Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-04-01
ECLI:NL:RBZWB:2026:3654
Civiel recht
Rekestprocedure
2,969 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3654 text/xml public 2026-05-19T08:26:41 2026-05-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-01 C/02/438027 / FA RK 25-3805 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3654 text/html public 2026-05-18T14:42:22 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3654 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-04-2026 / C/02/438027 / FA RK 25-3805 gezag geregeld door partijen en afgewezen vanwege intrekking verzoek, zorgregeling vastgelegd conform overeenstemming. beschikking RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Middelburg Zaaknummer: C/02/438027 / FA RK 25-3805 datum uitspraak: 1 april 2026 beschikking over gezag en zorgregeling in de zaak van [de man] , hierna: de man, wonende in [woonplaats 1] , advocaat: mr. J.C. van den Doel in Zierikzee, tegen [de vrouw] , hierna: de vrouw, wonende in [woonplaats 2] , advocaat: mr. W. van der Sande in Goes, 1 Het procesverloop 1.1 In het dossier zitten de volgende stukken: - het op 10 juli 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen; - F9-formilier van mr. Van der Sande van 9 maart 2026 met bijlagen; - F9-formulier van mr. Van Den Doel van 12 maart 2026 met bijlagen; - F9-formulier van mr. Van der Sande van 12 maart 2026. 1.2 De zaak is op verzoek van partijen schriftelijk afgedaan. 1.3 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben de mogelijkheid gekregen om te zeggen wat zij van het verzoek vinden, maar zij hebben daar geen gebruik van gemaakt. 2 De feiten 2.1 Partijen hebben met elkaar een relatie gehad. Uit deze relatie zijn de navolgende, thans nog minderjarige kinderen geboren: - [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2009, hierna: [minderjarige 1] ; - [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2014, hierna: [minderjarige 2] ; - [minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 3] 2021, hierna: [minderjarige 3] . 2.2 De man heeft [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] erkend. 2.3 De ouders zijn sinds 27 februari 2026 gezamenlijk belast met het gezag over de minderjarigen. 2.4 [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] staan ingeschreven op het adres van de vrouw. 3 De verzoeken en de beoordeling 3.1 De man heeft zijn verzoek om gezamenlijk met het gezag over de minderjarigen te worden belast ingetrokken. Partijen hebben inmiddels in onderling overleg geregeld dat beide ouders gezamenlijk met het gezag over de minderjarigen zijn belast. De rechtbank behoeft dit verzoek om die reden niet verder te behandelen en zal het om die reden dan ook afwijzen. 3.2 Bij berichten van hun advocaten van 9 maart 2026 en 12 maart 2026 hebben partijen laten weten dat zij overeenstemming hebben bereikt. Partijen zijn de navolgende zorgregeling overeengekomen: Even weken Dag Bij wie Wisselmomenten/opmerkingen Maandag De vader Dinsdag De vader Wisselmoment 14:00 uur (na school) Woensdag De moeder Donderdag De moeder Vrijdag De vader Wisselmoment 17:00 uur Zaterdag De vader Zondag De vader Oneven weken Dag Bij wie Wisselmomenten/opmerkingen Maandag De vader Dinsdag De vader Wisselmoment 14:00 uur (na school) Woensdag De moeder Donderdag De moeder Vrijdag De moeder Zaterdag De moeder Zondag De moeder Wisselmoment 17:00 uur Vakanties Dag Bij wie Wisselmomenten/opmerkingen voorjaarsvakantie Reguliere zorgregeling meivakantie Reguliere zorgregeling zomervakanties Week 1 Regulier Week 2 t/m 5 te verdelen Week 6 Regulier Week 2 t/m 4 worden 2 om 2 verdeeld. Week 2 en 3 aaneengesloten bij de ene ouder, week 4 en 5 aaneengesloten bij de andere ouder. Jaarlijks in overleg te verdelen. herfstvakantie Reguliere zorgregeling kerstvakantie Reguliere zorgregeling 3.3 De man heeft zijn verzoek conform de tussen partijen bereikte overeenstemming gewijzigd. Beide partijen hebben laten weten geen behoefte (meer) te hebben aan een mondelinge behandeling van de zaak. 3.4 Nu partijen overeenstemming hebben bereikt, zal de rechtbank het gewijzigde verzoek van de man als volgt toewijzen. De rechtbank acht dit ook in het belang van de minderjarigen. Uitvoerbaar bij voorraad 3.5 De rechtbank verklaart de beslissing ten aanzien van de zorgregeling uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. De rechtbank doet dit, omdat het voor de ontwikkeling van de minderjarigen noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden. 4 De beslissing De rechtbank 4.1 bepaalt dat de man en de minderjarigen, [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar de ene week van vrijdag 17.00 uur tot dinsdag 14.00 uur (na school) en de andere week van zondag 17.00 uur tot dinsdag 14.00 uur (na school) en gedurende een deel van de vakanties, nader in onderling overleg door partijen te regelen, een en ander zoals opgenomen in het door de ouders opgestelde schema, opgenomen in rechtsoverweging 3.2; 4.2 verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 4.3 wijst het meer of anders verzochte af, Deze beschikking is gegeven door mr. Dijkman, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026 in aanwezigheid van mr. de Bont, griffier. Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3654 text/xml public 2026-05-19T08:26:41 2026-05-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-01 C/02/438027 / FA RK 25-3805 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3654 text/html public 2026-05-18T14:42:22 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3654 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-04-2026 / C/02/438027 / FA RK 25-3805 gezag geregeld door partijen en afgewezen vanwege intrekking verzoek, zorgregeling vastgelegd conform overeenstemming. beschikking RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Middelburg Zaaknummer: C/02/438027 / FA RK 25-3805 datum uitspraak: 1 april 2026 beschikking over gezag en zorgregeling in de zaak van [de man] , hierna: de man, wonende in [woonplaats 1] , advocaat: mr. J.C. van den Doel in Zierikzee, tegen [de vrouw] , hierna: de vrouw, wonende in [woonplaats 2] , advocaat: mr. W. van der Sande in Goes, 1 Het procesverloop 1.1 In het dossier zitten de volgende stukken: - het op 10 juli 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen; - F9-formilier van mr. Van der Sande van 9 maart 2026 met bijlagen; - F9-formulier van mr. Van Den Doel van 12 maart 2026 met bijlagen; - F9-formulier van mr. Van der Sande van 12 maart 2026. 1.2 De zaak is op verzoek van partijen schriftelijk afgedaan. 1.3 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben de mogelijkheid gekregen om te zeggen wat zij van het verzoek vinden, maar zij hebben daar geen gebruik van gemaakt. 2 De feiten 2.1 Partijen hebben met elkaar een relatie gehad. Uit deze relatie zijn de navolgende, thans nog minderjarige kinderen geboren: - [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2009, hierna: [minderjarige 1] ; - [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2014, hierna: [minderjarige 2] ; - [minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 3] 2021, hierna: [minderjarige 3] . 2.2 De man heeft [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] erkend. 2.3 De ouders zijn sinds 27 februari 2026 gezamenlijk belast met het gezag over de minderjarigen. 2.4 [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] staan ingeschreven op het adres van de vrouw. 3 De verzoeken en de beoordeling 3.1 De man heeft zijn verzoek om gezamenlijk met het gezag over de minderjarigen te worden belast ingetrokken. Partijen hebben inmiddels in onderling overleg geregeld dat beide ouders gezamenlijk met het gezag over de minderjarigen zijn belast. De rechtbank behoeft dit verzoek om die reden niet verder te behandelen en zal het om die reden dan ook afwijzen. 3.2 Bij berichten van hun advocaten van 9 maart 2026 en 12 maart 2026 hebben partijen laten weten dat zij overeenstemming hebben bereikt. Partijen zijn de navolgende zorgregeling overeengekomen: Even weken Dag Bij wie Wisselmomenten/opmerkingen Maandag De vader Dinsdag De vader Wisselmoment 14:00 uur (na school) Woensdag De moeder Donderdag De moeder Vrijdag De vader Wisselmoment 17:00 uur Zaterdag De vader Zondag De vader Oneven weken Dag Bij wie Wisselmomenten/opmerkingen Maandag De vader Dinsdag De vader Wisselmoment 14:00 uur (na school) Woensdag De moeder Donderdag De moeder Vrijdag De moeder Zaterdag De moeder Zondag De moeder Wisselmoment 17:00 uur Vakanties Dag Bij wie Wisselmomenten/opmerkingen voorjaarsvakantie Reguliere zorgregeling meivakantie Reguliere zorgregeling zomervakanties Week 1 Regulier Week 2 t/m 5 te verdelen Week 6 Regulier Week 2 t/m 4 worden 2 om 2 verdeeld. Week 2 en 3 aaneengesloten bij de ene ouder, week 4 en 5 aaneengesloten bij de andere ouder. Jaarlijks in overleg te verdelen. herfstvakantie Reguliere zorgregeling kerstvakantie Reguliere zorgregeling 3.3 De man heeft zijn verzoek conform de tussen partijen bereikte overeenstemming gewijzigd. Beide partijen hebben laten weten geen behoefte (meer) te hebben aan een mondelinge behandeling van de zaak. 3.4 Nu partijen overeenstemming hebben bereikt, zal de rechtbank het gewijzigde verzoek van de man als volgt toewijzen. De rechtbank acht dit ook in het belang van de minderjarigen. Uitvoerbaar bij voorraad 3.5 De rechtbank verklaart de beslissing ten aanzien van de zorgregeling uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. De rechtbank doet dit, omdat het voor de ontwikkeling van de minderjarigen noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden. 4 De beslissing De rechtbank 4.1 bepaalt dat de man en de minderjarigen, [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar de ene week van vrijdag 17.00 uur tot dinsdag 14.00 uur (na school) en de andere week van zondag 17.00 uur tot dinsdag 14.00 uur (na school) en gedurende een deel van de vakanties, nader in onderling overleg door partijen te regelen, een en ander zoals opgenomen in het door de ouders opgestelde schema, opgenomen in rechtsoverweging 3.2; 4.2 verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 4.3 wijst het meer of anders verzochte af, Deze beschikking is gegeven door mr. Dijkman, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026 in aanwezigheid van mr. de Bont, griffier. Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.