Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-06-12
ECLI:NL:RBZWB:2026:6325
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Breda Zaaknummer: C/02/440828 / FA RK 25-5272 Datum uitspraak: 12 juni 2026 beschikking over vervangende toestemming erkenning in de zaak van [de curator] , wonende te [plaats] , in haar hoedanigheid van curator van: [de man] , hierna te noemen: de man, wonende te [woonplaats 1] , advocaat: mr. A. Koop-van Vliet, gevestigd te Breda. Als belanghebbenden in onderhavige zaak worden aangemerkt: de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2025, hierna te noemen [minderjarige] vertegenwoordigd door mr. S. van Reeven-Özer in haar hoedanigheid van bijzondere curator; [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats 2] , advocaat: mr. N.A. Boelhouwer, gevestigd te Tilburg. 1 Het verdere procesverloop 1.1 De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken: de in deze zaak gegeven beschikking tot benoeming van een bijzondere curator over [minderjarige] van 2 december 2025 en alle daarin vermelde stukken; de brief van mr. Koop-van Vliet van 17 december 2025; het op 6 januari 2025 ontvangen verslag van de bijzondere curator; de brief van mr. Koop-van Vliet van 6 januari 2026 met bijlage; de brief van mr. Koop-van Vliet van 8 januari 2026 met bijlagen; de brief van mr. Koop-van Vliet van 12 januari 2026 met bijlage; het op 16 januari 2026 ontvangen verweerschrift met bijlagen; het proces-verbaal van de zitting van 19 januari 2026; de brief van de bijzondere curator van 21 mei 2026; de brief van mr. Koop-van Vliet van 22 mei 2026 met bijlage; de brief van mr. Koop-van Vliet van 1 juni 2026 met bijlagen; de brief van mr. Boelhouwer van 2 juni 2026; de brief van de bijzondere curator van 5 juni 2026; een afschrift van de geboorteakte van [minderjarige] ; een uittreksel uit het gezagsregister over [minderjarige] . 2 De nadere beoordeling 2.1 Bij voormelde beschikking van 2 december 2025 heeft de rechtbank mr. S. van Reeven-Özer benoemd tot bijzondere curator over [minderjarige] . De rechtbank heeft de bijzondere curator verzocht schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over het verzoek in te nemen. 2.2 Aan de rechtbank ligt nog het verzoek van de man voor om aan hem vervangende toestemming te verlenen voor de erkenning van [minderjarige] . 2.3 Op grond van de overgelegde stukken staat het volgende vast: De man en de moeder hebben een affectieve relatie gehad. Uit die relatie is [minderjarige] geboren. Op de geboorteakte van [minderjarige] staat enkel de moeder als ouder vermeld; De man heeft [minderjarige] niet erkend. De moeder heeft het gezag over [minderjarige] . De man staat onder curatele vanwege zijn geestelijke toestand. De man, de moeder en [minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit en hun gewone verblijfplaats in Nederland. 2.4 De man legt aan zijn verzoek ten grondslag dat partijen in de periode van juni 2024 tot eind februari 2025 een affectieve relatie met elkaar hebben gehad. Op 15 januari 2025 heeft de man van de moeder vernomen dat zij zwanger was. Deze zwangerschap was een bewuste keuze van de man en de moeder. Tussen partijen is ook niet in geschil dat de man de verwekker is van [minderjarige] . De man wil [minderjarige] graag als zijn kind erkennen. De moeder wil hem hiervoor echter geen toestemming geven. Daarom verzoekt de man om hem hiervoor vervangende toestemming te verlenen. Omdat de man onder curatele staat, heeft de curator van de man bij de kantonrechter om toestemming voor de erkenning van [minderjarige] verzocht. De curator van de man heeft bij beschikking van 24 september 2025 van de kantonrechter toestemming gekregen voor het starten van een gerechtelijke procedure met als doel het erkennen van [minderjarige] ten behoeve van de man. 2.5 De moeder voert verweer tegen het verzoek van de man. Daaraan legt zij ten grondslag dat de man aan de kantonrechter niet heeft verzocht om toestemming om [minderjarige] te mogen erkennen