Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-02
ECLI:NL:RBZWB:2026:4070
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Tilburg Zaaknummer / rekestnummer: 11938043 \ AZ VERZ 25-83 en 11939442 AZ VERZ 25-84 Beschikking van 2 april 2026 in de zaak van [werknemer] , te [plaats 1] , verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek, hierna te noemen: [werknemer] , gemachtigde: [gemachtigde] , tegen VAN MOSSEL SHARED SERVICES B.V. , te Waalwijk , verwerende partij, verzoekende partij in het tegenverzoek, hierna te noemen: Van Mossel , gemachtigde: mr. N. Mauer, tijdens de mondelinge behandeling waargenomen door mr. A.M.P.J.H. Sauvé. 1 De zaak in het kort 1.1. In deze zaak gaat het om een door Van Mossel gegeven ontslag op staande voet aan [werknemer] . [werknemer] is het daar niet mee eens, maar berust in het ontslag op staande voet, zodat niet meer op het primaire verzoek tot vernietiging van het ontslag beslist hoeft te worden. [werknemer] verzoekt thans nog om toekenning van een billijke vergoeding van € 110.941,51 bruto. Ook vraagt [werknemer] om terugbetaling van een ingehouden bedrag van € 2.099,51 bruto aan overwerk en terugbetaling van de ingehouden gefixeerde schadevergoeding van € 3.961,40 netto. [werknemer] verzoekt tevens om betaling van de gefixeerde schadevergoeding van € 4.024,27 bruto waar hij recht op heeft en een transtievergoeding van € 9.072,74 bruto, de buitengerechtelijke incassokosten van € 2.075,99 en verstrekking van een deugdelijke netto/bruto specificatie, op straffe van een dwangsom. Van Mossel is het niet eens met deze verzoeken en wil dat de verzoeken worden afgewezen. Van Mossel heeft daarnaast een verzoek ingediend waarin zij vraagt om verklaring voor recht dat [werknemer] terecht door Van Mossel is ontslagen en dat [werknemer] onrechtmatig heeft gehandeld. Ook vraagt Van Mossel een gefixeerde schadevergoeding van € 2.300,41, kosten van juridisch advies ter hoogte van € 1.265,87 en buitengerechtelijke kosten van € 481,33. 1.2. De kantonrechter wijst de verzoeken van [werknemer] deels toe. Voor het verzoek met betrekking tot terugbetaling van de ingehouden uren aan overwerk geeft de kantonrechter een bewijsopdracht aan Van Mossel . De verzoeken van Van Mossel worden afgewezen. De kantonrechter zal hierna toelichten waarom dat zo is. 2 De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: In de verzoek van [werknemer] (11938043 \ AZ VERZ 25-83) - het verzoekschrift van [werknemer] met producties - het verweerschrift van Van Mossel met producties - de aanvullende productie van [werknemer] van 11 februari 2026 - de aanvullende productie van Van Mossel van 13 februari 2026 In het verzoek van Van Mossel (11937442 AZ VERZ 25-84) - het verzoekschrift van Van Mossel met producties - het verweerschrift van [werknemer] met producties - de aanvullende productie van Van Mossel van 13 februari 2026 In beide verzoeken - de mondelinge behandeling van 19 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt - de door [werknemer] en Van Mossel tijdens de mondelinge behandeling overgelegde pleitaantekeningen - de mededeling van beide partijen op de zitting dat alle stukken die in de zelfstandige zaak van [werknemer] tegen Van Mossel (zaaknummer 11938043 \ AZ VERZ 25-83) zijn overgelegd, ook voor de andere procedure (zaaknummer 11937442 AZ VERZ 25-84) gelden en andersom. 2.2. De beschikking is bepaald op vandaag. 3 De feiten 3.1. [werknemer] , geboren [datum] 1973, is sinds 11 november 2019 in dienst bij Van Mossel . De functie van [werknemer] is Chauffeur met een loon van € 3.260,41 bruto per maand bij een arbeidsduur van 36 uur per week. 3.2. [werknemer] moest de door hem gewerkte uren dagelijks registreren en maandelijks zijn urendeclaratie in een excel-sheet indienen. Op 3 augustus 2025 heeft [werknemer] zijn urendeclaratie van juli 2025 ingeleverd. 