Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-26
ECLI:NL:RBZWB:2026:3392
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,847 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3392 text/xml public 2026-05-07T16:21:45 2026-04-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-26 C/02/434116 / FA RK 25-1869 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3392 text/html public 2026-05-07T11:55:53 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3392 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 26-03-2026 / C/02/434116 / FA RK 25-1869 Verzoek vaststelling zorgregeling. Partijen zijn weer bij elkaar. Intrekking verzoek. Afwijzing verzoek. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Breda Zaaknummer: C/02/434116 / FA RK 25-1869 Datum uitspraak: 26 maart 2026 beschikking in de zaak van [de man] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen de man, advocaat voorheen: mr. R.M. van Breemen, nu, procederende zonder advocaat, en [de vrouw] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen de vrouw, advocaat mr. M. Bredius. 1 Het procesverloop Dit blijkt uit de volgende stukken: - het op 9 april 2025 ontvangen verzoekschrift van de man, met bijlagen; - het vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 24 maart 2025; - de UHA-rapportage van 10 december 2025; - de brief van mr. Bredius van 24 december 2025; - de e-mail van de man van 9 februari 2026. 2 De beoordeling 2.1 Bij vonnis in kort geding van 24 maart 2025 (zaaknummer C/02/431548 / KG ZA 25-56) heeft de voorzieningenrechter een voorlopige zorgregeling vastgesteld tussen de man en de minderjarige kinderen van partijen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en zijn ze ten behoeve van de onderhavige procedure verwezen naar een UHA-traject. 2.2 Blijkens de UHA-rapportage van 10 december 2025 is de situatie tussen partijen inmiddels gewijzigd. Partijen zijn weer bij elkaar gekomen en zijn in september 2025 met elkaar getrouwd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen volledig bij beide ouders. 2.3 Door en namens de vrouw is bij brief van 24 december 2025 aangevoerd dat partijen inmiddels weer samen zijn en goede afspraken hebben gemaakt over de taakverdeling tussen hen. Nu de relatie is hersteld zal het verzoek dat door de man is ingediend kunnen worden ingetrokken. Echter, de man heeft geen bijstand meer van een advocaat. Gelet hierop verzoek mr. Bredius een beschikking af te geven waarbij het verzoek van de man wordt afgewezen. 2.4 De man heeft bij e-mail van 9 februari 2026 zijn verzoek ingetrokken. Hij heeft aan dat het gezin weer is herenigd en partijen inmiddels zijn getrouwd. 2.5 Nu het verzoek in zijn geheel is ingetrokken, zullen de gronden hiervan niet meer worden onderzocht, om welke reden dit verzoek zal worden afgewezen. 2.6 Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 3 De beslissing De rechtbank: wijst het verzoek af; compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt. Deze beschikking is gegeven door mr. Toekoen, kinderrechter, en in tegenwoordigheid van Van Diepen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2026. Mededeling van de griffier : Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3392 text/xml public 2026-05-07T16:21:45 2026-04-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-26 C/02/434116 / FA RK 25-1869 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3392 text/html public 2026-05-07T11:55:53 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3392 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 26-03-2026 / C/02/434116 / FA RK 25-1869 Verzoek vaststelling zorgregeling. Partijen zijn weer bij elkaar. Intrekking verzoek. Afwijzing verzoek. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Breda Zaaknummer: C/02/434116 / FA RK 25-1869 Datum uitspraak: 26 maart 2026 beschikking in de zaak van [de man] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen de man, advocaat voorheen: mr. R.M. van Breemen, nu, procederende zonder advocaat, en [de vrouw] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen de vrouw, advocaat mr. M. Bredius. 1 Het procesverloop Dit blijkt uit de volgende stukken: - het op 9 april 2025 ontvangen verzoekschrift van de man, met bijlagen; - het vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 24 maart 2025; - de UHA-rapportage van 10 december 2025; - de brief van mr. Bredius van 24 december 2025; - de e-mail van de man van 9 februari 2026. 2 De beoordeling 2.1 Bij vonnis in kort geding van 24 maart 2025 (zaaknummer C/02/431548 / KG ZA 25-56) heeft de voorzieningenrechter een voorlopige zorgregeling vastgesteld tussen de man en de minderjarige kinderen van partijen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en zijn ze ten behoeve van de onderhavige procedure verwezen naar een UHA-traject. 2.2 Blijkens de UHA-rapportage van 10 december 2025 is de situatie tussen partijen inmiddels gewijzigd. Partijen zijn weer bij elkaar gekomen en zijn in september 2025 met elkaar getrouwd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen volledig bij beide ouders. 2.3 Door en namens de vrouw is bij brief van 24 december 2025 aangevoerd dat partijen inmiddels weer samen zijn en goede afspraken hebben gemaakt over de taakverdeling tussen hen. Nu de relatie is hersteld zal het verzoek dat door de man is ingediend kunnen worden ingetrokken. Echter, de man heeft geen bijstand meer van een advocaat. Gelet hierop verzoek mr. Bredius een beschikking af te geven waarbij het verzoek van de man wordt afgewezen. 2.4 De man heeft bij e-mail van 9 februari 2026 zijn verzoek ingetrokken. Hij heeft aan dat het gezin weer is herenigd en partijen inmiddels zijn getrouwd. 2.5 Nu het verzoek in zijn geheel is ingetrokken, zullen de gronden hiervan niet meer worden onderzocht, om welke reden dit verzoek zal worden afgewezen. 2.6 Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 3 De beslissing De rechtbank: wijst het verzoek af; compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt. Deze beschikking is gegeven door mr. Toekoen, kinderrechter, en in tegenwoordigheid van Van Diepen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2026. Mededeling van de griffier : Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.