Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-05-12
ECLI:NL:RBZWB:2026:3976
Strafrecht
Op tegenspraak
3,983 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3976 text/xml public 2026-05-12T13:45:18 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-05-12 02.018890.26 Uitspraak Op tegenspraak NL Breda Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3976 text/html public 2026-05-11T11:23:44 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3976 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 12-05-2026 / 02.018890.26 Witwassen van bijna 3 ton. Verborgen ruimte in auto. Gevangenisstraf 14 maanden met aftrek voorarrest. Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda Parketnummer: 02.018890.26 Vonnis van de meervoudige kamer van 12 mei 2026 [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1971, verblijvende in de penitentiaire inrichting te [plaats] , raadsman mr. P.W. Szymkowiak, advocaat te Maastricht. 1 Onderzoek op de terechtzitting De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 28 april 2026, waarbij de officier van justitie mr. J. Verschuren en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van € 295.220,- en dat hij een personenauto met daarin een verborgen ruimte voorhanden heeft gehad. 3 De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht de feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen. 4.2. Het standpunt van de verdediging De verdediging refereert zich voor de bewezenverklaring van de feiten 1 en 2 aan het oordeel van de rechtbank. 4.3. Het oordeel van de rechtbank 4.3.1. De bewijsmiddelen Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.. 4.3.2. De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs Aangezien verdachte ten aanzien van de feiten 1 en 2 een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op: - de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 28 april 2026; - het proces-verbaal van bevindingen van [persoon 1] , [persoon 2] , [persoon 3] , [persoon 4] en [persoon 5] van 18 januari 2026, pagina 19 e.v.. 4.4. De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte 1 op 18 januari 2026, te Halsteren, gemeente Bergen op Zoom een geldbedrag van in totaal 295.220 euro, voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf; 2 op 18 januari 2026, te Halsteren, gemeente Bergen op Zoom, een vervoersmiddel, te weten een personenauto (Ford Focus met Duits [kenteken] ) voorhanden heeft gehad, wetende dat dit vervoersmiddel was ingericht met een ruimte die kennelijk bestemd was om de opsporing van één of meer strafbare feiten te beletten of te bemoeilijken. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5 De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn/haar strafbaarheid uitsluit. 6 De strafoplegging 6.1. De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 16 maanden. 6.2. Het standpunt van de verdediging De verdediging verzoekt om de door de officier van justitie gevorderde straf te matigen tot een gevangenisstraf van 14 maanden waarvan 7 maanden voorwaardelijk vanwege de volgende omstandigheden. Verdachte was enkel een geldkoerier waardoor zijn rol beperkt was. Hij heeft voor een beperkte vergoeding zijn eigen vrijheid op het spel gezet. Daarnaast is er sprake van een beperkte duur, namelijk maar 1 dag. Verder heeft verdachte vanaf het begin af aan meegewerkt door toestemming te geven om de auto en zijn telefoon te doorzoeken. Bovendien is het recidivegevaar laag. 6.3. Het oordeel van de rechtbank Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een groot geldbedrag van € 295.220,-. Hij was door een onbekend gebleven persoon gevraagd om dit geldbedrag af te leveren bij een persoon in Antwerpen. Verdachte heeft daarmee de rol van geldkoerier gehad. Verdachte heeft dit feit kennelijk slechts uit winstbejag gepleegd, nu hij hiervoor een bedrag van € 1.000,- zou krijgen. Het witwassen van criminele gelden vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan, terwijl andere strafbare feiten erdoor worden vergemakkelijkt. Verdachte heeft niet willen verklaren aan wie hij dat geld moest afleveren en/of wat de herkomst van dat geld was, wat de rechtbank verdachte aanrekent. Hij biedt daardoor (een) ander(en) de gelegenheid anoniem te blijven en daardoor wordt de herkomst van het geldbedrag versluierd. Wel heeft verdachte verklaard dat het de eerste