Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-28
ECLI:NL:RBZWB:2026:4711
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummers: C/02/446555 / JE RK 26-530 C/02/446756 / JE RK 26-586 Datum uitspraak: 28 april 2026 Beschikking van de kinderrechter over de schriftelijke aanwijzing in de zaak van [de moeder] , verzoekster in de zaak C/02/446555 / JE RK 26-530, belanghebbende in de zaak C/02/446756 / JE RK 26-586, hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] , gemachtigde W.E. van Bentem uit Garrelsweer, de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant, locatie Tilburg , verzoeker in de zaak C/02/446756 / JE RK 26-586, belanghebbende in de zaak C/02/446555 / JE RK 26-530, hierna te noemen de GI. over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag] 2021 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag] 2021 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 2] . De kinderrechter merkt in beide zaken als belanghebbenden aan: [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] , advocaat mr. N. Koop-van Vliet uit Breda. Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda, hierna: de Raad, de kinderrechter over de verzoeken geadviseerd. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: C/02/446555 / JE RK 26-530 - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 27 maart 2026; C/02/446756 / JE RK 26-586 het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 2 april 2026; het bericht van de GI met bijlagen van 8 april 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 april 2026. Daarbij waren aanwezig: - de moeder met de gemachtigde; - een vertegenwoordiger van de GI; - de vader met zijn advocaat; - een vertegenwoordiger van de Raad. 2 De feiten 2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 2.2. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 december 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 9 december 2026. 2.4. De GI heeft op 12 maart 2026 een schriftelijke aanwijzing gegeven betreffende de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Hierin is het volgende opgenomen: U wordt verplicht de omgangsregeling volledig na te komen zoals beschreven in de beschikking van 21 juli 2025; De rechtbank bepaalt dat de minderjarigen bij de man verblijven gedurende eens per twee weken van zaterdag 9.15 uur tot zondag 17.00 uur en in de week dat zij niet in het weekend bij de man zijn op maandag van 9.30 uur tot 16.30 uur, uit te breiden onder regie van de GI voor zover dit in het belang van de minderjarigen blijkt te zijn. Dit betekent dat de moeder [minderjarige 2] en [minderjarige 1] , tijdig en op de afgesproken wijze beschikbaar stelt voor alle omgangsmomenten, tenzij er sprake is van een zwaarwegende en aantoonbare reden (zoals medisch), die de moeder onmiddellijk aan de vader en de GI meldt. Dit geldt voor de zorgregeling zoals vastgelegd in de beschikking en de daarbij uitgebreide regeling gesteld door de GI; Wijzigingen of uitbreidingen van de omgang worden uitsluitend door de GI of de rechtbank bepaald; U wordt geacht actief mee te werken aan evaluatiemomenten, zodat de GI kan monitoren of uitbreiding van de omgang mogelijk en verantwoord is. 3 Het verzoek C/02/446555 / JE RK 26-530 3.1. De moeder verzoekt de schriftelijke aanwijzing van de GI geheel vervallen te verklaren. C/02/446756 / JE RK 26-586 3.2. De GI verzoekt bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing; aan de moeder een door haar te verbeuren dwangsom op te leggen van € 100,- voor elke keer dat zij de aldus gegeven schriftelijke aanwijzing niet opvolgt, waarbij de rechtbank bevoegd is dit bedrag te verhogen of te verlagen indien de ernst van de situatie daartoe aanleiding geeft, dan wel indien di Onder andere Sterk Huis heeft onderzoek gedaan en zij hebben zorgen over de beperkte rol van de vader. De GezinsManager heeft eveneens onderzoek