Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-03
ECLI:NL:RBZWB:2026:614
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Middelburg Zaaknummers / rekestnummers: 11915961 \ OV VERZ 25-4554 & 11915796 \ OV VERZ 25-4553 Beschikking van 3 februari 2026 in de zaak van 1 JESSE JONGEPIER, te Axel, procederend in persoon, en 2 MATS ALPHONSUS RENÉ DE SCHEPPER, te Hulst,procederend in persoon, hierna gezamenlijk te noemen: Jesse en Mats, met als belanghebbenden: 1 1. MARCEL JOHANNES SIMON JONGEPIER, 2. ALIEKE JONGEPIER- DE MUL, te Axel, en 3 DESIRÉ AUGUSTINUS BRIGITTA DE SCHEPPER, 4. ANNET JACOBA CONERLIA VAN DEN ELSHOUT, te Hulst, hierna gezamenlijk te noemen: de ouders. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de verzoeken om handlichting van Jesse en Mats, ingekomen ter griffie op 9 oktober 2025, - de mondelinge behandeling van 14 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Bij de mondelinge behandeling zijn Jesse en Mats samen met hun ouders verschenen bij de kantonrechter. 1.3. De beschikking is bepaald op vandaag. 2 Het verzoek en de beoordeling 2.1. Op de zitting hebben Jesse en Mats toegelicht dat zij al een aantal jaar licht- en geluidstechniek verzorgen voor bijvoorbeeld feestjes. Jesse en Mats willen daar graag een bedrijf van maken. Voor een goede bedrijfsvoering is noodzakelijk dat zij een verzekering kunnen afsluiten, een bankrekening kunnen openen en contracten kunnen sluiten. Verder moeten zij zich daarvoor inschrijven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Daarom hebben Jesse en Mats hebben de kantonrechter verzocht om hen handlichting te verlenen zodat zij deze rechtshandelingen kunnen verrichten. 2.2. Op grond van artikel 1:235 BW wordt in beginsel een handlichting verleend, indien de minderjarige de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt en door de wettelijk vertegenwoordiger(s) met het verzoek wordt ingestemd. De kantonrechter heeft op de zitting vastgesteld dat Mats en Jesse respectievelijk 17 en 16 jaar zijn. Daarnaast hebben Jesse, Mats en hun ouders de twee verzoekschriften ondertekend en ter zitting bevestigd met het verzoek in te stemmen. 2.3. De kantonrechter zal de gevraagde handlichting verlenen. In de beschikking moet de kantonrechter uitdrukkelijk bepalen welke bevoegdheden aan Jesse en Mats worden toegekend. Jesse en Mats krijgen daarom alleen de bevoegdheden die hieronder in de beslissing worden genoemd. Om Jesse en Mats te beschermen tegen het aangaan van te grote financiële verplichtingen stelt de kantonrechter het bedrag waarvoor zij overeenkomsten mogen aangaan zonder toestemming van hun ouders vast op € 5.000,00, nu zij zelf ook ter zitting hebben aangegeven dat zij met dit bedrag voldoende ruimte hebben voor hun bedrijfsvoering. 2.4. Met betrekking tot de publicatieplicht van de te verlenen handlichting wordt het volgende overwogen. In artikel 1:237 BW is bepaald dat de beschikking waarbij de handlichting is verleend bekend moet worden gemaakt in de Staatscourant. De bedoeling van de wetgever daarbij is geweest dat op die manier zoveel mogelijk personen kennis kunnen nemen van de handlichting. Door de komst van het – voor iedereen toegankelijke – internet, is deze wijze van publicatie naar het oordeel van de kantonrechter min of meer achterhaald. Niet alleen bestaat er namelijk sinds een aantal jaren geen papieren versie meer van de Staatscourant en is deze enkel nog via het internet te raadplagen, ook beschikt de Rechtspraak nu over een eigen website (www.rechtspraak.nl) waar de rechterlijke instanties hun uitspraken op kunnen publiceren. Publicatie van de handlichting op www.rechtspraak.nl is naar het oordeel van de kantonrechter even effectief als publicatie op de website van de Staatscourant. Daarbij komt dat publicatie op www.rechtspraak.nl (door de griffier), anders dan bij publicatie in de (digitale) Staatscourant, geen kosten met zich meebrengt. Op grond van een en ander zal de kantonrechter dan ook bepalen dat publicatie in de Staatscourant achterwege kan blijven en dat