Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-08-06
ECLI:NL:RBZWB:2026:7563
Verzoek om tegemoetkoming in planschade. voorzienbaarheid. beroep ongegrond. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/544 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 augustus 2026 in de zaak tussen [eiser 1] en [eiser 2] , uit [plaats] , eisers (gemachtigde: [gemachtigde] ), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge , het college. Als derde-partijen nemen aan de zaak deel: [persoon 1] en [persoon 2] – [persoon 2] , uit [plaats] , [persoon 3] en [persoon 4] , uit [plaats] . Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over een verzoek van eisers tot tegemoetkoming in planschade. Het college heeft dit verzoek afgewezen. Eisers zijn het niet eens met deze afwijzing. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het college het verzoek op goede gronden heeft afgewezen. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het verzoek om tegemoetkoming in planschade door het college kon worden afgewezen omdat de planologische wijziging voorzienbaar was. Eisers krijgen dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eisers hebben op 18 juli 2023 een aanvraag gedaan voor een tegemoetkoming in planschade. Het college heeft deze aanvraag met het primaire besluit van 1 juli 2024 afgewezen. Hiertegen hebben eisers bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 18 december 2024 op het bezwaar van eisers is het college bij de afwijzing van het verzoek gebleven. 2.1. Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Eisers hebben op het verweerschrift schriftelijk gereageerd. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 9 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eisers, mr. R. Timmermans en drs. [persoon 5] namens het college en [persoon 2] en [persoon 4] als derde-partijen. 2.3. De rechtbank heeft de termijn voor het doen van een uitspraak verlengd. Beoordeling door de rechtbank Totstandkoming van het bestreden besluit 3. Eisers hebben de aanvraag gedaan als gevolg van het wijzigingsplan “ [plan] ” met betrekking tot het object op het adres [adres] . Het object betreft een vrijstaande woning met ondergrond, erf en tuin. Eisers stellen dat zij schade in de vorm van waardevermindering van het object hebben geleden. Concreet gaat het om aantasting van uitzicht, situeringswaarde en privacy, en ook een toename van geluid, verkeer, licht en overlast, een beperking van de lichttoetreding en aantasting van flora- en fauna. Daardoor is sprake van zwaar planologisch nadeel. 3.1. In mei 2024 heeft Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (SAOZ) een planschade advies uitgebracht aan het college met betrekking tot de aanvraag van eisers. SAOZ heeft een vergelijking gemaakt tussen de oude planologische situatie waarbij de maximale invulling bestond uit agrarisch bestemde gronden met slechts beperkte bouwmogelijkheden en waarbij de maximale invulling van de nieuwe planologische situatie bestaat uit een tweetal Ruimte-voor-Ruimte woningen met bijbehorende bebouwing, erf en tuin. De conclusie van SAOZ is dat de planologische maatregel heeft geleid tot een nadeligere positie, waaruit in beginsel op de voet van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) voor tegemoetkoming vatbare schade in de vorm van waardevermindering is voortgevloeid. SAOZ heeft echter overwogen dat de schade voor rekening van eisers komt, omdat sprake is van voorzienbaarheid op het moment van de aankoop van het object op 23 januari 1998. Op dat moment was de op 3 juli 1997 vastgestelde “Structuurvisie gemeente Halderberge 1997-2015” (hierna: de Structuurvisie) bekend. In die visie was het plangebied al in beeld als mogelijke woningbouwlocatie voor de langere termijn. De voorzienbare ontwikkeling was zelfs beduidend groter dan enkel het toelaten van twee nieuwe woningen waarin de onderhavige ontwikkeling voorziet. SAOZ adviseert het college de aanvraag af te wijzen. 3.2. Het college heeft het advies van SAOZ geheel overgenomen in het primaire besluit. 3.3. Eisers hebben hun bezwaar tijdens de hoorzitting van 13 november 2024 bij de Vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften van de gemeente Halderberge (hierna: de commissie) toegelicht. De commissie heeft haar advies kenbaar gemaakt aan het college. 3.4. Met het bestreden besluit heeft het college het bezwaar van eisers ongegrond verklaard en het primaire besluit in stand gelaten, onder overname van het advies van de commissie. Toetsingskader 4. Per 1 januari 2024 geldt de Omgevingswet. De Wro, die de grondslag vormt voor het verzoek om planschadevergoeding, is daarmee vervallen. Op grond van het overgangsrecht blijft het oude recht van toepassing tot het besluit op dit verzoek onherroepelijk wordt en bij toewijzing van het verzoek, de schadevergoeding volledig is betaald. Eisers hebben het verzoek ingediend op 18 juli 2023. De rechtbank moet dus nog toetsen aan de Wro. 4.1. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak. Wat zijn de beroepsgronden? 5. Eisers voeren aan dat het college het verzoek om planschadevergoeding niet had mogen afwijzen, omdat volgens hen geen sprake is van voorzienbaarheid. Verder menen zij dat uit het advies van SAOZ volgt dat de voor hen optredende waardevermindering niet het aan te houden normaal maatschappelijk risico (NMR) van 4% zal overstijgen en dat het college op dit punt ten onrechte het advies van SAOZ heeft overgenomen en ten grondslag heeft gelegd aan het bestreden besluit. Was de planologische ontwikkeling voorzienbaar? 