Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-26
ECLI:NL:RBZWB:2026:3397
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
4,057 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3397 text/xml public 2026-05-08T11:40:51 2026-04-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-26 C/02/446297 / FA RK 26-1471 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3397 text/html public 2026-05-08T11:04:28 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3397 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 26-03-2026 / C/02/446297 / FA RK 26-1471 Machtiging voortzetting crisismaatregel Wvggz RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/446297 / FA RK 26-1471 Datum uitspraak: 26 maart 2026 Beschikking voortzetting crisismaatregel op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonende in [plaats 1] , verblijvende te [plaats 2] , [accommodatie] [adres] , advocaat mr. J. van Rooijen te Tilburg. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 23 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 maart 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; de heer [persoon 1] , psychiater. Tevens was aanwezig: - mevrouw [persoon 2] , verpleegkundige. 1.3. De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord. 2 Wat vaststaat Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] . De burgemeester van Breda heeft de crisismaatregel op 23 maart 2026 afgegeven. 3 Het verzoek De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken voor de navolgende zorgvormen: - het toedienen van vocht en voeding; - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; - het beperken van de bewegingsvrijheid; - insluiten; - onderzoek aan kleding of lichaam; - onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen; - controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; - opnemen in een accommodatie. 4 De standpunten 4.1. Betrokkene merkt op dat hij dankzij de hem in de GGZ instelling geboden opvang en goede verzorging tot rust is gekomen en alweer wat zaken voorzichtig heeft weten op te pakken. Dat het tot een crisisopname is gekomen houdt volgens hem verband met zijn drukke leven op dat moment in combinatie met een hoop verantwoordelijkheden. Verder had hij kort daarvoor enkele biertjes gedronken en een indrukwekkende persoon ontmoet. Dit bij elkaar heeft in emotioneel opzicht het nodige met hem gedaan. Van zijn behandelaar heeft hij begrepen dat hij op 23 maart jongstleden een verpleegkundige is aangevlogen en met koffie heeft gegooid, waardoor deze zorgverlener momenteel met ziekteverlof is. Dit spijt hem zeer, ook herkent hij zichzelf niet in dit gedrag, nu dit absoluut niet bij hem past. Het lijkt hem daarom verstandig om de klinische opname nog even voort te zetten. Echter merkt hij ook dat hij zich de individuele problematiek van mede cliënten erg aantrekt en dat hij juist behoefte heeft aan personen, met wie hij een goed gesprek kan hebben. 4.2. De psychiater licht toe dat betrokkene op 23 maart 2026 in het kader van een crisissituatie klinisch is opgenomen. Betrokkene reageerde op dat moment erg druk en was lastig te volgen in het contact. Kort tevoren had hij zijn huisraad naar buiten gegooid en naar zijn buren geschreeuwd. Gedurende de crisisopname heeft betrokkene zich fysiek gewelddadig gedragen naar een verpleegkundige en met koffie gegooid. Dit had tot gevolg dat deze verpleegkundige momenteel met ziekteverlof is. Gezien wordt dat betrokkene met de tot dusver geboden verplichte klinische zorg minder prikkelbaar is en voorzichtig herstelt. Wel is er nog steeds sprake van een kwetsbare situatie, aangezien betrokkene met name ’s nachts nog verwarde en gedesorganiseerde momenten kent. Deze gedrags-symptomen passen bij de bipolaire stoornis van betrokkene. Daarnaast is het risico op fysiek agressief gedrag van betrokkene nog steeds een aandachtspunt en dient daaraan in het kader van de klinische behandeling voorlopig gewerkt te blijven worden. Hoewel er niet van wordt uit gegaan dat betrokkene langdurige klinische behandeling nodig heeft is die op dit moment nog noodzakelijk om ervoor te zorgen dat betrokkene voldoende stabiliseert en om geleidelijk naar een ontslag te kunnen toewerken. De psychiater heeft er onvoldoende vertrouwen in dat betrokkene, indien er van een verplicht kader geen sprake meer is, aan de nog noodzakelijk geachte klinische zorg consequent zal blijven meewerken. De