Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-31
ECLI:NL:RBZWB:2026:3597
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
8,082 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3597 text/xml public 2026-05-18T12:09:48 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-31 446301 JE RK 446332 JE RK 446333 JE RK Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3597 text/html public 2026-05-18T12:09:32 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3597 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 31-03-2026 / 446301 JE RK 446332 JE RK 446333 JE RK Toewijzing overige twee weken van verzochte spoedmachting gesloten jeugdhulp. Afwijzing reguliere machtiging gesloten plaatsing omdat gws alleen instemt met voorwaardelijke machtiging. Toewijzing voorwaardelijke machtiging 6 maanden. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummers: C/02/446301 / JE RK 26-491 (voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp) C/02/446332 / JE RK 26-497 (spoedmachtiging gesloten jeugdhulp) C/02/446333 / JE RK 26-498 (reguliere machtiging gesloten jeugdhulp) Datum uitspraak: 31 maart 2026 Beschikking van de kinderrechter over een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp en (nadere) beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp in de zaken van HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE TILBURG , zetelende in Tilburg, hierna te noemen: het college, over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] , advocaat mr. B.J.P. van Gils uit Tilburg. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [plaats 1] , [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [plaats 1] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: C/02/446301 / JE RK 26-491: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 20 maart 2026; C/02/446332 / JE RK 26-497 en C/02/446333 / JE RK 26-498: - de beschikking van 23 maart 2026 en alle daarin genoemde stukken; In alle zaken: - de op 30 maart 2026 ontvangen schriftelijke verklaring van de onafhankelijke gedragswetenschapper. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: [minderjarige] met haar advocaat; de vader; - de moeder; - drie vertegenwoordigers van het college. 2 De feiten 2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. [minderjarige] woont bij haar moeder, maar zij verbleef sinds 3 februari 2026 op de behandelgroep [behandelgroep] in [plaats 2] . C/02/446332 / JE RK 26-497 en C/02/446333 / JE RK 26-498 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 maart 2026 een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 23 maart 2026 tot 6 april 2026. De beslissing over het resterende deel van het spoedverzoek alsmede de beslissing over het verzoek om een aansluitende (reguliere) machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen is aangehouden. 2.4. Op basis van voormelde machtiging verblijft [minderjarige] sinds 24 maart 2026 bij [accommodatie] in [plaats 3] . 3 Het verzoek C/02/446301 / JE RK 26-491: 3.1. Het college verzoekt een voorwaardelijke machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden. 3.2. De jeugdhulpaanbieder heeft in het hulpverleningsplan van 6 maart 2026 de voorwaarden opgenomen en de jeugdhulpaanbieder genoemd die bereid is [minderjarige] op te nemen. Ook is vermeld welke medewerker bevoegd is tot het nemen van het besluit tot opname. C/02/446332 / JE RK 26-497 en C/02/446333 / JE RK 26-498: 3.3. Aan de orde is nog het resterende deel van het verzoek van het college om een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. Het college verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van zes maanden. 4 De standpunten 4.1. Namens het college wordt aangevoerd dat het een complexe zaak betreft, hetgeen ook wel blijkt uit het gegeven dat er drie verzoeken zijn ingediend. Het college heeft kennis genomen van de meest recente verklaring van de gedragswetenschapper waarin wordt ingestemd met een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp. Het college is het niet volledig eens met de verklaring van de gedragswetenschapper. Er moet iets gaan veranderen en dat wordt ook zo door [minderjarige] beleefd. Het college ziet ook dat het [minderjarige] tot op heden niet lukt haar gedrag structureel aan te passen. Het college vreest dat [minderjarige] op dit moment in een open instelling teveel zal worden beïnvloed. Er zijn vooral zorgen over de veiligheid van [minderjarige] wanneer de plaatsing bij [accommodatie] nu al wordt beëindigd. Het college is van mening dat het beter is voor [minderjarige] om nog iets langer bij [accommodatie] te blijven. Als [minderjarige] nu terugkeert naar de [behandelgroep] , vreest het college dat de gesloten plaatsing te kort is geweest en er alsnog een reguliere machtiging gesloten jeugdhulp verzocht moet gaan worden. 