Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-10
ECLI:NL:RBZWB:2026:809
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda Parketnummers: 02-165966-23, 02-016557-24 Vonnis van de meervoudige kamer van 10 februari 2026 [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998, niet ingeschreven in de basisregistratie personen verblijvende op het adres [adres] , raadsvrouw mr. M.E. Broekert, advocaat te Breda. 1 Onderzoek op de terechtzitting De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 3, 5, 6, 10, 12 en 13 november 2025, waarbij de officier van justitie mr. C. de Pagter en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Op dezelfde zittingsdagen zijn inhoudelijk behandeld de zaken tegen de medeverdachten [medeverdachte 1] (02/187364-23), [medeverdachte 2] (02/187965-23), [medeverdachte 3] (02/155746-23), [medeverdachte 4] (02/111677-23), [medeverdachte 5] (02/111537-23) en [medeverdachte 6] (02/071660-25 en 16/238608-24). 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is op 10 november 2025 gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte (samen met een of meer anderen): parketnummer 02-165966-23 feit 1: in de periode van 7 februari 2022 tot en met 25 juli 2023 meerdere personen heeft opgelicht door middel van bankhelpdeskfraude; feit 2: in de periode van 31 juli 2021 tot en met 1 augustus 2023 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie; feit 3: in de periode van 7 februari 2022 tot en met 25 juli 2023 misbruik heeft gemaakt van persoonsgegevens; feit 4: in de periode van 26 juni 2022 tot en met 25 juni 2023 lijsten met persoons- en adresgegevens, telefoonnummers, bankrekeningnummers en e-mailadressen (‘leads’) voorhanden heeft gehad, bestemd voor het plegen van die bankhelpdeskfraude; parketnummer 02-016557-24 in de periode van 26 juni 2022 tot en met 1 juli 2022 computervredebreuk heeft gepleegd. 3 De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4 Voorwaardelijk verzoek van de verdediging De rechtbank zal hierna meerdere aangiftes gebruiken in de bewijsconstructie. Om deze reden wordt hieronder eerst ingegaan op het voorwaardelijk verzoek van de verdediging, in de zaken [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , om alle aangevers als getuigen te horen. 4.1. Het standpunt van de verdediging In geval de rechtbank voornemens is de aangiftes voor het bewijs te gebruiken, verzoekt de verdediging om alle aangevers alsnog als getuigen te horen. Het gaat immers om belastende getuigen (zogenoemde ‘Keskin’-getuigen). Indien de rechtbank dit verzoek afwijst, dienen de aangiftes van het bewijs te worden uitgesloten. De verdediging heeft de aangevers immers niet kunnen ondervragen en er is geen sprake van compenserende factoren om te zorgen dat er toch sprake is van een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM). 4.2. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie verzet zich tegen het (herhaalde) voorwaardelijk verzoek van de verdediging om alle aangevers als getuigen te horen. De aangiftes zijn niet ‘sole and decisive’, omdat het dossier ook voldoende ander (technisch) bewijs bevat waarover de verdediging onderzoekswensen had kunnen indienen. 4.3. Het oordeel van de rechtbank 4.3.1. Procesverloop De raadslieden van [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] hebben bij de rechter-commissaris en op de regiezitting van 10 april 2025 verzocht om alle aangevers in de zaken van hun eigen cliënten als getuigen te horen. De rechter-commissaris en de rechtbank hebben deze verzoeken afgewezen. De beslissing van de rechtbank van 18 april 2025 komt er in de kern op neer dat het horen van alle aangevers als getuigen onmiskenbaar irrelevant of overbodig is, omdat het (opnieuw) ho In dit geval hebben de aangevers allen, onafhankelijk van elkaar, verklaard dat zij zijn gebeld door iemand die zich voordeed als een medewerker van een bank, waarna de aangevers zijn overgegaan tot het overmaken van een bepaald geldbedrag. Sommige aangevers hebben daarbij namen (aliassen) van de betreffende medewerkers genoemd, en soms alleen dat er sprake was van een man, een vrouw, twee mannen of een combinatie van deze personen (en namen). De rechtbank constateert dat de inhoud van de verklaringen van aangevers dat zij zijn gebeld door een of meer personen die zich voordeden als bankmedewerkers en dat de aangevers hierdoor zijn bewogen geld over te maken en dus zijn opgelicht in zoverre niet is betwist. De kern van het verwijt, te weten de oplichting, wordt dus niet betwist. Gelet op de enigszins aangevulde onderbouwing kan op dit moment in het proces niet zonder meer gezegd worden dat het volstrekt irrelevant is om deze aangevers te horen. Om die reden dient de rechtbank te beoordelen wat het gewicht van deze verklaringen is in het licht van de gehele bewijscontructie. (ii) Het gewicht van de verklaring van de getuigen Onderzoek ‘Lawrencium’ is gestart nadat veertien personen in een korte periode waren opgelicht, die met elkaar in verband konden worden gebracht. Na verder onderzoek zijn meerdere verdachten in beeld gekomen ( [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] ). Uiteindelijk heeft de politie nog eens 290 aangiftes aan één of meer van deze verdachten gekoppeld. Anders dan de verdediging heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat de betrokkenheid van verdachten niet zozeer volgt uit de aangiftes op zich, maar met name uit andere (technische) bewijsmiddelen, zoals gegevens die uit de in beslag genomen telefoons/laptops van verdachten naar voren zijn gekomen, rekeningafschriften, e-mails met daarin betaallinks of een afspraakbevestiging, telefoonnummers (IMEI-nummers) waarmee de aangevers gebeld zijn en (facturen van) bestellingen die door aangevers betaald zijn. Bovendien heeft [verdachte] bekend gebruik te hebben gemaakt van een door aangevers genoemde alias en zich bezig te hebben gehouden met bankhelpdeskfraude. Voor het bewijs van de betrokkenheid van de desbetreffende verdachten kent de rechtbank dan ook minder gewicht toe aan de aangiftes dan aan de in de vorige alinea genoemde bewijsmiddelen. Het gewicht van de verklaringen van aangevers is daarom niet aan te merken als ‘sole and decisive’. Anderzijds kunnen deze verklaringen ook niet als onbelangrijk (‘not insignificant’) worden aangemerkt, nu hieruit immers wel blijkt dat de betreffende aangever slachtoffer is geworden van bankhelpdeskfraude. In de gevallen waarin het bewijs niet van onbelangrijk gewicht is, moet enige mate van compensatie worden geboden. Er moet niet in afzonderlijkheid gekeken worden naar het gewicht van de verklaring - en de vraag of een verklaring wel of niet beslissend is, is ook nooit als zodanig doorslaggevend - maar telkens, als spreekwoordelijke communicerende vaten, naar de beoordelingsfactoren in onderlinge samenhang. De rechtbank dient daarom te beoordelen of er voldoende compenserende factoren bestaan. (iii) Compenserende factoren Bij compenserende factoren gaat het er in de kern om dat de betrouwbaarheid van de getuige zorgvuldig kan worden onderzocht. Verder kan compensatie betrekking hebben op procedurele waarborgen zoals de beschikbaarheid van een audiovisuele vastlegging van het verhoor van de getuige. Verspreid over het hele land hebben meerdere aangevers, onafhankelijk van elkaar en uit zichzelf, aangifte gedaan van oplichting bij de politie. Zij zijn hier in het merendeel van de gevallen nader door de politie over bevraagd. Deze aangiftes komen op belangrijke aspecten met elkaar overeen (zie paragraaf 5.4.1). Geen enkele aangever heeft daarbij een (echte) naam van een verdachte