Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-04-01
ECLI:NL:RBZWB:2026:3366
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
8,124 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3366 text/xml public 2026-05-20T14:08:31 2026-04-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-01 11661089 \ CV EXPL 25-1345 Uitspraak Bodemzaak NL Bergen op Zoom Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3366 text/html public 2026-05-20T14:08:03 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3366 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-04-2026 / 11661089 \ CV EXPL 25-1345 Zorgplicht boekhouder. Vordering wordt deels toegewezen. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Bergen op Zoom Zaaknummer: 11661089 \ CV EXPL 25-1345 Vonnis van 1 april 2026 in de zaak van BELL HOUSE B.V. , gevestigd te Den Haag, eisende partij, hierna te noemen: Bell House, gemachtigde: mr. drs. J. Staal, tegen [stichting] , H.O.D.N. [gedaagde] , gevestigd te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: mr. N. Heijkant. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 13 augustus 2025 en de in dat vonnis genoemde stukken; - de akte overlegging aanvullende producties 5 tot en met 18 tevens vermeerdering van eis en de gronden daarvan ex artikel 130 Rv; - de mondelinge behandeling van 3 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ter zitting is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Bell House is een onderneming die zich bezighoudt met de in- en verkoop van onder andere elektronica. [gedaagde] was vanaf 1 juni 2021 tot januari 2023 de boekhouder van Bell House. Mevrouw [naam 1] (hierna: ‘ [naam 1] ’) was in 2020 directeur-grootaandeelhouder van Bell House. 2.2. Op 16 oktober 2021 heeft Bell House een e-mail van de vorige boekhouder, de heer [naam 2] (hierna: ‘ [naam 2] ’), van 2 december 2020 doorgestuurd aan [gedaagde] . Op 17 december 2021 heeft Bell House deze e-mail nogmaals doorgestuurd om ‘straks te bespreken’. In de e-mail van [naam 2] staat, voor zover van belang, het volgende: ‘Ik zou een dividend uitkeren van € 100.000 in december. Deze uitkering resulteert in: een betaling van € 15.000 aan de Belastingdienst en een balansboeking van € 85.000 naar rek crt/nettoloon rekeningen #1405 en #2000 (prive). Een vermindering van het eigen vermogen met € 100.000.’ 2.3. [gedaagde] heeft voor Bell House de jaarrekening 2020 opgesteld en de belastingaangifte vennootschapsbelasting 2020 ingevuld en ingediend bij de Belastingdienst. [gedaagde] heeft ook de aangifte inkomstenbelasting 2020 voor [naam 1] ingevuld en ingediend bij de Belastingdienst. De aangiftes zijn in december 2021 ingediend. 2.4. [naam 1] heeft op 24 december 2021 een brief van de Belastingdienst ontvangen met de voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2020. De Belastingdienst heeft op 26 januari 2022 een brief gestuurd aan [gedaagde] met het voornemen om af te wijken van de aangifte inkomstenbelasting 2020, welke [gedaagde] namens [naam 1] had ingediend. 2.5. De Belastingdienst heeft op 18 november 2022 een brief aan [naam 1] gestuurd met de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2020, waarin € 675,00 aan belastingrente is opgelegd. 2.6. [naam 1] heeft op 17 november 2022 per e-mail navraag gedaan bij [gedaagde] waarom zij belastingrente moet betalen over haar aangifte inkomstenbelasting 2020. [gedaagde] heeft op 28 november 2022 het volgende gereageerd: ‘De aangifte inkomstenbelasting is tijdig ingediend dus daar is in principe niks mis mee. Wel is het zo dat bij indiening van de aangifte inkomstenbelasting de ontvangen dividend niet als inkomsten is aangegeven zodat er in eerste instantie te weinig belasting is betaald. Hierover heeft de belasting nu rente berekend. (…)’ 2.7. De Belastingdienst heeft op 27 januari 2024 een brief aan Bell House gestuurd met de definitieve aanslag vennootschapsbelasting 2020, waarin € 3.927,00 aan belastingrente is opgelegd. Dit bedrag is na bezwaar van Bell House met € 466,00 gematigd, waardoor zij een bedrag van € 3.461,00 aan belastingrente heeft moeten betalen. 