Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-08-12
ECLI:NL:RBZWB:2026:7544
Bewezenverklaring van een bedreiging, beschadiging van drie gebouwen, een diefstal, het zonder noodzaak bellen van 112 en het zeven keer onbruikbaar maken dan wel beschadigen, dan wel vernielen van een geldmaat. Verdachte is geheel ontoerekeningsvatbaar. Zorgmachtiging is praktisch niet uitvoerbaar waardoor het afgeven van een zorgmachtiging geen doel zal dienen. Voor het opleggen van tbs met verpleging van overheidswege wordt niet voldaan aan het gevaarscriterium. De rechtbank volstaat met ontslag van alle rechtsvervolging. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard. De officier van justitie wordt niet ontvankelijk verklaard in de vordering tenuitvoerlegging. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Middelburg parketnummer: 02-252051-25 + 02-078991-24 (tul) vonnis van de meervoudige kamer van 12 augustus 2026 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland thans gedetineerd in P.I. [locatie] raadsvrouw mr. R.T.K. Davidse, advocaat te Middelburg 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 29 juli 2026, waarbij de officier van justitie, mr. S.B.C. Nicolaes, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Ter zitting is ook de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder het voornoemde parketnummer en de vordering van de benadeelde partij Geldmaat B.V. behandeld. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich in een periode van drie maanden schuldig heeft gemaakt aan vier vernielingen van geldautomaten, vier vernielingen van gebouwen van banken, de gemeente en de bewindvoerder, een bedreiging van een supermarktmedewerkster, een diefstal en het meermaals opzettelijk zonder noodzaak bellen van 112. 3 De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht op grond van het dossier alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging bepleit primair integrale vrijspraak nu alle feiten door verdachte worden ontkend. Subsidiair verzoekt de verdediging per feit te beoordelen of uit de beschikbare bewijsmiddelen niet alleen wettig, maar ook overtuigend kan worden afgeleid dat verdachte de verweten gedraging heeft verricht en dat hij daarbij de vereiste opzet had. Het oordeel van de rechtbank 4.2.1 De bewijsmiddelen De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht. 4.2.2 De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs Op grond van de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen acht de rechtbank alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. 4.3 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte 1 op 13 juni 2025 te Vlissingen [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen: "Als ik je tegen kom, steek ik een mes in je rug en anders wacht ik je op" en “Als ik je na je werk tegenkom steek ik je neer. Je moet toch een keer naar huis”. 2 op 18 juni 2025 te Goes, opzettelijk en wederrechtelijk een gebouw, te weten een bedrijfspand gevestigd aan de [adres 1] , dat aan een ander, te weten aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , toebehoorde , heeft beschadigd. 3 op 7 augustus 2025 te Middelburg, opzettelijk en wederrechtelijk een gebouw, te weten een pand van de Gemeente gevestigd aan de [adres 3] dat aan een ander, te weten aan Gemeente Middelburg, toebehoorde , heeft beschadigd. 4 op 7 augustus 2025 te Middelburg een Ipad, die aan Rabobank toebehoorde , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. 5 op 11 augustus 2025 te Middelburg, opzettelijk en wederrechtelijk een gebouw, te weten een bedrijfspand gevestigd aan de [adres 2] , dat aan een ander, te weten aan ING Bank, toebehoorde , heeft beschadigd. 6 in de periode van 6 tot en met 19 september 2025 in Nederland, telkens opzettelijk, zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig was, gebruik heeft gemaakt van een alarmnummer voor publieke diensten, door het alarmnummer (te weten 112) te bellen en de centralist uit te schelden en/of (onder andere) de melding te maken -zakelijk weergegeven- dat - hij doorverbonden wil worden met de officier van justitie en/of - hij een boete heeft gekregen en/of - hij een raket heeft gericht. 7 op 6 september 2025 te Middelburg opzettelijk en wederrechtelijk een geldautomaat en vloer, die aan een ander, te weten aan Geldmaat , toebehoorde n, heeft onbruikbaar gemaakt. 