genoemd. Aangevers hebben hun verklaringen veelal o Tijdens het gesprek ontvingen de aangevers e-mails of WhatsApp-berichten met daarin (vaak via Marktplaats gegenereerde) betaallinks. Deze e-mails waren afkomstig van een e-mailadres, waarin de naam van de bank in combinatie met “fraudeafdeling” werden gebruikt. De aangevers werden verzocht om op die betaallinks in de e-mails te klikken. De aangevers waren in de veronderstelling dat zij daarmee de bedragen terugvorderden en/of veiligstelden. In werkelijkheid verrichtten zij zelf betalingen. De aangevers werden vervolgens verzocht om de volgende dag met een bepaalde code naar het dichtstbijzijnde filiaal van de bank te gaan, waar de bankmedewerker voor hen een afspraak had gemaakt om het geld terug te krijgen. De aangevers ontvingen van deze afspraak per e-mail een bevestiging met het adres van het filiaal waar de afspraak gepland stond. Op het moment dat de aangevers zich bij de bank meldden, bleek er helemaal geen afspraak te zijn. De rechtbank beschouwt bovenstaande modus operandi als de basiswerkwijze, waarbij zij constateert dat in bepaalde periodes, binnen het tijdsbestek waarin deze 306 aangiftes zijn gedaan, op een andere manier hieraan invulling is gegeven. De rechtbank bedoelt daarmee bijvoorbeeld dat op sommige momenten pinpassen fysiek werden opgehaald waarmee werd gepind, dat op andere momenten gebruik werd gemaakt van de app Anydesk, of geld werd overgemaakt naar Online Payments Foundation, of met het geld bestellingen werden geplaatst bij online webshops. Zo werd een periode lang besteld bij Megekko en Dyson, een periode lang bij Arts & Craft en een periode lang bij Amazon en MediaMarkt. In meerdere gevallen werd aan de aangevers ook een persoonlijke code doorgegeven, bestaande uit een aantal letters met daarachter hun geboortedatum. De code begon vaak met het woord ‘Thylon’. Aanknopingspunten voor deze dadergroep Het onderzoek is gestart naar aanleiding van een aangifte van [aangever 2] op 31 maart 2023. Zij werd gebeld door iemand die zich voorstelde als meneer [alias 1] van de fraudeafdeling van de Rabobank en zij ontving meerdere e-mails afkomstig van het e-mailadres [e-mailadres 1] , met daarin steeds een betaallink. In totaal heeft zij een bedrag van € 12.102,- overgeschreven naar het rekeningnummer [iban 1] op naam van Online Payments Foundation. Tussen 27 maart 2023 en 3 april 2023 (de “onderzoeksweek”) zijn nog dertien aangiftes gedaan waarin sprake was van een soortgelijke oplichting. Vaak werden bedragen in meerdere transacties overgeschreven, betrof het telkens een bedrag van € 2.500,40 en was sprake van twee of drie bellers waarbij voornamelijk de namen “ [alias 1] ” en “ [alias 4] ” werden genoemd en gebruik werd gemaakt van het gespoofte telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Soms was er een vrouw bij betrokken die zichzelf een enkele keer “ [aangever 1] ” noemde. Uit de geldstromen van Online Payments Foundation volgt dat in de onderzoeksweek een bedrag van € 230.950,- is doorgeboekt naar het rekeningnummer [iban 2] op naam van [medeverdachte 5] Dienstverlening. Aan dat rekeningnummer waren de persoonsgegevens van [medeverdachte 5] gekoppeld met daarbij de e-mailadressen: [e-mailadres 2] en [e-mailadres 3] . mailto: Deze e-mailadressen waren ook gekoppeld aan Marktplaatsadvertenties, waarmee betaallinks werden gecreëerd. Daarnaast is er door aangeefster [aangever 3] een rechtstreekse betaling gedaan op de rekening van [medeverdachte 5] Dienstverlening van € 17.469,-. Van het totaalbedrag van € 248.419,- werd in 32 betalingen een bedrag van € 185.610,- doorgeboekt naar het rekeningnummer [iban 3] op naam van [medeverdachte 4] en 13 betalingen met een totaalbedrag van € 46.150,- doorgeboekt naar [iban 4] op naam van [bedrijfsnaam 1] . Aan dit rekeningnummer zijn de persoonsgegevens van [medeverdachte 4] gekoppeld, met daarbij de e-mailadressen: [e-mailadres 4] en [e-mailadres 5] . Het e-mailadres [e-mailadres 4] dat aan [bedrijfsnaam 1] is gekoppeld, is gelinkt aan Marktplaatsadvertenties, waarmee betaa [verdachte] Telefoonnummer Genoemd in aangifte met zaaknummer - [telefoonnummer 4] - [telefoonnummer 5]- [telefoonnummer 6]- [telefoonnummer 7]- [telefoonnummer 8]- [telefoonnummer 9]- [telefoonnummer 10] - [telefoonnummer 1] - [telefoonnummer 11]- [telefoonnummer 12] - [telefoonnummer 13] - [telefoonnummer 14] - [telefoonnummer 15] - [telefoonnummer 16]- [telefoonnummer 17]- [telefoonnummer 18]- [telefoonnummer 19] - [telefoonnummer 20] - [telefoonnummer 21] - [telefoonnummer 22]- [telefoonnummer 23] - [telefoonnummer 24] - [telefoonnummer 25]- [telefoonnummer 26]- [telefoonnummer 27] - + [telefoonnummer 28]- [telefoonnummer 29] - [telefoonnummer 30] - [telefoonnummer 31]- [telefoonnummer 32] - [telefoonnummer 33] - [telefoonnummer 34] - [telefoonnummer 35] - [telefoonnummer 36] - [telefoonnummer 37] - [telefoonnummer 38] - [telefoonnummer 39] 2, 6, 10, 11, 17, 20, 32, 34, 43, 44, 47, 54, 56, 57, 59, 63, 66 en 67 21 34 34, 111 en 188 61 66 69 en 180 73, 76, 77, 80, 82, 84 en 85 77, 185, 186 en 190 81 88, 90 en 91 95, 107, 111, 118 en 119 99 100 104 112 129 129 129, 135 en 139 133, 148 en 150 141 142 145, 153, 154 en 155 161 en 169 188 188 189, 191, 194, 207 en 211 197 200 217 218 en 220 226 238 240, 241 en 243 261 275 en 277 276 [medeverdachte 1] Telefoonnummer Genoemd in aangifte met zaaknummer - [telefoonnummer 4]- [telefoonnummer 5] - [telefoonnummer 7]- [telefoonnummer 8] - [telefoonnummer 10] - [telefoonnummer 1]- [telefoonnummer 12]- [telefoonnummer 13]- [telefoonnummer 14]- [telefoonnummer 15] - [telefoonnummer 17] - [telefoonnummer 18] - [telefoonnummer 24] - [telefoonnummer 40] - [telefoonnummer 22] - [telefoonnummer 25] - [telefoonnummer 34] 10, 11, 16, 17, 20, 22, 34, 38, 43, 54, 58, 59, 63, 67 21 34 en 111 61 69 70, 76, 77, 80, 82, 84 en 85 81 88, 91 95, 111, 118 en 188 99 104 112 142 144 148, 150 en 161 153 en 155 226 [medeverdachte 2] Telefoonnummer Genoemd in aangifte met zaaknummer - [telefoonnummer 41] - [telefoonnummer 8] - [telefoonnummer 42] - [telefoonnummer 35] - [telefoonnummer 38] - [telefoonnummer 39] 31 61 233 237 275 276 De gespoofte telefoonnummers komen terug in zaken waarin de aangevers met de aliassen [alias 1] , [alias 2] , [aangever 1] en/of de heer [alias 3] (of een variant daarop) hebben gesproken en/of e-mails hebben ontvangen afkomstig van één van de hierna te noemen e-mailadressen en/of een code beginnend met het woord ‘Thylon’ hebben doorgekregen. In zaken waarin de aangevers zijn gebeld met het gespoofte telefoonnummer [telefoonnummer 4] en met een vrouwelijke bankmedewerker hebben gesproken maar geen alias hebben genoemd, gaat de rechtbank er vanuit dat de vrouwelijke bankmedewerker [medeverdachte 1] betreft. In een aantal zaken zijn immers met dit telefoonnummer gesprekken gevoerd door een vrouw die zich voorstelde als [aangever 1] . Zoals de rechtbank hierna zal overwegen, is deze alias uitsluitend door [medeverdachte 1] gebruikt. 