2.8. Bell House heeft [gedaagde] op 17 mei 2024 aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden schade bestaande uit de in rekening gebrachte belastingrente. 2.9. De huidige boekhouder van Bell House, HNP Accountants, heeft op 1 oktober 2025 een e-mail gestuurd met een overzicht van extra werkzaamheden ad € 1.500,00 om de gestelde fouten van [gedaagde] in de boekhouding te herstellen. 3 Het geschil 3.1. Bell House vordert samengevat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van: I. de schade die Bell House heeft geleden, bestaande uit: a. een bedrag van € 3.641,00 aan belastingrente over de vennootschapsbelasting 2020 van Bell House, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 mei 2024 tot de dag van algehele voldoening; b. een bedrag van € 675,00 aan belastingrente over de inkomstenbelasting 2020 van [naam 1] , te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 30 december 2022 tot de dag van algehele voldoening; en c. een bedrag van €1.500,00 aan de aanvullende kosten die Bell House heeft moeten maken om de tekortkoming van [gedaagde] door HNP Accountants te laten herstellen, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf veertien dagen na de dag van het vonnis, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, althans een bedrag op te maken bij staat; II. de buitengerechtelijke incassokosten van € 665,80; en III. de proceskosten. 3.2. Bell House legt – samengevat - aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in zijn zorgplicht als boekhouder. Bell House heeft daardoor in totaal € 5.816,00 aan schade geleden. 3.3. De conclusie van [gedaagde] strekt tot afwijzing van de vordering en veroordeling van Bell House in de werkelijk gemaakte proceskosten. [gedaagde] betwist dat hij in zijn zorgplicht tekort is geschoten. Als al sprake zou zijn van een tekortkoming, dan is deze volgens [gedaagde] niet aan hem toe te rekenen. Hij heeft slechts de instructies die hij van Bell House heeft ontvangen, met een e-mail van [naam 2] , opgevolgd. De opgelegde belastingrentes zijn niet het gevolg van het eventueel handelen of nalaten van [gedaagde] . Bell House is zelf verantwoordelijk voor het aanleveren van de juiste stukken en informatie, er is sprake van eigen schuld aan de zijde van Bell House. De vordering tot betaling van de belastingrente van [naam 1] dient ook te worden afgewezen, nu [naam 1] geen procespartij is in deze procedure. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Overeenkomst van opdracht 4.1. Tussen partijen is een overeenkomst van opdracht tot stand gekomen. Partijen zijn het niet eens over de exacte inhoud van de overeenkomst, maar dit was in ieder geval zoals op de omschrijving van pagina 4 van de jaarrekening 2020 staat vermeld: ‘Uw opdracht omvatte het voeren van uw financiële administratie, evenals het opstellen van de jaarrekening van uw onderneming’. Daarnaast staat vast dat [gedaagde] de aangifte inkomstenbelasting voor [naam 1] zou verzorgen. Zorgplicht 4.2. Het gaat in deze zaak om een vordering tot schadevergoeding op grond van aansprakelijkheid van een boekhouder. Bij beroepsaansprakelijkheid staat centraal de norm dat een beroepsbeoefenaar - in dit geval een boekhouder - ten opzichte van haar cliënt, de zorgvuldigheid in acht moet nemen die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht. Het komt daarbij aan op de invulling van de in artikel 7:401 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) vervatte norm dat een opdrachtnemer (de boekhouder) bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht moet nemen. De omstandigheden van het geval bepalen of aan die norm is voldaan en ingeval van aansprakelijkheid uit wanprestatie is in het bijzonder ook de inhoud van de opdracht bepalend. 4.3. [gedaagde] heeft dus een zorgplicht. [gedaagde] kan als professional niet een bedrag aan dividend boeken ‘omdat [naam 2] het zo heeft aangegeven’. [gedaagde] heeft een eigen zorgplicht om na te gaan of een bedrag aan dividenduitkering wel juist verwerkt is, hij kan niet zomaar iets voor juist aannemen.