4.2. De vader geeft aan dat de escalatie die de aanleiding is geweest voor de spoedmachtiging erg heftig was. [minderjarige] verbleef vanaf februari 2026 bij [behandelgroep] , maar het lukte haar niet om de regels op te volgen. De vader denkt dat de spoedmachtiging voor de duur van twee weken, maar ook voor vier weken, te kort is. 4.3. De moeder geeft aan dat zij zeker weet dat de gesloten plaatsing voor twee of vier weken te kort is. [minderjarige] is niet veilig buiten de gesloten setting. Zij is erg beïnvloedbaar. De moeder ziet dat [minderjarige] het heel graag anders wil doen, maar willen is het iets anders dan kunnen. 4.4. [minderjarige] heeft in een afzonderlijke gesprek met de kinderrechter, in aanwezigheid van haar advocaat, aangegeven dat het op zich wel goed met haar gaat. Zij verblijft nu bij [accommodatie] in [plaats 3] . In het begin vond [minderjarige] het lastig bij [accommodatie] , maar inmiddels is zij wel iets meer gewend. De andere jongeren op haar groep zijn wel oké en de groepsleiding is aardig. [minderjarige] wil graag terugkeren naar de [behandelgroep] en is bereid zich aan de voorwaarden zoals opgenomen in het plan van aanpak te houden. Zij denkt dat het goed is als ze nog een korte periode bij [accommodatie] blijft en niet per direct al terugkeert naar de [behandelgroep] . Zij weet nu ook dat zij als zij de voorwaarden overtreedt, terug moet naar [accommodatie] en zij heeft nu ervaren wat dat betekent. [minderjarige] denkt dat zij wel van de drugs af kan blijven. Zij kan wel nee zeggen, maar kan daar ook begeleiding bij gebruiken. Uiteindelijk wil [minderjarige] weer thuis wonen en weer naar school gaan. Zij wil uiteindelijk de [opleiding] gaan volgen. 4.5. De advocaat voert namens [minderjarige] aan dat zij akkoord is met de verleende spoedmachtiging. De advocaat refereert zich ten aanzien van het resterende deel van het verzoek om een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp te verlenen aan de beslissing van de rechtbank. [minderjarige] ziet in dat het misschien goed voor haar is als zij iets langer bij [accommodatie] blijft, maar zij wil ook zo snel mogelijk laten zien dat zij het kan. Nu door de gedragswetenschapper alleen wordt ingestemd met de voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp, dient het verzoek tot het verlenen van een reguliere machtiging gesloten jeugdhulp te worden afgewezen. [minderjarige] gaat akkoord met de voorwaarden zoals opgenomen in het plan van aanpak. Door het stellen van deze voorwaarden wordt voorkomen dat [minderjarige] zich gaat onttrekken aan de haar geboden hulpverlening. Tegen het verlenen van de voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp wordt dan ook geen bezwaar gemaakt. 5 De beoordeling C/02/446332 / JE RK 26-497 Spoedmachtiging gesloten jeugdhulp 5.1.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3597 text/xml public 2026-05-18T12:09:48 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-31 446301 JE RK 446332 JE RK 446333 JE RK Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3597 text/html public 2026-05-18T12:09:32 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3597 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 31-03-2026 / 446301 JE RK 446332 JE RK 446333 JE RK Toewijzing overige twee weken van verzochte spoedmachting gesloten jeugdhulp. Afwijzing reguliere machtiging gesloten plaatsing omdat gws alleen instemt met voorwaardelijke machtiging. Toewijzing voorwaardelijke machtiging 6 maanden. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummers: C/02/446301 / JE RK 26-491 (voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp) C/02/446332 / JE RK 26-497 (spoedmachtiging gesloten jeugdhulp) C/02/446333 / JE RK 26-498 (reguliere machtiging gesloten jeugdhulp) Datum uitspraak: 31 maart 2026 Beschikking van de kinderrechter over een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp en (nadere) beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp in de zaken van HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE TILBURG , zetelende in Tilburg, hierna te noemen: het college, over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] , advocaat mr. B.J.P. van Gils uit Tilburg. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [plaats 1] , [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [plaats 1] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: C/02/446301 / JE RK 26-491: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 20 maart 2026; C/02/446332 / JE RK 26-497 en C/02/446333 / JE RK 26-498: - de beschikking van 23 maart 2026 en alle daarin genoemde stukken; In alle zaken: - de op 30 maart 2026 ontvangen schriftelijke verklaring van de onafhankelijke gedragswetenschapper. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: [minderjarige] met haar advocaat; de vader; - de moeder; - drie vertegenwoordigers van het college. 2 De feiten 2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. [minderjarige] woont bij haar moeder, maar zij verbleef sinds 3 februari 2026 op de behandelgroep [behandelgroep] in [plaats 2] . C/02/446332 / JE RK 26-497 en C/02/446333 / JE RK 26-498 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 maart 2026 een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 23 maart 2026 tot 6 april 2026. De beslissing over het resterende deel van het spoedverzoek alsmede de beslissing over het verzoek om een aansluitende (reguliere) machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen is aangehouden. 2.4. Op basis van voormelde machtiging verblijft [minderjarige] sinds 24 maart 2026 bij [accommodatie] in [plaats 3] . 3 Het verzoek C/02/446301 / JE RK 26-491: 3.1. Het college verzoekt een voorwaardelijke machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden. 3.2. De jeugdhulpaanbieder heeft in het hulpverleningsplan van 6 maart 2026 de voorwaarden opgenomen en de jeugdhulpaanbieder genoemd die bereid is [minderjarige] op te nemen. Ook is vermeld welke medewerker bevoegd is tot het nemen van het besluit tot opname. C/02/446332 / JE RK 26-497 en C/02/446333 / JE RK 26-498: 3.3. Aan de orde is nog het resterende deel van het verzoek van het college om een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. Het college verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van zes maanden. 4 De standpunten 4.1. Namens het college wordt aangevoerd dat het een complexe zaak betreft, hetgeen ook wel blijkt uit het gegeven dat er drie verzoeken zijn ingediend. Het college heeft kennis genomen van de meest recente verklaring van de gedragswetenschapper waarin wordt ingestemd met een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp. Het college is het niet volledig eens met de verklaring van de gedragswetenschapper. Er moet iets gaan veranderen en dat wordt ook zo door [minderjarige] beleefd. Het college ziet ook dat het [minderjarige] tot op heden niet lukt haar gedrag structureel aan te passen. Het college vreest dat [minderjarige] op dit moment in een open instelling teveel zal worden beïnvloed. Er zijn vooral zorgen over de veiligheid van [minderjarige] wanneer de plaatsing bij [accommodatie] nu al wordt beëindigd. Het college is van mening dat het beter is voor [minderjarige] om nog iets langer bij [accommodatie] te blijven. Als [minderjarige] nu terugkeert naar de [behandelgroep] , vreest het college dat de gesloten plaatsing te kort is geweest en er alsnog een reguliere machtiging gesloten jeugdhulp verzocht moet gaan worden. 4.2. De vader geeft aan dat de escalatie die de aanleiding is geweest voor de spoedmachtiging erg heftig was. [minderjarige] verbleef vanaf februari 2026 bij [behandelgroep] , maar het lukte haar niet om de regels op te volgen. De vader denkt dat de spoedmachtiging voor de duur van twee weken, maar ook voor vier weken, te kort is. 4.3. De moeder geeft aan dat zij zeker weet dat de gesloten plaatsing voor twee of vier weken te kort is. [minderjarige] is niet veilig buiten de gesloten setting. Zij is erg beïnvloedbaar. De moeder ziet dat [minderjarige] het heel graag anders wil doen, maar willen is het iets anders dan kunnen. 4.4. [minderjarige] heeft in een afzonderlijke gesprek met de kinderrechter, in aanwezigheid van haar advocaat, aangegeven dat het op zich wel goed met haar gaat. Zij verblijft nu bij [accommodatie] in [plaats 3] . In het begin vond [minderjarige] het lastig bij [accommodatie] , maar inmiddels is zij wel iets meer gewend. De andere jongeren op haar groep zijn wel oké en de groepsleiding is aardig. [minderjarige] wil graag terugkeren naar de [behandelgroep] en is bereid zich aan de voorwaarden zoals opgenomen in het plan van aanpak te houden. Zij denkt dat het goed is als ze nog een korte periode bij [accommodatie] blijft en niet per direct al terugkeert naar de [behandelgroep] . Zij weet nu ook dat zij als zij de voorwaarden overtreedt, terug moet naar [accommodatie] en zij heeft nu ervaren wat dat betekent. [minderjarige] denkt dat zij wel van de drugs af kan blijven. Zij kan wel nee zeggen, maar kan daar ook begeleiding bij gebruiken. Uiteindelijk wil [minderjarige] weer thuis wonen en weer naar school gaan. Zij wil uiteindelijk de [opleiding] gaan volgen. 