5.4.3. Gebruikte e-mailadressen De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bij de bankhelpdeskfraude van onderstaande e-mailadressen gebruik hebben gemaakt. [verdachte] E-mailadres Aangetroffen op/in - [e-mailadres 1] - [e-mailadres 6] - [e-mailadres 7] - [e-mailadres 8] - [e-mailadres 6]- [e-mailadres 9]- [e-mailadres 6] - [e-mailadres 10] iPhone 14 Pro Max van [verdachte] iPhone 14 Pro Max van [verdachte] iPhone 14 Pro Max en laptop van [verdachte] iPhone 14 Pro Max van [verdachte] laptop Acer van [verdachte]chatgesprek tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] , p. 1749 [medeverdachte 1] E-mailadres Aangetroffen op/in - [e-mailadres 1] - [e-mailadres 6]- [e-mailadres 6] - [e-mailadres 9]- [e-mailadres 6] De eerste vier e-mailadressen zijn aangetroffen in het chatgesprek tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] , p. 1749 [medeverdachte 2] E-mailadres Aangetroffen op/in - [e-mailadres 11] - [e-mailadres 6] - [e-mailadres 6] - [e-mailadres 6] - [e-mailadres 6]- [e-mailadres 8]- [e-mailadres 1 Zoals bijvoorbeeld [e-mailadres 1] dat zowel op de iPhone van [verdachte] , als van [medeverdachte 2] is aangetroffen. De rechtbank zal daarom in de zaken waarin de aangevers hebben gesproken met een mannelijke beller maar geen alias hebben genoemd en e-mails hebben ontvangen vanaf één van de hierboven genoemde e-mailadressen die bij zowel [verdachte] als [medeverdachte 2] voorkomen, [verdachte] en [medeverdachte 2] vrijspreken omdat zij niet kan vaststellen wie er in die zaken heeft gebeld. 5.4.4. Gebruikte aliassen Uit de aangiftes komen vier door de “bankmedewerkers” gebruikte aliassen naar voren, te weten [alias 1] , [aangever 1] , [alias 2] en [alias 3] . De rechtbank koppelt deze aliassen aan de verdachten en licht dit toe. Stemherkenning In het dossier bevinden zich meerdere geluidsfragmenten. Ook zijn er van verschillende oplichtingsgesprekken geluidsopnames gemaakt. Zo is het gesprek van 20 maart 2023 met aangeefster [aangever 4] opgenomen. Zij werd gebeld door onder meer “ [alias 2] ” en “ [aangever 1] ” van ING. Verbalisanten herkennen de stemmen van [verdachte] en [medeverdachte 1] ( [aangever 1] ) in dat geluidsfragment. De stem van [medeverdachte 2] is door verbalisanten herkend tijdens het telefoongesprek met aangeefster [verbalisant] , waarin hij zich uitgaf als bankmedewerker [alias 3] . Overig bewijs - T.a.v. [medeverdachte 1] In de telefoon van [medeverdachte 1] is een belscript voor een oplichtingsgesprek aangetroffen, waarin de naam “ [aangever 1] ” wordt gebruikt in combinatie met de fraudeafdeling van Rabobank. - T.a.v. [verdachte] Ter zitting heeft [verdachte] verklaard de alias “ [alias 1] ” te hebben gebruikt, hetgeen ondersteund wordt door andere bewijsmiddelen. In de telefoon van [verdachte] is een afbeelding aangetroffen waarop is te zien dat is ingelogd met het e-mailadres [e-mailadres 12] . Voor wat betreft het gebruik van de alias “ [alias 2] ” door [verdachte] overweegt de rechtbank als volgt. In de zaak van aangever [aangever 7] (zaaknummer 24) heeft de aangever verklaard te zijn gebeld door [alias 2] , werkzaam bij ABN AMRO, waarna met zijn geld een bestelling bij Samsung is gedaan onder het e-mailadres [e-mailadres 13] . Dit e-mailadres is op de (MSI-)laptop van [verdachte] aangetroffen. Voorts is bijvoorbeeld in de zaak [aangever 8] (zaaknummer 95) de aangever onder meer gebeld door [alias 2] , werkzaam bij Rabobank. De aangever kreeg een “terugvorderingsmail” van het e-mailadres [e-mailadres 1] , waarvan de tekst diezelfde dag door [verdachte] en [medeverdachte 1] was gestuurd, zo blijkt uit de telefoon van [medeverdachte 1] . - T.a.v. [medeverdachte 2] De telefoon waarmee het hiervoor genoemde gesprek met [verbalisant] is gevoerd is bij [medeverdachte 2] aangetroffen. Gelijkende aliassen Ook in de gevallen waarin door een aangever niet de naam “ [alias 1] ”, maar bijvoorbeeld “ [naam 1] ”, “ [naam 2] ”, “ [naam 3] ”, “ [naam 4] ” of “ [plaats 1] ”, dan wel een andere voornaam bij de achternaam “ [alias 1] ” is genoemd, is de rechtbank van oordeel dat ook in deze gevallen door [verdachte] is gebeld. Zij komt tot dit oordeel gezien de grote gelijkenissen in de gebruikte namen, mede in het licht van de aangetroffen data op de gegevensdragers in combinatie met de gehanteerde modus operandi. Ditzelfde geldt voor de alias “ [aangever 1] ”, waarbij de rechtbank ervan uitgaat dat deze door [medeverdachte 1] is gebruikt. Partiële vrijspraak De rechtbank kan op basis van het dossier niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat de alias “ [alias 2] ” uitsluitend door [verdachte] is gebruikt. Aangeefster [aangever 4] (zaaknummer 102) heeft namelijk verklaard dat zij met zowel “ [alias 1] ” als met “ [alias 2] ” heeft gesproken en voor de rechtbank is onduidelijk of dit dezelfde persoon betreft. Ook is de alias een enkele keer door [medeverdachte 1] gebruikt. De rechtbank zal daarom enkel tot een bewezenverklaring komen indien er naast het noemen van de alias [alias 2] nog andere bewijsmiddelen in he De aangevers werden verzocht om met die code naar het dichtstbijzijnde filiaal van de bank te gaan om het geld veilig te stellen. De code ‘Thylon’ komt vaak voor in combinatie met een door [verdachte] gebruikte alias. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat [verdachte] als enige gebruik heeft gemaakt van deze code. Omdat de code ‘Thylon’ zo specifiek en kenmerkend is, gaat de rechtbank er ook vanuit dat [verdachte] zich als bankmedewerker heeft uitgegeven in die zaken waarin deze code is verstrekt en aangevers hebben gesproken met een mannelijke bankmedewerker, maar geen alias hebben genoemd. De rechtbank concludeert, op basis van het voorgaande in samenhang bezien met de vaststellingen ten aanzien van de gebruikte e-mailadressen, telefoonnummers en aliassen, dan ook dat [verdachte] als beller betrokken was bij een groot aantal gevallen van bankhelpdeskfraude, hetgeen nader is uitgewerkt in de bewijsmiddelen. Zijn rol bleef niet beperkt tot het louter voeren van oplichtingsgesprekken. Hij bemoeide zich ook actief met het voortraject (vergaren van leads) en het natraject (uitcashen). Hiervoor stond hij in nauw contact met meerdere medeverdachten, onder wie [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] . [medeverdachte 1] Op de telefoon van [medeverdachte 1] zijn meerdere zaken aangetroffen die direct zijn te relateren aan aangiftes van bankhelpdeskfraude in onderzoek Lawrencium. Hierbij valt te denken aan de grote hoeveelheid chatgesprekken met [verdachte] over aangevers en betaallinks, belscripts, leads en notities met persoonsgegevens en e-mailadressen van aangevers en daarbij de namen van ABN AMRO, ING en Rabobank. Uit de grote hoeveelheid aangetroffen chats blijkt dat [medeverdachte 1] nauw samenwerkte met [verdachte] , waarbij hij haar opdrachten gaf en ondersteunde als zij oplichtingsgesprekken voerde. Hieruit volgt dat [medeverdachte 1] door [verdachte] is opgeleid als beller en vervolgens als beller betrokken was bij een groot aantal gevallen van bankhelpdeskfraude, waarbij zij een belscript hanteerde, gebruik maakte van leads en van specifiek voor oplichting gecreëerde e-mailadressen. Hierbij onderhield zij nauw contact met meerdere medeverdachten, en met name met [verdachte] , die op dat moment ook haar partner was. Tijdens het bellen maakte zij gebruik van een alias. Ook blijkt uit het dossier dat [medeverdachte 1] , zoals ten aanzien van de computervredebreuk zal worden overwogen, actief betrokken was bij het verwerven van nieuwe leads bij haar oude werkgever. De rechtbank concludeert, op basis van het voorgaande in samenhang bezien met de vaststellingen ten aanzien van de gebruikte e-mailadressen, telefoonnummers en aliassen, dat [medeverdachte 1] - onder de alias [aangever 1] - als beller betrokken was bij een groot aantal gevallen van bankhelpdeskfraude, hetgeen nader is uitgewerkt in de bewijsmiddelen. Zij is “opgeleid” door [verdachte] , die haar aanstuurde bij het voeren van de oplichtingsgesprekken en met wie zij actief contact onderhield over (nieuwe) leads. [medeverdachte 2] In de woning van [medeverdachte 2] zijn onder meer twee telefoons aangetroffen, te weten een