Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-05-04
ECLI:NL:RBZWB:2026:3765
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,833 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3765 text/xml public 2026-05-12T14:00:25 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-05-04 BRE 25/1663 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Breda Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3765 text/html public 2026-05-11T13:40:11 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3765 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 04-05-2026 / BRE 25/1663 8:54; De rechtbank verklaart zich onbevoegd. Een geschil over verrekening van bedragen kan worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 25/1663 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 mei 2026 in de zaak tussen [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende en de ontvanger van de Belastingdienst, de ontvanger. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de ontvanger van 11 februari 2025. Het beroep ziet op de verrekening van een bedrag van € 6.251,- op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2017 met [aanslagnummer] .H.76.01. 1.1. De rechtbank verklaart zich kennelijk onbevoegd. Daarom doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt. Beoordeling door de rechtbank 2. Bij brief van 11 februari 2025 heeft de ontvanger een uitspraak op bezwaar gedaan betreffende een verrekening van de aanslag. De ontvanger heeft in zijn beslissing het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. In de uitspraak op bezwaar heeft de ontvanger opgenomen dat belanghebbende in beroep kan gaan tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. 2.1. De belastingrechter is als uitgangspunt niet bevoegd te oordelen over beslissingen van de ontvanger op grond van de Invorderingswet 1990. Voor bepaalde besluiten is in de regelgeving een uitzondering gemaakt. De beslissing tot verrekening van bedragen valt niet onder een van de uitzonderingen. Omdat geen beroep bij de belastingrechter kan worden ingesteld, is het evenmin mogelijk bezwaar te maken. Een geschil over verrekening van bedragen kan worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter. 2.2. De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht terug. Beslissing De rechtbank: verklaart zich onbevoegd; draagt de griffier op het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 53 aan hem te vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van mr. W. Dekkers, griffier, op 4 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld. Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit volgt uit artikel 8:5 van de Awb en artikel 1 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak die behoort bij de Awb. In dat artikel 1 wordt de Invorderingswet 1990 genoemd. Of bezwaar kan worden gemaakt, is namelijk ervan afhankelijk of beroep kan worden ingesteld (artikel 7:1 van de Awb).
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3765 text/xml public 2026-05-12T14:00:25 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-05-04 BRE 25/1663 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Breda Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3765 text/html public 2026-05-11T13:40:11 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3765 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 04-05-2026 / BRE 25/1663 8:54; De rechtbank verklaart zich onbevoegd. Een geschil over verrekening van bedragen kan worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 25/1663 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 mei 2026 in de zaak tussen [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende en de ontvanger van de Belastingdienst, de ontvanger. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de ontvanger van 11 februari 2025. Het beroep ziet op de verrekening van een bedrag van € 6.251,- op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2017 met [aanslagnummer] .H.76.01. 1.1. De rechtbank verklaart zich kennelijk onbevoegd. Daarom doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt. Beoordeling door de rechtbank 2. Bij brief van 11 februari 2025 heeft de ontvanger een uitspraak op bezwaar gedaan betreffende een verrekening van de aanslag. De ontvanger heeft in zijn beslissing het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. In de uitspraak op bezwaar heeft de ontvanger opgenomen dat belanghebbende in beroep kan gaan tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. 2.1. De belastingrechter is als uitgangspunt niet bevoegd te oordelen over beslissingen van de ontvanger op grond van de Invorderingswet 1990. Voor bepaalde besluiten is in de regelgeving een uitzondering gemaakt. De beslissing tot verrekening van bedragen valt niet onder een van de uitzonderingen. Omdat geen beroep bij de belastingrechter kan worden ingesteld, is het evenmin mogelijk bezwaar te maken. Een geschil over verrekening van bedragen kan worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter. 2.2. De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht terug. Beslissing De rechtbank: verklaart zich onbevoegd; draagt de griffier op het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 53 aan hem te vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van mr. W. Dekkers, griffier, op 4 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld. Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit volgt uit artikel 8:5 van de Awb en artikel 1 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak die behoort bij de Awb. In dat artikel 1 wordt de Invorderingswet 1990 genoemd. Of bezwaar kan worden gemaakt, is namelijk ervan afhankelijk of beroep kan worden ingesteld (artikel 7:1 van de Awb).