4.5. De advocaat voert namens [minderjarige] aan dat zij akkoord is met de verleende spoedmachtiging. De advocaat refereert zich ten aanzien van het resterende deel van het verzoek om een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp te verlenen aan de beslissing van de rechtbank. [minderjarige] ziet in dat het misschien goed voor haar is als zij iets langer bij [accommodatie] blijft, maar zij wil ook zo snel mogelijk laten zien dat zij het kan. Nu door de gedragswetenschapper alleen wordt ingestemd met de voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp, dient het verzoek tot het verlenen van een reguliere machtiging gesloten jeugdhulp te worden afgewezen. [minderjarige] gaat akkoord met de voorwaarden zoals opgenomen in het plan van aanpak. Door het stellen van deze voorwaarden wordt voorkomen dat [minderjarige] zich gaat onttrekken aan de haar geboden hulpverlening. Tegen het verlenen van de voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp wordt dan ook geen bezwaar gemaakt. 5 De beoordeling C/02/446332 / JE RK 26-497 Spoedmachtiging gesloten jeugdhulp 5.1.
Volledig
Bij beschikking van 23 maart 2026 is een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend voor de periode van 23 maart 2026 en tot 6 april 2026. Dit is gebeurd zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden. De belanghebbenden zijn nu tijdens de zitting in de gelegenheid gesteld hun standpunt over deze spoedbeslissing naar voren te brengen. De kinderrechter is niet gebleken dat sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden die aanleiding geven tot een ander oordeel en dat betekent dat de spoedbeslissing in stand blijft. 5.2. Daarnaast is, nu er een spoedbeslissing verzocht werd voor de duur van vier weken, nog het resterende deel van dit verzoek om een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp te verlenen aan de orde. [minderjarige] is op 24 maart 2026 geplaatst bij [accommodatie] . De kinderrechter vindt het gezien de veiligheidsrisico's die er zijn ten aanzien van [minderjarige] nog noodzakelijk dat zij nog langer bij [accommodatie] blijft. Er zijn veel mensen die zich zorgen maken over [minderjarige] , met name haar ouders zijn erg bezorgd. Door haar verblijf bij [accommodatie] verblijft [minderjarige] niet in haar oude omgeving. De hoop is dat zij daardoor een nieuwe start kan maken en ander gedrag gaat vertonen. Zij heeft goede voornemens, maar alle zeilen bij moeten zetten om niet te vervallen in oud gedrag. Aangezien de onafhankelijke gedragswetenschapper in zijn verklaring van 23 maart 2026 heeft ingestemd met het spoedverzoek, zal de kinderrechter het resterende deel van het verzoek tot een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp toewijzen en een machtiging gesloten jeugdhulp verlenen tot 20 april 2026. C/02/446333 / JE RK 26-498 Reguliere machtiging gesloten jeugdhulp 5.3. Op grond van artikel 6.1.2, tweede lid, van de Jeugdwet kan een machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en het verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. Daarnaast vereist de wet dat er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen. Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, vijfde lid, Jeugdwet behoeft het verzoek de instemming van een gekwalificeerde gedragswetenschapper die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht. 5.4. Uit de meest recente verklaring van de onafhankelijke gedragswetenschapper van 30 maart 2026 blijkt dat hij het college adviseert om de procedure voor de voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp te laten prevaleren boven het verzoek tot een reguliere machtiging gesloten jeugdhulp, zodat [minderjarige] met de reeds gestelde voorwaarden kan terugkeren naar [behandelgroep] . De gedragswetenschapper stemt wel in met het verzoek van het college dat (onder genoemde voorwaarden) gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] noodzakelijk is voor de duur van zes maanden. Nu de gedragswetenschapper niet instemt met een reguliere machtiging gesloten jeugdhulp en dus niet wordt voldaan aan het wettelijke vereiste van artikel 6.1.2, vijfde lid, Jeugdwet, zal