Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-06-10
ECLI:NL:RBZWB:2026:6269
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/448359 / FA RK 26-2588 Datum uitspraak: 10 juni 2026 Beschikking zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [plaats] , advocaat mr. A.Ch. Osté uit Dongen. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 20 mei 2026. 1.2. De rechtbank heeft partijen opgeroepen voor de zitting van het verzoek op 8 juni 2026 bij betrokkene thuis. Hierbij waren aanwezig: mr. A.Ch. Osté, advocaat van betrokkene; [persoon 1] , case-manager FACT-team. 1.3. Bij aanvang van de zitting constateert de rechtbank dat betrokkene niet is verschenen. Uit artikel 6:1 Wvggz volgt dat de rechter betrokkene hoort na ontvangst van het verzoekschrift voor het verlenen van een zorgmachtiging, tenzij de rechter vaststelt dat betrokkene niet in staat is of niet bereid is zich te doen horen. 1.4. De advocaat van betrokkene heeft aangegeven dat hij betrokkene voorafgaand aan de zitting niet heeft kunnen spreken. Daarnaast heeft de casemanager geprobeerd om betrokkene telefonisch te bereiken, maar betrokkene nam niet op. 1.5. Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank het verzoek op 8 juni 2026 niet inhoudelijk behandeld en de zaak aangehouden tot de zitting op 10 juni 2026 op het woonadres van betrokkene. Hierbij waren aanwezig: mr. A.Ch. Osté, advocaat van betrokkene; [persoon 2] , zorgmedewerker FACT-team. 1.6. Bij aanvang van voormelde zitting heeft de zorgmedewerker in aanwezigheid van de rechter en de griffier en de advocaat aangebeld bij de woning van betrokkene. Eerst deed betrokkene de deur niet open. Nadat de zorgmedewerker betrokkene gebeld heeft en kort met haar gesproken te hebben deed betrokkene de deur open. De rechter heeft aangegeven met betrokkene te willen spreken. Hierop antwoordde betrokkene dat ze er genoeg van had. Zij heeft vervolgens de deur weer dicht gedaan. 1.7. Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat betrokkene correct is opgeroepen voor de zitting, maar dat zij niet bereid is om zich te doen horen over het verzoek. De rechtbank heeft de zitting daarom buiten aanwezigheid van betrokkene voortgezet. De advocaat heeft hiermee ingestemd. 2 Wat vaststaat 2.1. Bij beschikking van deze rechtbank van 2 juli 2025 is ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend tot en met 2 juli 2026. 3 Het verzoek 3.1. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden. 4 De standpunten 4.1. De zorgmedewerker brengt naar voren dat betrokkene eenmaal per maand depotmedicatie ontvangt. Sinds februari 2026 is het echter niet meer gelukt om contact met betrokkene te krijgen en weigert zij de medicatie. Daarnaast zijn er klachten ontvangen over overlast gevend gedrag, waarbij betrokkene e-mails verstuurde en daarbij ongeveer honderd personen in de cc plaatste. Het doel van de behandeling is om betrokkene gedwongen op te nemen en haar opnieuw in te stellen op medicatie. 4.2. De advocaat verzoekt primair om afwijzing van het verzoek. Subsidiair refereert hij zich aan het oordeel van de rechtbank. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. De rechtbank is van oordeel, gelet op de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Voorafgaand aan het opstellen van de medische verklaring heeft de betreffende psychiater niet met betrokkene gesproken omdat het niet lukte om met haar in contact te komen. Daartoe zijn drie afzonderlijke pogingen gedaan om een huisbezoek af te leggen en er is ook op andere wijze geprobeerd met betrokkene contact te leggen. Er is een medische verklaring opgesteld aan de