iPhone 7 (met IMEI nummer [nummer 1] ) en een iPhone 11 (met IMEI nummer [nummer 2] ). De rechtbank gaat er vanuit dat [medeverdachte 2] deze beide iPhones al in 2022 in gebruik had, gelet op onderstaande voorbeelden, waarbij de rechtbank er vanuit gaat dat wanneer [verdachte] en [medeverdachte 1] over “ [persoon 1] ” spreken, hierbij [medeverdachte 2] wordt bedoeld, destijds een bekende van [verdachte] . Op de iPhone11 van [medeverdachte 2] is een foto van het identiteitsbewijs van aangever [aangever 11] van 19 december 2022 20:36:02 uur aangetroffen. Deze aangever heeft verklaard dat zij op 19 december 2022 rond 20.30 uur is opgelicht. Zij was gebeld door een man en vrouw die zich voordeden als bankmedewerkers van ING. Uit een op 20 december 2022 gevoerd chatgesprek tussen [medeverdachte 2] en [verdachte] blijkt dat [verdachte] on Van [alias 6] kreeg [medeverdachte 6] opdrachten om bestellingen bij MediaMarkt op te halen. Ook vroeg ’ [medeverdachte 6] om zijn bankrekening ter beschikking te stellen, werden Marktplaats betaalverzoeken en betaallinks heen en weer gestuurd met een omschrijving: “annulering” en werd gevraagd om handelingen te doen op crypto.com of SwissBorg. Op basis van een audiogesprek dat is vergeleken met spraakberichten van [medeverdachte 3] is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 3] betreft en daarmee de gebruiker was van het telefoonnummer eindigend op -214 en het e-mailadres [e-mailadres 2] . Voorts volgt uit het dossier dat [medeverdachte 3] - in ieder geval - op 1 april 2023 de pinpas van de zakelijke bankrekening van [medeverdachte 5] in zijn bezit had en daarmee geld heeft gepind. In de iPhone 13 staan chatgesprekken met “ [alias 9] ”, van wie de rechtbank vaststelt dat dit [verdachte] betreft. Uit deze chatgesprekken volgt dat [medeverdachte 3] en [verdachte] met elkaar bespraken welke bestellingen gedaan moesten worden met het weggenomen geld, dat over leads gesproken werd en dat [medeverdachte 3] degene was die dingen kon “fiksen”. Dergelijke “fiks-gesprekken” volgen ook uit de aangetroffen chatgesprekken in de aangetroffen telefoon van [medeverdachte 2] . De rechtbank concludeert, dat [medeverdachte 3] degene is geweest die [medeverdachte 5] heeft benaderd om zijn bankrekening ter beschikking te stellen, dat hij geld van die rekening heeft gepind en doorgesluisd, dat hij (“ [alias 6] ”) opdrachten aan [medeverdachte 6] heeft gegeven om pakketjes op te halen, dat hij ook anderen regelde om pakketjes op te halen, dat hij Marktplaatsaccounts heeft gegenereerd en betaallinks heeft gecreëerd, dat hij andere verdachten van leads heeft voorzien en dat hij (mede) heeft bepaald wat er werd besteld. De rechtbank is dan ook van oordeel dat zijn rol kan worden geduid als “spin in het web” en dat deze daarmee van aanzienlijke en cruciale betekenis was. [medeverdachte 4] De rechtbank constateert op basis van het dossier dat [medeverdachte 4] betrokken is geweest bij deze bankhelpdeskfraude. [medeverdachte 5] heeft verklaard dat hij door [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] is benaderd om zijn bankrekening ter beschikking te stellen en dat [medeverdachte 4] “ [alias 7] ” wordt genoemd. Dit volgt ook uit proces-verbaal nummer 75 waaruit blijkt dat ene “ [alias 10] ” gegevens in de app deelt, die rechtstreeks naar [medeverdachte 4] te herleiden zijn. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat “ [alias 10] ” en “ [alias 7] ” [medeverdachte 4] betreft. Uit onder meer de chatgesprekken met [medeverdachte 6] , - en een geluidsfragment op de telefoon van [medeverdachte 6] - blijkt dat [medeverdachte 4] op meerdere data in rechtstreeks contact staat met [medeverdachte 6] en daarin opdrachten geeft, zoals: “Zorg dat jullie klaarstaan (…) Blijf daar. Blijf [alias 8] . Tot ik je zag als je moet bewegen. We zijn daar nu op bezig. Heb je QR ontvangen? Je moet race (…) Die man wordt wantrouwig. Die vis. Zie die bestelling is opgehaald. [alias 8] staat ook op jouw naam. (…) Blijf appen met me” en “Doe je kankercapuchon af en haal je foto weg. Er staat popo voor MediaMarkt” “1 deze dagen lekkere doekoe. (…) Heb zelf ook gedaan. (…) Ik ging proefkonijn. (…) “Fiks allemaal mensen die willen” “Pak 150 voor jezelf en geeft Turk 150. En bewaar de rest. (…) “Geef het door even aan [alias 6] ” “Ik stuur jou met hun omdat ik je kan vertrouwen” “Ik betaal jou wat hij hem geeft” “100 K vandaag; gisteren 35 K” In lijn met bovenstaande chats, blijkt uit de bankafschriften van beide BUNQ rekeningen van [medeverdachte 4] dat er in dezelfde periode ook daadwerkelijk betalingen worden verricht aan diverse rekeningen in gebruik bij [medeverdachte 6] . Zoals eerder in dit vonnis al is overwogen zijn grote sommen geld van de rekening van [medeverdachte 7] , waarop na het voeren van oplichtingsgesprekken geld van aangevers stond, doorgeboekt naar 2 BUNQ rekeningen van Tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 6] werden Marktplaats betaalverzoeken en betaallinks heen en weer gestuurd met een omschrijving: “annulering”, en er werd gevraagd om handelingen te doen op crypto.com of SwissBorg. De rechtbank concludeert dat deze rol als “ophaler van pakketten” en daarmee, ten opzichte van de andere verdachten, als een kleinere rol kan worden geduid. 5.4.6. Gebruik schakelbewijs Juridisch kader schakelbewijs In de gevallen waarin de verklaringen van aangevers niet voldoende worden ondersteund door andere bewijsmiddelen, rijst de vraag of de bewezenverklaring voor die feiten op voldoende grondslag is gebaseerd. Uit de rechtspraak volgt dat het gebruik van aan andere, soortgelijke feiten ten grondslag liggende bewijsmiddelen onder omstandigheden als steunbewijs is toegelaten. Voor de bewezenverklaring van een feit wordt in dat geval mede redengevend geacht de – uit één of meer bewijsmiddelen blijkende – omstandigheid dat de verdachte bij één of meer andere strafbare feiten betrokken was. Daarbij moet het gaan om bewijsmateriaal ten aanzien van die andere feiten dat op essentiële punten belangrijke overeenkomsten of kenmerkende gelijkenissen vertoont met het bewijsmateriaal van het te bewijzen feit, zoals een herkenbaar en gelijksoortig patroon in de handelingen van de verdachte (ook wel aangeduid als modus operandi). Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een overeenkomende modus operandi kunnen betrokken worden de feitelijke gang van zaken ten aanzien van de betreffende feiten, waaronder begrepen de context waarbinnen de feiten hebben plaatsgevonden, de omstandigheden waaronder zij zijn gepleegd, het handelen van de verdachte en de verklaringen die de verdachte daarover heeft afgelegd. Daarbij kan het bewijs in verschillende zaken over en weer redengevend worden geacht, zelfs als een feit afzonderlijk – dus los van de schakelbewijsconstructie – niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. De rechtbank is van oordeel dat – anders dan door de verdediging bepleit – sprake is van een zodanig herkenbare, specifieke en op essentiële onderdelen overeenkomende werkwijze, dat gebruik kan worden gemaakt van schakelbewijs. De rechtbank zal daartoe dan ook in enkele gevallen bij de bewezenverklaring overgaan, zoals volgt uit de bewijsmiddelen. 5.4.7. Medeplegen oplichting 5.4.7.1. Het juridisch kader Naar vaste jurisprudentie kan de betrokkenheid bij een strafbaar feit als medeplegen worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verschillende verdachten. Ook indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht, kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. 