Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-18
ECLI:NL:RBZWB:2026:3361
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Mondelinge uitspraak
3,934 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3361 text/xml public 2026-05-15T10:42:17 2026-04-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-18 11874289 RR25-15 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Bergen op Zoom Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3361 text/html public 2026-05-15T10:41:31 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3361 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-02-2026 / 11874289 RR25-15 Regelrechter. Verhuurder moet de volledige waarborgsom aan huurder terugbetalen. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Bergen op Zoom Zaaknummer: 11874289 RR25-15 Vonnis van 18 februari 2026 in de experimentele procedure bij de kantonrechter als regelrechter in de zaak van [eisende partij] , wonende te [plaats 1] eisende partij, hierna te noemen: [eisende partij] , procederend in persoon, tegen [gedaagde partij] , wonende te [plaats 2] gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde partij] procederend in persoon. 1 De zaak in het kort 1.1. De regelrechter komt in deze zaak tot het oordeel dat [gedaagde partij] het bedrag van € 487,50 – het resterende bedrag aan waarborgsom – moet terugbetalen. [gedaagde partij] mocht de waarborgsom niet inhouden. Dat [gedaagde partij] de waarborgsom mocht verrekenen met eventuele gebreken aan het gehuurde, is nergens uit gebleken. 2 De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het op 5 september 2025 ontvangen aanvraagformulier met bijlagen 1 tot en met 3; - het reactieformulier met bijlagen 1 tot en met 3; - de mondelinge behandeling van 19 januari 2026. 2.2. Aan het slot van de mondelinge behandeling is bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen. 3 De feiten 3.1. Partijen hebben een huurovereenkomst gesloten voor een appartement aan [adres] in [plaats 2] (hierna: ‘de woning’) voor de duur van 1 april 2024 tot en met 31 maart 2026. [eisende partij] heeft op 22 maart 2024 een waarborgsom betaald van € 975,00. 3.2. De huurovereenkomst is geëindigd op 31 juli 2025. [eisende partij] heeft op 23 juli 2025 de sleutels van de woning ingeleverd. 3.3. [gedaagde partij] heeft [eisende partij] op 27 juli 2025 bericht dat de helft van de borgsom wordt terugbetaald: “ Na een grondige inspectie van het appartement was ik onaangenaam verrast, hierbij de lijst van zaken waarvoor ik een gedeelte van je borg houd. - de binnenkant van het rubber van de wasmachine is zwart van de schimmel - de toiletbril in de badkamer is kapot - de douchecabine en wasbak zit vol met kalk - de bank heeft zwarte vlekken - er zitten nog zwarte rubbers op de posten afkomstig van de hekjes voor je hond De vraag is of ik de wasmachine nog gereinigt krijg en aangezien er aanstaande dinsdag foto's gemaakt worden voor de verkoop heb ik een schoonmaakster laten komen. Hierbij laat ik je weten per omgaande de helft van de borg a.d. € 487,50 aan je over te maken.” 3.4. [gedaagde partij] heeft de helft van de borgsom van € 487,50 op 27 juli 2025 terugbetaald. 3.5. [eisende partij] heeft [gedaagde partij] op 15 augustus 2025 een ingebrekestelling gestuurd voor het restant van de borgsom. 4 Het geschil De vordering 4.1. [eisende partij] vordert veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van € 487,50. [eisende partij] legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde partij] de helft van waarborgsom niet mocht inhouden. Het verweer 4.2. [gedaagde partij] voert verweer. Volgens [gedaagde partij] mocht hij de helft van de waarborgsom inhouden aangezien [eisende partij] zich niet aan de gemaakte opleverafspraken heeft gehouden, waardoor de wasmachine en het bankstel onherstelbaar zijn beschadigd. Tevens heeft [eisende partij] restanten van hondenhekjes op verschillende deurposten laten zitten, geen melding gedaan van een defecte toiletbril en heeft zij de douchecabine en wastafel in de badkamer niet schoon gehouden. Gedaagde heeft tweemaal de kans gehad om bovengenoemde zaken te herstellen om zo het volledige bedrag van de borg terug te krijgen, maar heeft daar geen gebruik van gemaakt. 