3.3. Op 4 augustus 2025 is door [manager] (Manager Logistiek bij Van Mossel , hierna [manager] ) het volgende e-mailbericht gestuurd: “ Overwerk Chauffeurs Helaas zien wij in de declarati Van Mossel zou daarover op 22 augustus 2025 telefonisch contact opnemen met [werknemer] . Op 22 augustus 2025 is gemeld dat er nog nader onderzoek nodig was. De bevindingen van dat nader onderzoek zijn op 25 augustus 2025 telefonisch besproken met [werknemer] . 3.5. Op 26 augustus 2025 is [werknemer] per brief op staande voet ontslagen. Daarin valt onder meer te lezen: (…) “ Ontslag op staande voet Voor ons staat vast dat jij één of meer meerdere keren meer uren hebt gedeclareerd dan dat jij hebt gewerkt. In de bijlage tref jij aan het reeds eerder aan jou voorgehouden overzicht over de maand juli jl. waarin de door jou gedeclareerde uren naast de door de tachograaf geregistreerde uren staan vermeld, inclusief de afwijkingen (*). Daarnaast zijn de stops weergegeven. Wij sluiten niet uit dat het daadwerkelijke aantal onterecht gedeclareerde uren nog hoger ligt dan wij nu weten en wij zullen daar nader onderzoek naar doen. Daarnaast staat voor ons vast dat jij één of meerdere keren in de periode waarin jij werd geacht te werken voor Van Mossel , niet aan het werk was. ”. (…) 4 De verzoeken en de verweren in het verzoek van [werknemer] 4.1. berust in het ontslag op staande voet, zodat op het primaire verzoek om vernietiging van het ontslag niet hoeft te worden beslist. [werknemer] verzoekt thans nog de kantonrechter om een billijke vergoeding toe te kennen en om Van Mossel te veroordelen tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging en de transitievergoeding. Ook verzoekt [werknemer] om terugbetaling van de ingehouden overuren en de onterecht ingehouden gefixeerde schadevergoeding. Volgens [werknemer] is het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig en stelt daarover het volgende. [werknemer] heeft niet te veel (over)uren gedeclareerd. Hij vult zijn urendeclaraties sinds 2019 op dezelfde wijze in op een excel-sheet, welke vervolgens werden gecontroleerd door [manager] . Deze declaraties zijn altijd goedgekeurd en [werknemer] is nooit aangesproken dat de urendeclaraties niet goed zouden zijn ingevuld. Het kan zijn dat hij een keer een fout heeft gemaakt met het invullen, maar dat is niet bewust gedaan. Volgens [werknemer] is hem bij aanvang van zijn dienstverband verteld dat alleen de begin- en eindtijd van de werkdag ingevuld moest worden, zodat hij dat ook heeft gedaan. Wanneer een chauffeur tijdens een werkdag korter dan 9 uur had gewerkt, mocht dit worden aangevuld tot 9 uur, omdat het voor rekening en risico van Van Mossel kwam als er niet voldoende werkzaamheden waren voor die dag. Pauzes moesten worden geschreven, maar als die niet genoten waren, dan mocht die pauze(s) bij het aantal werkuren worden opgeteld. Tijdens stops die [werknemer] maakte, verrichte hij werkgerelateerde zaken, zoals het verzetten van de lading, contact met klanten, het uitzetten van routes, het schoonmaken en poetsen van de vrachtwagen en banden nalopen. Ook mocht [werknemer] , zoals met [manager] was afgesproken, met de vrachtwagen of een bedrijfswagen, een Renault Kangoo, naar zijn woonplaats in [plaats 1] rijden en die tijd als werktijd schrijven. 4.2. Van Mossel voert verweer en stelt dat det verzoeken van [werknemer] moeten worden afgewezen. Volgens haar is het ontslag rechtsgeldig gegeven. Eind juli 2025 heeft Van Mossel geconstateerd dat er hoge kosten binnen het bedrijf waren, terwijl hun eigen vloot minder werd. Omdat dit verschillende oorzaken kon hebben, is Van Mossel een onderzoek gestart. Daar kwam uit naar voren dat chauffeurs op verschillende manieren hun uren declareerde. Naar aanleiding daarvan is de mail van 4 augustus 2025 opgesteld en is beschreven hoe de uren gedeclareerd moeten worden. Dit is volgens Van Mossel geen nieuw beleid, maar een bevestiging van het beleid dat binnen Van Mossel geldt ten aanzien van de urendeclaratie. In de mail van 4 augustus 2025 is opgenomen dat de urendeclaratie over de maand juli 2025 zou gecontroleerd worden. Uit onderzoek bleek dat [werknemer] te veel (over)uren h Op dat moment had [werknemer] zijn urendeclaratie van juli 2025 al ingediend voordat hij die mail had ontvangen en is hij niet expliciet in de gelegenheid gesteld om die declaratie aan te passen naar de wijze zoals in die mail is genoemd. Onder deze omstandigheden acht de kantonrechter het ontslag op staande voet een te zwaar middel en had Van Mossel met een minder vergaande maatregel kunnen volstaan. 