Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-27
ECLI:NL:RBZWB:2026:3436
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
3,392 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3436 text/xml public 2026-05-08T12:39:22 2026-04-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-27 C/02/439015 FA RK 25-4310 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3436 text/html public 2026-05-08T12:38:40 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3436 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 27-03-2026 / C/02/439015 FA RK 25-4310 Overeenstemming over echtscheiding en nevenvoorzieningen. ouderschapsplan. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Breda Zaaknummer: C/02/439015 FA RK 25-4310 datum uitspraak: 27 maart 2026 beschikking betreffende echtscheiding in de zaak van [naam] , volgens de BRP-gegevens ook genaamd: [de vrouw] , wonende te [plaats] , hierna te noemen de vrouw, advocaat mr. R.E. Teusink, tegen [de man] , wonende te [plaats] , hierna te noemen de man, advocaat mr. E.C.G. Vermue. 1 Het procesverloop 1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken: - het op 18 augustus 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen; - het op 21 november 2025 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek met bijlagen; - de brief van mr. Vermue van 8 december 2025 met bijlagen; - het F9-formulier van mr. Teusink van 11 december 2025; - het F9-formulier van mr. Vermue van 18 maart 2026; - de beschikking van de rechtbank van 20 januari 2025. 1.2. Na te noemen minderjarige is gelet op haar leeftijd in staat gesteld haar mening kenbaar te maken tijdens een zogenoemd kindgesprek . Zij heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt. 2 De feiten 2.1. Op grond van de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast: - zij zijn op [datum] 2013 in de gemeente Roosendaal met elkaar gehuwd in algehele gemeenschap van goederen; - uit hun huwelijk is het volgende, nu nog minderjarige kind geboren: [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2016; - de vrouw bezit de Poolse nationaliteit en de man bezit de Nederlandse nationaliteit; - hun huwelijk is duurzaam ontwricht. 3 De verzoeken 3.1. De vrouw verzoekt nu, samengevat, - echtscheiding; - vaststelling van een door de man te betalen onderhoudsbijdrage ten behoeve van de minderjarige van € 322,= per maand; - bepaling dat zij de huurster van de echtelijke woning zal zijn; - bevel tot verdeling van de gemeenschappelijke goederen; - opneming van de door partijen getroffen regelingen in de beschikking. 3.2. De man verzoekt nu, samengevat, - echtscheiding; - opneming van de door partijen getroffen regelingen in de beschikking. 4 De beoordeling 4.1 Ten aanzien van de financiële vermogensrechtelijke nevenvoorzieningen merkt de rechtbank het volgende op. Bij beschikking van de kantonrechter van 20 januari 2025 is over de goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan de vrouw bewind ingesteld. Tot bewindvoerder is benoemd Gewoon Beheer B.V., gevestigd te Roosendaal (hierna: de bewindvoerder). De advocaat van de vrouw, mr. Teusink, heeft zich ook gesteld voor de bewindvoerder en treedt ten aanzien van de financiële/vermogensrechtelijke aspecten namens hem in rechte op. Met betrekking tot de financieel/vermogensrechtelijke onderdelen van het verzoek is de bewindvoerder de formele procespartij en wat betreft de overige onderdelen is de vrouw de formele procespartij. De rechtbank zal in het navolgende wel blijven spreken over “de man”, “de vrouw” en “partijen”. 4.2 Bij brief van 8 december 2025 is namens de man bericht dat partijen overeenstemming hebben bereikt en dat deze overeenstemming (deels) is vastgelegd in een ouderschapsplan en addendum. Gelet op de overeenstemming wijzigt de man zijn verzoek op de wijze zoals hiervoor onder 3.2. is weergegeven. 4.3 Bij F9-formulier van 11 december 2025 is namens de vrouw bevestigd dat partijen overeenstemming hebben bereikt. De vrouw wijzigt haar verzoek op de wijze zoals hiervoor onder 3.1. is vermeld. De vrouw verzoekt om de zaak schriftelijk af te doen. Bij F9-formulier van 18 maart 2026 is namens de man bevestigd dat hij daarmee instemt. 