8 op 10 september 2025 te Middelburg opzettelijk en wederrechtelijk meerdere geldautomaten, die aan een ander, te weten aan Geldmaat , toebehoorde n, heeft beschadigd. 9 op 12 september 2025 te Middelburg opzettelijk en wederrechtelijk meerdere geldautomaten, die een ander, te weten aan Geldmaat , toebehoorde n, heeft beschadigd. 10 op 15 september 2025 te Middelburg opzettelijk en wederrechtelijk een geldautomaat, die aan een ander, te weten aan Geldmaat , toebehoorde , heeft vernield. 11 op 24 september 2025 te Middelburg, opzettelijk en wederrechtelijk een gebouw, te weten een bedrijfspand gevestigd aan de [adres 2] , dat aan een ander, te weten aan Geldmaat , toebehoorde , heeft beschadigd. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5 De strafbaarheid Strafbaarheid feiten Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op. Strafbaarheid verdachte De officier van justitie en de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging op grond van de pro justitia rapportage van het Pieter Baan Centrum (hierna: PBC) van 21 april 2026. De rechtbank sluit zich daarbij aan en overweegt daartoe als volgt. Om vast te stellen of bij verdachte tijdens het begaan van de feiten een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond, die zijn gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van die feiten zou kunnen hebben beïnvloed, is verdachte klinisch geobserveerd in het PBC. Verdachte heeft in het PBC zijn medewerking grotendeels geweigerd. Hij ging slechts beperkt in gesprek met de onderzoekers en werkte niet mee aan (test)diagnostisch, somatisch of neurologisch onderzoek. Ook gaf hij geen toestemming voor het opvragen van (medische behandel) informatie. Wel nam verdachte deel aan het afdelingsprogramma. Ondanks dat verdachte geen medewerking wilde verlenen, is er vanuit de aanwezige informatie uit de strafstukken, het milieuonderzoek, de groepsobservaties en de klinische indrukken voldoende informatie beschikbaar om vast te stellen dat bij verdachte ten tijde van de bewezen verklaarde feiten sprake was van een psychotische stoornis, waarbij in classificerende zin schizofrenie het meest waarschijnlijk is. Als gevolg hiervan kunnen de bewezen verklaarde feiten volgens de deskundigen in het geheel niet aan verdachte worden toegerekend, omdat bij verdachte sprake was van een volledige beperking in de keuze- en handelingsvrijheid. De rechtbank neemt deze (gemotiveerde) conclusies over en maakt deze tot de hare. Dit betekent dat de verdachte niet strafbaar is voor de bewezen verklaarde feiten en zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging. 6 Maatregel of zorgmachtiging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen de gemaximeerde maatregel van terbeschikkingstelling (tbs) met verpleging van overheidswege (dwangverpleging). Daarnaast vraagt de officier van justitie de rechtbank om ambtshalve (uit eigen beweging) de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (Sr) op te leggen. 6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging verzoekt de rechtbank op grond van artikel 2.3 van de Wet forensische zorg (Wfz) een zorgmachtiging af te geven. Als de rechtbank toch tbs met dwangverpleging oplegt, is het verzoek deze maatregel gemaximeerd op te leggen en daarbij de 38z-maatregel niet op te leggen. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Inleidend Verdachte kan geen straf worden opgelegd, omdat de strafbare feiten hem niet kunnen worden toegerekend. De rechtbank moet daarom de vraag beantwoorden of zij een zorgmachtiging afgeeft, tbs oplegt of volstaat met het ontslaan van verdachte van alle rechtsvervolging. Aard en ernst van de feiten Verdachte heeft elf strafbare feiten gepleegd. Hij heeft een werkneemster van een supermarkt bedreigd door te zeggen dat hij haar zou neersteken. Zo’n bedreiging veroorzaakt gevoelens van angst en onveiligheid en kan iemand onder druk zetten. Verder heeft verdachte een iPad van de Rabobank gestolen, vier verschillende gebouwen beschadigd en op vier dagen goederen van Geldmaat beschadigd, vernield of onbruikbaar gemaakt. Daarmee heeft hij geen respect getoond voor andermans eigendommen en het ongestoorde gebruik daarvan verstoord. Tot