Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-05-11
ECLI:NL:RBZWB:2026:3979
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,351 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3979 text/xml public 2026-05-20T11:34:32 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-05-11 25/5193 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Breda Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3979 text/html public 2026-05-20T11:34:14 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3979 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 11-05-2026 / 25/5193 Artikel 8:54 Awb; niet-ontvankelijk wegens een termijnoverschrijding. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 25/5193 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 mei 2026 in de zaak tussen [belanghebbende] , uit [plaats] (Duitsland), belanghebbende en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 27 augustus 2025. Het beroep ziet op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2023, met [aanslagnummer] .H.36.01 en de bij beschikking vastgestelde belastingrente. 1.1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. Toetsingskader 3. Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van zes weken. Deze termijn begint op de dag na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar. Maar als de dagtekening een datum is vóór de datum waarop de uitspraak op bezwaar is verzonden, begint deze termijn op de dag na de dag van verzending. Een beroepschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. 3.1. Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege. Is het beroep te laat ingediend? 4. Vast staat dat de dagtekening van de uitspraak op bezwaar 27 augustus 2025 is. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de verzending ervan later heeft plaatsgevonden. De termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde dus op 8 oktober 2025. 4.1. Belanghebbende heeft op 12 oktober 2025 digitaal beroep ingesteld. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend. Is het te laat indienen verontschuldigbaar? 5. Belanghebbende is bij bericht van 28 november 2025 in de gelegenheid gesteld om redenen aan te geven voor deze termijnoverschrijding. Dit verzoek is herhaald bij bericht van 15 december 2025. Van de plaatsing van dit bericht is op diezelfde dag om 11:38 uur een notificatie aan belanghebbende verzonden naar het door hem voor dit doel opgegeven e-mailadres. Daarom neemt de rechtbank aan dat belanghebbende dit bericht op 15 december 2025 heeft ontvangen. Belanghebbende heeft niet gereageerd. De rechtbank acht ook geen sprake van geringe verwijtbaarheid aan de zijde van belanghebbende. Het te laat indienen is dus niet verontschuldigbaar. Conclusie en gevolgen 6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van D. Weijtens, griffier, op 11 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld. Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit volgt uit artikel 6:7 van de Awb. Dit volgt uit artikel 26c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Dit volgt uit artikel 6:9, eerste lid, van de Awb. Dit volgt uit artikel 6:11 van de Awb. Gelet op artikel 8:36c, tweede lid, van de Awb.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3979 text/xml public 2026-05-20T11:34:32 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-05-11 25/5193 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Breda Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3979 text/html public 2026-05-20T11:34:14 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3979 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 11-05-2026 / 25/5193 Artikel 8:54 Awb; niet-ontvankelijk wegens een termijnoverschrijding. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 25/5193 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 mei 2026 in de zaak tussen [belanghebbende] , uit [plaats] (Duitsland), belanghebbende en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 27 augustus 2025. Het beroep ziet op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2023, met [aanslagnummer] .H.36.01 en de bij beschikking vastgestelde belastingrente. 1.1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. Toetsingskader 3. Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van zes weken. Deze termijn begint op de dag na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar. Maar als de dagtekening een datum is vóór de datum waarop de uitspraak op bezwaar is verzonden, begint deze termijn op de dag na de dag van verzending. Een beroepschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. 3.1. Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege. Is het beroep te laat ingediend? 4. Vast staat dat de dagtekening van de uitspraak op bezwaar 27 augustus 2025 is. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de verzending ervan later heeft plaatsgevonden. De termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde dus op 8 oktober 2025. 4.1. Belanghebbende heeft op 12 oktober 2025 digitaal beroep ingesteld. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend. Is het te laat indienen verontschuldigbaar? 5. Belanghebbende is bij bericht van 28 november 2025 in de gelegenheid gesteld om redenen aan te geven voor deze termijnoverschrijding. Dit verzoek is herhaald bij bericht van 15 december 2025. Van de plaatsing van dit bericht is op diezelfde dag om 11:38 uur een notificatie aan belanghebbende verzonden naar het door hem voor dit doel opgegeven e-mailadres. Daarom neemt de rechtbank aan dat belanghebbende dit bericht op 15 december 2025 heeft ontvangen. Belanghebbende heeft niet gereageerd. De rechtbank acht ook geen sprake van geringe verwijtbaarheid aan de zijde van belanghebbende. Het te laat indienen is dus niet verontschuldigbaar. Conclusie en gevolgen 6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van D. Weijtens, griffier, op 11 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld. Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit volgt uit artikel 6:7 van de Awb. Dit volgt uit artikel 26c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Dit volgt uit artikel 6:9, eerste lid, van de Awb. Dit volgt uit artikel 6:11 van de Awb. Gelet op artikel 8:36c, tweede lid, van de Awb.