Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-06-11
ECLI:NL:RBZWB:2026:6292
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/448752 / JE RK 26-940 Datum uitspraak: 11 juni 2026 Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp in de zaak van HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE DONGEN , locatie Tilburg, hierna te noemen het college, advocaat mr. B.C.W. Smits (gemeente Tilburg), over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] , advocaat mr. R.G.J. van Kerkhof uit Gilze. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [minderjarige] , [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] , [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 2 juni 2026; de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper [persoon 1] van 3 juni 2026; de e-mail van mr. Smits van 9 juni 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 juni 2026. Daarbij waren aanwezig: mr. Van Kerkhof; de vader; - de moeder; mr. Smits; mevrouw [persoon 2] , casusregisseur van de gemeente [woonplaats] ; mevrouw [persoon 3] , gedragsdeskundige van [accommodatie] ; een vertegenwoordigster van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). 1.3. Voorafgaand aan de zitting heeft de kinderrechter kort met de advocaat van [minderjarige] gesproken, omdat [minderjarige] niet met de kinderrechter in gesprek wilde gaan. Volgens de advocaat heeft [minderjarige] voor vertrek bij [accommodatie] al aangegeven dat hij het spannend vindt om met de kinderrechter te praten. Tijdens de rit van [accommodatie] naar de rechtbank in Breda zijn de spanningen bij hem verder opgebouwd. Hij heeft na aankomst in [plaats 1] bij zowel zijn advocaat als de gedragsdeskundige aangegeven dat hij op ontploffen staat en niet met de kinderrechter wil spreken. De advocaat verzoekt de kinderrechter daarom om af te zien van een gesprek met [minderjarige] . Hij weet voldoende om een standpunt van [minderjarige] tijdens de zitting naar voren te brengen. Gelet op het voorgaande ziet de kinderrechter er van af om [minderjarige] te horen. 2 De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. Bij beschikking van 22 oktober 2025 heeft de kinderrechter een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] verleend met ingang van 22 oktober 2025 tot 22 januari 2026. 2.3. Bij beschikking van 16 januari 2026 is een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] verleend tot 16 juni 2026. 2.4. [minderjarige] verblijft op grond van deze machtiging bij [accommodatie] in [plaats 2] . 3 Het verzoek 3.1. Het college verzoekt een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] te verlenen voor de duur van zes maanden. 3.2. De vader en de moeder stemmen in met het verblijf van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. 3.3. De onafhankelijk gedragswetenschapper stemt in met gesloten jeugdhulp voor de duur van drie maanden. 4 De standpunten 4.1. De advocaat van het college geeft aan dat een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] nog noodzakelijk is. [minderjarige] is positieve stappen aan het zetten bij [accommodatie] , maar hij is er nog niet klaar voor om naar huis te gaan. De gedragswetenschapper stemt in met een gesloten plaatsing voor de duur van 3 maanden en het college vindt die periode ook passend. Het college verzoekt de kinderrechter dan ook om het verzoek toe te wijzen voor de duur van drie maanden en heeft er geen bezwaar tegen als het resterende deel van het verzoek wordt afgewezen. Het college heeft aangegeven dat er zorgen zijn over de veiligheid van [minderjarige] op de groep. [minderjarige] heeft aangegeven dat hij vanwege de onveiligheid niet nog maanden binnen [accommodatie] wil verblijven en dat, wanneer hij niet naar huis mag, hij een einde aan zijn leven zal maken Toen [minderjarige] in de avond vroeg om te mogen aansluiten bij een volgende eetmoment, is dat niet toegestaan terwijl de jongens die deel uitmaakten van eerdergenoemde groep wel mee mochten doen. De ouders vinden de werkwijze van [accommodatie] onbegrijpelijk. [minderjarige] was al eerder een keer in elkaar geslagen door de groep. Ook heeft [minderjarige] de vader een keer opgebeld vanuit een tankstation in [plaats 3] . Hij was toen weggelopen bij [accommodatie] omdat hij bang was. De ouders willen dat de veiligheid van [minderjarige] bij [accommodatie] wordt gewaarborgd en verwachten dat [accommodatie] daartoe maatregelen treft en de betreffende jongens aanpakt. Ook willen zij informatie van [accommodatie] ontvangen over hoe het met hun zoon gaat. De ouders hebben over de onveiligheid van [minderjarige] en het gebrek aan informatie een klacht ingediend bij [accommodatie] . 4.4. De casusregisseur benadrukt dat het door het gebrek aan informatie heel lastig is om de casus te regisseren. Het college wil graag in gesprek met [accommodatie] over de taakverdeling en de informatieverschaffing. Het is de plicht van [accommodatie] om informatie te delen in het kader van de veiligheid. De samenwerking moet verbeteren om tot een goed gezamenlijk plan te komen. Om goed regie te kunnen pakken is het belangrijk dat het college in ieder geval de beschikking krijgt over de dagrapportages en alle incidentenmeldingen en dat voortgangsinformatie over de behandeling wordt gedeeld met het college en de ouders. 4.5. De advocaat van [minderjarige] stelt dat [minderjarige] zich niet verzet tegen een machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van drie maanden. Het gaat steeds wat beter met [minderjarige] . Het contact met zijn vader is enorm verbeterd. In het contact met zijn moeder moeten nog wel stappen worden gezet. [minderjarige] wil naar huis, maar hij begrijpt dat het nu nog niet kan. Hij gaat er niet vanuit dat het thuis meteen gaat escaleren als hij nu naar huis zou gaan, maar hij realiseert zich wel dat er nog een aantal stappen moeten worden gezet voordat het bestendig genoeg is om weer naar huis te gaan. De advocaat verzoekt de kinderrechter het verzoek van het college voor de duur van drie maanden toe te wijzen en het resterende verzoek af te wijzen. Wanneer het college nog een nieuw verzoek moet doen, wordt er volgens de advocaat namelijk vaak meer informatie gegeven dan wanneer er slechts een briefrapportage hoeft te komen bij aanhouding van een resterend verzoek. Het is in het belang van [minderjarige] om het zo te doen. Voor wat betreft het delen van informatie acht de advocaat het wenselijk dat de kinderrechter in de beschikking vermeldt dat het in het belang is van [minderjarige] dat er vanuit [accommodatie] informatie wordt gedeeld met de ouders en het college. [minderjarige] is nog maar zestien jaar. Moet hij in staat worden geacht om te overzien wat het inhoudt om geen informatie te delen? Dat inzicht moet er wel komen bij hem, want dat is in zijn belang. 4.6. De vertegenwoordigster van de Raad constateert dat [minderjarige] niet veilig is op de plek waar hij behandeld wordt en vindt het absurd dat er geen informatie door [accommodatie] wordt gedeeld. Zij vraagt zich af of er al een melding is gedaan bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. De Raad vindt het schokkend om te horen wat hier aan de hand is. [minderjarige] is een jongen die kampt met forse gedragsproblematiek en dringend een goede behandeling nodig heeft. Minimaal vereist is daarvoor dat hij veilig is op zijn behandelplek en [accommodatie] is daar verantwoordelijk voor. [accommodatie] hoeft niet alle informatie over [minderjarige] te delen, maar de gezagdragende ouders moeten ook beslissingen over [minderjarige] kunnen nemen. 5 De beoordeling Het wettelijk kader 5.1. Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet, kan een machtiging om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven alleen worden verleend indien naar