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3366 text/xml public 2026-05-20T14:08:31 2026-04-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-01 11661089 \ CV EXPL 25-1345 Uitspraak Bodemzaak NL Bergen op Zoom Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3366 text/html public 2026-05-20T14:08:03 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3366 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-04-2026 / 11661089 \ CV EXPL 25-1345 Zorgplicht boekhouder. Vordering wordt deels toegewezen. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Bergen op Zoom Zaaknummer: 11661089 \ CV EXPL 25-1345 Vonnis van 1 april 2026 in de zaak van BELL HOUSE B.V. , gevestigd te Den Haag, eisende partij, hierna te noemen: Bell House, gemachtigde: mr. drs. J. Staal, tegen [stichting] , H.O.D.N. [gedaagde] , gevestigd te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: mr. N. Heijkant. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 13 augustus 2025 en de in dat vonnis genoemde stukken; - de akte overlegging aanvullende producties 5 tot en met 18 tevens vermeerdering van eis en de gronden daarvan ex artikel 130 Rv; - de mondelinge behandeling van 3 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ter zitting is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Bell House is een onderneming die zich bezighoudt met de in- en verkoop van onder andere elektronica. [gedaagde] was vanaf 1 juni 2021 tot januari 2023 de boekhouder van Bell House. Mevrouw [naam 1] (hierna: ‘ [naam 1] ’) was in 2020 directeur-grootaandeelhouder van Bell House. 2.2. Op 16 oktober 2021 heeft Bell House een e-mail van de vorige boekhouder, de heer [naam 2] (hierna: ‘ [naam 2] ’), van 2 december 2020 doorgestuurd aan [gedaagde] . Op 17 december 2021 heeft Bell House deze e-mail nogmaals doorgestuurd om ‘straks te bespreken’. In de e-mail van [naam 2] staat, voor zover van belang, het volgende: ‘Ik zou een dividend uitkeren van € 100.000 in december. Deze uitkering resulteert in: een betaling van € 15.000 aan de Belastingdienst en een balansboeking van € 85.000 naar rek crt/nettoloon rekeningen #1405 en #2000 (prive). Een vermindering van het eigen vermogen met € 100.000.’ 2.3. [gedaagde] heeft voor Bell House de jaarrekening 2020 opgesteld en de belastingaangifte vennootschapsbelasting 2020 ingevuld en ingediend bij de Belastingdienst. [gedaagde] heeft ook de aangifte inkomstenbelasting 2020 voor [naam 1] ingevuld en ingediend bij de Belastingdienst. De aangiftes zijn in december 2021 ingediend. 2.4. [naam 1] heeft op 24 december 2021 een brief van de Belastingdienst ontvangen met de voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2020. De Belastingdienst heeft op 26 januari 2022 een brief gestuurd aan [gedaagde] met het voornemen om af te wijken van de aangifte inkomstenbelasting 2020, welke [gedaagde] namens [naam 1] had ingediend. 2.5. De Belastingdienst heeft op 18 november 2022 een brief aan [naam 1] gestuurd met de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2020, waarin € 675,00 aan belastingrente is opgelegd. 2.6. [naam 1] heeft op 17 november 2022 per e-mail navraag gedaan bij [gedaagde] waarom zij belastingrente moet betalen over haar aangifte inkomstenbelasting 2020. [gedaagde] heeft op 28 november 2022 het volgende gereageerd: ‘De aangifte inkomstenbelasting is tijdig ingediend dus daar is in principe niks mis mee. Wel is het zo dat bij indiening van de aangifte inkomstenbelasting de ontvangen dividend niet als inkomsten is aangegeven zodat er in eerste instantie te weinig belasting is betaald. Hierover heeft de belasting nu rente berekend. (…)’ 2.7. De Belastingdienst heeft op 27 januari 2024 een brief aan Bell House gestuurd met de definitieve aanslag vennootschapsbelasting 2020, waarin € 3.927,00 aan belastingrente is opgelegd. Dit bedrag is na bezwaar van Bell House met € 466,00 gematigd, waardoor zij een bedrag van € 3.461,00 aan belastingrente heeft moeten betalen. 