slot heeft verdachte zonder noodzaak tientallen keren het alarmnummer 112 gebeld en daarmee overlast veroorzaakt voor de medewerkers van de alarmcentrale. Strafblad van verdachte De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van verdachte van 21 april 2026. Hieruit komt naar voren dat verdachte op 4 september 2025 is veroordeeld voor bedreigingen, vernielingen en een belediging. De eerdere veroordelingen zijn van meer dan twaalf jaar geleden. Pro Justitia rapportage In de pro justitia rapportage van het PBC van 21 april 2026 staat het volgende. Het risico dat verdachte opnieuw soortgelijke feiten pleegt is hoog. Tot op heden is agressie jegens anderen alleen verbaal gebleken. Fysieke agressie heeft zich beperkt tot voorwerpen. Toch kan een risico op escalatie niet worden uitgesloten. Het feit dat verdachte zich op straat met een schaar heeft bewapend, wordt als zorgwekkend beschouwd. Om het risico op recidive te verlagen, is behandeling van de psychotische stoornis nodig. Gezien de ernst van de symptomen, het gebrek aan ziektebesef en de afkeer tegen psychiatrische behandeling, is een klinische behandeling in een verplicht kader aangewezen. De behandeling moet zich in eerste instantie richten op het stabiliseren van de huidige psychotische toestand door middel van medicatie, wat mogelijk maanden zal duren. Door de achterdocht, vijandigheid en weerstand tegen medicatie is het aannemelijk dat verdachte onvoldoende zal meewerken aan de behandeling of orale medicatie zal weigeren. Daarom is waarschijnlijk gedwongen medicatietoediening via een injectie nodig. Hierdoor moet rekening worden gehouden met een verhoogd risico op agressie-uitbarstingen. Het advies is daarom dat verdachte wordt behandeld in een klinische setting met een voldoende hoog beveiligingsniveau. Het advies is om de mogelijkheden te onderzoeken om de behandeling vorm te geven door middel van een zorgmachtiging. Een zorgmachtiging maakt een gedwongen opname en verplichte medicatie mogelijk, wat noodzakelijk is om de psychiatrische stoornis te kunnen behandelen en het recidiverisico te verlagen. Als een zorgmachtiging niet mogelijk is, is tbs met dwangverpleging het enige alternatief. Verdachte zal door de aanwezige problematiek namelijk niet in staat zijn zich aan voorwaarden te houden. Daarnaast is tbs met voorwaarden ongeschikt, omdat binnen dit kader geen gedwongen medicamenteuze behandeling kan plaatsvinden. Zorgmachtiging De strafrechter kan op grond van artikel 2.3 Wfz een zorgmachtiging afgeven. Dit kan ambtshalve of op verzoek van de officier van justitie. Als de strafrechter overweegt om ambtshalve een zorgmachtiging af te geven, verzoekt hij eerst de officier van justitie een zorgmachtiging voor te bereiden. Dit is bepaald in artikel 5:19, tweede lid, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Uit de wetsgeschiedenis volgt dat het voorbereiden van een zorgmachtiging nauw overleg vereist tussen de officier van justitie en de geneesheer-directeur. De geneesheer-directeur bereidt namelijk het zorginhoudelijke deel van de zorgmachtiging voor, terwijl de officier van justitie het verzoekschrift opstelt en indient. De rechter kan geen zorgmachtiging verlenen als de bevindingen van de geneesheer-directeur ontbreken. Deze bevindingen zijn dan ook van groot belang bij de beoordeling of een zorgmachtiging moet worden verleend. Daarbij is ook van belang dat de geneesheer-directeur eindverantwoordelijk is voor de verplichte zorg en dat het afgeven van een zorgmachtiging niet betekent dat die verplichte zorg ook daadwerkelijk wordt verleend. In deze zaak heeft de officier van justitie geen zorgmachtiging voorbereid, maar heeft het openbaar ministerie wel contact gehad met de geneesheer-directeur van [zorgorganisatie 1] . [zorgorganisatie 1] beschikt alleen over forensische voorzieningen met beveiligingsniveau 1. Volgens de geneesheer-directeur van [zorgorganisatie 1] is een zorgmachtiging in dit geval vanwege de veiligheid van de medewerkers daarom niet mogelijk. In geval van nood kan [zorgorganisatie 1] opschalen naar de forensische voorziening van GGZ Westelijk Noord-Brabant met beveiligingsniveau 2. Het openbaar ministerie heeft ook contact gehad met de geneesheer-directeur van [zorgorganisatie 2] . Hij geeft aan