Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-07-08
ECLI:NL:RBZWB:2026:6830
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Tilburg Zaaknummer: 11946151 \ CV EXPL 25-5568 Vonnis van 8 juli 2026 in de zaak van 1 [eisende partij 1] , 2. [eisende partij 2] , te [plaats 1] , eisende partijen, hierna samen (in mannelijk enkelvoud) te noemen: [eisende partijen] , gemachtigde: mr. L.L. Lebens, Stichting Achmea Rechtsbijstand, tegen [gedaagde partij] , H.O.D.N. [bedrijf 1] , te [plaats 2] , gedaagde partij, hierna te noemen: [bedrijf 1] , gemachtigde: mr. R.A. Jong. 1 De zaak in het kort Het gaat in deze zaak om een dakrenovatie die [bedrijf 1] aan de woning van [eisende partijen] heeft uitgevoerd. [eisende partijen] stelt dat er sprake is van een non-conform dak en [bedrijf 1] daarom tekort geschoten is in de nakoming van verplichtingen uit de overeenkomst. [eisende partijen] stelt dat [bedrijf 1] na ingebrekestelling en onvoldoende herstel in verzuim is komen te verkeren en [eisende partijen] na de omzettingsverklaring recht heeft op schadevergoeding. [bedrijf 1] betwist de gevorderde schadevergoeding omdat er volgens hem geen sprake is van gebreken die door hem zijn veroorzaakt en beroept zich daarnaast op schending van de klachtplicht en ondeugdelijke ingebrekestelling. De kantonrechter wijst het beroep op schending van de klachtplicht en een ondeugdelijke ingebrekestelling af. Gezien de tegengestelde standpunten van partijen over de vraag of er sprake is van een non-conform dak zal de kantonrechter een deskundige benoemen. Partijen worden in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de voorgestelde vragen en in onderling overleg een deskundige voor te stellen. 2 De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 10 oktober 2025 met producties 1 tot en met 41;- de conclusie van antwoord met producties 1 en 2;- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald; - de namens [eisende partijen] ingediende aanvullende producties 42 tot en met 45; - de namens [bedrijf 1] ingediende aanvullende producties 3 tot en met 6; - de mondelinge behandeling van 11 mei 2026 waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt; - de spreekaantekeningen van [eisende partijen] . 2.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 3 De feiten 3.1. [bedrijf 1] drijft een onderneming die zich (onder meer) bezig houdt met dakrenovaties. 3.2. Op 22 april 2023 heeft [eisende partijen] met [bedrijf 1] een overeenkomst gesloten tot het vernieuwen van het schuine dak van zijn woning aan [adres] te [plaats 1] voor een bedrag van € 9.379,92 inclusief btw. De woning van [eisende partijen] heeft ook platte daken, waaraan [bedrijf 1] geen werkzaamheden verricht heeft. De werkzaamheden aan het schuine dak bestaan uit: het verwijderen van de oude dakpannen en latten, het aanbrengen van een waterdicht maar dampopen onderlaag, het aanbrengen van latwerk voor de dakpan OVH natuurrood, het leveren en plaatsen van 76 m2 dakpannen inclusief kantpannen en nokvorsten voor de OVH natuurrood, - schoorsteen lood vervangen. 3.3. [eisende partijen] heeft het overeengekomen bedrag van € 9.379,92 inclusief btw betaald aan [bedrijf 1] . 3.4. In oktober 2023 is [bedrijf 1] met de werkzaamheden gestart. Tijdens de werkzaamheden ontstond er een lekkage vanuit het plafond in de slaapkamer die [eisende partijen] op 27 oktober 2023 heeft gemeld aan [bedrijf 1] en welke lekkage [bedrijf 1] heeft verholpen door een nokvorst vast te schroeven. Door de lekkage zijn er gele vlekken op het plafond in de slaapkamer ontstaan. 3.5. Op 16 oktober 2023 heeft [bedrijf 1] een offerte aan [eisende partijen] verstrekt voor het vervangen van het gevellood voor een bedrag van € 2.940,30 inclusief btw. [eisende partijen] is daar niet mee akkoord gegaan. [bedrijf 1] heeft daarom loodvervanger aangebracht onder het bestaande lood vanwege de door hem gegeven garantie op het dak. 3.6. Op 19 maart 2024 heeft [eisende partijen] een nieuwe lekkage in de slaapkamer ontdekt, waarna [eisende partijen] zijn woonverzekering h In verband met die werkzaamheden heeft Micazon de zonnepanelen van het schuine dak verwijderd en deze na uitvoering van herstelwerkzaamheden door [bedrijf 1] teruggeplaatst. 