4.3. Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5 De beoordeling 5.1. Op grond van artikel 7:261b Burgerlijk Wetboek (hierna: ‘BW’) kan in een huurovereenkomst worden bepaald dat de huurder een waarborgsom is verschuldigd strekkende tot zekerheid van hetgeen in de huurovereenkomst is overeengekomen. In het artikel is bepaald dat de verhuurder de waarborgsom binnen veertien dagen na beëindiging van de huurovereenkomst restitueert, tenzij: sprake is van schade als bedoeld in artikel 7:218 BW, in welk geval de verhuurder binnen dertig dagen na beëindiging van de huurovereenkomst het restant van de waarborgsom, na verrekening van aantoonbaar gemaakte kosten strekkende tot het herstel van de schade, restitueert; de huurder de verschuldigde huurprijs, servicekosten of energieprestatievergoeding nog niet heeft voldaan, in welk geval de verhuurder binnen dertig dagen na beëindiging van de huurovereenkomst het restant van de waarborgsom, na verrekening met deze nog door de [eisende partij] verschuldigde kosten, restitueert. Het artikel bepaalt verder dat de verhuurder de huurder schriftelijk in kennis stelt van een verrekening, waarbij een volledige kostenspecificatie aan de huurder wordt verstrekt. 5.2. Daarnaast zijn de algemene voorwaarden van toepassing. Artikel 19 van de huurovereenkomst: Huurder zal het gehuurde bij het einde van de huurovereenkomst aan verhuurder opleveren in de staat zoals beschreven in het proces-verbaal van oplevering, waarbij rekening wordt gehouden met normale slijtage en veroudering. Partijen zullen tijdig voor het einde van de huurovereenkomst een gezamenlijke voorinspectie uitvoeren. Naar aanleiding hiervan stelt verhuurder de huurder in staat om binnen 2 weken de gebreken die voor rekening van huurder komen, te herstellen. Na afloop van de periode van 2 weken vindt een gezamenlijke eindinspectie plaats. Deze vindt in ieder geval plaats uiterlijk op de laatste werkdag van de duur van de huurovereenkomst c.q de ontruiming van het gehuurde. Bij het einde van de huurovereenkomst zal huurder het gehuurde leeg en ontruimd, schoongemaakt en onder afgifte van sleutels opleveren. Indien huurder niet meewerkt aan de voor- of eindinspectie, kan de verhuurder een eenzijdige inspectie verrichten die bindend is voor de huurder. Indien huurder de geconstateerde gebreken niet tijdig en volledig heeft hersteld of het gehuurde bij het einde van de huurovereenkomst niet conform de bepaling in lid 4 heeft opgeleverd, is verhuurder gerechtigd deze op kosten van huurder zelf te laten verrichten. Gebruik van de wasmachine en de bank 5.3. [gedaagde partij] heeft [eisende partij] het gebruik van de wasmachine en bank om niet verschaft. [eisende partij] mocht deze goederen gebruiken, zonder dat daar een tegenprestatie tegenover stond. Het gebruik van deze goederen valt niet onder de huurovereenkomst tussen partijen. [gedaagde partij] kan de waarborgsom dan ook niet verrekenen met eventuele gebreken aan deze goederen. [gedaagde partij] moet de volledige waarborgsom aan [eisende partij] terugbetalen 5.4. Het uitgangspunt is dus dat de betaalde waarborgsom na beëindiging van de huurovereenkomst moet worden terugbetaald aan [eisende partij] , tenzij het beroep van [gedaagde partij] op verrekening slaagt. Daarvoor moet eerst worden gekeken of [gedaagde partij] gerechtigd is een deel van de door [eisende partij] betaalde borg te verrekenen met eventuele schade aan het gehuurde als bedoeld in artikel 7:218 BW. Voor beantwoording van deze vraag is onder meer van belang in welke staat [eisende partij] het gehuurde had moeten opleveren. 5.5. Uit de wet volgt dat een [eisende partij] verplicht is het gehuurde bij het einde van de huurovereenkomst weer ter beschikking van de [gedaagde partij] te stellen.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3361 text/xml public 2026-05-15T10:42:17 2026-04-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-18 11874289 RR25-15 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Bergen op Zoom Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3361 text/html public 2026-05-15T10:41:31 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3361 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-02-2026 / 11874289 RR25-15 Regelrechter. Verhuurder moet de volledige waarborgsom aan huurder terugbetalen. