20 2340 79 31-3-2023 [aangever 15] € 12.102,00 2353 80 31-3-2023 [aangever 16] € 20.353,60 2356 81 31-3-2023 [aangever 17] € 2.300,40 2362 82 30-3-2023 [aangever 18] € 19.403,20 2365 83 30-3-2023 [aangever 19] € 7.301,20 2369 84 30-3-2023 [aangever 20] € 7.301,20 2375 85 30-3-2023 [aangever 21] ongeveer € 45.000,00 2378 86 30-3-2023 [aangever 22] € 7.501,20 2382 87 28-3-2023 [aangever 23] € 2.500,40 2385 88 27-3-2023 [aangever 24] € 4.647,40 2387 89 31-3-2023 [aangever 25] € 7.000,00 2389 90 28-3-2023 [aangever 26] € 22.500,00 2392 99 20-3-2023 [aangever 27] € 3.968,00 2425 102 20-3-2023 [aangever 2] € 1.328,00 2438 124 4-3-2023 [aangever 28] € 1.915,00 251 6 130 27-2-2023 [aangever 29] € 5.585,00 2536 136 24-2-2023 [aangever 30] € 3.840,98 2555 142 20-2-2023 [aangever 31] € 5.791,98 2571 156 27-1-2023 [aangever 32] € 6.628,94 2615 168 21-1-2023 [aangever 33] € 4.170,34 2657 173 14-1-2023 [aangever 34] € 300,00 2675 182 28-12-2022 [aangever 35] € 4.991,00 2711 183 27-12-2022 [aangever 36] € 2.100,00 2714 184 27-12-2022 [aangever 37] € 4.998,99 2717 187 20-12-2022 [aangever 38] € 4.960,00 2730 188 19-12-2022 [aangever 7] ongeveer € 6.000,00 2733 190 9-12-2022 [aangever 39] € 1.923,31 2739 191 14-12-2022 [aangever 40] € 4.240,54 2742 192 13-12-2022 [aangever 41] € 1.961,00 2745 196 6-12-2022 [aangever 42] € 9.713,49 2755 199 28-11-2022 [aangeefster 1] € 495,91 2763 200 23-11-2022 [aangever 43] € 2.800,00 2771 201 23-11-2022 [aangever 44] € 4.900,00 2774 206 17-11-2022 [aangever 45] € 4.890,00 2786 207 17-11-2022 [aangever 46] € 4.486,27 2790 208 15-11-2022 [aangever 47] € 2.100,00 279 3 210 15-11-2022 [aangever 48] € 4.900,00 2800 226 7-10-2022 [ Ieder had daarbij een eigen rol; er waren bellers, personen die hun bankrekeningen ter beschikking stelden, personen die pakketten moesten ophalen en personen die een meer coördinerende rol hadden. De bellers deden zich voor als bankmedewerker en hebben langdurig met slachtoffers aan de telefoon gezeten. Om het vertrouwen van de slachtoffers te winnen, werden zij doorverbonden met een mededader, was het telefoonnummer waarmee werd gebeld verhuld en waren er speciale e-mailadressen aangemaakt. In deze zaak is schrijnend om te zien dat de slachtoffers specifiek zijn uitgezocht op grond van hun hoge leeftijd. Zo is in één van de chatgesprekken te lezen: “Heb nieuwe leads. Die zijn 1930. Steen oud, die doen alles”. Zoals uit de schriftelijke slachtofferverklaringen blijkt, is het vertrouwen van de slachtoffers in de maatschappij ernstig geschaad en zijn zij in hun zelfstandigheid aangetast. In veel gevallen is hun spaargeld uitgegeven aan een luxe levensstijl (dure merkkleding, reizen naar het buitenland, Rolexen etcetera) die door de verdachten werd nagestreefd. Ook voelden de slachtoffers zich vernederd, beschaamd, wantrouwend en hebben zij vele slapeloze nachten gehad. Uit het dossier en hetgeen ter zitting is besproken blijkt dat de verdachten hun handelen als hun dagelijkse werk zagen, waarbij sprake was van een zekere mate van professionaliteit. Dit blijkt alleen al uit het aangetroffen belcentrum. Dat de rechtbank het handelen van de verdachte verwerpelijk vindt, is dan ook evident. De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 29 september 2025, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld. De rechtbank heeft kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 17 oktober 2025, waaruit blijkt dat verdachte niet wenste mee te werken aan reclasseringstoezicht. Er is geen intrinsieke motivatie of probleembesef ten aanzien van het delictgedrag. De reclassering heeft sterke twijfels dat verdachte zal meewerken aan een intensief traject, terwijl dit op basis van de instabiele situatie noodzakelijk wordt geacht. Door het uitblijven van intrinsieke motivatie en de aanhoudende ontkennende houding van verdachte, wordt de uitvoerbaarheid van interventies laag ingeschat. Verdachte toont geen bereidheid om verantwoordelijkheid te nemen voor zijn gedrag of om aan de gestelde doelen te werken. Het recidiverisico wordt ingeschat als gemiddeld en het risico op