Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-06-15
ECLI:NL:RBZWB:2026:6444
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/448708 / FA RK 26-2769 Datum uitspraak: 15 juni 2026 Beschikking zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor: [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1968 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [plaats] , advocaat mr. G.J. Woodrow uit Tilburg. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 1 juni 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 juni 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door haar advocaat; mevrouw [persoon 1] , psychiater; mevrouw [persoon 2] , vriendin van betrokkene; de heer [persoon 3] , medewerker bemoeizorg; de heer [persoon 4] , medewerker bemoeizorg. 2 Het verzoek 2.1. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden. 3 De standpunten 3.1. Betrokkene geeft aan dat zij niet opgenomen wil worden. Verder geeft zij aan dat het niet goed met haar gaat, maar ze ook niet weet wat er nodig is om haar beter te laten worden. 3.2. De psychiater voert, samengevat, aan dat er nog niet veel contact met betrokkene is geweest omdat het haar niet goed lukt om naar afspraken te komen. De zorg is veelal door bemoeizorg gedaan de afgelopen maanden. De psychiater ziet sinds de intake van enkele maanden terug een forse achteruitgang bij betrokkene op cognitief vlak maar ook op het gebied van verwaarlozing. Betrokkene was jaren terug een levendige vrouw samen met haar man en zat vol met dromen, aldus de psychiater. 3.3. De medewerkers van bemoeizorg verklaren gezamenlijk dat er intensief geprobeerd is om betrokkene in zorg te krijgen, maar dit niet lukt. Het aantal meldingen van zorgen uit de buurt loopt alleen maar op en wordt extremer. 3.4. De vriendin van betrokkene geeft aan dat, sinds het overlijden van de partner van betrokkene, een grote vriendinnenclub geprobeerd heeft om betrokkene zelfredzaam te krijgen maar dit niet lukt. Onder andere de zorg voor de honden wordt betrokkene teveel. 3.5. De advocaat refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. 4 De beoordeling 4.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 4.2. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan depressieve-stemmingsstoornissen, middel gerelateerde en verslavingsstoornissen en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn. 4.3. Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene zowel zichzelf als haar woning verwaarloost. Haar tuin is vervuild met maandenlange ontlasting van haar honden. Eerder hebben haar honden een medewerker van bemoeizorg aangevallen en gebeten toen zij in huis kwam. Daarnaast ontkent betrokkene actief of passief suïcidaal te zijn. Betrokkene heeft kans op cognitieve schade door het langdurige en veelvuldige gebruik van alcohol waarvan ze aangeeft niet te willen stoppen. Bovendien rijdt betrokkene regelmatig onder invloed van alcohol. Betrokkene isoleert zich geheel uit sociale contacten en komt zo geheel geïsoleerd te staan in de maatschappij. 4.4. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig. 4.5. Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene wil geen zorg of behandeling accepteren op vrijwillige basis. Betrokkene wil niet stoppen met het