3.19. Bij brief van 13 november 2024 heeft de gemachtigde van [bedrijf 1] aan de gemachtigde van [eisende partijen] medegedeeld dat aansprakelijkheid van [bedrijf 1] wordt betwist (onder meer) omdat niet voldaan is aan de klachtplicht en de waargenomen afwijkingen later zijn ontstaan door handelen of nalaten van derden. 3.20. Bij e-mail van 18 november 2024 heeft de gemachtigde van [eisende partijen] aan [bedrijf 3] gevraagd of er causaal verband bestaat tussen de installatie van zonnepanelen en de in het rapport van 15 oktober 2024 genoemde gebreken. Als reactie daarop heeft [bedrijf 3] bij e-mail van 18 november 2024 medegedeeld dat het niet goed aansluiten van de nokvorsten, kantpannen en loodslabben niets te maken heeft met de zonnepanelen. 3.21. Op 19 februari 2025 heeft er een vervolgonderzoek plaatsgevonden door [bedrijf 3] naar aanleiding van de door [bedrijf 1] verrichte herstelwerkzaamheden. [bedrijf 3] oordeelt in haar rapport van 27 maart 2025 (productie 28 dagvaarding) dat: er geen verankering is van de kantpannen en de eerste horizontale rij pannen en rondom de dakramen alsmede dat andere pannen sporadisch verankerd zijn, dat loodvervanger niet goed is aangebracht en dat het lood aan de zijkanten te smal is waardoor inwatering mogelijk is, dat het vervangen van lood nodig is, - dat folies niet netjes en juist zijn uitgevoerd wat leidt tot inwatering. [bedrijf 3] begroot de herstelkosten op € 11.374,00 inclusief btw. 3.22. Bij brief van 15 april 2025 heeft de gemachtigde van [eisende partijen] aan de gemachtigde van [bedrijf 1] medegedeeld dat [eisende partijen] zijn vordering tot nakoming op [bedrijf 1] omzet in een vordering tot vervangende schadevergoeding. 3.23. [bedrijf 4] heeft op verzoek van [eisende partijen] offertes uitgebracht voor herstelwerkzaamheden van totaal € 17.894,74 inclusief btw, bestaande uit:1. het aanbrengen van lood bij de dakkapel aan de achterzijde van de woning voor € 957,68, 2. het aanbrengen van lood aan de zijkant van de woning voor € 941,88, 3. herstelwerkzaamheden aan het pannendak voor € 15.995,18. 3.24. Bij brief van 16 juni 2025 heeft de gemachtigde van [eisende partijen] [bedrijf 1] gesommeerd om de herstelkosten van € 17.894,74 binnen 16 dagen na dagtekening van de brief aan [eisende partijen] te betalen. 3.25. Op 3 juli 2025 heeft [bedrijf 1] een contra-expertise laten uitvoeren door de heer [persoon] (hierna: [persoon] ) van [bedrijf 5] (productie 39 dagvaarding). [bedrijf 5] oordeelt in een rapport van 27 augustus 2025 (onder meer) dat wegens het niet kiezen voor loodafwerking geen sprake is van volledige renovatie. Daarnaast oordeelt [bedrijf 5] dat een groot gedeelte van het pannendak is verwijderd om zonnepanelen te plaatsen en bekabeling over de nok van de dakconstructie te plaatsen om de bekabeling te verleggen. Ook oordeelt [bedrijf 5] dat het pannendak is voorzien van panhaken, dat verankering niet verplicht is, dat de damp open folie en panlatten volgens de richtlijnen zijn aangebracht en dat [bedrijf 3] uitgaat van een verkeerde dakpan met een andere panlatmaat. [bedrijf 5] oordeelt dat de maatvoering van de panlatten van 30,8 cm bij [bedrijf 6] (OVH) volgens de richtlijnen correct is. 3.26. Op 14 september 2025 heeft [bedrijf 3] gereageerd op het rapport van [bedrijf 5] (productie 40 dagvaarding) en onder meer geoordeeld dat verankeren verplicht is volgens het Bouwbesluit en NEN-normeringen, dat [bedrijf 3] is uitgegaan van een juiste dakpan en sprake is van een onjuiste maatvoering van de panlat. 