onttrekking aan de voorwaarden wordt ingeschat als laag. De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen. Strafoplegging Deze feiten moeten naar het oordeel van de rechtbank worden gezien als een maatschappelijke plaag waartegen hard moet worden opgetreden. Bij de strafbepaling houdt de rechtbank rekening met de grote hoeveelheid slachtoffers die hij heeft opgelicht. Gelet op de aard en ernst van de feiten acht de rechtbank enkel een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. Voor een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest, zoals door de verdediging verzocht, ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding. Redelijke termijn In artikel 6, eerste lid, EVRM is het recht van iedere verdachte gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse staat tegenover de betrokkene een handeling is verricht waaraan de verdachte in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem voor een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Het eerste verhoor van de verdachte door de politie heeft niet steeds als een zodanige handeling te gelden. Wel moeten de inverzekeringstelling van de verdachte en de betekening van de dagvaarding als zo'n handeling worden aangemerkt. Als uitgangspunt heeft te gelden dat een behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen vierentwintig maanden nadat de redelijke termijn is aangevangen. De voorwerpen zijn hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om naast de hoofdstraf verbeurdverklaring op te leggen, omdat de voorwerpen aan verdachte toebehoren en de bewezen feiten met behulp van deze voorwerpen zijn begaan: 1 STK telefoontoestel (PL0900-2022040079-G2999306, wit, merk Apple) 1 STK telefoontoestel (PL0900-2022040079-G2999303, zwart) 1 STK telefoontoestel (PL0900-2022040079-G2999287, roze, merk Apple) 1 STK telefoontoestel (PL0900-2022040079-G2999265, rood, merk Apple) 1 STK telefoontoestel (PL0900-2022040079-G2999260, rood, merk Apple) 1 STK telefoontoestel (PL0900-2022040079-G2999309, rood, merk Apple) 1 STK bankpas (PL0900-2022040079-G2999262, Openbank) 1 STK telefoontoestel (PL0900-2022040079-G2999310, zilver, merk Apple). 8 De vorderingen van de benadeelde partijen 8.1. Algemene uitgangspunten en overwegingen 8.1.1. Ontvankelijkheid van de benadeelde partijen Zesendertig benadeelde partijen, waaronder ABN AMRO, ING en Rabobank, hebben zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Met het oog op de overzichtelijkheid heeft de rechtbank de vorderingen van de benadeelde partijen in een Excel-bestand verwerkt. Dit Excel-bestand is als bijlage III aan dit vonnis gehecht. De namen van de benadeelde partijen en de bijbehorende zaaknummers staan vermeld in kolom C en B. In kolom A staat vermeld wie de vordering heeft ingediend (de bank of de individuele rekeninghouder). De benadeelde partijen hebben de bedragen gevorderd die zijn vermeld in kolom D. Alle benadeelde partijen hebben tevens de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd. Alvorens tot een inhoudelijke bespreking van de vorderingen van de benadeelde partijen over te kunnen gaan, dient de rechtbank eerst de vraag te beantwoorden of de benadeelde partijen ontvankelijk zijn in hun vorderingen. Voor zover het verweer is gevoerd dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vorderingen, omdat de verdediging onvoldoende in de gelegenheid is geweest om de inhoud van de vorderingen te bestuderen en daar adequaat op te reageren, overweegt de rechtbank als volgt. De Hoge Raad heeft in haar overzichtsarrest uit 2019 (ECLI:NL:HR:2019:793) regels gegeven over hoe om te gaan met vorderingen van benadeelde partijen. Uitgangspunt is dat de strafrechter niet te snel gebruik mag maken van haar bevoegdheid om benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren wegens een onevenredige belasting van het strafgeding, omdat de bedoeling van de wetgever is geweest om het voor benadeelde partijen eenvoudig te maken om schade in het strafproces te vorderen. De mogelijkheid voor benadeelde partijen om zich in het strafproces te voegen kent