psychiater staat daarom achter het verzoek, met dien verstande dat hij strikt genomen geen noodzaak ziet voor het verplicht kunnen toedienen van vocht en voeding, het verrichten van medische controles, het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening en onderzoek aan kleding of lichaam, onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen en het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen. 4.3. De advocaat van betrokkene voert aan dat hij al sinds circa 2018 bekend is met zijn cliënt en zijn achtergrond. Uit het voorgesprek met zijn cliënt heeft hij kunnen opmaken dat hij met de tot dusver geboden klinische zorg al zodanig is hersteld dat van (het risico op) onmiddellijk dreigend ernstig nadeel geen sprake meer is. Indien en voor zover zijn behandelaar ter verdere stabilisatie van zijn cliënt nog voortgezette klinische zorg nodig acht is zijn cliënt volledig bereid om daaraan vrijwillig mee te werken. Dat die bereidheid daadwerkelijk aanwezig is heeft betrokkene al eerder in een vergelijkbare situatie waarin GGZ zorg noodzakelijk was laten zien. Met deze toelichting stelt hij zich namens betrokkene primair op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen. In het geval dat de rechtbank anders mocht oordelen verzoekt hij namens zijn cliënt, bij wijze van subsidiair standpunt, de machtiging tot voortzetting crisismaatregel te beperken tot de meest noodzakelijke zorgvormen, als mondeling ter zitting besproken. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging tot voortzetting crisismaatregel. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op: - maatschappelijke teloorgang; - het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag; - gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. 5.3. Ook is uit de overgelegde stukken en de zitting naar het oordeel van de rechtbank gebleken van het vermoeden dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten bipolaire-stemmingsstoornissen. 5.4. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting aannemelijk is geworden dat betrokkene wegens een combinatie van factoren op enig moment zodanig ontregeld is geraakt, dat hij door zijn gedrag in zijn directe woonomgeving gevaar en overlast voor zichzelf en voor anderen heeft veroorzaakt.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3397 text/xml public 2026-05-08T11:40:51 2026-04-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-26 C/02/446297 / FA RK 26-1471 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3397 text/html public 2026-05-08T11:04:28 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3397 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 26-03-2026 / C/02/446297 / FA RK 26-1471 Machtiging voortzetting crisismaatregel Wvggz RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/446297 / FA RK 26-1471 Datum uitspraak: 26 maart 2026 Beschikking voortzetting crisismaatregel op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonende in [plaats 1] , verblijvende te [plaats 2] , [accommodatie] [adres] , advocaat mr. J. van Rooijen te Tilburg. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 23 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 maart 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; de heer [persoon 1] , psychiater. Tevens was aanwezig: - mevrouw [persoon 2] , verpleegkundige. 1.3. De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord. 2 Wat vaststaat Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] . De burgemeester van Breda heeft de crisismaatregel op 23 maart 2026 afgegeven. 3 Het verzoek De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken voor de navolgende zorgvormen: - het toedienen van vocht en voeding; - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; - het beperken van de bewegingsvrijheid; - insluiten; - onderzoek aan kleding of lichaam; - onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen; - controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; - opnemen in een accommodatie. 