5.4.7.2. Het oordeel van de rechtbank Bij deze vorm van oplichting gaat de rechtbank er vanuit dat er een zekere vorm van organisatie noodzakelijk is, waarbij verschillende mensen betrokken zijn en eenieder een bepaalde rol vervult. De in het kader van deze oplichting te verrichten handelingen duiden op een gezamenlijk en vooropgezet plan. Het kopen van leads, het regelen van bankpassen en bankrekeningen om het geld weg te kunnen sluizen, het aanmaken van e-mailadressen en betaallinks, het spoofen van telefoonnummers, het bellen met de aa Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] misbruik heeft gemaakt van identificerende gegevens van een ander door gebruik te maken van de aliassen “ [alias 1] ”, “ [alias 2] ”, “ [aangever 1] ” en “ [alias 3] ”. 5.5.2. Het standpunt van de verdediging De verdediging bepleit primair vrijspraak van het ten laste gelegde feit, omdat niet kan worden vastgesteld dat verdachte opzettelijk de identiteit van een daadwerkelijk persoon heeft aangenomen, dan wel dat hij bewust op zoek is gegaan naar een specifiek bestaand persoon om diens identiteit te gebruiken. Subsidiair bepleit de verdediging dat geen sprake is van medeplegen en dat verdachte moet worden vrijgesproken van het gebruik van de namen “ [alias 3] ”, “ [aangever 1] ” en “ [alias 2] ”. 5.5.3. Het oordeel van de rechtbank Op grond van artikel 231b van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) is strafbaar degene die opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruikt met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen of de identiteit van de ander te verhelen of misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan. Dit wetsartikel is ingevoerd om identiteitsfraude tegen te gaan, waarvan de mensen wiens identiteit wordt “gestolen” de dupe kunnen worden. Het moet dan gaan om personen die daadwerkelijk bestaan, niet om fictieve personen. Vast is komen te staan dat verdachte de aliassen “ [alias 1] ” en “ [alias 2] ” heeft gebruikt en dat zijn medeverdachten de aliassen “ [aangever 1] ” en “ [alias 3] ” hebben gebruikt. Echter, niet is gebleken dat deze personen daadwerkelijk bestaan dan wel dat enig nadeel kon ontstaan door het gebruik van de aliassen door [verdachte] en zijn medeverdachten. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van dit feit. 5.6. Voorhanden hebben/ overdragen van leads feit 4 5.6.1. Het oordeel van de rechtbank Nu verdachte het feit heeft bekend en er geen vrijspraak is bepleit, wordt dit feit zonder nadere motivering bewezen verklaard en worden de bewijsmiddelen voor dit feit opgesomd in de bijlage. 5.7. Medeplegen van computervredebreuk (parketnummer 02-016557-24) 5.7.1. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met [medeverdachte 1] computervredebreuk bij [bedrijf] B.V. heeft gepleegd. 5.7.2. Het standpunt van de verdediging De verdediging bepleit primair vrijspraak van het ten laste gelegde feit, omdat niet kan worden vastgesteld dat verdachte of [medeverdachte 1] in het systeem van [bedrijf] B.V. is binnengedrongen. Subsidiair wordt eveneens vrijspraak bepleit, omdat niet is vast te stellen dat door het binnendringen met een valse sleutel gegevens uit de systemen van [bedrijf] B.V. zijn gehaald, gedownload of gekopieerd. 5.7.3. Het oordeel van de rechtbank Weliswaar hebben [bedrijf] B.V. en de politie niet kunnen vaststellen dat computervredebreuk kon plaatsvinden, maar uit de chatgesprekken tussen verdachte en [medeverdachte 1] leidt de rechtbank af dat dit wel is gelukt. Zo stuurde [medeverdachte 1] op 26 juni 2022 een printscreen met daarop de gegevens van een klant van [bedrijf] B.V., vertelde zij dat er veel gegevens beschikbaar zijn en zij voor een autootje kon sparen. Op 1 juli stuurde verdachte naar [medeverdachte 1] een screenshot van de inlogpagina van CCV, waarop [medeverdachte 1] haar inloggegevens stuurde en hem uitlegde wat hij moest doen. Daarop stuurde verdachte vervolgens een screenshot waaruit blijkt dat hij was ingelogd. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met [medeverdachte 1] door middel van een valse sleutel computervredebreuk heeft gepleegd. In de aangifte van [aangever 13] namens [bedrijf] B.V. (vanaf pagina 2066 in het dossier) is de datum “1 januari 2022” opgenomen. Gelet op de bevindingen in het dossier De rechtbank is van oordeel dat [verdachte] kan worden aangemerkt als een deelnemer van voornoemde organisatie. Zoals hiervoor is overwogen, heeft [verdachte] de aangevers gebeld. Daarnaast heeft hij leads voorhanden gehad en ingelogd op het oude werkaccount van [medeverdachte 1] om toegang te krijgen tot gegevens van potentiële slachtoffers. Met deze gedragingen heeft [verdachte] een substantieel aandeel gehad in de gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Pleegperiode Op 9 februari 2022 is [aangever 14] (zaak 288) slachtoffer geworden van oplichting. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat [verdachte] en [medeverdachte 3] bij deze oplichting betrokken zijn geweest. De rechtbank hanteert deze datum als startdatum voor de pleegperiode en zal bewezen verklaren dat [verdachte] in de periode van 9 februari 2022 tot en met zijn aanhouding op 1 augustus 2023 heeft deelgenomen aan de criminele organisatie. 5.9. Samenloop De rechtbank is van oordeel dat in dit geval geen sprake is van eendaadse samenloop, maar van meerdaadse samenloop en overweegt daarover als volgt. Van eendaadse samenloop als bedoeld in artikel 55, eerste lid, Sr is sprake indien de bewezenverklaarde gedragingen in die mate een samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex opleveren dat de verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt, terwijl de strekking van de desbetreffende strafbepalingen niet (meer dan enigszins) uiteenloopt. De rechtbank is van oordeel dat de strekking van de strafbepalingen in dit geval te veel uiteenloopt om van eendaadse samenloop te kunnen spreken, omdat in de toepasselijke artikelen telkens verschillende belangen worden beschermd. Bovendien is sprake van een feitencomplex, waarbij de verschillende handelingen juist achtereenvolgens plaatsvinden en niet steeds op exact dezelfde wijze, laat staan op dezelfde plaats. De rechtbank heeft immers in het voorgaande vastgesteld dat verdachte niet telkens op dezelfde plek als de medeverdachten was. Aan verdachte wordt dus niet in wezen één verwijt gemaakt, zodat geen sprake kan zijn van een eendaadse samenloop. 5.10. De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte parketnummer 02-165966-23 1. medeplegen oplichting in de periode 8 februari 2022 tot en met 25 juli 2023 in Nederland en/of in Dubai (Verenigde Arabische Emiraten), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, - [aangever 15] heeft bewogen tot de afgifte van € 2.500,40, - [aangever 16] heeft bewogen tot de afgifte van € 12.202,00, - [aangever 17] heeft bewogen tot de afgifte van € 15.002,40, en/of rekeninghouders van de Rabobank en/of ABN AMRO Bank en/of ING bank, te weten de slachtoffers genoemd in bijlage 1 heeft bewogen tot afgifte van enig( e) geldbedrag(en) en/of de (digitale) gegevens van de (internet)bankrekening(en) en/of inloggegevens van deze bankrekening(en), door zich (telkens) via de telefoon uit te geven als bonafide bankmedewerker en (hierbij) door bedrieglijk en in strijd met de waarheid te zeggen/berichten dat - zakelijk weergegeven- - er fraude en/of verdachte transacties plaatsvonden op de bankrekeningen van voornoemde personen en/of er geld van de bankrekeningen van voornoemde personen is/ wordt gepind en/of - de bankrekening en/of het geld van voornoemde personen geblokkeerd en/of verzekerd en/of veiliggesteld moet worden