gedaan, waarbij ook begeleide contactmomenten hebben plaatsgevonden, en zij zien een fijn en prettig contact tussen de vader en de minderjarigen en hebben geconcludeerd dat uitbreiding van het contact mogelijk is. Het is een herhaling van zetten als nu weer een nieuwe onderzoek moet starten. Ook heeft de GI vanuit de school geen terugkoppeling ontvangen dat er zorgen zouden zijn over de minderjarigen. De GI handhaaft het verzoek tot bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing. De GI zou graag de mogelijkheid krijgen om de zorgregeling van de minderjarigen met de vader daadwerkelijk uit te breiden. 4.5. Door en namens de vader wordt aangevoerd dat er al veel is gebeurd en veel hulpverlening is ingezet. Verschillende deskundigen hebben naar de zaak gekeken. De rechtbank heeft eerder geconcludeerd dat er geen contra-indicaties zijn voor (uitbreiding van het) contact tussen de vader en de minderjarigen. De enige reden waarom de regie voor de uitbreiding van de zorgregeling bij de GI is belegd, is om de moeder te laten groeien in het geven van emotionele toestemming aan de minderjarigen. De schriftelijke aanwijzing ziet op de uitvoering van de ondertoezichtstelling door de GI. De schriftelijke aanwijzing is zorgvuldig tot stand gekomen, er is een vooraankondiging geweest en de reactie van de moeder is meegenomen in de uiteindelijk door de GI gegeven schriftelijke aanwijzing. Ook heeft de moeder geen hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van 21 juli 2025. De vader stelt dat alle voorwaarden voor een schriftelijke aanwijzing in acht zijn genomen door de GI. Het probleem is dat de moeder het niet eens is met uitbreiding van de zorgregeling. De vader ondersteunt het verzoek van de GI om de schriftelijke aanwijzing te bekrachtigen en hieraan een dwangsom te koppelen. 4.6. Namens de Raad wordt aangevoerd dat er geen contra-indicaties zijn voor uitbreiding van de zorgregeling tussen de minderjarigen en de vader. Er is een reden voor de ondertoezichtstelling en in dat kader is al veel ingezet. Als de ouders zo doorgaan zullen de minderjarigen nog veel meer hulpverlening nodig hebben. De GI heeft goed voor ogen waarom er een uitbreiding van de zorgregeling moet komen en daarvoor een schriftelijk aanwijzing gegeven die voldoende is onderbouwd. De Raad adviseert de schriftelijke aanwijzing te bekrachtigen. 5 De beoordeling Ontvankelijkheid 5.1 Op grond van artikel 1:264, lid 1 BW kan onder meer een met het gezag belaste ouder de kinderrechter verzoeken een schriftelijke aanwijzing geheel of gedeeltelijk vervallen te verklaren. Ingevolge artikel 1:264 lid 3 BW bedraagt de termijn voor het indienen van een dergelijk verzoek twee weken en deze vangt aan met ingang van de dag nadat de beslissing is verzonden of uitgereikt. Uit de stukken blijkt dat de schriftelijke aanwijzing op 12 maart 2026 is verstuurd naar de moeder. Vervolgens is op 27 maart 2026 door de gemachtigde van de moeder overgegaan tot indiening van het onderhavige verzoek tot vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzing. De kinderrechter stelt vast dat het verzoek binnen de wettelijk gestelde termijn is ingediend, namelijk binnen veertien dagen na de dag dat de beslissing is verzonden of uitgereikt aan de moeder. Dit betekent dat de moeder ontvankelijk is in haar verzoek. Inhoudelijk 5.2 Op grond van artikel 1:263 lid 1 BW kan een GI ter uitvoering van haar taak een schriftelijke aanwijzing geven betreffende de verzorging en opvoeding van een kind, indien dit noodzakelijk is om de concrete bedreigingen in zijn/haar ontwikkeling weg te nemen. De gezagdragende ouder(s) moet(en), afgezien van de mogelijkheid genoemd in artikel 1:264 BW, de schriftelijke aanwijzing opvolgen. Op grond van lid 3 van artikel 1:263 BW kan de GI de kinderrechter verzoeken de schriftelijke aanwijzing te bekrachtigen en tevens de oplegging van een dwan