Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-05-18
ECLI:NL:RBZWB:2026:5094
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Tilburg zaaknummer.: 11040142 \ MB VERZ 24-514 CJIB-nummer: [cjib-nummer] uitspraakdatum: 18 mei 2026 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] B.V. adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.) Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 18 mei 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Namens gemachtigde is verschenen [persoon] . Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder de doorgetrokken streep overschrijden (verkeer in een richting) op de Tilburgseweg te Hilvarenbeek op 10 maart 2023 om 17:56 uur. Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt dat niet duidelijk is aangegeven waar het heeft plaatsgevonden, aangezien de hectometerpaal ontbreekt. Verder is betrokkene niet staandegehouden. Gemachtigde stelt aanvullend dat de locatie waar de boete is uitgeschreven niet duidelijk is, althans onvoldoende individualiseerbaar is. Gemachtigde verwijst hiervoor naar artikel 4 Wahv en artikel 2 lid 1 onder e van de Regeling modellen en formulieren ten behoeve van de handhaving justitie. De inleidende beschikking voldoet niet aan de daaraan te stellen eisen. Voorts is artikel 5 Wahv geschonden. De genoemde reden van de verbalisant is onvoldoende om af te zien van een staandehouding. In dit geval had artikel 5 Wahv buiten toepassing dienen te blijven, aangezien zich een reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat er wel een omschrijving van de pleeglocatie wordt gegeven, maar de exacte plaats niet te vinden is. Nu de gedraging wordt ontkend is de locatie daarom moeilijk vast te stellen. Verder blijkt uit het aanvullend proces-verbaal dat de verbalisant onderweg was naar de locatie waar hij zijn werkzaamheden uit moest voeren, wat maakt dat hij op het moment van constatering nog niet belast was met het uitvoeren van zijn werkzaamheden en er dus een reële mogelijkheid tot staandehouding bestond. De verklaring van de verbalisant is te summier om vast te stellen dat hij geen tijd had hiervoor. Een toelichting over waarom een staandehouding te veel tijd in zou nemen en hoe laat hij verwacht werd ontbreekt. Verder merkt gemachtigde op dat de redelijke termijn is overschreden, waardoor de boete met 25% gematigd dient te worden. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De pleeglocatie is anders dan gemachtigde stelt wel voldoende duidelijk. Volgens de verbalisant vond de gedraging plaats op de Tilburgseweg bij een voorsorteervak richting de oprit van de A58. Dit maakt dat het voor betrokkene voldoende duidelijk moest zijn waartegen hij zich moet verdedigen. Wat betreft de gedraging zelf is er geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Tevens is de verklaring van de verbalisant over waarom is afgezien van een staandehouding voldoende duidelijk. Gelet op het voorgaande is het beroep volgens de zittingsvertegenwoordiger inhoudelijk ongegrond, maar omdat de redelijke termijn is overschreden, is er aanleiding voor een matiging van 25%. Overwegingen Inhoudelijk De kantonrechter is van oordeel dat ui