Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-27
ECLI:NL:RBZWB:2026:3435
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,975 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3435 text/xml public 2026-05-08T15:18:58 2026-04-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-27 C/02/446435 / FA RK 26-1543 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3435 text/html public 2026-05-08T15:18:18 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3435 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 27-03-2026 / C/02/446435 / FA RK 26-1543 WZD verzoek afgewezen, geen verzet RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/446435 / FA RK 26-1543 Datum uitspraak: 27 maart 2026 Beschikking voortzetting inbewaringstelling op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1950 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: betrokkene, wonend aan de [adres] , nu verblijvende in de [accommodatie] , [afdeling] , [plaats] , advocaat mr. Z. Yeral uit Roosendaal. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt het volgende stuk mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 25 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden in de hierboven genoemde accommodatie op 27 maart 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; de echtgenote van betrokkene; mevrouw [persoon] , specialist ouderengeneeskundige. Tevens is de zoon van betrokkene aanwezig. Hij is echter niet gehoord. 2 Wat vaststaat 2.1. Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in [accommodatie] . De burgemeester van Rucphen heeft de inbewaringstelling op 24 maart 2026 afgegeven. 3 Het verzoek 3.1. Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken. 4 De standpunten 4.1. Betrokkene is lastig te verstaan, maar duidelijk wordt dat hij het een naar zijn zin heeft in de accommodatie en dat het eten wel lekker is. 4.2. De echtgenote brengt naar voren dat de familie de afgelopen twee weken enorm heeft afgezien. Het is een vreselijke ziekte waar betrokkene mee kampt. 4.3. De specialist ouderengeneeskunde laat weten dat betrokkene bekend is met frontotemporale dementie. Er is geen sprake van verzet. Betrokkene accepteert de te ontvangen zorg en begeleiding. Ondanks dat sprake is geweest van een onrustige nacht, is betrokkene stabiel. De thuissituatie is onhoudbaar geworden. Soms is er sprake van agressie en ontremming. Voor betrokkene is een woonplek op een andere afdeling aangevraagd, nu hij niet op de observatie afdeling kan verblijven. Er is nog geen indicatie voor betrokkene afgegeven, maar hiervoor is inmiddels een onderbouwing geschreven. 4.4. De advocaat voert aan dat het verzoek afgewezen dient te worden nu er geen sprake is van verzet. 5 De beoordeling 5.1. Vanwege proceseconomische redenen gaat de rechtbank eerst in op het verzetscriterium (artikel 2 lid 1 van de Wet Zorg en Dwang). 5.2. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat er geen sprake is van verzet van betrokkene en/of een onvrijwillige opname in de accommodatie. Betrokkene lijkt op zijn gemak te zijn in de accommodatie. Hij is rustig en vriendelijk aanwezig. Daarnaast is betrokkene te begeleiden en gerust te stellen. Als betrokkene tijdens de mondelinge behandeling wordt gevraagd langer te blijven, dan zegt betrokkene dat hij het best naar zijn zin heeft en dat het eten wel lekker is. Nu er geen sprake is van verzet, wordt niet voldaan aan de wettelijk vereisten voor een rechterlijke machtiging en daarom zal de rechtbank het verzoek afwijzen. 6 De beslissing De rechtbank: 6.1. wijst het verzoek af. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026 door mr. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van Oonincx, griffier en op schrift gesteld op 8 april 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3435 text/xml public 2026-05-08T15:18:58 2026-04-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-27 C/02/446435 / FA RK 26-1543 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3435 text/html public 2026-05-08T15:18:18 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3435 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 27-03-2026 / C/02/446435 / FA RK 26-1543 WZD verzoek afgewezen, geen verzet RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/446435 / FA RK 26-1543 Datum uitspraak: 27 maart 2026 Beschikking voortzetting inbewaringstelling op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1950 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: betrokkene, wonend aan de [adres] , nu verblijvende in de [accommodatie] , [afdeling] , [plaats] , advocaat mr. Z. Yeral uit Roosendaal. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt het volgende stuk mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 25 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden in de hierboven genoemde accommodatie op 27 maart 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; de echtgenote van betrokkene; mevrouw [persoon] , specialist ouderengeneeskundige. Tevens is de zoon van betrokkene aanwezig. Hij is echter niet gehoord. 2 Wat vaststaat 2.1. Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in [accommodatie] . De burgemeester van Rucphen heeft de inbewaringstelling op 24 maart 2026 afgegeven. 3 Het verzoek 3.1. Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken. 4 De standpunten 4.1. Betrokkene is lastig te verstaan, maar duidelijk wordt dat hij het een naar zijn zin heeft in de accommodatie en dat het eten wel lekker is. 4.2. De echtgenote brengt naar voren dat de familie de afgelopen twee weken enorm heeft afgezien. Het is een vreselijke ziekte waar betrokkene mee kampt. 4.3. De specialist ouderengeneeskunde laat weten dat betrokkene bekend is met frontotemporale dementie. Er is geen sprake van verzet. Betrokkene accepteert de te ontvangen zorg en begeleiding. Ondanks dat sprake is geweest van een onrustige nacht, is betrokkene stabiel. De thuissituatie is onhoudbaar geworden. Soms is er sprake van agressie en ontremming. Voor betrokkene is een woonplek op een andere afdeling aangevraagd, nu hij niet op de observatie afdeling kan verblijven. Er is nog geen indicatie voor betrokkene afgegeven, maar hiervoor is inmiddels een onderbouwing geschreven. 4.4. De advocaat voert aan dat het verzoek afgewezen dient te worden nu er geen sprake is van verzet. 5 De beoordeling 5.1. Vanwege proceseconomische redenen gaat de rechtbank eerst in op het verzetscriterium (artikel 2 lid 1 van de Wet Zorg en Dwang). 5.2. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat er geen sprake is van verzet van betrokkene en/of een onvrijwillige opname in de accommodatie. Betrokkene lijkt op zijn gemak te zijn in de accommodatie. Hij is rustig en vriendelijk aanwezig. Daarnaast is betrokkene te begeleiden en gerust te stellen. Als betrokkene tijdens de mondelinge behandeling wordt gevraagd langer te blijven, dan zegt betrokkene dat hij het best naar zijn zin heeft en dat het eten wel lekker is. Nu er geen sprake is van verzet, wordt niet voldaan aan de wettelijk vereisten voor een rechterlijke machtiging en daarom zal de rechtbank het verzoek afwijzen. 6 De beslissing De rechtbank: 6.1. wijst het verzoek af. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026 door mr. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van Oonincx, griffier en op schrift gesteld op 8 april 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.