en/of - ( het hoofdkantoor van) de Rabobank en/of ABN AMRO Bank en/of ING bank, e-mails en/of een whatsappbericht naar voornoemde personen stuurt waarin een link staat en dat deze e-mails moeten worden geopend en/of voornoemde personen zijn/haar bankapplicatie dienen te openen en/of - voornoemde personen moeten inloggen op de internetbankierenaccount(s) waartoe zij toega [aangever 100] € 4.170,34 2657 169 20-1-2023 [aangever 101] € 4.290,98 2660 173 14-1-2023 [aangever 102] € 300,00 2675 174 13-1-2023 [aangever 103] € 4.417,98 2678 178 10-1-2023 [aangever 104] € 1.745,00 2695 180 29-12-2022 [aangever 105] € 2.998,98 2703 182 28-12-2022 [aangever 106] € 4.991,00 2711 183 27-12-2022 [aangever 107] € 2.100,00 2714 184 27-12-2022 [aangever 108] € 4.998,99 2717 185 23-12-2022 [aangever 109] € 4.159,00 2721 186 20-12-2022 [aangever 110] € 1.610,00 2727 187 20-12-2022 [aangever 111] € 4.960,00 2730 188 19-12-2022 [aangever 11] ongeveer € 6.000,00 2733 189 16-12-2022 [aangever 112] € 2.840,00 2736 190 14-12-2022 [aangever 113] € 1.923,31 2739 191 14-12-2022 [aangever 114] € 4.240,54 2742 192 13-12-2022 [aangever 115] € 1.961,00 2745 194 12-12-2022 [aangever 116] € 1.861,00 2749 195 7-12-2022 [aangever 117] € 4.724,00 2752 196 6-12-2022 [aangever 118] € 9.713,49 2755 197 5-12-2022 [aangever 119] € 762,05 2760 199 28-11-2022 [aangever 120] € 495,91 2763 200 23-11-2022 [aangever 121] € 2.800,00 2771 201 23-11-2022 [aangever 122] € 4.900,00 2774 202 23-11-2022 [aangever 123] € 4.890,00 2766 203 18-11-2022 [aangever 124] € 4.900,00 2778 206 17-11-2022 [aangever 125] € 4.890,00 2786 207 17-11-2022 [aangever 126] € 4.486,27 2790 208 15-11-2022 [aangever 127] € 2.100,00 279 3 209 15-11-2022 [aangever 128] € 4.900,00 2796 210 15-11-2022 [aangever 129] € 4.900,00 2800 211 14-11-2022 [aangever 130] € 4.900,00 2804 217 1-11-2022 [aangever 131] € 8.375,30 2820 218 25-10-2022 [aangever 132] € 4.881,00 2822 220 17-10-2022 [aangever 133] € 2.990,00 2827 225 7-10-2022 [aangever 134] € 2.980,00 2843 226 7-10-2022 [aangever 135] € 2.920,00 2846 235 28-9-2022 [aangever 136] € 2.960,00 2886 236 28-9-2022 [aangever 137] € 2.930,00 2890 238 26-9-2022 [aangever 138] € 2.860,00 2897 240 23-9-2022 [aangever 139] € 2.860,00 2906 241 22-9-2022 [aangever 140] € 1.790,00 2910 242 22-9-2022 [aangever 141] € 2.820,00 2913 243 20-9-2022 [aangever 142] € 1.180,00 2916 252 14-9-2022 [aangever 143] € 1.900,00 2951 253 14-9-2022 [aangever 144] € 1.940,71 2954 255 6-9-2022 [aangever 145] € 2.000,00 2960 258 25-7-2022 [aangever 146] € 1.980,00 2970 259 19-7-2022 [aangever 147] € 3.020,00 2973 261 13-7-2022 [aangever 148] € 5.403,00 2979 266 5-7-2022 [aangever 149] € 1.595,39 2995 268 4-7-2022 [aangever 150] € 921,00 3003 269 30-6-2022 [aangever 151] € 1.128,93 3006 275 24-5-2022 [aangever 152] € 10.004,95 3034 276 24-5-2022 [aangever 153] € 7.200,00 3037 277 13-5-2022 [aangever 154] € 14.078,00 3048 280 23-4-2022 [aangever 155] € 29.530,28 3057 283 21-4-2022 [aangever 156] € 16.320,40 3067 286 3-3-2022 [aangever 157] € 4.568,00 3078 287 17-2-2022 [aangever 158] € 9.526,00 3081 288 9-2-2022 [aangever 14] € 3.947,00 3085 290 8-2-2022 [aangever 159] € 9.657,99 3090 291 8-2-2022 [aangever 160] € 7.306,00 3094 2 deelname criminele organisatie in de periode 9 februari 2022 tot en met 1 augustus 2023 in Nederland en/of de Dubai (Verenigde Arabische Emiraten), heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten [medeverdachte 2] , [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 4] en/of onbekend gebleven anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van de misdrijven: - oplichting (artikel 326 Wetboek van Strafrecht), - computervredebreuk (artikel 138ab Wetboek van Strafrecht), - opzetwitwassen (artikel 420bis Wetboek van Strafrecht), - voorbereidingshandelingen (artikel 234 Wetboek van Strafrecht), - diefstal door middel van een valse sleutel (artikel 311 Wetboek van Strafrecht); 4 voorhanden hebben/overdragen leads primair in of omstreeks de periode 26 juni 2022 tot en met 25 juni 2023 in Nederland en/of in Dubai (Verenigde Arabische Emiraten), gegevens, te weten persoonsgegevens en/of adresgegevens en/of telefoonnummers en/of bankrekeningnummers en/of e-mailadressen, namelijk data van natuurlijke personen en/of rechtspersonen (zie pagina’s 1671, 1686-1687, Om het vertrouwen van de slachtoffers te winnen, werden zij doorverbonden met een mededader, was het telefoonnummer waarmee werd gebeld verhuld en waren er speciale e-mailadressen aangemaakt. In deze zaak is schrijnend om te zien dat de slachtoffers specifiek zijn uitgezocht op grond van hun hoge leeftijd. Zo is in één van de chatgesprekken te lezen: “Heb nieuwe leads. Die zijn 1930. Steen oud, die doen alles”. Zoals uit de schriftelijke slachtofferverklaringen blijkt, is het vertrouwen van de slachtoffers in de maatschappij ernstig geschaad en zijn zij in hun zelfstandigheid aangetast. In veel gevallen is hun spaargeld uitgegeven aan een luxe levensstijl (dure merkkleding, reizen naar het buitenland, Rolexen etcetera) die door de verdachten werd nagestreefd. Ook voelden de slachtoffers zich vernederd, beschaamd, wantrouwend en hebben zij vele slapeloze nachten gehad. Uit het dossier en hetgeen ter zitting is besproken blijkt dat de verdachten hun handelen als hun dagelijkse werk zagen, waarbij sprake was van een zekere mate van professionaliteit. Dit blijkt alleen al uit het aangetroffen belcentrum. Dat de rechtbank het handelen van de verdachte verwerpelijk vindt, is dan ook evident. De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 29 september 2025, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld. De rechtbank heeft kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 24 september 2025, waaruit blijkt dat verdachte zich in het kader van zijn schorsing aan de bijzondere voorwaarden houdt. De reclassering heeft in het rapport beschreven dat verdachte gesloten over komt en dat er sprake lijkt te zijn van onverwerkt leed. Een verwijzing naar [naam 5] is echter niet van de grond gekomen, omdat ze niet tot de kern van het probleem konden doordringen. Het recidiverisico kan niet worden ingeschat en het risico op onttrekking aan de voorwaarden wordt ingeschat als laag. De reclassering adviseert, indien daartoe ruimte is, een deels voorwaardelijke straf met daarbij als bijzondere voorwaarden de meldplicht, ambulante behandeling, het hebben van dagbesteding en het meewerken aan schuldhulpverlening. Strafoplegging Deze feiten moeten naar het oordeel van de rechtbank worden gezien als een maatschappelijke plaag waartegen hard moet worden opgetreden. Bij de strafbepaling houdt de rechtbank rekening met de grote hoeveelheid slachtoffers die hij heeft opgelicht. Gelet op de aard en ernst van de feiten acht de rechtbank enkel een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. Voor een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest, zoals door de verdediging verzocht, ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding. Redelijke termijn In artikel 6, eerste lid, EVRM is het recht van iedere verdachte gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse staat tegenover de betrokkene een handeling is verricht waaraan de verdachte in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem voor een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Het eerste verhoor van de verdachte door de politie heeft niet steeds als een zodanige handeling te gelden. Wel moeten de inverzekeringstelling van de verdachte en de betekening van de dagvaarding als zo'n handeling worden aangemerkt. Als uitgangspunt heeft te gelden dat een behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen vierentwintig maanden nadat de redelijke termijn is aangevangen. