Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-01-16
ECLI:NL:RBZWB:2026:784
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,681 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:784 text/xml public 2026-02-27T08:39:21 2026-02-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-01-16 C/02/443710 / FA RK 26-68 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:784 text/html public 2026-02-25T08:43:17 2026-02-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:784 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 16-01-2026 / C/02/443710 / FA RK 26-68 Rechterlijke machtiging Wzd RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/443710 / FA RK 26-68 Datum uitspraak: 16 januari 2026 Beschikking rechterlijke machtiging op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1955 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonende te [plaats] , [adres] , advocaat mr. J. Nederlof uit Tilburg. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 6 januari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 januari 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; mevrouw [persoon 1] , echtgenote van betrokkene; mevrouw [persoon 2] , dochter van betrokkene; mevrouw [persoon 3] , dochter van betrokkene; mevrouw [persoon 4] , specialist ouderengeneeskunde. 2 Het verzoek Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden. 3 De standpunten 3.1. De vragen aan betrokkene worden mondeling gesteld en daarnaast ter verduidelijking ook schriftelijk (via een app op de telefoon van de echtgenote van betrokkene). Betrokkene reageert veelal mompelend en is nauwelijks verstaanbaar. Op de vraag of hij thuis wil blijven wonen of ergens anders, waar hij ook wordt verzorgd, antwoordt betrokkene dat dit zijn huis is. Hij antwoordt instemmend op de vraag of hij vindt dat het lukt om thuis te blijven wonen. 3.2. De specialist ouderengeneeskunde brengt naar voren dat bij betrokkene in 2019 de diagnose Alzheimer dementie is gesteld. Betrokkene kampt met geheugenstoornissen en daarnaast taal/spraakproblemen. Betrokkene is voor zijn algemene dagelijkse levensverrichtingen grotendeels aangewezen op de door zijn echtgenote geboden ondersteuning en toezicht, die volledig als zijn mantelzorger fungeert. Er is bij betrokkene sprake van toenemende boosheid, van dwingend en dreigend gedrag, agressie naar zijn echtgenote en naar spullen. Ook is de spraakproblematiek de laatste tijd verergerd. Geprobeerd is om betrokkene thuis te laten wonen met ondersteuning vanuit zijn familienetwerk en thuiszorg. Echter is die hulp en ondersteuning wegens de opstelling van betrokkene niet helpend gebleken en/of stond betrokkene daar niet voor open. Daarnaast is dagbesteding geprobeerd, maar hier wilde betrokkene niet naar toe. De echtgenote van betrokkene is door de situatie overbelast geraakt, zodanig dat zij met hartklachten en benauwdheid kampt. Ook vreest de specialist ouderengeneeskunde op grond van de actuele omstandigheden voor de veiligheid van de echtgenote. Daarom staat de specialist ouderengeneeskunde achter een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf staan zoals verzocht. In het geval dat het verzoek wordt toegewezen is er voor betrokkene per direct een plek in een zorgaccommodatie beschikbaar. 3.3. De dochters van betrokkene geven aan zich te herkennen in het door de specialist ouderengeneeskunde geschetste beeld over het toestandsbeeld van hun vader. Ook maken zij zich ernstig zorgen om het welzijn en de gezondheid van hun moeder in haar rol van mantelzorger. 3.4. De advocaat van betrokkene voert aan dat het ook voor hem niet eenvoudig is gebleken om een gedegen voorgesprek over het verzoek te houden met zijn cliënt, met name door zijn spraakproblematiek. Uit zijn voorgesprek en deze zitting heeft hij in elk geval kunnen concluderen dat betrokkene graag thuis wil blijven wonen. Met deze toelichting wenst hij zich ten aanzien van het voorliggend verzoek te refereren aan het oordeel van de rechtbank. 4 De beoordeling 4.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging tot opname en verblijf. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 4.2. Uit de inhoud van de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening samen met een psychische stoornis, te weten Alzheimer dementie met op de voorgrond spraak- en taalproblemen. 4.3. Ook blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit de stukken en het verhandelde ter zitting dat ten aanzien van betrokkene sprake is van gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening en stoornis dat leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op: - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene voor zijn algemene dagelijkse levensverrichtingen vrijwel volledig aangewezen is op zorg, ondersteuning en toezicht door zijn echtgenote. Betrokkene laat thuis in toenemende mate boosheid en dwingend en agressief gedrag zien naar zijn echtgenote en naar spullen. Naast dat de echtgenote van betrokkene, die al langere tijd als mantelzorger fungeert, daardoor extra overbelast is geraakt zijn er door de hiervóór beschreven situatie tevens risico’s ontstaan voor haar veiligheid. 4.4. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. 4.5. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat er onvoldoende mogelijkheden zijn om betrokkene thuis te laten wonen met ondersteuning vanuit zijn familienetwerk en thuiszorg en daarnaast dagbesteding, ter ontlasting van zijn echtgenote, dit wegens onvoldoende acceptatie daarvan c.q. meewerken daaraan door betrokkene. 4.6. Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een machtiging tot opname en verblijf verlenen voor een periode van zes maanden, als verzocht. 5 De beslissing De rechtbank: 5.1. verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1955 in [geboorteplaats] ; 5.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 juli 2026. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2026 door mr. Benjaddi, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 2 februari 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.