2.8. Bell House heeft [gedaagde] op 17 mei 2024 aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden schade bestaande uit de in rekening gebrachte belastingrente. 2.9. De huidige boekhouder van Bell House, HNP Accountants, heeft op 1 oktober 2025 een e-mail gestuurd met een overzicht van extra werkzaamheden ad € 1.500,00 om de gestelde fouten van [gedaagde] in de boekhouding te herstellen. 3 Het geschil 3.1. Bell House vordert samengevat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van: I. de schade die Bell House heeft geleden, bestaande uit: a. een bedrag van € 3.641,00 aan belastingrente over de vennootschapsbelasting 2020 van Bell House, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 mei 2024 tot de dag van algehele voldoening; b. een bedrag van € 675,00 aan belastingrente over de inkomstenbelasting 2020 van [naam 1] , te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 30 december 2022 tot de dag van algehele voldoening; en c. een bedrag van €1.500,00 aan de aanvullende kosten die Bell House heeft moeten maken om de tekortkoming van [gedaagde] door HNP Accountants te laten herstellen, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf veertien dagen na de dag van het vonnis, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, althans een bedrag op te maken bij staat; II. de buitengerechtelijke incassokosten van € 665,80; en III. de proceskosten. 3.2. Bell House legt – samengevat - aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in zijn zorgplicht als boekhouder. Bell House heeft daardoor in totaal € 5.816,00 aan schade geleden. 3.3. De conclusie van [gedaagde] strekt tot afwijzing van de vordering en veroordeling van Bell House in de werkelijk gemaakte proceskosten. [gedaagde] betwist dat hij in zijn zorgplicht tekort is geschoten. Als al sprake zou zijn van een tekortkoming, dan is deze volgens [gedaagde] niet aan hem toe te rekenen. Hij heeft slechts de instructies die hij van Bell House heeft ontvangen, met een e-mail van [naam 2] , opgevolgd. De opgelegde belastingrentes zijn niet het gevolg van het eventueel handelen of nalaten van [gedaagde] . Bell House is zelf verantwoordelijk voor het aanleveren van de juiste stukken en informatie, er is sprake van eigen schuld aan de zijde van Bell House. De vordering tot betaling van de belastingrente van [naam 1] dient ook te worden afgewezen, nu [naam 1] geen procespartij is in deze procedure. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Overeenkomst van opdracht 4.1. Tussen partijen is een overeenkomst van opdracht tot stand gekomen. Partijen zijn het niet eens over de exacte inhoud van de overeenkomst, maar dit was in ieder geval zoals op de omschrijving van pagina 4 van de jaarrekening 2020 staat vermeld: ‘Uw opdracht omvatte het voeren van uw financiële administratie, evenals het opstellen van de jaarrekening van uw onderneming’. Daarnaast staat vast dat [gedaagde] de aangifte inkomstenbelasting voor [naam 1] zou verzorgen. Zorgplicht 4.2. Het gaat in deze zaak om een vordering tot schadevergoeding op grond van aansprakelijkheid van een boekhouder. Bij beroepsaansprakelijkheid staat centraal de norm dat een beroepsbeoefenaar - in dit geval een boekhouder - ten opzichte van haar cliënt, de zorgvuldigheid in acht moet nemen die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht. Het komt daarbij aan op de invulling van de in artikel 7:401 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) vervatte norm dat een opdrachtnemer (de boekhouder) bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht moet nemen. De omstandigheden van het geval bepalen of aan die norm is voldaan en ingeval van aansprakelijkheid uit wanprestatie is in het bijzonder ook de inhoud van de opdracht bepalend. 4.3. [gedaagde] heeft dus een zorgplicht. [gedaagde] kan als professional niet een bedrag aan dividend boeken ‘omdat [naam 2] het zo heeft aangegeven’. [gedaagde] heeft een eigen zorgplicht om na te gaan of een bedrag aan dividenduitkering wel juist verwerkt is, hij kan niet zomaar iets voor juist aannemen.