keer is dat hij als geldkoerier opereerde. Naar het oordeel van de rechtbank is het gelet op de gegeven omstandigheden in combinatie met de aanzienlijke veiligheidsrisico’s wat het fysiek vervoeren van grote bedragen in contanten met zich brengt, volstrekt onaannemelijk dat verdachte bij een eerste rit al meteen bijna 3 ton mee zou krijgen. Bovendien heeft verdachte op zitting verklaard dat hij werd gevraagd voor meerdere opdrachten om geld te vervoeren, waaruit blijkt dat ‘men’ verdachte hiervoor wist te vinden. Dit is niet logisch als hij niet eerder geld gekoerierd zou hebben. De rechtbank houdt bij de strafbepaling ook rekening met het feit dat het geld werd vervoerd in een professioneel aangebrachte verborgen ruimte in de auto waarin verdachte reed. De rechtbank acht het een feit van algemene bekendheid dat professioneel aangebrachte verborgen ruimtes enkel dienen om strafbare goederen, zoals uit misdrijf verkregen geld, vuurwapens en drugs, aan het ambtelijk toezicht te onttrekken. Een professioneel aangebrachte verborgen ruimte is naar haar aard ook bedoeld voor herhaald gebruik; een verborgen ruimte wordt in de regel niet aangebracht voor eenmalig gebruik. Dit geldt temeer nu het maken van een dergelijke ruimte behoorlijke kosten met zich brengt. Het is dan ook niet onwaarschijnlijk dat verdachte (of een ander) deze verborgen ruimte al eerder heeft gebruikt voor het verbergen van strafbare goederen, dan wel nogmaals voor dat doel zou gaan gebruiken. De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van eendaadse samenloop zoals door de verdediging (impliciet) is aangevoerd. Verdachte heeft immers niet alleen het geldbedrag voorhanden gehad, maar heeft dit geldbedrag ook verborgen gehouden in een professioneel aangebrachte professioneel uitziende verborgen ruimte in de auto. Naar het oordeel van de rechtbank hangen deze twee gedragingen niet zo nauw met elkaar samen dat daarmee sprake is van één verwijt dat verdachte wordt gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf de enige passende strafmodaliteit is, gelet op de ernst van het feit waarbij verdachte als onmisbare schakel in een crimineel milieu heeft geopereerd en nu verdachte ongewenst wordt verklaard in Nederland.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3976 text/xml public 2026-05-12T13:45:18 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-05-12 02.018890.26 Uitspraak Op tegenspraak NL Breda Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3976 text/html public 2026-05-11T11:23:44 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3976 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 12-05-2026 / 02.018890.26 Witwassen van bijna 3 ton. Verborgen ruimte in auto. Gevangenisstraf 14 maanden met aftrek voorarrest. Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda Parketnummer: 02.018890.26 Vonnis van de meervoudige kamer van 12 mei 2026 [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1971, verblijvende in de penitentiaire inrichting te [plaats] , raadsman mr. P.W. Szymkowiak, advocaat te Maastricht. 1 Onderzoek op de terechtzitting De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 28 april 2026, waarbij de officier van justitie mr. J. Verschuren en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van € 295.220,- en dat hij een personenauto met daarin een verborgen ruimte voorhanden heeft gehad. 3 De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht de feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen. 4.2. Het standpunt van de verdediging De verdediging refereert zich voor de bewezenverklaring van de feiten 1 en 2 aan het oordeel van de rechtbank. 4.3. Het oordeel van de rechtbank 4.3.1. De bewijsmiddelen Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.. 4.3.2. De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs Aangezien verdachte ten aanzien van de feiten 1 en 2 een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op: - de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 28 april 2026; - het proces-verbaal van bevindingen van [persoon 1] , [persoon 2] , [persoon 3] , [persoon 4] en [persoon 5] van 18 januari 2026, pagina 19 e.v.. 4.4. De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte 1 op 18 januari 2026, te Halsteren, gemeente Bergen op Zoom een geldbedrag van in totaal 295.220 euro, voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf; 2 op 18 januari 2026, te Halsteren, gemeente Bergen op Zoom, een vervoersmiddel, te weten een personenauto (Ford Focus met Duits [kenteken] ) voorhanden heeft gehad, wetende dat dit vervoersmiddel was ingericht met een ruimte die kennelijk bestemd was om de opsporing van één of meer strafbare feiten te beletten of te bemoeilijken. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5 De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn/haar strafbaarheid uitsluit. 6 De strafoplegging 6.1. De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 16 maanden. 6.2. Het standpunt van de verdediging De verdediging verzoekt om de door de officier van justitie gevorderde straf te matigen tot een gevangenisstraf van 14 maanden waarvan 7 maanden voorwaardelijk vanwege de volgende omstandigheden. Verdachte was enkel een geldkoerier waardoor zijn rol beperkt was. Hij heeft voor een beperkte vergoeding zijn eigen vrijheid op het spel gezet. Daarnaast is er sprake van een beperkte duur, namelijk maar 1 dag. Verder heeft verdachte vanaf het begin af aan meegewerkt door toestemming te geven om de auto en zijn telefoon te doorzoeken. Bovendien is het recidivegevaar laag. 6.3. Het oordeel van de rechtbank Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een groot geldbedrag van € 295.220,-. Hij was door een onbekend gebleven persoon gevraagd om dit geldbedrag af te leveren bij een persoon in Antwerpen. Verdachte heeft daarmee de rol van geldkoerier gehad. Verdachte heeft dit feit kennelijk slechts uit winstbejag gepleegd, nu hij hiervoor een bedrag van € 1.000,- zou krijgen. Het witwassen van criminele gelden vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan, terwijl andere strafbare feiten erdoor worden vergemakkelijkt. Verdachte heeft niet willen verklaren aan wie hij dat geld moest afleveren en/of wat de herkomst van dat geld was, wat de rechtbank verdachte aanrekent. Hij biedt daardoor (een) ander(en) de gelegenheid anoniem te blijven en daardoor wordt de herkomst van het geldbedrag versluierd. Wel heeft verdachte verklaard dat het de eerste keer is dat hij als geldkoerier opereerde. Naar het oordeel van de rechtbank is het gelet op de gegeven omstandigheden in combinatie met de aanzienlijke veiligheidsrisico’s wat het fysiek vervoeren van grote bedragen in contanten met zich brengt, volstrekt onaannemelijk dat verdachte bij een eerste rit al meteen bijna 3 ton mee zou krijgen. Bovendien heeft verdachte op zitting verklaard dat hij werd gevraagd voor meerdere opdrachten om geld te vervoeren, waaruit blijkt dat ‘men’ verdachte hiervoor wist te vinden. Dit is niet logisch als hij niet eerder geld gekoerierd zou hebben. De rechtbank houdt bij de strafbepaling ook rekening met het feit dat het geld werd vervoerd in een professioneel aangebrachte verborgen ruimte in de auto waarin verdachte reed. De rechtbank acht het een feit van algemene bekendheid dat professioneel aangebrachte verborgen ruimtes enkel dienen om strafbare goederen, zoals uit misdrijf verkregen geld, vuurwapens en drugs, aan het ambtelijk toezicht te onttrekken. Een professioneel aangebrachte verborgen ruimte is naar haar aard ook bedoeld voor herhaald gebruik; een verborgen ruimte wordt in de regel niet aangebracht voor eenmalig gebruik. Dit geldt temeer nu het maken van een dergelijke ruimte behoorlijke kosten met zich brengt. Het is dan ook niet onwaarschijnlijk dat verdachte (of een ander) deze verborgen ruimte al eerder heeft gebruikt voor het verbergen van strafbare goederen, dan wel nogmaals voor dat doel zou gaan gebruiken. De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van eendaadse samenloop zoals door de verdediging (impliciet) is aangevoerd. Verdachte heeft immers niet alleen het geldbedrag voorhanden gehad, maar heeft dit geldbedrag ook verborgen gehouden in een professioneel aangebrachte professioneel uitziende verborgen ruimte in de auto. Naar het oordeel van de rechtbank hangen deze twee gedragingen niet zo nauw met elkaar samen dat daarmee sprake is van één verwijt dat verdachte wordt gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf de enige passende strafmodaliteit is, gelet op de ernst van het feit waarbij verdachte als onmisbare schakel in een crimineel milieu heeft geopereerd en nu verdachte ongewenst wordt verklaard in Nederland.