Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-06-09
ECLI:NL:RBZWB:2026:6205
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/447578 / JE RK 26-720 Datum uitspraak: 9 juni 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING , gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI), over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] , advocaat: mr. P.B.J. Dekker uit Goirle, [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen van 15 april 2026, ontvangen op 21 april 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 juni 2026. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord: een vertegenwoordiger van de GI; de vader; - de moeder met haar advocaat. 1.3. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. Hij heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter op 8 juni 2026. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2 De feiten 2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. [minderjarige] woont bij zijn moeder. 2.3. Bij beschikking van 13 december 2023 heeft de kinderrechter [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI. Sindsdien is die maatregel steeds verlengd. Laatstelijk, bij beschikking van 8 december 2025, heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 13 december 2025 tot 13 juni 2026. 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 Het standpunt van de GI 4.1. Ter onderbouwing van het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan. Er is nog steeds sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging vanwege de complexe echtscheidingsproblematiek, de kwetsbare omgangsregeling met de vader, het risico op terugval van de vader en de kwetsbaarheid van de moeder in stressvolle situaties. Nadat het verzoekschrift is ingediend is er een en ander gebeurd waardoor er wederom onrust is ontstaan. [minderjarige] en de vader zijn naar [plaats] gegaan, tegen het advies van de GI in. De GI heeft hieraan consequenties verbonden, waardoor [minderjarige] teleurgesteld was. Daarnaast is de vader plots dakloos geworden. [minderjarige] heeft dit meegekregen. De situatie zorgt voor onrust bij de moeder. Het is niet zo dat de vader dezelfde fouten maakt als hij in het verleden heeft gedaan, maar het is wel gebleken dat er meer begeleiding en sturing nodig is bij de vader. De GI ziet dat de vader zich over het algemeen aan de afspraken houdt. 4.2. Het is in het belang van [minderjarige] als de vader meer verantwoordelijkheid neemt zodat de moeder meer kan loslaten. Om dit te realiseren moet worden gewerkt aan de oudercommunicatie, het vertrouwen van de ouder in de andere ouder en het vertrouwen in de GI. De GI merkt dat de afspraken de laatste tijd niet altijd worden nagekomen. Het is belangrijk dat er duidelijke afspraken komen die voor iedereen haalbaar zijn en dat de omgang zo snel als mogelijk weer wordt voortgezet zoals deze voorheen liep. Ook zal de GI moeten onderzoeken hoe de thuissituatie bij de vader in [plaats] is en of [minderjarige] daarheen kan gaan. 4.3. [zorgaanbieder] zal na de zomer starten met de ouderschapsbemiddeling. Er zal eerst een uitgebreide analyse worden gemaakt over de thuissituaties bij beide ouders. Daarna zal het traject starten. Na het indienen van het verzoekschrift is gebleken dat er meer zorgen over [minderjarige] zijn dan voorheen. De GI wijzigt daarom mondeling het verzoek in die Er is sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging gelet op de kind-eigenproblematiek van [minderjarige] en de persoonlijke problematiek van de ouders. Daarnaast bestaan er zorgen over de oudercommunicatie. De afgelopen jaren is er weinig tot geen contact geweest tussen de ouders, maar de communicatie lijkt zich voorzichtig positief te ontwikkelen. Het contact tussen de ouders zorgt bij de moeder af en toe voor spanningen, wat maakt dat [minderjarige] onrust ervaart. Verder is er lange tijd geen contact geweest tussen [minderjarige] en de vader, maar sinds september 2025 is er weer contact. De omgang is zorgvuldig opgebouwd en zowel [minderjarige] als de vader ervaren dit als positief. Het contact blijft echter kwetsbaar. 6.5. De ouders zijn op dit moment onvoldoende in staat onder eigen verantwoordelijkheid de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] weg te nemen. De oudercommunicatie loopt nog niet zoals gewenst. De vader heeft in het verleden in stressvolle situaties vaak vluchtgedrag getoond. Ondanks dat de vader heeft aangegeven niet meer te willen weglopen, blijft het risico op een terugval op dit oude patroon en het niet houden aan afspraken aanwezig. Dit veroorzaakt onrust bij de moeder en is voelbaar voor [minderjarige] . Het is belangrijk dat [minderjarige] wordt weggehouden van deze volwassenen zaken. 6.6. De kinderrechter is van oordeel dat een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk is voor de duur van zes maanden. Weliswaar zal er de komende periode veel moeten gebeuren en dat heeft tijd nodig maar het is belangrijk dat zo snel mogelijk duidelijkheid komt voor [minderjarige] over het voortzetten van de omgang met de vader. Voorts is het van belang dat de GI op korte termijn samen met de ouders daarover duidelijke afspraken maakt, welke afspraken ook moeten worden nagekomen door alle betrokkenen. De kinderrechter ziet geen aanleiding voor een tussentijdse toets na drie maanden, zoals namens de moeder is verzocht. Het traject bij [zorgaanbieder] zal pas na de zomer starten, dus een toetsmoment zal geen meerwaarde hebben voor wat betreft de stand van zaken in de oudercommunicatie. De komende maanden zal de GI tevens moeten onderzoeken wat er nodig is voor een overdracht naar het vrijwillig kader. 6.7. De kinderrechter merkt tot slot op dat het belangrijk is dat [minderjarige] de emotionele toestemming ervaart van de moeder om naar de vader te gaan, maar ook dat [minderjarige] niet wordt teleurgesteld omdat de omgang met de vader niet door kan gaan. Dit zal van de ouders vragen om goed te communiceren, wat niet altijd makkelijk zal zijn, maar het is positief dat de ouders hiervoor open staan en bereid zijn om mee te werken aan de hulpverlening en het traject bij [zorgaanbieder] . De afgelopen periode is er veel onrust en onduidelijkheid geweest voor [minderjarige] . Het is daarom belangrijk dat de vader zich structureel aan de afspraken houdt. Hoe meer verantwoordelijkheid de vader neemt, hoe meer de moeder de vader kan vertrouwen en zij meer zal kunnen loslaten. De basis voor dit alles is dat er duidelijke afspraken worden gemaakt en dat de ouders vertrouwen hebben in de betrokken hulpverlening en de GI. Uitvoerbaar bij voorraad 6.8. De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6.9. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing. 7 De beslissing De kinderrechter: 7.1. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 13 juni 2026 tot 13 december 2026; 7.2. verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 7.3. wijst af hetgeen meer of anders is verzocht. Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026 door mr. Maandag, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Ham als griffier, en op schrift gesteld op 12 juni 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