Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-06
ECLI:NL:RBZWB:2026:688
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Bestuursrecht zaaknummers: BRE 25/1117, 25/1161, 25/1173, 25/1174, 25/1175, 25/1176, 25/1177, 25/1178, 25/1179, 25/1180, 25/1195, 25/1196, 25/1197 en 25/1198 uitspraak van de meervoudige kamer van 6 februari 2026 in de zaken tussen 1 1. [eiser 1] , uit [plaats 1] , (gemachtigde: mr. O.V. Wilkens), 2 [eiser 2] , uit [plaats 2] , 3. [eiser 3] uit [plaats 2] , 4. [eiser 4] uit [plaats 3] , 5. [eiser 5] uit [plaats 4] , (gemachtigde: mr. F. Bajrami) en 1 de burgemeester van de gemeente Hilvarenbeek, de burgemeester, 2. het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilvarenbeek het college (samen: verweerder). Als derde-partijen nemen aan de zaken deel: 1. B2S B.V. uit Capelle aan den IJssel (Decibel Outdoor) (gemachtigde: mr. J. Poortvliet); 2. Monumental Productions B.V., uit Amsterdam (Awakenings) (gemachtigde: mr. J. Poortvliet); 3. Beekse Bergen Exploitatie B.V. uit Hilvarenbeek (Beekse Bergen) (gemachtigde: mr. M. Diepenhorst). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over twee verleende evenementenvergunningen en toestemmingen voor verruimde geluidsuitstoot voor de festivals Decibel Outdoor en Awakenings voor het jaar 2024. Eisers zijn het daarmee niet eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of de burgemeester in redelijkheid de evenementenvergunningen heeft kunnen verlenen en of het college in redelijkheid de toestemmingen verruimde geluidsuitstoot heeft kunnen afgeven. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de burgemeester niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten tot verlening van de evenementenvergunningen en dat het college niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten tot afgifte van de toestemmingen geluidsuitstoot. Eisers krijgen dus gelijk en de beroepen zijn dus gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Met de bestreden besluiten van 19 december 2024 op de bezwaren van eisers hebben de burgemeester en het college de eerdere besluiten in stand gelaten. Dit geldt niet voor in de toekomst te verlenen vergunningen en toestemmingen voor het verruimen van de geluidsnormen op zondag. Deze zullen worden verleend tot 23:00 uur in plaats van 23:30 uur. 2.1. Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten, waarbij de beroepen van eiser 1 alleen zijn gericht tegen de besluiten over het festival Decibel. De burgemeester en het college hebben op de beroepen gereageerd met een verweerschrift. De vergunninghouders hebben ook schriftelijk gereageerd. 2.2. De rechtbank heeft de beroepen op 25 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigden van eisers, namens eiser 1 de deskundige [deskundige 1] , namens eisers 2 tot en met 5 de deskundige [deskundige 2] , namens de burgemeester en het college mr. J. Gielen en [persoon 1] , namens Decibel Outdoor [persoon 2] en namens Awakenings [persoon 3] , met hun gemachtigden en namens Beekse Bergen [persoon 4] en [persoon 5] met haar gemachtigde. 2.3. De rechtbank heeft de uitspraaktermijn verlengd. Beoordeling door de rechtbank De niet betwiste feiten 3. Awakenings (Monumental Productions B.V.) heeft op 12 december 2023 een aanvraag ingediend voor een vergunning voor het houden van een evenement. Decibel Outdoor (B2S B.V.) heeft op 22 januari 2024 een aanvraag ingediend voor een vergunning voor het houden van een evenement. 3.1. De burgemeester heeft op 7 mei 2024 een evenementenvergunning verleend om het evenement Awakenings te houden op vrijdag 5 juli 2024 van 16:00 uur tot 01:00 uur, zaterdag 7 juli 2024 van 13:00 uur tot 01:00 uur en zondag 8 juli 2024 van 13:00 uur tot 23:30 uur op het evenemententerrein Libéma Vakantiepark op het adres De Beekse Bergen 1 te Hilvarenbeek. Daarnaast heeft het college toestemming verleend voor verruimde geluidsuitstoot en heeft de burgemeester ontheffingen op grond van de Al Voorts is niet inzichtelijk gemaakt dat voldaan zal worden aan het voorschrift dat de best beschikbare technieken worden gehanteerd om geluidshinder te beperken. 