Volledig
Vennootschapsbelasting 4.4. Bell House stelt dat [gedaagde] een fout heeft gemaakt door het bedrag van € 100.000,00 aan dividenduitkering ten laste te brengen van het fiscale resultaat, hetgeen niet is toegestaan. Als gevolg van deze fout heeft Bell House belastingrente moeten betalen. [gedaagde] voert aan dat Bell House hem niet de opdracht heeft gegeven om werkzaamheden van de vorige boekhouder nogmaals te doen en/of te controleren. Het ging enkel om het indienen van de aangifte en het opstellen van het jaarverslag. Bell House heeft [gedaagde] niets medegedeeld over de dividend uitkering. Bell House is uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor de aangifte. Zij is zelf verantwoordelijk voor het aanleveren van de juiste stukken en informatie. Er is sprake van eigen schuld. 4.5. De kantonrechter is van oordeel dat dit verweer niet slaagt en overweegt daartoe het navolgende. Ter zitting is door Bell House gesteld dat uit de voorlopige aangifte die door [naam 2] is verzorgd, volgt dat er € 39.500,00 aan belasting diende te worden betaald. De stelling van Bell House dat dit bedrag ook daadwerkelijk is betaald, volgt ook uit de door [gedaagde] opgestelde jaarrekening 2020. Volgens deze jaarrekening hoefde Bell House in 2020 maar € 20.220,00 aan belasting te betalen. Bell House heeft vervolgens een bedrag van de Belastingdienst terug gekregen. 4.6. Uit de definitieve aanslag 2020 van de Belastingdienst van 27 januari 2024 blijkt een bedrag van € 22.751,00 aan verrekende voorlopige aanslagen. Uit diezelfde definitieve aanslag blijkt dat het totaalbedrag aan bruto belasting € 42.472,00 bedraagt. Het verschil tussen € 42.472,00 en € 22.751,00 bedraagt € 19.721,00. Dit bedrag moest Bell House (alsnog) bijbetalen. 4.7. Omdat er te weinig belasting is betaald, heeft de Belastingdienst belastingrente in rekening gebracht van aanvankelijk € 3.927,00 over de periode 1 juli 2021 t/m 9 maart 2024. Dit bedrag is na bezwaar van Bell House verlaagd tot € 3.461,00. Dit bedrag is grotendeels schade die Bell House niet had gehad, als [gedaagde] de fout niet had gemaakt. Bell House had immers € 39.500,00 aan belasting betaald op basis van de voorlopige aangifte van [naam 2] , maar kreeg een bedrag terug naar aanleiding van de aangifte van [gedaagde] , te weten € 16.749,00 (€ 39.500,00 was aanvankelijk betaald naar aanleiding van de aangifte van [naam 2] minus € 22.751,00 voor de verrekende voorlopige aanslagen zoals vermeld in de definitieve aangifte). 4.8. Dat het zolang heeft geduurd dat de Belastingdienst een definitieve aanslag heeft opgelegd (27 januari 2024), daar kan Bell House niets aan doen. 4.9. Bell House vordert een bedrag van € 3.461,00 aan schade. Een deel van de schade komt niet voor rekening van [gedaagde] , namelijk van 1 juli 2021 tot en met het indienen van de aangifte medio december 2021. Bell House heeft zelf uitstel van de Belastingdienst gevraagd voor het indienen van de belastingaangifte. De aangifte is uiteindelijk medio december 2021 door [gedaagde] ingediend. Ook is het niet exact vast te stellen hoe de aangifte van [gedaagde] had geluid als de fout niet was gemaakt. Om deze reden zal de kantonrechter de schade ex aequo et bono begroten op een bedrag van € 3.000,00, welk bedrag [gedaagde] aan Bell House moet betalen. Inkomstenbelasting 4.10. Bell House vordert een bedrag van € 675,00 aan belastingrente over de inkomstenbelasting 2020 van [naam 1] . [gedaagde] heeft de hoogte van dit bedrag niet betwist. Daarnaast staat het vast dat [gedaagde] een fout heeft gemaakt bij het indienen van de inkomstenbelasting van [naam 1] . Dit blijkt uit de door [gedaagde] verstuurde e-mail van 28 november 2022: ‘De aangifte inkomstenbelasting is tijdig ingediend dus daar is in principe niks mis mee. Wel is het zo dat bij indiening van de aangifte inkomstenbelasting de ontvangen dividend niet als inkomsten is aangegeven zodat er in eerste instantie te weinig belasting is betaald. Hierover heeft de belasting nu rente berekend. (…)’ Door deze fout heeft [naam 1] te weinig belasting betaald. Hierover heeft de Belastingdienst belastingrente berekend ad € 675,00. [naam 1] zou deze schade niet hebben gehad als [gedaagde] deze fout niet had gemaakt. 