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als sprake is van bijzondere omstandigheden. Deze bijzondere omstandigheden kunnen zijn gelegen in de ingewikkeldheid van de zaak, de invloed van de verdachte en zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld. De rechtbank is van oordeel dat in deze zaak sprake is van bijzondere omstandigheden die zijn De teruggave Ten aanzien van de volgende in beslag genomen voorwerpen wordt een last gegeven tot teruggave aan verdachte: zwarte iPhone in raamkozijn (goednummer: 780441); iPhone uit kelder (goednummer: 780449); iPhone uit kelder (goednummer: 780454); iPad uit kelder (goednummer: 780455). 9 De vorderingen van de benadeelde partijen 9.1. Algemene uitgangspunten en overwegingen 9.1.1. Ontvankelijkheid van de benadeelde partijen Zesendertig benadeelde partijen, waaronder ABN AMRO, ING en Rabobank, hebben zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Met het oog op de overzichtelijkheid heeft de rechtbank de vorderingen van de benadeelde partijen in een Excel-bestand verwerkt. Dit Excel-bestand is als bijlage III aan dit vonnis gehecht. De namen van de benadeelde partijen en de bijbehorende zaaknummers staan vermeld in kolom C en B. In kolom A staat vermeld wie de vordering heeft ingediend (de bank of de individuele rekeninghouder). De benadeelde partijen hebben de bedragen gevorderd die zijn vermeld in kolom D. Alle benadeelde partijen hebben tevens de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd. Alvorens tot een inhoudelijke bespreking van de vorderingen van de benadeelde partijen over te kunnen gaan, dient de rechtbank eerst de vraag te beantwoorden of de benadeelde partijen ontvankelijk zijn in hun vorderingen. Voor zover het verweer is gevoerd dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vorderingen, omdat de verdediging onvoldoende in de gelegenheid is geweest om de inhoud van de vorderingen te bestuderen en daar adequaat op te reageren, overweegt de rechtbank als volgt. De Hoge Raad heeft in haar overzichtsarrest uit 2019 (ECLI:NL:HR:2019:793) regels gegeven over hoe om te gaan met vorderingen van benadeelde partijen. Uitgangspunt is dat de strafrechter niet te snel gebruik mag maken van haar bevoegdheid om benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren wegens een onevenredige belasting van het strafgeding, omdat de bedoeling van de wetgever is geweest om het voor benadeelde partijen eenvoudig te maken om schade in het strafproces te vorderen. De mogelijkheid voor benadeelde partijen om zich in het strafproces te voegen kent echter wel begrenzingen. Zo verplicht artikel 6, eerste lid, van het EVRM de strafrechter tot niet-ontvankelijkverklaring als hij zich niet verzekerd acht dat alle procespartijen in voldoende mate in de gelegenheid zijn geweest om hun stellingen en onderbouwingen met betrekking tot de (betwisting van de) toewijsbaarheid van die vordering genoegzaam naar voren te brengen. In deze zaak heeft een groot aantal slachtoffers aangifte gedaan en te kennen gegeven dat zij vergoeding wensen van de door hen geleden schade. De verdediging heeft voldoende tijd en gelegenheid gehad om deze vorderingen grondig te kunnen bestuderen en daartegen gemotiveerd verweer te kunnen voeren. De vorderingen zijn tijdig voor de zitting ingediend en op zitting is er voldoende tijd voor uitgetrokken. Dat er op zitting op verzoek van de rechtbank nog een nadere toelichting op de vorderingen van de banken is gekomen, maakt dat niet anders. Dit verzoek is immers gedaan uit het oogpunt van een zorgvuldige en complete behandeling van de ingediende vorderingen en daarmee dus ook in het belang van verdediging. De verdediging heeft daarna ook de tijd gekregen om deze nadere toelichting te bestuderen en daar op zitting een standpunt over in te nemen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de benadeelde partijen ontvankelijk zijn in hun vorderingen. 9.2. Materiële schade 9.2.1 Natuurlijke personen De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte bankhelpdeskfraude heeft gepleegd. Dit betekent dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld jegens de benadeelde partijen in de zaken die aan hem kunnen worden gekoppeld en dat hij verplicht is de schade van deze benadeelde partijen te ver Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als de benadeelde partij geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor de benadeelde zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon. Hoewel invoelbaar is dat het bewezenverklaarde slapeloze nachten, gevoelens van angst, onveiligheid, schaamte, stress en wantrouwen bij de benadeelde partijen teweeg heeft gebracht, is dit niet voldoende om voor immateriële schadevergoeding in aanmerking te komen. In geen van de gevallen is geestelijk letsel vastgesteld. Verder is onvoldoende onderbouwd dat de aard en de ernst van de normschending door de verdachte en de mededaders dusdanige ingrijpende gevolgen bij de benadeelde partijen hebben veroorzaakt dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze als bedoeld in artikel 6:106 sub b BW. Ook liggen de aard en ernst van de normschending en de nadelige gevolgen voor de benadeelde partijen naar het oordeel van de rechtbank niet zozeer voor de hand dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. De rechtbank zal de benadeelde partijen daarom niet-ontvankelijk verklaren in (dat deel van) hun vordering (kolom J van bijlage III). Die vorderingen kunnen bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. 9.4. Schadevergoedingsmaatregel 9.4.1. Natuurlijke personen De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen bij toe te wijzen vorderingen van natuurlijke personen. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel. De bedragen van de schadevergoedingsmaatregel zijn vermeld in kolom T van bijlage III. Het maximum aantal dagen gijzeling is vermeld in kolom U van deze bijlage. 9.4.2. Banken De rechtbank zal geen schadevergoedingsmaatregel opleggen bij toe te wijzen vorderingen van ABN AMRO, ING en Rabobank. De rechtbank acht oplegging van de schadevergoedingsmaatregel in dit geval niet passend. De rechtbank ziet geen aanleiding de kosten van inning via de schadevergoedingsmaatregel af te wentelen op de Staat. ABN AMRO, ING en Rabobank zijn professionele organisaties die goed in staat kunnen worden geacht zelf de incasso van de toegewezen vordering ter hand te nemen. Met de toewijzing van de vordering is de aansprakelijkheid van de verdachte immers een gegeven. Eventueel staat hen daarbij de mogelijkheid van lijfsdwang via artikel 585 e.v. van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ten dienste. Bovendien zijn de voordelen voor de banken bij deze maatregel in het onderhavige geval relatief gering. 9.5. Wettelijke rente De benadeelde partijen hebben gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank zal ten aanzien van de benadeelde partijen van wie de vordering geheel of gedeeltelijk wordt toegewezen, bepalen dat de te vergoeden schadebedragen vermeerderd worden met wettelijke rente vanaf de datum van het ontstaan van de schade. Deze data staan vermeld in kolom S van bijlage III. Ook ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel zal dit worden bepaald. De rechtbank zal ten aanzien van de gevorderde onderzoekskosten de wettelijke rente toewijzen vanaf de datum van onderhavig vonnis. 9.6. Proceskosten Waar de vordering van een benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door die benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de eventuele kosten van tenuitvoerlegging. 