5.4. Daarbij komt dat niet alleen bij [werknemer] onduidelijkheid bestond over de wijze van registreren van uren, maar ook bij andere chauffeurs binnen Van Mossel bestond er onduidelijkheid, zodat ook dit ertoe leidt dat een ontslag op staande voet een te zwaar middel is. Dat er onduidelijkheid bestond volgt naar het oordeel van de kantonrechter uit de mail van 4 augustus 2025. Hierin staat namelijk vermeld: “ Helaas zien wij in de declaraties verschillen ontstaan tussen chauffeurs. Wij willen hier dan ook graag duidelijkheid in bieden en hebben daarom onderstaande afspraken ter verduidelijking op papier gezet” . Ook is de onduidelijkheid over de urenregistratie in het gesprek tussen [werknemer] en Van Mossel een aantal keer bevestigd. Dit volgt onder meer uit minuut 17.17 van het transcript: “ [operationeel directeur] : ehm 4 augustus inderdaad met, goh hierbij nog wat opheldering. Dit is hoe je hoort te declareren, daarbij ook de mededeling gedaan, wij gaan de uren van juli, gaan wij controleren aan de hand van deze regels, met de insteek van nou weet je, we verwachten wel dat er misschien nog wel wat extra tekst en uitleg nodig is, ehm er zullen vast nog wel dingen niet goed staan ehm en dan met elkaar in gesprek te gaan van he, luister dit valt ons op, Dat moeten we dus corrigeren en de volgende keer graag anders doen .” en uit minuut 30.33 van het transcript: “ [operationeel directeur] ; Nou ik weet, het enige wat ik weet en dat is de hele reden waarom we de brief eruit hebben gedaan, dat er heel veel miscommunicatie was over wat de afspraken nou moeten zijn ”. De onduidelijkheid over de registratie van uren wordt nogmaals bevestigd in minuut 30.42: “ [operationeel directeur] : En dat hebben we op willen helderen met de brief, daar hebben we in de coulance gedaan nou weet je luister, we gaan de uren van juli op deze manier controleren, weet dat houdt er rekening mee, ehmm, we kunnen namelijk onszelf voorstellen he, dat het echt niet meteen de schoonheidsprijs gaat winnen, dat er nog steeds dingen zijn die niet helemaal helder zijn, die we nog een keer in een gesprek moeten toelichten, allemaal prima. Maar ik kan hem hier niet verklaren en ik kan me ook niet voorstellen dat [naam] eh zegt, maar we zullen dat bij [naam] verifiëren, van goh als je wel pauze hebt gehad, schrijf je hem niet op. Kan me wel heel goed voorstellen dat [naam] zegt, he als je geen pauze hebt genoten, dan moet je hem ook niet opschrijven.” . Ook valt in het transcript te lezen bij minuut 43.21: “ [operationeel directeur] : Dus, nee maar ik bedoel dat is duidelijk genoeg om start en eindtijden te kunnen bepalen eh, en het is aan ons om dan vervolgens in goed werkgeverschap en goed werknemer schap met elkaar daar de juiste afspraken over te maken, dat er geen discussie meer zijn over hoe lang jij dan stil mag staan om een auto te poetsen bij wijze van spreken of wat jij aan administratieve load hebt en hoe we dat in moeten delen.” 