6.1. De burgemeester en het college hebben aangevoerd dat aan hen een discretionaire bevoegdheid toekomt. Naar hun beoordeling zullen omwonenden als gevolg van de evenementen geen onduldbare geluidshinder ondervinden. Bij de vaststelling van het locatieprofiel zijn de belangen van omwonenden meegewogen. Om tegemoet te komen aan hun belangen zijn striktere geluidsvoorschriften vastgesteld. De Nota Limburg is geen algemeen verbindend voorschrift waaraan voldaan moet worden. Aan de bestreden besluiten ligt een akoestisch rapport ten grondslag. Daarbij is de toepassing van moderne technieken en strategische situering van geluidsbronnen betrokken. Tijdens de evenementen zijn de geluidsnormen niet overtreden. Voor zover eisers een norm van 100 dB(A) op de dansvloer wensen, zou dit weinig effect hebben op de geluidsbelasting op hun woningen. 6.3. Decibel Outdoor, Awakenings en de Beekse Bergen hebben gesteld dat de belangen van omwonenden voldoende zijn afgewogen in het locatieprofiel. De evenementen zijn vergund in overeenstemming met het locatieprofiel. Er wordt gehandeld in overeenstemming met de voorschriften die zijn opgenomen in de evenementenvergunning. Het geluid wordt zo ingeregeld dat aan de normen wordt voldaan. Toestemming verruimde geluidsuitstoot 7. Het college heeft op 6 juli 2010 een milieuvergunning verleend aan de Beekse Bergen voor het recreatiepark gelegen aan de Beekse Bergen 1 te Hilvarenbeek. In de milieuvergunning zijn geluidsnormen voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximale geluidsniveau opgenomen. 7.1. In afwijking van de in artikel 10.1.1 van de milieuvergunning gestelde geluidsnormen, mag het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau tussen 19:00 uur en 23:00 uur veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties en door de in de inrichting verrichte werkzaamheden of activiteiten tijdens de incidentele afwijking van de representatieve bedrijfssituatie niet meer bedragen dan 47 dB(A) bij de woning op het adres [adres] . Dit betreft een incidentele afwijking voor muziekpodia ten behoeve van feesten nabij de bungalows of camping, of feest op het strand van het Speellandterrein in de avondperiode, met een maximaal bronvermogen van 110 dB(A). 7.2. Evenementen waarbij gebruik wordt gemaakt van podia met een bronvermogen van meer dan 110 dB(A), met meerdere podia tegelijkertijd of die plaatsvinden in de buitenlucht na 23:00 uur, mogen alleen plaatsvinden na overleg met en uitdrukkelijke toestemming van het bevoegd gezag. Zulke evenementen mogen niet meer dan vier keer per jaar plaatsvinden. Tussen partijen is niet in geschil dat in dit geval sprake is van dergelijke evenementen en dus een toestemming voor verruimde geluidsuitstoot van het college is vereist. 7.3. De toestemming voor een verruimde geluidsuitstoot is afgegeven voor een geluidsniveau, veroorzaakt door op het evenemententerrein aanwezige toestellen en installaties, en door de te verrichten werkzaamheden en door de aanwezige bezoekers. Het geluidsniveau mag op alle festivaldagen niet meer bedragen dan 75 dB(A) en 90 dB(C) van 13.00 uur tot 01:00 uur op vrijdag en zaterdag en van 13.00 uur tot 23:30 uur op zondag. Onverminderd het voorgaande mag de gemeten waarde op de ‘dansvloer’ conform het convenant preventie gehoorschade niet meer dan 103 dB(A) bedragen. 7.4. Voor de activiteiten die plaatsvinden op de bijbehorende camping tussen 01:00 uur en 04:00 uur, is geen aanvullende toestemming gevraagd en verleend en mag de maximale geluidsbelasting dus niet meer bedragen dan in de milieuvergunning is vergund. 