4.4 Uit voormelde brieven volgt dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de echtscheiding en de nevenvoorzieningen. De vrouw verzoekt (onder meer) een nevenvoorziening over de kinderalimentatie te treffen. Uit het ouderschapsplan volgt dat partijen over dit onderwerp al in onderling overleg een regeling hebben getroffen. Doordat de afspraken uit het ouderschapsplan in deze beschikking zijn opgenomen, hebben partijen geen belang meer bij een beslissing van de rechtbank. De rechtbank wijst het verzoek daarom af. De afspraken die partijen hebben gemaakt kunnen ten uitvoer worden gelegd, omdat het ouderschapsplan in deze beschikking is opgenomen. De bereikte overeenstemming komt de rechtbank voor het overige niet ongegrond voor en zal op onderstaande wijze worden toegewezen. 4.5 Nu de overige verzoeken zijn ingetrokken, kunnen deze verzoeken niet meer worden onderzocht en zullen deze worden afgewezen. 5 De beslissing De rechtbank spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op [datum] 2013 in de gemeente Roosendaal met elkaar gehuwd; beveelt, uitvoerbaar bij voorraad, de verdeling van de gemeenschappelijke goederen van partijen ten overstaan van een notaris en benoemt mr. M.A.C.C. van Kreij, notaris, gevestigd te Roosendaal, dan wel haar opvolger, waarnemer of plaatsvervanger, tot notaris ten overstaan van wie die verdeling zal plaatsvinden; benoemt tot onzijdige personen. mr. W.H.P. de Jongh, Kloosterstraat 6, 4701 KK Roosendaal en mr. B.P.A. van Beers, Laan van Brabant 22, 4701 BK Roosendaal, tot vertegenwoordiging van de man respectievelijk de vrouw indien deze niet meewerkt tot de verdeling; bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de vrouw vanaf de dag dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand de huurster zal zijn van de echtelijke woning, gelegen aan de [adres] ; bepaalt dat de onderlinge regelingen uit het als bijlage toegevoegde ouderschapsplan en addendum deel uitmaken van deze beschikking; wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. Baggel, en in tegenwoordigheid van mr. Maas-Klink, griffier, in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026. Mededeling van de griffier : Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3436 text/xml public 2026-05-08T12:39:22 2026-04-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-27 C/02/439015 FA RK 25-4310 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3436 text/html public 2026-05-08T12:38:40 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3436 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 27-03-2026 / C/02/439015 FA RK 25-4310 Overeenstemming over echtscheiding en nevenvoorzieningen. ouderschapsplan. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Breda Zaaknummer: C/02/439015 FA RK 25-4310 datum uitspraak: 27 maart 2026 beschikking betreffende echtscheiding in de zaak van [naam] , volgens de BRP-gegevens ook genaamd: [de vrouw] , wonende te [plaats] , hierna te noemen de vrouw, advocaat mr. R.E. Teusink, tegen [de man] , wonende te [plaats] , hierna te noemen de man, advocaat mr. E.C.G. Vermue. 1 Het procesverloop 1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken: - het op 18 augustus 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen; - het op 21 november 2025 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek met bijlagen; - de brief van mr. Vermue van 8 december 2025 met bijlagen; - het F9-formulier van mr. Teusink van 11 december 2025; - het F9-formulier van mr. Vermue van 18 maart 2026; - de beschikking van de rechtbank van 20 januari 2025. 1.2. Na te noemen minderjarige is gelet op haar leeftijd in staat gesteld haar mening kenbaar te maken tijdens een zogenoemd kindgesprek . Zij heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt. 2 De feiten 2.1. Op grond van de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast: - zij zijn op [datum] 2013 in de gemeente Roosendaal met elkaar gehuwd in algehele gemeenschap van goederen; - uit hun huwelijk is het volgende, nu nog minderjarige kind geboren: [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2016; - de vrouw bezit de Poolse nationaliteit en de man bezit de Nederlandse nationaliteit; - hun huwelijk is duurzaam ontwricht. 