dit verzoek van het college worden afgewezen. C/02/446301 / JE RK 26-491 Voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp 5.5. Op het verzoek van het college om een voorwaardelijke machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp is artikel 6.1.4 van de Jeugdwet van toepassing. Hierin staat dat de kinderrechter deze voorwaardelijke machtiging kan verlenen als: - jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren; - deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat de jeugdige zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken; - de ernstige belemmering in de ontwikkeling naar volwassenheid alleen buiten de gesloten accommodatie kan worden afgewend door het stellen en naleven van voorwaarden; - er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen. 5.6. De kinderrechter is van oordeel dat aan deze wettelijke criteria is voldaan. [minderjarige] verbleef vanaf 3 februari 2026 op de behandelgroep [behandelgroep] . Ondanks de ingezette begeleiding lukte het [minderjarige] onvoldoende om met haar gemaakte afspraken na te komen. Er was sprake van direct gevaar voor haar gezondheid door het gebruik van verdovende middelen. Er werd door de betrokken hulpverlening en de ouders een duidelijke achteruitgang waargenomen op alle leefgebieden. Op 24 maart 2026 is [minderjarige] op basis van voormelde spoedmachtiging geplaatst bij [accommodatie] te [plaats 3] . Het verblijf bij [accommodatie] valt [minderjarige] zwaar, vooral vanwege de afstand tot haar familie. [minderjarige] heeft erg veel spijt van haar gedrag, met name van het drugsgebruik. Het is haar wens om terug te keren naar de behandelgroep [behandelgroep] en zij is bereid om aan de voorwaarden zoals opgenomen in het plan van aanpak te voldoen. 5.7. De onafhankelijke gedragswetenschapper stemt in met het verzoek van het college tot een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp. Een voorwaardelijke machtiging is volgens hem passend en biedt [minderjarige] een kans om te laten zien dat zij het kan. 5.8. Bij het verzoek van het college is een plan van aanpak gevoegd, dat door onder meer [minderjarige] en beide ouders is ondertekend. Hierin is onder andere opgenomen waarom het plan van aanpak wordt opgesteld, wat de voorwaarden zijn die aan [minderjarige] worden gesteld, welke jeugdhulp zal worden ingezet, wat er gebeurt als [minderjarige] zich niet aan de voorwaarden van het plan houdt en wie daarover beslist. Tijdens de zitting heeft [minderjarige] ook kenbaar gemaakt de jeugdhulp te aanvaarden en bereid te zijn tot naleving van de voorwaarden. 5.9. In voornoemd plan van aanpak zijn de volgende voorwaarden opgenomen waaraan [minderjarige] zich moet houden: Voorwaarde 1: Je onttrekt je niet aan de zorg. Dit betekent: - Je houdt je aan de groepsafspraken; - Je loopt niet weg (weglopen = van de groep weggaan/wegblijven zonder toestemming van begeleiding); - Als je van de groep weg bent volgens afspraken ben je bereikbaar voor de groepsleiding en je ouders en heb je je locatie aan staan voor je ouders; - Je neemt deel aan de hulp die we in gaan zetten om jou de helpen: * Jij gaat, wanneer het begint, op de afgesproken dagen en tijden naar dagbesteding; * Je gaat naar de afspraken met de therapeut; * Je gaat naar de afspraken met de psychiater; * Je gaat naar evaluaties, en andere gesprekken die gepland staan met hulpverlening. Voorwaarde 2: Je brengt jezelf en je omgeving niet in gevaar. Dit betekent: * Je vertoont geen fysiek geweld richting mensen of spullen. Als je boos bent, neem je een time-out voor jezelf. Het maken van een signaleringsplan kan mogelijk helpen; * wanneer je tijdens bedtijd buiten bent met toestemming, treedt je niet in contact met andere groepsgenoten en doet hier geen poging toe; * Je hebt geen (soft)drugs in bezit, in het gebouw of op het terrein; * Je rookt niet in/om het gebouw of op het terrein; * Je kamer is brandveilig (brandmelder werkt en is vrij van voorwerpen). Voorwaarde 3: Je komt niet op een negatieve manier in aanraking met handhaving, politie of beveiliging. Voorwaarde 4: Er ontstaan geen belemmeringen of gevaren in je dagelijks leven door gebruik van middelen (medicatie, drugs of alcohol). * Je bent eerlijk en open over jouw drugsgebruik, zodat je hierover in gesprek kan gaan met de groepsleiding. * Mochten er belemmeringen voor de behandeling ontstaan vanuit drugsgebruik, dan kunnen ouders via de HA urinecontroles laten uitvoeren. (Weigering medewerking urinecontroles wordt gezien gelijk aan drugsgebruik) 5.10.