4.11. [gedaagde] voert ook het verweer dat [naam 1] geen procespartij is in de onderhavige procedure. Dit verweer slaagt niet. Bell House stelt dat zij zich verbonden heeft om voor [naam 1] privé de inkomstenbelasting te laten verzorgen. Als middellijk vertegenwoordiger heeft Bell House gehandeld in eigen naam richting [gedaagde] en is [gedaagde] juridisch gebonden aan Bell House. Dit blijkt ook uit de verklaring van de huidige bestuurder van Bell House van 2 februari 2026. In deze verklaring staat dat Bell House zich destijds jegens [naam 1] heeft verbonden om voor haar de privé belastingaangifte inkomstenbelasting te laten verzorgen. Bell House erkent dat zij aansprakelijk is voor de schade die [naam 1] als gevolg hiervan heeft geleden. Gelet op het voorgaande moet [gedaagde] dus de schade ad € 675,00 aan Bell House betalen. Extra werkzaamheden 4.12. Bell House vordert ook een bedrag van € 1.500,00 aan extra werkzaamheden van HNP Accountants als gevolg van de foutieve belastingaangiften van [gedaagde] , zij verwijst hiervoor naar de e-mail van HNP Accountants van 1 oktober 2025. [gedaagde] voert verweer. Bell House stelt dat de volgende extra werkzaamheden zijn verricht: ‘1. Ophalen administratieve bescheiden ten kantore van [gedaagde] – 2x 2. Bespreking mbt tot de onjuiste opgemaakte jaarrekening en aangifte vennootschapsbelasting en de gevolgen daarvan 3. Deponering jaarrekeningen 2020 en 2021 4. Bezwaar maken bij de Belastingdienst tegen de belastingrente veroorzaakt door de onjuiste aangifte 5. Actuariële berekening van de stamrechtverplichting met terugwerkende kracht’ 4.13. De kantonrechter is van oordeel dat niet alle aangevoerde werkzaamheden schadeposten betreffen die voor rekening van [gedaagde] behoren te komen. Daarnaast heeft Bell House ook niet per post gespecificeerd hoeveel uren er zijn gemaakt en wat de bijbehorende kosten zijn. 4.14. Het is niet komen vast te staan dat HNP Accountants de administratieve bescheiden bij [gedaagde] heeft opgehaald als gevolg van de fout van [gedaagde] . Ook is niet komen vast te staan dat deponering van de jaarrekeningen 2020 en 2021 onderdeel uitmaakte van de overeenkomst tussen partijen. Dit wordt namelijk door [gedaagde] betwist. 4.15. [gedaagde] zegt geen actuariële berekening van de stamrechtverplichting te hebben uitgevoerd. Als [gedaagde] wel de berekening zou hebben uitgevoerd, dan waren hier ook kosten aan verbonden geweest. Er is dus geen schade voor Bell House op dit punt. 4.16. De bespreking over de onjuiste opgemaakte jaarrekening en aangifte vennootschapsbelasting en de gevolgen daarvan, en het maken van bezwaar bij de Belastingdienst tegen de belastingrente veroorzaakt door de onjuiste aangifte, is wel schade die Bell House niet zou hebben gehad als [gedaagde] de fout niet had gemaakt. De kantonrechter schat deze schade op 2 uur à € 100,00, en zal een bedrag van in totaal € 200,00 toewijzen. Wettelijke rente 4.17. De door Bell House gevorderde wettelijke rente is niet weersproken en zal worden toegewezen zoals hierna zal worden vermeld. Kosten 4.18. Bell House vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Bell House heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het versturen van één enkele brief is al voldoende, omdat [gedaagde] geen consument is in de onderhavige zaak. Bell House heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief op basis van de toewijsbare hoofdsom. De kantonrechter zal het bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief. Daarom zal een bedrag van € 512,50 worden toegewezen. 4.19.