dat de forensische voorzieningen met beveiligingsniveau 3 en 4 overvol zijn. Als een plek vrijkomt, wordt altijd voorrang gegeven aan iemand met een strafrechtelijke titel. Als een zorgmachtiging wordt afgegeven, is er voor verdachte hoogstwaarschijnlijk geen plek. Uit de pro justitia rapportage van het PBC volgt dat de behandeling moet beginnen met medicatie en dat deze medicamenteuze behandeling mogelijk maanden zal duren. Ter zitting heeft verdachte bevestigd dat hij tegen medicatie is en zal weigeren die in te nemen. De medicatie zal daarom door middel van een injectie gedwongen moeten worden toegediend. Dit verhoogt het risico op agressie-uitbarstingen. De rechtbank ziet verder een verhoogd risico op agressie-uitbarstingen bij andere forensische voorzieningen dan [zorgorganisatie 1] , omdat verdachte heeft aangegeven uitsluitend open te staan voor een opname bij [zorgorganisatie 1] . Daarom moet een forensische voorziening beschikbaar zijn met een voldoende beveiligingsniveau. Gelet op het voorgaande is een zorgmachtiging praktisch niet uitvoerbaar. Het beveiligingsniveau bij [zorgorganisatie 1] is te laag. Opschaling naar de forensische voorziening van GGZ Westelijk Noord-Brabant is alleen mogelijk in geval van nood en is daarom niet geschikt voor een maandenlange medicamenteuze behandeling. De forensische voorzieningen met een hoger beveiligingsniveau zijn vol. Het afgeven van een zorgmachtiging zou daarom geen doel dienen. De rechtbank zal de officier van justitie dan ook niet verzoeken een zorgmachtiging voor te bereiden (de wettelijk verplichte tussenstap om als rechtbank ambtshalve een zorgmachtiging af te kunnen geven). Tbs Tbs is een ingrijpende maatregel en is alleen passend bij ernstige misdrijven, waarop een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld. De veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen moet het opleggen van tbs eisen (het gevaarscriterium). Bij gevaar voor anderen gaat het om een rechtstreeks gevaar voor meer individueel bepaalde personen uit de omgeving van de verdachte. Het gevaar voor de algemene veiligheid van personen betreft de veiligheid van het lichaam van min of meer door het toeval bepaalde bredere kringen van personen. Van gevaar voor de algemene veiligheid van goederen is sprake als goederen willekeurig worden aangetast op een manier die in de maatschappij als ernstig wordt ervaren. Daarvoor is meer vereist dan ernstig gevaar voor de aantasting van het ongestoorde bezit van goederen. Uit de ten laste gelegde strafbare feiten volgt niet dat voldaan is aan het gevaarscriterium. Verdachte heeft een medewerkster van een supermarkt met woorden bedreigd vanwege een conflict over een statiegeldbon. Van een rechtstreeks gevaar voor meer individueel bepaalde personen uit de omgeving van verdachte is daarmee niet gebleken. Ook van gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen is niet gebleken. Bij de beschadigingen van de gebouwen is slechts sprake van een aantasting van het ongestoorde bezit. Daarbij geldt bovendien dat verdachte deze gebouwen heeft beschadigd vanuit de overtuiging dat de desbetreffende instanties hem benadelen en tegenwerken. Van een willekeurige aantasting van goederen is daarom geen sprake. Datzelfde geldt voor de goederen die verdachte heeft beschadigd, vernield of onbruikbaar gemaakt en voor de iPad die hij heeft gestolen. Van feiten zoals brandstichting of het veroorzaken van een ontploffing, die wel een gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen kunnen opleveren, is geen sprake. Het onnodig bellen van 112 veroorzaakt overlast, maar betreft een misdrijf waarop een lagere gevangenisstraf is gesteld dan vier jaar. Ook op basis van het strafblad van verdachte is niet voldaan aan het gevaarscriterium. Uit het strafblad van verdachte komt naar voren dat verdachte op 4 september 2025 is veroordeeld voor bedreigingen, vernielingen en een belediging. Hoewel de veroordeling betrekking heeft op de ex-vriendin van verdachte, is niet gebleken dat verdachte op dit moment een rechtstreeks gevaar voor haar vormt. Van misdrijven waaruit een gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen blijkt, is verder geen sprake. Op basis van de pro justitia rapportage kan ook niet de conclusie worden getrokken dat aan het gevaarscriterium is voldaan. Uit de rapportage volgt alleen dat het risico op herhaling van vergelijkbare feiten (zoals ten laste is gelegd) hoog is. Hoewel de deskundigen het risico op escalatie niet kunnen uitsluiten, is dit risico beperkt onderbouwd. Daarbij wijzen zij alleen op de omstandigheid dat verdachte op straat een schaar bij zich heeft gehad om zich te kunnen beschermen. De conclusie is dan ook dat niet aan het gevaarscriterium is voldaan. De rechtbank kan daarom geen tbs aan verdachte opleggen. Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel Aan verdachte zal geen gevangenisstraf en ook geen tbs worden opgelegd. Daarmee is niet voldaan aan de voorwaarden om een gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel op te kunnen leggen. Conclusie De rechtbank zal aan verdachte geen straf of maatregel opleggen en ook geen zorgmachtiging afgeven. De rechtbank zal volstaan met het ontslag van verdachte van alle rechtsvervolging. 7 De benadeelde partij De benadeelde partij Geldmaat B.V. heeft een schadevergoeding van € 47.705,32 gevorderd voor de feiten 7 tot en met 11 wegens materiële schade. Artikel 361, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt onder andere dat de benadeelde partij alleen ontvankelijk is in haar vordering indien de verdachte enige straf of maatregel wordt opgelegd, dan wel in geval van toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, de zogenaamde schuldigverklaring zonder straf. Een ontslag van alle rechtsvervolging behoort daar niet toe. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in deze vordering. 8 De vordering na voorwaardelijke veroordeling De officier van justitie heeft ter zitting gevorderd haar niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf van zestig dagen die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 17 september 2025. De verdediging kan zich hierin vinden. Aan de vordering van de officier van justitie ligt ten grondslag dat verdachte nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd in de proeftijd van 2 oktober 2025 tot 4 juni 2027. Met de nieuwe strafbare feiten worden de hierboven bewezen verklaarde feiten bedoeld. De pleegdata van deze bewezen verklaarde feiten liggen echter vóór de proeftijd waardoor er geen sprake is van nieuw gepleegde feiten in de proeftijd. De rechtbank zal de officier van justitie daarom niet-ontvankelijk verklaren in de vordering na voorwaardelijke veroordeling. 9 De beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven; - spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid - verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert: feit 1: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling; feit 2: Opzettelijk en wederrechtelijk enig gebouw dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen; feit 3: Opzettelijk en wederrechtelijk enig gebouw dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen; feit 4: Diefstal; feit 5: Opzettelijk en wederrechtelijk enig gebouw dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen; feit 6: Opzettelijk, zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig is, gebruikmaken van een alarmnummer voor publieke diensten, meermalen gepleegd; feit 7: Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, onbruikbaar maken, meermalen gepleegd; feit 8: Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen, meermalen gepleegd; feit 9: Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen, meermalen gepleegd; feit 10: Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen; feit 11: Opzettelijk en wederrechtelijk enig gebouw dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen; - verklaart verdachte niet strafbaar voor het bewezenverklaarde en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging ; Benadeelde partij - verklaart de benadeelde partij Geldmaat B.V. niet-ontvankelijk in de vordering; - veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil; Vordering na voorwaardelijke veroordeling - verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 02-078991-24; Voorlopige hechtenis - heft het bevel tot voorlopige hechtenis op. Dit vonnis is gewezen door mr. B. Akdikan, voorzitter, mr. N. van der Ploeg-Hogervorst, en mr. L.W. Boogert, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. de