echter wel begrenzingen. Zo verplicht artikel 6, eerste lid, van het EVRM de strafrechter tot niet-ontvankelijkverklaring als hijzich niet verzekerd acht dat alle procespartijen in voldoende mate in de gelegenheid zijn geweest om hun stellingen en onderbouwingen met betrekking tot de (betwisting van de) toewijsbaarheid van die vordering genoegzaam naar voren te brengen. In deze zaak heeft een groot aantal slachtoffers aangifte gedaan en te kennen gegeven dat zij vergoeding wensen van de door hen geleden schade. De verdediging heeft voldoende tijd en gelegenheid gehad om deze vorderingen grondig te kunnen bestuderen en daartegen gemotiveerd verweer te kunnen voeren. De vorderingen zijn tijdig voor de zitting ingediend en op zitting is er voldoende tijd voor uitgetrokken. Dat er op zitting op verzoek van de rechtbank nog een nadere toelichting op de vorderingen van de banken is gekomen, maakt dat niet anders. Dit verzoek is immers gedaan uit het oogpunt van een zorgvuldige en complete behandeling van de ingediende vorderingen en daarmee dus ook in het belang van verdediging. De verdediging heeft daarna ook de tijd gekregen om deze nadere toelichting te bestuderen en daar op zitting een standpunt over in te nemen. De rechtb In artikel 6:95, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat immateriële schade alleen voor vergoeding in aanmerking komt in de limitatief in de wet opgesomde gevallen. In artikel 6:106 BW worden de gevallen genoemd waarin vergoeding van immateriële schade kan worden toegekend. Voor zover hier van belang, kan dat op grond van sub b van dat artikel aan de orde zijn indien de benadeelde partij ‘op andere wijze in zijn persoon is aangetast’. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als de benadeelde partij geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor de benadeelde zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon. Hoewel invoelbaar is dat het bewezenverklaarde slapeloze nachten, gevoelens van angst, onveiligheid, schaamte, stress en wantrouwen bij de benadeelde partijen teweeg heeft gebracht, is dit niet voldoende om voor immateriële schadevergoeding in aanmerking te komen. In geen van de gevallen is geestelijk letsel vastgesteld. Verder is onvoldoende onderbouwd dat de aard en de ernst van de normschending door de verdachte en de mededaders dusdanige ingrijpende gevolgen bij de benadeelde partijen hebben veroorzaakt dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze als bedoeld in artikel 6:106 sub b BW. Ook liggen de aard en ernst van de normschending en de nadelige gevolgen voor de benadeelde partijen naar het oordeel van de rechtbank niet zozeer voor de hand dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. De rechtbank zal de benadeelde partijen daarom niet-ontvankelijk verklaren in (dat deel van) hun vordering (kolom J van bijlage III). Die vorderingen kunnen bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. 8.4. Schadevergoedingsmaatregel 8.4.1. Natuurlijke personen De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen bij toe te wijzen vorderingen van natuurlijke personen. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel. De bedragen van de schadevergoedingsmaatregel zijn vermeld in kolom T van bijlage III. Het maximum aantal dagen gijzeling is vermeld in kolom U van deze bijlage. 8.4.2. Banken De rechtbank zal geen schadevergoedingsmaatregel opleggen bij toe te wijzen vorderingen van ABN AMRO, ING en Rabobank. De rechtbank acht oplegging van de schadevergoedingsmaatregel in dit geval niet passend. De rechtbank ziet geen aanleiding de kosten van inning via de schadevergoedingsmaatregel af te wentelen op de Staat. ABN AMRO, ING en Rabobank zijn professionele organisaties die goed in staat kunnen worden geacht zelf de incasso van de toegewezen vordering ter hand te nemen. Met de toewijzing van de vordering is de aansprakelijkheid van de verdachte immers een gegeven. Eventueel staat hen daarbij de mogelijkheid van lijfsdwang via artikel 585 e.v. van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ten dienste. Bovendien zijn de voordelen voor de banken bij deze maatregel in het onderhavige geval relatief gering. 