Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-06-11
ECLI:NL:RBZWB:2026:6290
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummers: C/02/446683 / JE RK 26-568 ( restant machtiging gesloten jeugdhulp ) en C/02/448806 / JE RK 26-954 ( voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp ) Datum uitspraak: 11 juni 2026 (nadere) beschikking van de kinderrechter over een (voorwaardelijke) machtiging gesloten jeugdhulp in de zaken van WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING , hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI), gevestigd te Amsterdam, over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2009 te [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige], advocaat: mr. M.J.F. Zoeteweij uit Vlissingen. De kinderrechter merkt als informant aan: [de pleegvader] , hierna te noemen: de pleegvader, wonende te [woonplaats]. Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: - de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad, om de kinderrechter over het verzoek te adviseren. 1 Het (verdere) verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: Inzake JE RK 26-568: - de tussenbeschikking van 20 april 2026 en alle daarin genoemde stukken. Inzake JE RK 26-954 : het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 3 juni 2026; het e-mailbericht met bijlage van de GI van 8 juni 2026. 1.2. Op 11 juni 2026 heeft de kinderrechter, gelet op de onderlinge samenhang, de zaken tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren gezamenlijk behandeld. Daarbij waren aanwezig: - [minderjarige], bijgestaan door zijn advocaat; - een vertegenwoordigster van de GI; - de pleegvader. 2 De feiten 2.1. Bij beschikking van 26 april 2014 is [minderjarige] onder voogdij gesteld van de Stichting Intervence. De voogdij over [minderjarige] wordt inmiddels uitgeoefend door de huidige GI. 2.2. Bij beschikking van 27 maart 2026 is een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 27 maart 2026 en tot 10 april 2026. 2.3. Bij beschikking van 9 april 2026 is een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 9 april 2026 en tot 23 april 2026. 2.4. Bij beschikking van 20 april 2026 is een machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 20 april 2026 en tot 20 juni 2026. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden. 2.5. Op grond van de voornoemde machtiging verblijft [minderjarige] bij [accommodatie]. 3 Het verzoek Inzake JE RK 26-568 3.1. De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier maanden. 3.2. De kinderrechter heeft reeds deels op dit verzoek beslist. Thans ligt nog ter beoordeling voor het resterende deel van het verzoek, te weten voor de periode van 20 juni 2026 tot 20 augustus 2026. Inzake JE RK 26-954 3.3. De GI verzoekt een voorwaardelijke machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden. 4 De standpunten 4.1. De GI heeft het resterende deel van het verzoek machtiging gesloten jeugdhulp bij briefrapportage van 3 juni 2026 ingetrokken, maar handhaaft het verzoek betreffende de voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige]. [minderjarige] heeft in de afgelopen twee maanden bij [accommodatie] een positieve ontwikkeling laten zien, maar de GI heeft nog wel zorgen over hoe het straks zal gaan met [minderjarige] als hij terugkeert naar [behandelgroep]. Bij [accommodatie] zijn er namelijk weinig prikkels van buitenaf en is er veel structuur en dit zal anders zijn wanneer [minderjarige] weer in de open setting van [behandelgroep] verblijft. De voorwaarden zoals opgenomen in het hulpverleningsplan zullen [minde [minderjarige] begrijpt dat hij (al dan niet als time-out) op een gesloten groep van [accommodatie] kan worden geplaatst op het moment dat hij één of meerdere voorwaarden overtreedt. 5.5. Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat het voorliggende verzoek moet worden toegewezen. Zij zal daarom een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp verlenen voor de verzochte duur van drie maanden, onder de hierna opgenomen voorwaarden: 1. Je maakt duidelijke afspraken met de groep over activiteiten die buiten de deur doet en met welke personen je omgaat. Dit betekent: o Je houdt je aan de 4W’s: je laat weten met wie je bent, wat je doet, waar je bent en wanneer je terug bent. o Je bent op de afgesproken tijd weer terug. o Je informeert begeleiding wanneer afspraken wijzigen of gaat hierover in overleg. Schending van deze voorwaarde is aan de orde wanneer er sprake is van structureel niet nakomen van afspraken, waardoor begeleiding onvoldoende zicht op en contact met jou heeft en risico’s niet langer te volgen zijn, of wanneer jouw gedrag leidt tot ernstige en acute veiligheidsrisico’s, zoals criminele beïnvloeding of slachtofferschap. 2. Wanneer jij merkt dat boosheid of spanning oploopt, pas je de afgesproken stappen uit je signaleringsplan toe om verdere escalatie te voorkomen. Dit betekent dat: o jij geen fysieke agressie vertoont richting personen en/of spullen; o jij de veiligheid van jezelf of anderen niet in gevaar brengt. Van schending van deze voorwaarde is sprake wanneer jouw gedrag leidt tot ernstige fysieke agressie of acute veiligheidsrisico’s die niet binnen het open kader kunnen worden begrensd of hersteld. 3. Er ontstaan geen belemmeringen in je dagelijks leven door gebruik van middelen (drugs, alcohol). Dit betekent: het uitgangspunt is dat middelengebruik niet wenselijk is. Tegelijkertijd is afgesproken dat niet elk gebruik automatisch leidt tot schending van de voorwaarde. Er is pas sprake van het niet naleven van deze voorwaarde wanneer het gebruik ernstig en structureel jouw dagelijks functioneren belemmert (daginvulling, begeleiding, afspraken) of wanneer sprake is van extreem middelengebruik dat leidt tot onveiligheid voor jezelf of anderen. 4. Je houdt je aan je dagprogramma (dagbesteding/werk/afspraken) en/of gaat volgens afspraak naar dagbesteding/werk/afspraken. Dit betekent: o Je gaat naar de afspraken die in het rooster staan. o Je houdt je aan de regels en afspraken die op dagbesteding/werk met je gemaakt worden. o Je gaat op vooraf afgesproken tijden naar dagbesteding/werk/afspraken en bent op de afgesproken tijd weer op de groep. Van schending van deze voorwaarde is sprake wanneer er sprake is van structureel en zonder geldige reden niet nakomen van afspraken rondom dagbesteding, werk of andere verplichtingen, waardoor het dagprogramma niet meer uitvoerbaar is en begeleiding onvoldoende mogelijkheden heeft om jou hierin te ondersteunen. Ook is sprake van schending wanneer je herhaaldelijk wegblijft van afspraken of activiteiten en hierover geen contact onderhoudt met begeleiding, waardoor zorgen ontstaan over jouw functioneren, veiligheid of ontwikkeling. 5.6. Ten aanzien van het verzoek van [minderjarige] om zo snel mogelijk bij [behandelgroep] te worden geplaatst, overweegt de kinderrechter als volgt. De huidige machtiging gesloten jeugdhulp is verleend tot 19 juni 2026. Dit betekent dat [minderjarige] tot die datum bij [accommodatie] kan verblijven. Door de GI is toegelicht dat het gesprek van 16 juni 2026 afgewacht moet worden zodat er concrete afspraken gemaakt kunnen worden over de (terug)plaatsing bij [behandelgroep]. Dit betekent concreet voor [minderjarige] dat hij tot uiterlijk 19 juni 2026 bij [accommodatie] zal moeten verblijven, maar indien mogelijk en in overleg met de GI, [behandelgroep] en de gezinshuisouders enkele dagen eerder naar [behandelgroep] kan gaan. 6 De beslissing De kinderrechter: Inzake JE RK 26-568 6.1. wijst het resterende