3 De verzoeken 3.1. De vrouw verzoekt nu, samengevat, - echtscheiding; - vaststelling van een door de man te betalen onderhoudsbijdrage ten behoeve van de minderjarige van € 322,= per maand; - bepaling dat zij de huurster van de echtelijke woning zal zijn; - bevel tot verdeling van de gemeenschappelijke goederen; - opneming van de door partijen getroffen regelingen in de beschikking. 3.2. De man verzoekt nu, samengevat, - echtscheiding; - opneming van de door partijen getroffen regelingen in de beschikking. 4 De beoordeling 4.1 Ten aanzien van de financiële vermogensrechtelijke nevenvoorzieningen merkt de rechtbank het volgende op. Bij beschikking van de kantonrechter van 20 januari 2025 is over de goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan de vrouw bewind ingesteld. Tot bewindvoerder is benoemd Gewoon Beheer B.V., gevestigd te Roosendaal (hierna: de bewindvoerder). De advocaat van de vrouw, mr. Teusink, heeft zich ook gesteld voor de bewindvoerder en treedt ten aanzien van de financiële/vermogensrechtelijke aspecten namens hem in rechte op. Met betrekking tot de financieel/vermogensrechtelijke onderdelen van het verzoek is de bewindvoerder de formele procespartij en wat betreft de overige onderdelen is de vrouw de formele procespartij. De rechtbank zal in het navolgende wel blijven spreken over “de man”, “de vrouw” en “partijen”. 4.2 Bij brief van 8 december 2025 is namens de man bericht dat partijen overeenstemming hebben bereikt en dat deze overeenstemming (deels) is vastgelegd in een ouderschapsplan en addendum. Gelet op de overeenstemming wijzigt de man zijn verzoek op de wijze zoals hiervoor onder 3.2. is weergegeven. 4.3 Bij F9-formulier van 11 december 2025 is namens de vrouw bevestigd dat partijen overeenstemming hebben bereikt. De vrouw wijzigt haar verzoek op de wijze zoals hiervoor onder 3.1. is vermeld. De vrouw verzoekt om de zaak schriftelijk af te doen. Bij F9-formulier van 18 maart 2026 is namens de man bevestigd dat hij daarmee instemt. 4.4 Uit voormelde brieven volgt dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de echtscheiding en de nevenvoorzieningen. De vrouw verzoekt (onder meer) een nevenvoorziening over de kinderalimentatie te treffen. Uit het ouderschapsplan volgt dat partijen over dit onderwerp al in onderling overleg een regeling hebben getroffen. Doordat de afspraken uit het ouderschapsplan in deze beschikking zijn opgenomen, hebben partijen geen belang meer bij een beslissing van de rechtbank. De rechtbank wijst het verzoek daarom af. De afspraken die partijen hebben gemaakt kunnen ten uitvoer worden gelegd, omdat het ouderschapsplan in deze beschikking is opgenomen. De bereikte overeenstemming komt de rechtbank voor het overige niet ongegrond voor en zal op onderstaande wijze worden toegewezen. 4.5 Nu de overige verzoeken zijn ingetrokken, kunnen deze verzoeken niet meer worden onderzocht en zullen deze worden afgewezen. 5 De beslissing De rechtbank spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op [datum] 2013 in de gemeente Roosendaal met elkaar gehuwd; beveelt, uitvoerbaar bij voorraad, de verdeling van de gemeenschappelijke goederen van partijen ten overstaan van een notaris en benoemt mr. M.A.C.C. van Kreij, notaris, gevestigd te Roosendaal, dan wel haar opvolger, waarnemer of plaatsvervanger, tot notaris ten overstaan van wie die verdeling zal plaatsvinden; benoemt tot onzijdige personen. mr. W.H.P. de Jongh, Kloosterstraat 6, 4701 KK Roosendaal en mr. B.P.A. van Beers, Laan van Brabant 22, 4701 BK Roosendaal, tot vertegenwoordiging van de man respectievelijk de vrouw indien deze niet meewerkt tot de verdeling; bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de vrouw vanaf de dag dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand de huurster zal zijn van de echtelijke woning, gelegen aan de [adres] ; bepaalt dat de onderlinge regelingen uit het als bijlage toegevoegde ouderschapsplan en addendum deel uitmaken van deze beschikking; wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. Baggel, en in tegenwoordigheid van mr. Maas-Klink, griffier, in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026. Mededeling van de griffier : Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.