6. Eisers stellen dat de mogelijkheid dat aan de overzijde van hun woning twee nieuwbouwwoningen konden worden opgericht niet voorzienbaar was. In de Structuurvisie zijn, onder de paragraaf ‘Interne structuur: inbreiding en herstructurering’, in totaal acht afzonderlijke locaties genoemd, welke binnen de planperiode voor toekomstige ontwikkelingen, waaronder woningbouw, in aanmerking zouden komen. Er is daarbij een onderscheid gemaakt in locaties waarvoor een functionele invulling met woningbouw en de omvang daarvan als een gegeven kan worden beschouwd en locaties waarvoor een nadere afweging gemaakt wordt. Volgens eisers volgt hieruit ook dat de gronden tegenover hun woning deel uitmaken van de nader benoemde locatie [straat] . Deze locatie wordt benoemd als één van de drie locaties waarvoor, om daarbinnen tot een toekomstige woningbouwontwikkeling te komen, nog een nadere afweging gemaakt moet worden. Eisers wijzen erop dat voor de locatie [straat] in de Structuurvisie is aangegeven dat de gronden in gebruik zijn als boomkwekerij en dat het beleid gericht was op conservering en continuering van deze bestemming. Gelet hierop, en nu bovendien nog een nadere afweging diende plaats te vinden, is volgens eisers geen sprake van een voldoende concreet beleidsvoornemen in het kader van voorzienbaarheid. 6.1. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) wordt, bij de beantwoording van de vraag of een planologische wijziging voorzienbaar was, rekening gehouden met een concreet beleidsvoornemen dat openbaar is gemaakt. Om op grond van een concreet beleidsvoornemen voorzienbaarheid te kunnen aannemen, moet een redelijk denkend en handelend koper uit de openbaarmaking daarvan kunnen begrijpen op welk gebied dat beleidsvoornemen betrekking heeft, wat de zakelijke inhoud ervan is, en dat hij van de inhoud ervan kan kennisnemen. 6.2. Voor het aannemen van voorzienbaarheid is niet vereist dat verwezenlijking van de schadeveroorzakende overheidsmaatregel volledig en onherroepelijk vaststaat, dat deze maatregel in detail is uitgewerkt of dat de omvang van de nadelige gevolgen met nauwkeurigheid kan worden bepaald. Beslissend is of op het moment van investering de mogelijkheid van de schadeveroorzakende overheidsmaatregel zodanig kenbaar was, dat hiermee bij de beslissing tot investering rekening kon worden gehouden. 6.3. De rechtbank is van oordeel dat het college op goede gronden heeft aangenomen dat sprake is van voorzienbaarheid, zodat het verzoek om tegemoetkoming in planschade terecht is afgewezen. Niet in geschil is dat de Structuurvisie ten tijde van de aankoop van het object door eisers van kracht was. In de Structuurvisie is op pagina 57 over de desbetreffende locatie het volgende opgenomen: “ locatie [straat] De gronden op deze locatie zijn thans in gebruik als boomkwekerij. Het beleid van de gemeente Halderberge is in principe gericht op continuering van deze functie, conform de Paraplunota. Mocht zich echter in de toekomst een situatie voordoen waarbij functieverandering mogelijk wordt gemaakt, dan is afhankelijk, van de behoefte, een stedelijke ontwikkeling niet uitgesloten. Met name gelet op de ligging ten opzichte van het centrum en de aansluiting op de stedenbouwkundige structuur wordt deze locatie namelijk positief beoordeeld.” 6.4. Naar het oordeel van de rechtbank mag van eisers, als redelijk denkende en handelende kopers, verwacht worden dat zij kennisnemen van de openbaar gemaakte Structuurvisie en er rekening mee houden dat daaruit een concreet beleidsvoornemen voor een stedelijke ontwikkeling op de locatie [straat] blijkt. De Structuurvisie biedt daarvoor voldoende concrete aanknopingspunten. Uit de hiervoor aangehaalde passage volgt dat, indien functieverandering van de boomkwekerij mogelijk zou worden, een stedelijke ontwikkeling niet is uitgesloten en deze locatie vanwege haar ligging juist positief is beoordeeld voor een dergelijke ontwikkeling. Dat in de Structuurvisie nog geen definitieve keuze was gemaakt over de omvang, de exacte invulling of de precieze situering van een toekomstige ontwikkeling, maakt het oordeel niet anders. Tijdens de zitting hebben eisers ook bevestigd dat de Structuurvisie wel een indicatie geeft dat woningbouw mogelijk is, maar dat zij die aanwijzing te vaag vinden. Voor het aannemen van voorzienbaarheid is echter niet vereist dat een beleidsvoornemen in alle onderdelen is uitgewerkt. 6.5. Nu de rechtbank tot het oordeel komt dat de planologische ontwikkeling ten tijde van de aankoop voorzienbaar was, heeft het college het verzoek om tegemoetkoming in planschade alleen al om die reden mogen afwijzen. De beroepsgrond over het NMR behoeft daarom geen bespreking meer. Conclusie en gevolgen 7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.L.E. Ides Peeters, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Wilbrink, griffier, op 6 augustus 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving Wet ruimtelijke ordening Artikel 6.1 1. Burgemeester en wethouders kennen degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van een in het tweede lid genoemde oorzaak, op aanvraag een tegemoetkoming toe, voor zover de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en voor zover de tegemoetkoming niet voldoende anderszins is verzekerd. […] Artikel 6.3 Met betrekking tot de voor tegemoetkoming in aanmerking komende schade betrekken burgemeester en wethouders bij hun beslissing op de aanvraag in ieder geval: de voorzienbaarheid van de schadeoorzaak; de mogelijkheden van de aanvrager om de schade te voorkomen of te beperken. Zie het bestemmingsplan “Eerste herziening bestemmingsplan Buitengebied Halderberge”. Zie het wijzigingsplan “ [plan] ”. Bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 28 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:457.