Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-06-09
ECLI:NL:RBZWB:2026:6217
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/448520 / JE RK 26-899 Datum uitspraak: 9 juni 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING , gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI), over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2015 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen van 18 mei 2026, ontvangen op 22 mei 2026; het bericht van de moeder van 3 juni 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 juni 2026. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord: - een vertegenwoordiger van de GI. 1.3. De moeder heeft met bericht van verhindering laten weten niet aanwezig te zullen zijn op de zitting en in dat bericht heeft zij haar zienswijze kenbaar gemaakt. 1.4. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. Hij heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. 2 De feiten 2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. [minderjarige] verblijft sinds juli 2025 met zijn moeder en zijn twee halfzusjes in een ouder-kind voorziening van [accommodatie] . 2.3. Bij beschikking van 14 juni 2023 heeft de kinderrechter [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI. Sindsdien is die maatregel steeds verlengd. Laatstelijk, bij beschikking van 10 juni 2025, heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 14 juni 2025 tot 14 juni 2026. 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 Het standpunt van de GI 4.1. Ter onderbouwing van het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan. Er is nog steeds sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. [minderjarige] is in het verleden getuige en slachtoffer geweest van verbaal en fysiek geweld. Daarnaast is de moeder beperkt belastbaar, vanwege haar complexe persoonlijke problematiek. De moeder draagt de opvoeding voor drie kinderen, wat veel van haar vraagt. Zij kan niet altijd aansluiten bij het ontwikkelingsniveau en de behoeften van de kinderen. Er is geen ondersteunend netwerk. In de eerste periode van de plaatsing van [minderjarige] bij de moeder in het ouder-kind huis in juli 2025 was [minderjarige] moeilijk te motiveren. Hij had een omgekeerd dag- en nachtritme. Daarnaast liet hij zowel verbale als fysieke agressie zien. Sinds oktober 2025 wordt een positieve ontwikkeling gezien, zowel bij [minderjarige] als bij de moeder. [minderjarige] lijkt zijn plek te hebben gevonden binnen zijn nieuwe school en sociale omgeving. Volgens de moeder is er sinds maart 2026 geen sprake meer geweest van fysiek agressie richting haar, maar wel van verbale agressie. Er is een positieve emotionele band tussen de moeder en [minderjarige] . De moeder werkt hard om de plaatsing te laten slagen. De opvoedsituatie is echter nog kwetsbaar. Er hebben enkele incidenten plaatsgevonden tijdens de plaatsing. Zo heeft de moeder [minderjarige] medicatie gegeven met het doel beter te slapen en heeft de moeder haar medicatie gecombineerd met alcohol. De moeder heeft achteraf passende stappen gezet en bleef beschikbaar voor de kinderen. De afgelopen periode, na indiening van het verzoekschrift, heeft de moeder last van het kliergedrag van [minderjarige] tegen zijn zusjes en is er veel schoolverzuim geweest. Na de zomer gaat [minderjarige] naar het voortgezet onderwijs. [minderjarige] functioneert op hoogbegaafd niveau. Dit maakt dat de GI zich zorgen maakt of [minderjarige] voldoende wordt uitgedaagd en of de school voldoende aansluit bij zijn