3.27. [eisende partijen] heeft het [bedrijf 7] opdracht gegeven om naar een lekkage te kijken ter hoogte van het platte dak die volgens [eisende partijen] tijdens de inspectie door [persoon] is veroorzaakt. Van Iersel heeft de kosten van herstel van de lekkage aan [eisende partijen] gefactureerd voor Voorop wordt gesteld dat het in beginsel op de weg van [bedrijf 1] ligt om feiten en omstandigheden te stellen en zo nodig te bewijzen waaruit volgt op welk moment [eisende partijen] heeft ontdekt of bij een redelijkerwijs van hem te vergen onderzoek had behoren te ontdekken dat de verrichte werkzaamheden gebreken vertoonden en dat het tijdsverloop vanaf dat moment tot aan het moment waarop [eisende partijen] heeft geklaagd zo lang is geweest dat niet kan worden gesproken van een tijdige klacht. De vraag of de klacht binnen bekwame tijd is geschied, dient te worden beantwoord onder afweging van alle betrokken belangen en met inachtneming van alle relevante omstandigheden. Daarbij komt dat van veel gewicht is of het belang van [bedrijf 1] is geschaad als gevolg van het verstrijken van de tijd totdat tegen de afwijking is geprotesteerd; als zijn belangen niet zijn geschaad, zal er niet snel reden zijn om [eisende partijen] gebrek aan voortvarendheid te verwijten. 5.5. Voor wat betreft de lekkage van 19 maart 2024 is gebleken dat dit werd veroorzaakt door gekitte gaten op het platte dak, maar ter zake van dit gebrek is in deze procedure geen schade gevorderd. Of er ten aanzien van de lekkage van 19 maart 2024 al dan niet tijdig is geklaagd, is in deze zaak daarom niet relevant. Het gaat erom of [eisende partijen] over de gebreken, waarvan [eisende partijen] nakoming heeft omgezet in schadevergoeding, tijdig heeft geklaagd. Uit de stukken volgt dat de beweerde gebreken aan het gerenoveerde dak voor [eisende partijen] pas duidelijk zijn geworden na het rapport van [bedrijf 3] van 15 oktober 2024 en over die gebreken heeft [eisende partijen] bij brief van 28 oktober 2024 geklaagd bij [bedrijf 1] . Dit is tijdig en niet valt in te zien dat [eisende partijen] daarmee zijn klachtplicht heeft geschonden. [bedrijf 1] heeft verder niet (althans onvoldoende) onderbouwd dat [eisende partijen] in redelijkheid eerder op de hoogte was of had moeten zijn van de in deze procedure gestelde gebreken en daarom niet tijdig zou hebben geklaagd. Daarom wordt ten aanzien van de klachtplicht niet toegekomen aan de door [bedrijf 1] gestelde omstandigheid dat hij is benadeeld door werkzaamheden van derden aan het dak. Het door [bedrijf 1] gedane beroep op schending van de klachtplicht wordt daarom verworpen. Ingebrekestelling 5.6. [bedrijf 1] voert aan dat hij niet naar behoren in gebreke is gesteld omdat de brief van 26 juli 2024 geen tekortkomingen bevat, de brief van 14 augustus 2024 enkel een termijn herhaalt en dat de brief van 28 oktober 2024 een korte termijn bevat die niet redelijk is en daarin niet wordt aangegeven wat de gebreken zijn die hersteld moeten worden. Als gevolg daarvan is volgens [bedrijf 1] geen sprake van verzuim en heeft de omzettingsverklaring van 15 april 2025 geen effect. 5.7. [eisende partijen] betwist dat [bedrijf 1] niet behoorlijk in gebreke is gesteld omdat de ingebrekestellingen [bedrijf 1] aanleiding hebben gegeven om herstelwerkzaamheden te verrichten en het niet deugdelijke herstel leidt tot verzuim. 5.8. In artikel 6:82 lid 1 BW is bepaald dat het verzuim intreedt, wanneer de schuldenaar in gebreke wordt gesteld bij een schriftelijke aanmaning waarbij hem een redelijke termijn voor nakoming wordt gesteld en nakoming binnen deze termijn uitblijft. Bij de aanmaning moet de schuldeiser duidelijk te kennen geven wat van de schuldenaar gevorderd wordt. De aanzegging mag de schuldenaar geen redelijke twijfel laten omtrent wat, wanneer en op welke grond van hem gevorderd wordt. De ingebrekestelling mag de schuldenaar dus niet in onzekerheid laten omtrent wat van hem wordt gevorderd. 