Volledig
Vennootschapsbelasting 4.4. Bell House stelt dat [gedaagde] een fout heeft gemaakt door het bedrag van € 100.000,00 aan dividenduitkering ten laste te brengen van het fiscale resultaat, hetgeen niet is toegestaan. Als gevolg van deze fout heeft Bell House belastingrente moeten betalen. [gedaagde] voert aan dat Bell House hem niet de opdracht heeft gegeven om werkzaamheden van de vorige boekhouder nogmaals te doen en/of te controleren. Het ging enkel om het indienen van de aangifte en het opstellen van het jaarverslag. Bell House heeft [gedaagde] niets medegedeeld over de dividend uitkering. Bell House is uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor de aangifte. Zij is zelf verantwoordelijk voor het aanleveren van de juiste stukken en informatie. Er is sprake van eigen schuld. 4.5. De kantonrechter is van oordeel dat dit verweer niet slaagt en overweegt daartoe het navolgende. Ter zitting is door Bell House gesteld dat uit de voorlopige aangifte die door [naam 2] is verzorgd, volgt dat er € 39.500,00 aan belasting diende te worden betaald. De stelling van Bell House dat dit bedrag ook daadwerkelijk is betaald, volgt ook uit de door [gedaagde] opgestelde jaarrekening 2020. Volgens deze jaarrekening hoefde Bell House in 2020 maar € 20.220,00 aan belasting te betalen. Bell House heeft vervolgens een bedrag van de Belastingdienst terug gekregen. 4.6. Uit de definitieve aanslag 2020 van de Belastingdienst van 27 januari 2024 blijkt een bedrag van € 22.751,00 aan verrekende voorlopige aanslagen. Uit diezelfde definitieve aanslag blijkt dat het totaalbedrag aan bruto belasting € 42.472,00 bedraagt. Het verschil tussen € 42.472,00 en € 22.751,00 bedraagt € 19.721,00. Dit bedrag moest Bell House (alsnog) bijbetalen. 4.7. Omdat er te weinig belasting is betaald, heeft de Belastingdienst belastingrente in rekening gebracht van aanvankelijk € 3.927,00 over de periode 1 juli 2021 t/m 9 maart 2024. Dit bedrag is na bezwaar van Bell House verlaagd tot € 3.461,00. Dit bedrag is grotendeels schade die Bell House niet had gehad, als [gedaagde] de fout niet had gemaakt. Bell House had immers € 39.500,00 aan belasting betaald op basis van de voorlopige aangifte van [naam 2] , maar kreeg een bedrag terug naar aanleiding van de aangifte van [gedaagde] , te weten € 16.749,00 (€ 39.500,00 was aanvankelijk betaald naar aanleiding van de aangifte van [naam 2] minus € 22.751,00 voor de verrekende voorlopige aanslagen zoals vermeld in de definitieve aangifte). 4.8. Dat het zolang heeft geduurd dat de Belastingdienst een definitieve aanslag heeft opgelegd (27 januari 2024), daar kan Bell House niets aan doen. 4.9. Bell House vordert een bedrag van € 3.461,00 aan schade. Een deel van de schade komt niet voor rekening van [gedaagde] , namelijk van 1 juli 2021 tot en met het indienen van de aangifte medio december 2021. Bell House heeft zelf uitstel van de Belastingdienst gevraagd voor het indienen van de belastingaangifte. De aangifte is uiteindelijk medio december 2021 door [gedaagde] ingediend. Ook is het niet exact vast te stellen hoe de aangifte van [gedaagde] had geluid als de fout niet was gemaakt. Om deze reden zal de kantonrechter de schade ex aequo et bono begroten op een bedrag van € 3.000,00, welk bedrag [gedaagde] aan Bell House moet betalen. Inkomstenbelasting 4.10. Bell House vordert een bedrag van € 675,00 aan belastingrente over de inkomstenbelasting 2020 van [naam 1] . [gedaagde] heeft de hoogte van dit bedrag niet betwist. Daarnaast staat het vast dat [gedaagde] een fout heeft gemaakt bij het indienen van de inkomstenbelasting van [naam 1] . Dit blijkt uit de door [gedaagde] verstuurde e-mail van 28 november 2022: ‘De aangifte inkomstenbelasting is tijdig ingediend dus daar is in principe niks mis mee. Wel is het zo dat bij indiening van de aangifte inkomstenbelasting de ontvangen dividend niet als inkomsten is aangegeven zodat er in eerste instantie te weinig belasting is betaald. Hierover heeft de belasting nu rente berekend. (…)’ Door deze fout heeft [naam 1] te weinig belasting betaald. Hierover heeft de Belastingdienst belastingrente berekend ad € 675,00. [naam 1] zou deze schade niet hebben gehad als [gedaagde] deze fout niet had gemaakt. 