5.5. Verder kan het naar het oordeel van de kantonrechter best zo zijn dat [werknemer] meer uren heeft geschreven dan hij feitelijk heeft gewerkt, maar niet is komen vast te staan dat [werknemer] dit opzettelijk heeft gedaan. [werknemer] heeft namelijk onweersproken gesteld dat hij sinds zijn indiensttreding in 2019 zijn urenregistratie altijd op dezelfde wijze heeft ingevuld en dat deze wijze altijd is goedgekeurd. Nu – zoals hiervoor overwogen –niet vast is komen te staan dat [werknemer] eerder is aangesproken op het onjuist registreren van zijn uren en gelet op de mededeling van Van Mossel tijdens het gesprek op 21 augustus De transitievergoeding is namelijk geen loon en om die reden is Van Mossel daarover geen wettelijke verhoging verschuldigd. billijke vergoeding 5.12. Het verzoek van [werknemer] tot toekenning van een billijke vergoeding wordt toegewezen, omdat hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. Daarbij wordt opgemerkt dat een ongeldig ontslag als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever moet worden aangemerkt. 5.13. Voor het vaststellen van de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding zijn in de rechtspraak uitgangspunten geformuleerd. De kantonrechter moet bij het bepalen van de billijke vergoeding rekening houden met alle omstandigheden van het geval en die vergoeding moet daarbij aansluiten. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Ook met de gevolgen van het ontslag kan rekening worden gehouden, voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het verwijt dat de werkgever kan worden gemaakt. Daarbij kan rekening worden gehouden met inkomen dat de werknemer zou hebben genoten als de arbeidsovereenkomst op een later moment zou zijn geëindigd, met eventueel ander werk dat de werknemer inmiddels heeft gevonden, en met de inkomsten die hij daaruit dan geniet, en met de (andere) inkomsten die de werknemer in redelijkheid in de toekomst kan verwerven, zoals bijvoorbeeld een mogelijke WW-uitkering. De billijke vergoeding heeft geen bestraffend doel, maar met de billijke vergoeding kan ook worden tegengegaan dat werkgevers ervoor kiezen een arbeidsovereenkomst op ernstig verwijtbare wijze te laten eindigen. 5.14. De kantonrechter zal bij de hoogte van de billijke vergoeding ook met de volgende omstandigheden rekening houden. Niet gesteld of gebleken is dat er tijdens het dienstverband van [werknemer] op- of aanmerkingen op zijn functioneren zijn gemaakt door Van Mossel . Evenmin heeft hij op- of aanmerkingen gehad op de door hem ingediende urenlijsten. Ook zal bij het vaststellen van de hoogte van de billijke vergoeding rekening houden met het feit dat [werknemer] , zoals onweersproken door Van Mossel gesteld, een werkloosheidsuitkering heeft ontvangen en dat hij sinds 4 februari 2026 een andere baan heeft, zodat de nadelen voor [werknemer] beperkt zijn gebleven. 5.15. Rekening houdend met voornoemde omstandigheden en omdat aan [werknemer] een transitievergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging wordt toegekend, zal de billijke vergoeding worden bepaald op een bedrag van € 5.000,00 bruto. Het ernstig verwijtbaar handelen van Van Mossel wordt daarmee voldoende gecompenseerd. Nu Van Mossel geen bezwaar heeft gemaakt tegen de termijn van betaling van de billijke vergoeding, zal die worden toegewezen zoals verzocht. De gevorderde wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking. verzoek tot terugbetaling van ingehouden bedragen aan “overwerk” 5.16. Op de salarisstrook van augustus 2025 heeft Van Mossel een bedrag van € 2.099,51 bruto aan overwerk ingehouden. Dit bedrag bestaat uit € 1.208,54 bruto aan overwerk tegen een vergoeding van 128,50% en een bedrag van € 80,97 bruto aan overwerk tegen een vergoeding van 147%. [werknemer] stelt dat het bedrag onterecht is ingehouden, omdat de gedeclareerde uren aan overwerk juist zijn. Volgens Van Mossel heeft [werknemer] die uren onterecht gedeclareerd. Het betreffen uren met betrekking tot onverklaarbare stops die [werknemer] maakt, pauzes die niet door [werknemer] worden geschreven en bij de werkdag worden opgeteld, en uren met betrekking tot de reistijd tussen [plaats 2] en [plaats 1] en andersom. Omdat Van Mossel die overuren heeft uitbetaald is er volgens haar een terugbetalingsverplichting van [werknemer] ontstaan, zodat zij die reeds uitbetaalde uren heeft ingehouden op de salarisstrook van augustus 2025. 