5.9. De kantonrechter is van oordeel dat de op 28 oktober 2024 aan [bedrijf 1] verstuurde brief te beschouwen is als een deugdelijke ingebrekestelling. In de bief is [bedrijf 1] gesommeerd om de gebreken volgens het rapport van [bedrijf 3] van 15 oktober 2024 te herstellen. In dat rapport is genummerd en met foto’s aangegeven wat de gebreken zij De kantonrechter is voorlopig van oordeel dat kan worden volstaan met benoeming van één deskundige op het gebied van renovatie van daken en dat de navolgende vragen dienen te worden voorgelegd: Welke soort dakpannen zijn geplaatst en op welke afstand dienen de panlatten te liggen volgens de geldende normen en/of richtlijnen? Zijn de panlatten volgens die normen en/of richtlijnen aangebracht op de juiste pannenmaat? Verplicht het Bouwbesluit het verankeren van alle dakpannen op het dak? Zo ja, zijn alle dakpannen gehaakt? Zo nee, zijn er voldoende dakpannen gehaakt? Zijn de aansluitingen en overlappingen zoals vermeld in het eerste rapport van [bedrijf 3] juist uitgevoerd zoals van een redelijk bekwaam dakdekker verwacht mag worden? Is de ruiterbalk afgezaagd ter hoogte van de schoorsteen? Kan het zijn dat dakpannen daardoor zijn gaan verschuiven? Liggen de dakpannen volgens u goed? Wat is de staat van het lood op het dak dat [bedrijf 1] niet heeft vervangen? Had van een redelijk handelend dakdekker verwacht mogen worden dat hij ook het aanwezige lood zou vervangen? Is de dampdoorlatende folie juist aangebracht? Wilt u bij de vragen 3 tot en met 6 betrekken dat bij de installatie van zonnepanelen er bedrading is aangebracht onder de aansluiting en onder de dakpannen zoals te zien is in het rapport van [bedrijf 3] ? Mocht u gebreken constateren aan het dak wil u dan begroten wat de kosten van herstel zijn? Heeft u nog overige opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang zouden kunnen zijn? 5.14. Voordat wordt overgegaan tot benoeming van een deskundige zal de kantonrechter partijen in de gelegenheid stellen zich bij akte uit te laten over de wenselijkheid van een deskundigenbericht en de aan de deskundige voor te leggen vragen. 5.15. De kantonrechter gaat ervan uit dat partijen in onderling overleg overeenstemming bereiken over de persoon die als deskundige gaat optreden. Voor zover partijen daarover geen overeenstemming kunnen bereiken en om die reden iedere partij een deskundige voorstelt, moeten partijen gemotiveerd aangeven waarom zij de voorkeur geven aan de door henzelf voorgestelde deskundige en waarom de door de wederpartij voorgestelde deskundige niet voor benoeming in aanmerking mag komen. Daarbij valt te denken aan zwaarwegende redenen als gebrek aan deskundigheid of gerechtvaardigde twijfels met betrekking tot de onpartijdigheid van de deskundige. Die zwaarwegende redenen moeten worden onderbouwd. De kantonrechter zal dan, na weging van de onderbouwing vóór en tegen de benoeming van een potentiële deskundige, een door partijen aangedragen deskundige of een eigen deskundige benoemen. 5.16. De kantonrechter ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt in de wet dat het voorschot op de kosten van de deskundige door de eisende partij moet worden betaald. Dit voorschot moet daarom door [eisende partijen] worden betaald. 5.17. In het eindvonnis zal de kantonrechter beslissen wie van partijen uiteindelijk de kosten van de deskundige moet betalen. 5.18. De kantonrechter zal de zaak naar de rol verwijzen, zodat partijen zich bij akte kunnen uitlaten over de vragen aan en de persoon van de te benoemen deskundige. Partijen moeten de concept-akte uiterlijk een week vóór de roldatum naar elkaar toesturen, zodat zij in hun definitieve akte op de akte van de wederpartij kunnen reageren. 5.19. Voor zover de deskundige tot het oordeel mocht komen dat het bestaande lood niet herbruikt kon worden bij de renovatie dan geldt dat [bedrijf 1] [eisende partijen] daarvoor had moeten waarschuwen. Omdat [bedrijf 1] stelt dat hij [eisende partijen] daarover heeft gewaarschuwd voor het uitbrengen van de offerte en ook tijdens het werk en [eisende partijen] dat betwist, geldt dat [bedrijf 1] dan dient te bewijzen dat hij daarvoor tijdig heeft gewaarschuwd. 5.20. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 6 De beslissing De kantonrechter 6.1. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 5 augustus 2026 om