7.5. Het college heeft overwogen dat het kan instemmen met het afgeven van de toestemming voor verruimde geluidsuitstoot, omdat de evenementenvergunning is verleend. Evenementenvergunning 8. Het afwegingskader van de burgemeester wordt gevormd door de Alge Dit betreft namelijk de eigen bevoegdheden van andere bestuursorganen, van die omliggende gemeenten. De beoordeling van de rechtbank van deze beroepen is beperkt tot de beoordeling van de hier voorliggende evenementenvergunningen en toestemmingen voor verruimde geluidsuitstoot. 8.3. De gemachtigden van eisers hebben ter zitting desgevraagd bevestigd dat de gronden ook zijn gericht tegen de onderdelen van het evenementenbeleid en het locatieprofiel, waarin geluidsnormen zijn opgenomen. De rechtbank ziet, exceptief toetsend, daarom aanleiding te beoordelen of de geluidsnormen in het evenementenbeleid en het locatieprofiel zorgvuldig zijn vastgesteld. De rechtbank komt tot het oordeel dat de geluidsnormen niet zorgvuldig zijn vastgesteld. Hierover overweegt de rechtbank het volgende. 8.4. In het bestreden besluit en het locatieprofiel zijn naast dB(A)-normen ook dB(C)-normen opgenomen om de hinderlijke lage tonen van muziek in te kaderen, zodat omwonenden minder last zouden ervaren van de lage bastonen. De burgemeester legt met de bestreden besluiten een maximaal geluidsniveau op ter plaatse van de gevel van geluidsgevoelige objecten (de woningen van omwonenden). Het college volgt die normering in zijn besluiten. 8.5. Eisers 2 tot en met 5 hebben een deskundigenadvies overgelegd van [deskundige 2]. Hierin wordt ingegaan op het verschil in hinder tussen hoogfrequent geluid (dB(A)) en laagfrequent geluid (dB(C)) en de geluidwering van woningen. Een nieuwbouwwoning heeft gemiddeld een geluidwering van 20 dB en daarop zijn de gangbare geluidsnormen afgestemd. Bij lagere geluidfrequenties wordt een geluidwering van 20 dB vaak niet gehaald. Voor zover deze nog wel gehaald zou worden, zou bij de in de vergunningen gehanteerde normen binnen de woningen een zodanig geluidniveau optreden, dat dat gezien kan worden als onduldbare hinder. Daarbij verwijst [deskundige 2] naar de Nota Limburg waarin dat wordt onderbouwd. 8.6. Hoewel de burgemeester en het college terecht stellen dat voor bestuursorganen geen wettelijke verplichting bestaat om bij evenementen de Nota Limburg toe te passen , had het wel op hun weg gelegen om nader te motiveren waarom bij een geluidsnorm van 90 dB(C) ter plaatse van de gevel van een woning, geen onevenredige hinder in die woning ontstaat. De aard van de vergunde evenementen is dat er voornamelijk muziek wordt gespeeld met krachtige lage bastonen. Uit het deskundigenadvies van [deskundige 2] volgt dat bij dergelijke tonen niet kan worden uitgegaan van een gemiddelde geveldemping van 20 dB. Verwacht wordt dat de dempende werking voor lagere tonen gemiddeld 3 tot 5 dB minder zal zijn. De burgemeester en het college hebben geen onderzoek uitgevoerd naar de dempende werking van woninggevels bij laagfrequent geluid en hebben daarom niet zonder meer kunnen vaststellen dat geen onevenredige geluidshinder zou plaatsvinden bij omliggende woningen. 8.7. Ter zitting is namens de burgemeester en het college desgevraagd bevestigd dat voor beantwoording van de vraag wanneer sprake is van onduldbare hinder, aansluiting wordt gezocht bij wat daarover in de Nota Limburg is opgenomen. Volgens de Nota Limburg is in ieder geval sprake van onduldbare hinder bij een geluidsniveau van meer dan 20 dB(A) boven het referentieniveau én bij een geluidsniveau van 50 dB(A). Hieruit volgt dat bij een toegelaten geluidsbelasting van 75 dB(A) op de gevel en een geluidsdemping van 20 dB door de gevel, de norm van 50 dB(A) al wordt overschreden. Daar komt nog bij dat zonder nader onderzoek naar de geluiddempende werking van de gevel van woningen bij laagfrequent geluid, onduidelijk is hoe hoog de geluidsbelasting binnen een woning zal zijn bij een norm van 90 dB(C) op de gevel. Nu de geluiddempende werking van een gevel voor laagfrequent geluid kennelijk lager ligt dan de 20 dB die gemiddeld wordt aangehouden, ligt het in de lijn der verwachting dat de overschrijding ten gevolge van laagfrequent geluid nog