Volledig
Bij beschikking van 23 maart 2026 is een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend voor de periode van 23 maart 2026 en tot 6 april 2026. Dit is gebeurd zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden. De belanghebbenden zijn nu tijdens de zitting in de gelegenheid gesteld hun standpunt over deze spoedbeslissing naar voren te brengen. De kinderrechter is niet gebleken dat sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden die aanleiding geven tot een ander oordeel en dat betekent dat de spoedbeslissing in stand blijft. 5.2. Daarnaast is, nu er een spoedbeslissing verzocht werd voor de duur van vier weken, nog het resterende deel van dit verzoek om een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp te verlenen aan de orde. [minderjarige] is op 24 maart 2026 geplaatst bij [accommodatie] . De kinderrechter vindt het gezien de veiligheidsrisico's die er zijn ten aanzien van [minderjarige] nog noodzakelijk dat zij nog langer bij [accommodatie] blijft. Er zijn veel mensen die zich zorgen maken over [minderjarige] , met name haar ouders zijn erg bezorgd. Door haar verblijf bij [accommodatie] verblijft [minderjarige] niet in haar oude omgeving. De hoop is dat zij daardoor een nieuwe start kan maken en ander gedrag gaat vertonen. Zij heeft goede voornemens, maar alle zeilen bij moeten zetten om niet te vervallen in oud gedrag. Aangezien de onafhankelijke gedragswetenschapper in zijn verklaring van 23 maart 2026 heeft ingestemd met het spoedverzoek, zal de kinderrechter het resterende deel van het verzoek tot een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp toewijzen en een machtiging gesloten jeugdhulp verlenen tot 20 april 2026. C/02/446333 / JE RK 26-498 Reguliere machtiging gesloten jeugdhulp 5.3. Op grond van artikel 6.1.2, tweede lid, van de Jeugdwet kan een machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en het verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. Daarnaast vereist de wet dat er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen. Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, vijfde lid, Jeugdwet behoeft het verzoek de instemming van een gekwalificeerde gedragswetenschapper die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht. 5.4. Uit de meest recente verklaring van de onafhankelijke gedragswetenschapper van 30 maart 2026 blijkt dat hij het college adviseert om de procedure voor de voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp te laten prevaleren boven het verzoek tot een reguliere machtiging gesloten jeugdhulp, zodat [minderjarige] met de reeds gestelde voorwaarden kan terugkeren naar [behandelgroep] . De gedragswetenschapper stemt wel in met het verzoek van het college dat (onder genoemde voorwaarden) gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] noodzakelijk is voor de duur van zes maanden. Nu de gedragswetenschapper niet instemt met een reguliere machtiging gesloten jeugdhulp en dus niet wordt voldaan aan het wettelijke vereiste van artikel 6.1.2, vijfde lid, Jeugdwet, zal dit verzoek van het college worden afgewezen. C/02/446301 / JE RK 26-491 Voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp 5.5. Op het verzoek van het college om een voorwaardelijke machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp is artikel 6.1.4 van de Jeugdwet van toepassing. Hierin staat dat de kinderrechter deze voorwaardelijke machtiging kan verlenen als: - jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren; - deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat de jeugdige zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken; - de ernstige belemmering in de ontwikkeling naar volwassenheid alleen buiten de gesloten accommodatie kan worden afgewend door het stellen en naleven van