4 De standpunten 4.1. Betrokkene merkt op dat hij dankzij de hem in de GGZ instelling geboden opvang en goede verzorging tot rust is gekomen en alweer wat zaken voorzichtig heeft weten op te pakken. Dat het tot een crisisopname is gekomen houdt volgens hem verband met zijn drukke leven op dat moment in combinatie met een hoop verantwoordelijkheden. Verder had hij kort daarvoor enkele biertjes gedronken en een indrukwekkende persoon ontmoet. Dit bij elkaar heeft in emotioneel opzicht het nodige met hem gedaan. Van zijn behandelaar heeft hij begrepen dat hij op 23 maart jongstleden een verpleegkundige is aangevlogen en met koffie heeft gegooid, waardoor deze zorgverlener momenteel met ziekteverlof is. Dit spijt hem zeer, ook herkent hij zichzelf niet in dit gedrag, nu dit absoluut niet bij hem past. Het lijkt hem daarom verstandig om de klinische opname nog even voort te zetten. Echter merkt hij ook dat hij zich de individuele problematiek van mede cliënten erg aantrekt en dat hij juist behoefte heeft aan personen, met wie hij een goed gesprek kan hebben. 4.2. De psychiater licht toe dat betrokkene op 23 maart 2026 in het kader van een crisissituatie klinisch is opgenomen. Betrokkene reageerde op dat moment erg druk en was lastig te volgen in het contact. Kort tevoren had hij zijn huisraad naar buiten gegooid en naar zijn buren geschreeuwd. Gedurende de crisisopname heeft betrokkene zich fysiek gewelddadig gedragen naar een verpleegkundige en met koffie gegooid. Dit had tot gevolg dat deze verpleegkundige momenteel met ziekteverlof is. Gezien wordt dat betrokkene met de tot dusver geboden verplichte klinische zorg minder prikkelbaar is en voorzichtig herstelt. Wel is er nog steeds sprake van een kwetsbare situatie, aangezien betrokkene met name ’s nachts nog verwarde en gedesorganiseerde momenten kent. Deze gedrags-symptomen passen bij de bipolaire stoornis van betrokkene. Daarnaast is het risico op fysiek agressief gedrag van betrokkene nog steeds een aandachtspunt en dient daaraan in het kader van de klinische behandeling voorlopig gewerkt te blijven worden. Hoewel er niet van wordt uit gegaan dat betrokkene langdurige klinische behandeling nodig heeft is die op dit moment nog noodzakelijk om ervoor te zorgen dat betrokkene voldoende stabiliseert en om geleidelijk naar een ontslag te kunnen toewerken. De psychiater heeft er onvoldoende vertrouwen in dat betrokkene, indien er van een verplicht kader geen sprake meer is, aan de nog noodzakelijk geachte klinische zorg consequent zal blijven meewerken. De psychiater staat daarom achter het verzoek, met dien verstande dat hij strikt genomen geen noodzaak ziet voor het verplicht kunnen toedienen van vocht en voeding, het verrichten van medische controles, het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening en onderzoek aan kleding of lichaam, onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen en het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen. 4.3. De advocaat van betrokkene voert aan dat hij al sinds circa 2018 bekend is met zijn cliënt en zijn achtergrond. Uit het voorgesprek met zijn cliënt heeft hij kunnen opmaken dat hij met de tot dusver geboden klinische zorg al zodanig is hersteld dat van (het risico op) onmiddellijk dreigend ernstig nadeel geen sprake meer is. Indien en voor zover zijn behandelaar ter verdere stabilisatie van zijn cliënt nog voortgezette klinische zorg nodig acht is zijn cliënt volledig bereid om daaraan vrijwillig mee te werken. Dat die bereidheid daadwerkelijk aanwezig is heeft betrokkene al eerder in een vergelijkbare situatie waarin GGZ zorg noodzakelijk was laten zien. Met deze toelichting stelt hij zich namens betrokkene primair op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen. In het geval dat de rechtbank anders mocht oordelen verzoekt hij namens zijn cliënt, bij wijze van subsidiair standpunt, de machtiging tot voortzetting crisismaatregel te beperken tot de meest noodzakelijke zorgvormen, als mondeling ter zitting besproken. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging tot voortzetting crisismaatregel. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op: - maatschappelijke teloorgang; - het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag; - gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. 5.3. Ook is uit de overgelegde stukken en de zitting naar het oordeel van de rechtbank gebleken van het vermoeden dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten bipolaire-stemmingsstoornissen. 5.4. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting aannemelijk is geworden dat betrokkene wegens een combinatie van factoren op enig moment zodanig ontregeld is geraakt, dat hij door zijn gedrag in zijn directe woonomgeving gevaar en overlast voor zichzelf en voor anderen heeft veroorzaakt.