Jonge, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 12 augustus 2026. Mr. De Jonge is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat 1 hij op of omstreeks 13 juni 2025 te Vlissingen [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen: "Als ik je tegen kom, steek ik een mes in je rug en anders wacht ik je op" en/of “Als ik je na je werk tegenkom steek ik je neer. Je moet toch een keer naar huis”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; ( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) 2 hij op of omstreeks 18 juni 2025 te Goes, opzettelijk en wederrechtelijk een goed en/of een gebouw, te weten (ruiten en/of gevelpanelen, althans delen van) een bedrijfspand gevestigd aan de [adres 1] , in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; ( art 352 Wetboek van Strafrecht ) 3 hij op of omstreeks 7 augustus 2025 te Middelburg, opzettelijk en wederrechtelijk een goed en/of een gebouw, te weten (een ruit, althans delen van) een pand van de Gemeente gevestigd aan de [adres 3] , in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan Gemeente Middelburg, toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; ( art 352 Wetboek van Strafrecht ) 4 hij op of omstreeks 7 augustus 2025 te Middelburg een Ipad, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Rabobank, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; ( art 310 Wetboek van Strafrecht ) 5 hij op of omstreeks 11 augustus 2025 te Middelburg, opzettelijk en wederrechtelijk een goed en/of een gebouw, te weten (een ruit en/of kozijn, althans delen van) een bedrijfspand gevestigd aan de [adres 2] , in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan ING Bank, toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; ( art 352 Wetboek van Strafrecht ) 6 hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 tot en met 19 september 2025 te Middelburg, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk, zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig was, gebruik heeft gemaakt van een alarmnummer voor publieke diensten, door het alarmnummer (te weten 112) te bellen en de centralist uit te schelden en/of (onder andere) de melding te maken -zakelijk weergegeven- dat - hij doorverbonden wilt worden met de officier van justitie en/of - hij een boete heeft gekregen en/of - hij een raket heeft gericht; ( art 441 Wetboek van Strafrecht ) 7 hij op of omstreeks 6 september 2025 te Middelburg opzettelijk en wederrechtelijk een geldautomaat en/of vloer, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan Geldmaat , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt ( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) 8 hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 10 september 2025 te Middelburg (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk meerdere, althans een geldautoma(a)t(en), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan Geldmaat , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt ( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) 9 hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 12 september 2025 te Middelburg (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk meerdere, althans een geldautoma(a)t(en), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan Geldmaat , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt ( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) 10 hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 15 september 2025 te Middelburg (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk een geldautomaat en/of een (boven)compartiment, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan Geldmaat , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt ( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) 11 hij op of omstreeks 24 september 2025 te Middelburg, opzettelijk en wederrechtelijk een goed en/of een gebouw, te weten (toegangsdeur(en) en/of voorgevel, althans delen van) een bedrijfspand gevestigd aan de [adres 2] , in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan Geldmaat , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; ( art 352 Wetboek van Strafrecht ) HR 7 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1399. HR 23 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2754.