maar enkel om toestemm Bij brief van 1 juni 2026 is namens de man het in voornoemde beschikking genoemde deskundigenrapport overgelegd en de reactie van de man op het verweerschrift van de moeder. Hierin geeft hij, onder andere, aan dat hij wil dat komt vast te staan dat hij de vader van [minderjarige] is. 2.9 Namens de moeder is bij brief van 2 juni 2026 bericht dat zij, gelet op de (nadere) beschikking van de kantonrechter en het biologisch vaderschap van de man ten aanzien van [minderjarige] , inmiddels kan instemmen met het verzoek van de man. Wat haar betreft kan de zaak schriftelijk worden afgedaan. 2.10 De bijzondere curator heeft bij brief van 5 juni 2026 bericht dat zij gelet op de inhoud van het deskundigenrapport, de (nadere) beschikking van de kantonrechter en de instemming van de moeder, geen grond ziet om niet tot toewijzing van het verzoek te komen. Wat haar betreft kan het verzoek van de man ook worden toegewezen. 2.11 De rechtbank overweegt als volgt. 2.12 In artikel 1:204, derde lid, BW staat, voor zover hier van belang, dat de toestemming van de moeder wier kind de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, op verzoek van de persoon die het kind wil erkennen, door de toestemming van de rechtbank kan worden vervangen, tenzij dit de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind schaadt of een evenwichtige sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling van het kind in het gedrang komt en die persoon de verwekker is van het kind. In het vijfde lid van dit artikel staat dat een persoon, die wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand onder curatele staat, slechts mag erkennen of toestemming verlenen voor erkenning nadat daartoe toestemming is verkregen van de kantonrechter. 2.13 Voor de man en de moeder staat vast dat de man de verwekker is van [minderjarige] . De man staat vanwege zijn geestelijke toestand onder curatele. Hij heeft bij (nadere) beschikking van 18 mei 2026 van de kantonrechter toestemming gekregen om [minderjarige] te erkennen. Gelet hierop stemmen de moeder en de bijzondere curator inmiddels in met het verzoek van de man om aan hem vervangende toestemming te verlenen voor de erkenning van [minderjarige] . De rechtbank vindt het in het belang van [minderjarige] dat voor haar duidelijk is wie haar biologische vader is en dat de juridische werkelijkheid in overeenstemming wordt gebracht met de biologische werkelijkheid. Niet is gebleken dat door een erkenning door de man de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met [minderjarige] worden geschaad of dat hierdoor een evenwichtige sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling van [minderjarige] in het gedrang komt. De zorgen die de moeder in het verweerschrift en in de brief van 2 juni 2026 heeft geuit zien ook meer op de mogelijk gevolgen van een erkenning, namelijk omgang tussen de man en [minderjarige] . Hiervoor geldt echter een ander toetsingskader. De rechtbank zal het verzoek van de man om aan hem vervangende toestemming te verlenen voor de erkenning van [minderjarige] dan ook toewijzen. De man moet [minderjarige] dan nog wel met deze beschikking (en wellicht de beschikkingen van de kantonrechter) bij de gemeente erkennen. Beëindiging taak van de bijzondere curator 2.14 De rechtbank is van oordeel dat de taak van de bijzondere curator in deze procedure als beëindigd kan worden beschouwd. Mocht een van partijen echter een rechtsmiddel instellen, dan herleeft de taak van de bijzondere curator. 2.15 Gelet op de aard van deze procedure zullen de proceskosten worden gecompenseerd. 3 De beslissing De rechtbank 3.1 verleent, ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de moeder, aan de man toestemming tot het erkennen van de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2025; 3.2 beschouwt de taak van de bijzondere curator als beëindigd; 3.3 compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt. Deze beschikking is gegeven door mr. Van de Kraats, rechter,