9.7. Hoofdelijkheid 11 Beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt verdachte vrij van het onder 3 onder parketnummer 02-165966-23 ten laste gelegde feit; Bewezenverklaring - verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5.10 is omschreven; - spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid - verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert: parketnummer 02-165966-23 feit 1: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd; feit 2: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven; feit 4 primair: gegevens ontvangen, zich verschaffen, overdragen, verwerven, verspreiden, voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een misdrijf omschreven in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht voor zover het feit betrekking heeft op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument; parketnummer 02-016557-24 feit 1: medeplegen van computervredebreuk - verklaart verdachte strafbaar; Strafoplegging - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 66 (zesenzestig) maanden ; - bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf; Benadeelde partijen - veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partijen van de in kolom F en kolom H van bijlage III genoemde bedragen aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente voor wat betreft de bedragen in kolom F vanaf de data zoals genoemd in kolom S van bijlage III tot aan de dag der algehele voldoening en voor wat betreft de bedragen in kolom H vanaf de datum van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening; - veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partijen tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil; - verklaart de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in (het overige gedeelte van) de vorderingen, zoals vermeld in kolom J van bijlage III, en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht; - bepaalt dat verdachte met de mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag; - legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, ten behoeve van de slachtoffers de bedragen te betalen, zoals vermeld in kolom T van bijlage III, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf de data zoals genoemd in kolom S van bijlage III tot aan de dag der algehele voldoening; - bepaalt dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast voor de duur van het aantal dagen zoals ten aanzien van elke vordering in kolom U van bijlage III vermeld, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft; - bepaalt dat verdachte met de mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag; - bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd; Beslag - verklaart verbeurd de volgende voorwerpen: laptop Acer op pot palmboom (goednummer: 780443) laptop HP Probook zwart (goednummer: 780452); iPhone 14 Pro Max (goednummer: 780563); - verklaart aan het verkeer onttrokken het volgende voorwerp: blauw shirt met politielogo (goednummer: 780387); - gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten: zwarte iPhone in raamkozijn (goednummer: 780441); iPhone uit kelder (goednummer: 780449); iPhone uit kelder (goednummer: 780454); iPad uit kelder (goednummer: 780455); Voorlopige hechtenis - heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op. Dit vonnis is gewezen door mr. S.W.M. Speekenbrink, voorzitter, en mr. I.M.L. Felix en mr. P.E. van Althuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.D.M. Bos en mr. D.W. Schalk, griffiers, en is uitgesproken ter openbare zitting op 10 februari 2026. Bijlage I: De (gewijzigde) tenlastelegging parketnummer 02-165966-23 1 medeplegen oplichting Jsselstein, Groenlo, Aalten, Hillegom en/of Zundert, althans in Nederland en/of in Dubai (Verenigde Arabische Emiraten), tezamen in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander, te weten [alias 1] , [alias 2] , [aangever 1] en/of [alias 3] heeft gebruikt door: zich en/of zijn mededaders gedurende oplichtingsgesprekken voor te doen als [alias 1] , [alias 2] , [aangever 1] en/of [alias 3] met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen en/of de identiteit van de ander te verhelen en/of te misbruiken, waardoor enig nadeel kon ontstaan; (art 231b Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) 4 voorhanden hebben/overdragen leads primair hij in of omstreeks de periode 26 juni 2022 tot en met 25 juni 2023 te Arnhem en/of Velp, althans in Nederland en/of in Dubai (Verenigde Arabische Emiraten), een of meer stoffen, voorwerpen en/of gegevens, te weten persoonsgegevens en/of adresgegevens en/of (bijbehorende) telefoonnummers en/of (bijbehorende) bankrekeningnummers en/of (bijbehorende e-mailadressen), namelijk dataset(s) van natuurlijke personen en/of rechtspersonen (zie pagina’s 1671, 1686-1687, 1691, 1709 en 1713) heeft vervaardigd, heeft ontvangen, zich heeft verschaft, heeft verkocht, heeft overgedragen, heeft verworven, heeft vervoerd, heeft ingevoerd, heeft uitgevoerd, heeft verspreid, anderszins ter beschikking heeft gesteld en/of voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist dat die bestemd waren tot het plegen van een der in de artikelen 226, eerste lid, onderdelen 2° tot en met 5°, 231, eerste lid, 231a, eerste lid, 231b en 232, eerste lid, omschreven misdrijven dan wel een der misdrijven omschreven in de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht terwijl dit feit betrekking had op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument; (art 234 lid 1 Wetboek van Strafrecht) subsidiair hij in of omstreeks de periode 26 juni 2022 tot en met 25 juni 2023 te Arnhem en/of Velp, althans in Nederland en/of in Dubai (Verenigde Arabische Emiraten), niet-openbare gegevens, te weten persoonsgegevens en/of adresgegevens en/of (bijbehorende) telefoonnummers en/of (bijbehorende) bankrekeningnummers en/of (bijbehorende e-mailadressen), namelijk dataset(s) van natuurlijke personen en/of rechtspersonen (zie pagina’s 1671, 1686-1687, 1691, 1709 en 1713) - heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad (sub a) en/of - aan een ander, te weten [medeverdachte 1] , bekend heeft gemaakt (sub b) terwijl hij, verdachte, ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen van deze gegevens wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door misdrijf waren verkregen; (art 139g lid 1 onder a en b Wetboek van Strafrecht) parketnummer 02-016557-24 hij in of omstreeks de periode 26 juni 2022 tot en met 1 juli 2022 te Arnhem en/of Velp, althans in Nederland en/of Dubai (Verenigde Arabische Emiraten), tezamen en in vereniging met één of meer anderen opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werd, te weten een of meerdere servers toebehorende aan [bedrijf] B.V. en/of een ander dan de verdachtes, waarop het (oude) werkaccount van verdachte [medeverdachte 1] van voornoemde [bedrijf] B.V. wordt gehost, althans bereikbaar is is binnengedrongen a. door het doorbreken van een beveiliging, b. door een technische ingreep, c. met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of d. door het aannemen van een valse hoedanigheid, door in te loggen in het bedrijfssysteem van voornoemde [bedrijf] B.V. middels de oude gebruikersnaam en het wachtwoord van verdachte [medeverdachte 1] , terwijl zij daar niet meer werkzaam was, en/of (vervolgens) toegang verschaft heeft gekregen tot gegevens die waren opgeslagen en/of verwerkt en/of overgedragen door middel van (delen van) dat geautomatiseerde werk waarin hij zich wederrechtelijk bevond, waaronder vertro