5.17. Voor wat betreft de stops stelt [werknemer] dat hij De beslissing met betrekking tot terugbetaling van ingehouden bedragen aan overwerk zal in afwachting van de uitkomst van de bewijsopdracht worden aangehouden. 5.24. De kantonrechter geeft partijen in overweging dat – mede gezien de hoogte van het ingehouden bedrag - het voorgaande aanleiding kan zijn om alsnog met elkaar in overleg te treden tot een regeling in der minne. verstrekking van bruto/netto specificatie 5.25. [werknemer] verzoekt om verstrekking van een schriftelijke deugdelijke netto/bruto specificatie. De kantonrechter zal deze specificatie toewijzen over de toegewezen bedragen. De termijn van het verstrekken van de specificatie zal worden vastgesteld op veertien dagen na de betekening van deze beschikking. Daarbij overweegt de kantonrechter dat Van Mossel , indien deze door de betekening van de beschikking kennis heeft kunnen nemen van de inhoud daarvan, de gelegenheid moet worden geboden om binnen een redelijke termijn aan de veroordeling te voldoen, waarbij een termijn van veertien dagen als een redelijke termijn voor nakoming wordt gezien. De gevorderde dwangsom zal worden gematigd tot een bedrag van € 100,00 per dag, met een maximum van € 2.500,00 voor elke dag na de betekening van de beschikking dat Van Mossel niet aan voldoet aan de beschikking. Specificatie met betrekking tot uren aan overwerk, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten 5.26. De kantonrechter zal de beslissing over de specificatie betrekking tot de uren aan overwerk, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten aanhouden, omdat Van Mossel wordt toegelaten tot bewijslevering. De overige beslissingen zullen worden toegewezen, omdat de uitkomst van de bewijsopdracht hier geen invloed op heeft en bij de vergoedingen de termijnen voor de wettelijke rente gaat lopen. het verzoek van Van Mossel 5.27. Volgens Van Mossel is het ontslag terecht gegeven en daarom vraagt zij een verklaring voor recht dat [werknemer] terecht door Van Mossel is ontslagen en een verklaring voor recht dat [werknemer] onrechtmatig heeft gehandeld. Ook maakt Van Mossel aanspraak op een aantal vergoedingen. Omdat in het verzoek van [werknemer] is geoordeeld dat het ontslag op staande voet geen stand houdt zullen de verzoeken van Van Mossel worden afgewezen. 5.28. De proceskosten komen daarom voor rekening van Van Mossel . De proceskosten aan de zijde van [werknemer] worden begroot op € 721,00, (€ 577,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing. 6 De beslissing De kantonrechter op het verzoek van [werknemer] 6.1. veroordeelt Van Mossel om aan [werknemer] een billijke vergoeding te betalen van € 5.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking tot aan de dag van de gehele betaling, 6.2. veroordeelt Van Mossel om aan [werknemer] de gefixeerde vergoeding wegens onregelmatige opzegging te betalen van € 6.520,82, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 26 augustus 2025 tot aan de dag van de gehele betaling, 6.3. veroordeelt Van Mossel om aan [werknemer] de ingehouden vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 3.961,40 netto terug te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 26 september 2025 tot aan de dag van de gehele betaling 6.4. veroordeelt Van Mossel om aan [werknemer] een transitievergoeding te betalen van € 7.012,20, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 26 september 2025 tot aan de dag van de gehele betaling, 6.5. veroordeelt Van Mossel een bruto/netto specificatie te verstrekken aan [werknemer] met betrekking tot de billijke vergoeding, de betaling en de terugbetaling van de ingehouden gefixeerde schadevergoeding en de transitievergoeding binnen veertien dagen na betekening van de beschikking op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag met een maximum van € 2.500,00, voor elke dag na betekening van de beschikking als Van Mossel niet