voorwaarden; - er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen. 5.6. De kinderrechter is van oordeel dat aan deze wettelijke criteria is voldaan. [minderjarige] verbleef vanaf 3 februari 2026 op de behandelgroep [behandelgroep] . Ondanks de ingezette begeleiding lukte het [minderjarige] onvoldoende om met haar gemaakte afspraken na te komen. Er was sprake van direct gevaar voor haar gezondheid door het gebruik van verdovende middelen. Er werd door de betrokken hulpverlening en de ouders een duidelijke achteruitgang waargenomen op alle leefgebieden. Op 24 maart 2026 is [minderjarige] op basis van voormelde spoedmachtiging geplaatst bij [accommodatie] te [plaats 3] . Het verblijf bij [accommodatie] valt [minderjarige] zwaar, vooral vanwege de afstand tot haar familie. [minderjarige] heeft erg veel spijt van haar gedrag, met name van het drugsgebruik. Het is haar wens om terug te keren naar de behandelgroep [behandelgroep] en zij is bereid om aan de voorwaarden zoals opgenomen in het plan van aanpak te voldoen. 5.7. De onafhankelijke gedragswetenschapper stemt in met het verzoek van het college tot een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp. Een voorwaardelijke machtiging is volgens hem passend en biedt [minderjarige] een kans om te laten zien dat zij het kan. 5.8. Bij het verzoek van het college is een plan van aanpak gevoegd, dat door onder meer [minderjarige] en beide ouders is ondertekend. Hierin is onder andere opgenomen waarom het plan van aanpak wordt opgesteld, wat de voorwaarden zijn die aan [minderjarige] worden gesteld, welke jeugdhulp zal worden ingezet, wat er gebeurt als [minderjarige] zich niet aan de voorwaarden van het plan houdt en wie daarover beslist. Tijdens de zitting heeft [minderjarige] ook kenbaar gemaakt de jeugdhulp te aanvaarden en bereid te zijn tot naleving van de voorwaarden. 5.9. In voornoemd plan van aanpak zijn de volgende voorwaarden opgenomen waaraan [minderjarige] zich moet houden: Voorwaarde 1: Je onttrekt je niet aan de zorg. Dit betekent: - Je houdt je aan de groepsafspraken; - Je loopt niet weg (weglopen = van de groep weggaan/wegblijven zonder toestemming van begeleiding); - Als je van de groep weg bent volgens afspraken ben je bereikbaar voor de groepsleiding en je ouders en heb je je locatie aan staan voor je ouders; - Je neemt deel aan de hulp die we in gaan zetten om jou de helpen: * Jij gaat, wanneer het begint, op de afgesproken dagen en tijden naar dagbesteding; * Je gaat naar de afspraken met de therapeut; * Je gaat naar de afspraken met de psychiater; * Je gaat naar evaluaties, en andere gesprekken die gepland staan met hulpverlening. Voorwaarde 2: Je brengt jezelf en je omgeving niet in gevaar. Dit betekent: * Je vertoont geen fysiek geweld richting mensen of spullen. Als je boos bent, neem je een time-out voor jezelf. Het maken van een signaleringsplan kan mogelijk helpen; * wanneer je tijdens bedtijd buiten bent met toestemming, treedt je niet in contact met andere groepsgenoten en doet hier geen poging toe; * Je hebt geen (soft)drugs in bezit, in het gebouw of op het terrein; * Je rookt niet in/om het gebouw of op het terrein; * Je kamer is brandveilig (brandmelder werkt en is vrij van voorwerpen). Voorwaarde 3: Je komt niet op een negatieve manier in aanraking met handhaving, politie of beveiliging. Voorwaarde 4: Er ontstaan geen belemmeringen of gevaren in je dagelijks leven door gebruik van middelen (medicatie, drugs of alcohol). * Je bent eerlijk en open over jouw drugsgebruik, zodat je hierover in gesprek kan gaan met de groepsleiding. * Mochten er belemmeringen voor de behandeling ontstaan vanuit drugsgebruik, dan kunnen ouders via de HA urinecontroles laten uitvoeren. (Weigering medewerking urinecontroles wordt gezien gelijk aan drugsgebruik) 5.10.