4.11. [gedaagde] voert ook het verweer dat [naam 1] geen procespartij is in de onderhavige procedure. Dit verweer slaagt niet. Bell House stelt dat zij zich verbonden heeft om voor [naam 1] privé de inkomstenbelasting te laten verzorgen. Als middellijk vertegenwoordiger heeft Bell House gehandeld in eigen naam richting [gedaagde] en is [gedaagde] juridisch gebonden aan Bell House. Dit blijkt ook uit de verklaring van de huidige bestuurder van Bell House van 2 februari 2026. In deze verklaring staat dat Bell House zich destijds jegens [naam 1] heeft verbonden om voor haar de privé belastingaangifte inkomstenbelasting te laten verzorgen. Bell House erkent dat zij aansprakelijk is voor de schade die [naam 1] als gevolg hiervan heeft geleden. Gelet op het voorgaande moet [gedaagde] dus de schade ad € 675,00 aan Bell House betalen. Extra werkzaamheden 4.12. Bell House vordert ook een bedrag van € 1.500,00 aan extra werkzaamheden van HNP Accountants als gevolg van de foutieve belastingaangiften van [gedaagde] , zij verwijst hiervoor naar de e-mail van HNP Accountants van 1 oktober 2025. [gedaagde] voert verweer. Bell House stelt dat de volgende extra werkzaamheden zijn verricht: ‘1. Ophalen administratieve bescheiden ten kantore van [gedaagde] – 2x 2. Bespreking mbt tot de onjuiste opgemaakte jaarrekening en aangifte vennootschapsbelasting en de gevolgen daarvan 3. Deponering jaarrekeningen 2020 en 2021 4. Bezwaar maken bij de Belastingdienst tegen de belastingrente veroorzaakt door de onjuiste aangifte 5. Actuariële berekening van de stamrechtverplichting met terugwerkende kracht’ 4.13. De kantonrechter is van oordeel dat niet alle aangevoerde werkzaamheden schadeposten betreffen die voor rekening van [gedaagde] behoren te komen. Daarnaast heeft Bell House ook niet per post gespecificeerd hoeveel uren er zijn gemaakt en wat de bijbehorende kosten zijn. 4.14. Het is niet komen vast te staan dat HNP Accountants de administratieve bescheiden bij [gedaagde] heeft opgehaald als gevolg van de fout van [gedaagde] . Ook is niet komen vast te staan dat deponering van de jaarrekeningen 2020 en 2021 onderdeel uitmaakte van de overeenkomst tussen partijen. Dit wordt namelijk door [gedaagde] betwist. 4.15. [gedaagde] zegt geen actuariële berekening van de stamrechtverplichting te hebben uitgevoerd. Als [gedaagde] wel de berekening zou hebben uitgevoerd, dan waren hier ook kosten aan verbonden geweest. Er is dus geen schade voor Bell House op dit punt. 4.16. De bespreking over de onjuiste opgemaakte jaarrekening en aangifte vennootschapsbelasting en de gevolgen daarvan, en het maken van bezwaar bij de Belastingdienst tegen de belastingrente veroorzaakt door de onjuiste aangifte, is wel schade die Bell House niet zou hebben gehad als [gedaagde] de fout niet had gemaakt. De kantonrechter schat deze schade op 2 uur à € 100,00, en zal een bedrag van in totaal € 200,00 toewijzen. Wettelijke rente 4.17. De door Bell House gevorderde wettelijke rente is niet weersproken en zal worden toegewezen zoals hierna zal worden vermeld. Kosten 4.18. Bell House vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Bell House heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het versturen van één enkele brief is al voldoende, omdat [gedaagde] geen consument is in de onderhavige zaak. Bell House heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief op basis van de toewijsbare hoofdsom. De kantonrechter zal het bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief. Daarom zal een bedrag van € 512,50 worden toegewezen. 4.19.