veel forser zal zijn. Verder gaat de Not De rechtbank geeft partijen mee dat een handhavingsgeschil mogelijk voorkomen kan worden door aan eisers en hun geluidsdeskundige actief informatie te verstrekken over de wijze waarop hieraan wordt voldaan. Openbare orde en veiligheid 9. Eisers hebben daarnaast nog betoogd dat de evenementenvergunningen geweigerd hadden moeten worden vanwege het belang van de openbare orde en veiligheid. In 2023 hebben er bij de festivals twee incidenten plaatsgevonden waarbij een bezoeker is overleden, vermoedelijk door drugs. Daarnaast hebben er in het festivalseizoen van 2024 diverse incidenten plaatsgevonden met brand en vuurwerk. Er is onvoldoende rekening gehouden met deze incidenten. Daarnaast is het onevenredig dat woningen en lokalen maandenlang worden gesloten bij de constatering van harddrugs, terwijl de festivals wel doorgang vinden en daar veel drugs worden gebruikt. 9.1. De burgemeester heeft gesteld dat hij de belangen van de openbare orde en veiligheid voldoende heeft meegewogen. Aan de evenementenvergunningen zijn diverse voorwaarden verbonden met het oog op de openbare orde en veiligheid. Daarnaast zijn met de vergunningaanvragen verkeers- en beveiligingsplannen overgelegd. 9.2. Decibel Outdoor, Awakenings en de Beekse Bergen hebben gesteld dat deze gronden gelet op het relativiteitsbeginsel niet kunnen leiden tot vernietiging van de vergunningen. 9.3. De bestuursrechter vernietigt een besluit niet op de grond dat het in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel, indien deze regel of dit beginsel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept. 9.4. De incidenten waarnaar eisers verwijzen, hebben alle te maken met de veiligheid en gezondheid van de bezoekers van de festivals. De regels waarop eisers een beroep doen zien op de veiligheid en openbare orde op het festivalterrein. Eisers hebben geen gronden aangevoerd die betrekking hebben op de openbare orde en veiligheid buiten het festivalterrein in de directe omgeving van hun woningen. Nu eisers omwonenden zijn en geen bezoekers van de festivals, komen de besluiten op deze grond niet voor vernietiging in aanmerking, omdat de regels niet strekken tot de bescherming van de belangen van eisers. Het relativiteitsvereiste verzet zich hiertegen. Deze beroepsgrond slaagt dus niet. Wet natuurbescherming 10. Eisers hebben tot slot betoogd dat de burgemeester geen gedegen onderzoek heeft gedaan naar het welzijn van de dieren in de omgeving en dat hiervoor geen QuickScans zijn uitgevoerd. 10.1. De burgemeester heeft gesteld dat het buiten zijn beoordeling valt of vergunninghouders QuickScans hebben uitgevoerd. Ten overvloede merkt de burgemeester op dat deze QuickScans wel zijn uitgevoerd. 10.2. Vergunninghouders hebben gesteld dat deze beroepsgrond op grond van het relativiteitsvereiste niet tot vernietiging van de bestreden besluiten kan leiden. 10.3. De vraag of QuickScans zijn uitgevoerd, heeft betrekking op de vraag of op grond van (voorheen de Wet natuurbescherming (Wnb) en nu) de Omgevingswet een natuurvergunning vereist is. De regels ter bescherming van flora en fauna of ter bescherming van natuurwaarden in de Natura 2000-gebieden zijn gesteld ter bescherming van algemene en niet van individuele belangen. Daarmee strekken zij niet specifiek tot bescherming van de belangen van eisers. Ook is niet gesteld of gebleken dat het belang van een goede kwaliteit van de directe woon- en leefomgeving van eisers zodanig is verweven met dat algemene belang dat eisers in hun persoonlijke belang toch een beroep op die regels kunnen doen. Nu het relativiteitsvereiste zich daartegen verzet, kan deze beroepsgrond niet leiden tot vernietiging van de bestreden besluiten. Deze beroepsgrond slaagt dus niet. Conclusie en gevolgen 11. De beroepen zijn gegrond omdat de bestreden besluiten in strijd zijn met het motiveringsbeginsel. De rechtbank vernietigt daarom de bestreden besluiten. De rechtbank ziet geen reden om