8.5. Wettelijke rente De benadeelde partijen hebben gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank zal ten aanzien van de benadeelde partijen van wie de vordering geheel of gedeeltelijk wordt toegewezen, bepalen dat de te vergoeden schadebedragen vermeerderd worden met wettelijke rente vanaf de datum van het ontstaan van de schade. Deze data staan vermeld in kolom S van bijlage III. Ook ten aanzien van de schadevergoeding 10 Beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.8 is omschreven; - spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid - verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert: feit 1: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd; feit 2: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven; feit 3: gegevens ontvangen waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een misdrijf omschreven in artikel 326 voor zover het feit betrekking heeft op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument; - verklaart verdachte strafbaar; Strafoplegging - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 60 (zestig) maanden ; - bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf; Benadeelde partij/Benadeelde partijen - veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partijen van de in kolom F en kolom H van bijlage III genoemde bedragen aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf de data zoals genoemd in kolom S van bijlage III tot aan de dag der algehele voldoening;- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partijen tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil; - verklaart de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in (het overige gedeelte van) de vorderingen, zoals vermeld in kolom J van bijlage III, en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht; - wijst de vordering van benadeelde partij [aangever 50] (zaak 257), voor zover die betrekking heeft op de proceskosten en zoals vermeld in kolom K van bijlage III, af; - bepaalt dat verdachte met de mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag; - legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, ten behoeve van de slachtoffers de bedragen te betalen, zoals vermeld in kolom T van bijlage III, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf de data zoals genoemd in kolom S van bijlage III tot aan de dag der algehele voldoening;- bepaalt dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast voor de duur van het aantal dagen zoals ten aanzien van elke vordering in kolom U van bijlage III vermeld, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft; - bepaalt dat verdachte met de mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag; - bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd; Beslag - verklaart verbeurd de volgende voorwerpen: 1 STK telefoontoestel (PL0900-2022040079-G2999306, wit, merk Apple) 1 STK telefoontoestel (PL0900-2022040079-G2999303, zwart) 1 STK telefoontoestel (PL0900-2022040079-G2999287, roze, merk Apple) 1 STK telefoontoestel (PL0900-2022040079-G2999265, rood, merk Apple) 1 STK telefoontoestel (PL0900-2022040079-G2999260, rood, merk Apple) 1 STK telefoontoestel (PL0900-2022040079-G2999309, rood, merk Apple) 1 STK bankpas (PL0900-2022040079-G2999262, Openbank) 1 STK telefoontoestel (PL0900-2022040079-G2999310, zilver, merk Apple); Voorlopige hechtenis - wijst af het verzoek tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door mr. S.W.M. Speekenbrink, voorzitter, en mr. I.M.L. Felix en mr. P.E. van Althuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.D.M. Bos en mr. D.W. Schalk, griffiers, en is uitgesproken ter de openbare zitting op 10 februari 2026. Bijlage I: De gewijzigde tenlastelegging 1 medeplegen oplichting hij in of omstreeks de periode 24 december 2021 tot en met 6 juli 2023 te Velp, Arnhem, IJsselstein, Groenlo, Aalten, Hillegom en/of Zundert, althans in Nederland en/of in Dubai (Verenigde Arabische Emiraten), tezamen en in vereniging met een of meer anderen