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Bergen op Zoom Zaaknummer: 11874289 RR25-15 Vonnis van 18 februari 2026 in de experimentele procedure bij de kantonrechter als regelrechter in de zaak van [eisende partij] , wonende te [plaats 1] eisende partij, hierna te noemen: [eisende partij] , procederend in persoon, tegen [gedaagde partij] , wonende te [plaats 2] gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde partij] procederend in persoon. 1 De zaak in het kort 1.1. De regelrechter komt in deze zaak tot het oordeel dat [gedaagde partij] het bedrag van € 487,50 – het resterende bedrag aan waarborgsom – moet terugbetalen. [gedaagde partij] mocht de waarborgsom niet inhouden. Dat [gedaagde partij] de waarborgsom mocht verrekenen met eventuele gebreken aan het gehuurde, is nergens uit gebleken. 2 De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het op 5 september 2025 ontvangen aanvraagformulier met bijlagen 1 tot en met 3; - het reactieformulier met bijlagen 1 tot en met 3; - de mondelinge behandeling van 19 januari 2026. 2.2. Aan het slot van de mondelinge behandeling is bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen. 3 De feiten 3.1. Partijen hebben een huurovereenkomst gesloten voor een appartement aan [adres] in [plaats 2] (hierna: ‘de woning’) voor de duur van 1 april 2024 tot en met 31 maart 2026. [eisende partij] heeft op 22 maart 2024 een waarborgsom betaald van € 975,00. 3.2. De huurovereenkomst is geëindigd op 31 juli 2025. [eisende partij] heeft op 23 juli 2025 de sleutels van de woning ingeleverd. 3.3. [gedaagde partij] heeft [eisende partij] op 27 juli 2025 bericht dat de helft van de borgsom wordt terugbetaald: “ Na een grondige inspectie van het appartement was ik onaangenaam verrast, hierbij de lijst van zaken waarvoor ik een gedeelte van je borg houd. - de binnenkant van het rubber van de wasmachine is zwart van de schimmel - de toiletbril in de badkamer is kapot - de douchecabine en wasbak zit vol met kalk - de bank heeft zwarte vlekken - er zitten nog zwarte rubbers op de posten afkomstig van de hekjes voor je hond De vraag is of ik de wasmachine nog gereinigt krijg en aangezien er aanstaande dinsdag foto's gemaakt worden voor de verkoop heb ik een schoonmaakster laten komen. Hierbij laat ik je weten per omgaande de helft van de borg a.d. € 487,50 aan je over te maken.” 3.4. [gedaagde partij] heeft de helft van de borgsom van € 487,50 op 27 juli 2025 terugbetaald. 3.5. [eisende partij] heeft [gedaagde partij] op 15 augustus 2025 een ingebrekestelling gestuurd voor het restant van de borgsom. 4 Het geschil De vordering 4.1. [eisende partij] vordert veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van € 487,50. [eisende partij] legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde partij] de helft van waarborgsom niet mocht inhouden. Het verweer 4.2. [gedaagde partij] voert verweer. Volgens [gedaagde partij] mocht hij de helft van de waarborgsom inhouden aangezien [eisende partij] zich niet aan de gemaakte opleverafspraken heeft gehouden, waardoor de wasmachine en het bankstel onherstelbaar zijn beschadigd. Tevens heeft [eisende partij] restanten van hondenhekjes op verschillende deurposten laten zitten, geen melding gedaan van een defecte toiletbril en heeft zij de douchecabine en wastafel in de badkamer niet schoon gehouden. Gedaagde heeft tweemaal de kans gehad om bovengenoemde zaken te herstellen om zo het volledige bedrag van de borg terug te krijgen, maar heeft daar geen gebruik van gemaakt. 4.3. Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5 De beoordeling 5.1. Op grond van artikel 7:261b Burgerlijk Wetboek (hierna: ‘BW’) kan in een huurovereenkomst worden bepaald dat de huurder een waarborgsom is verschuldigd strekkende tot zekerheid van hetgeen in de huurovereenkomst is overeengekomen. In het artikel is bepaald dat de verhuurder de waarborgsom binnen veertien dagen na beëindiging van de huurovereenkomst restitueert, tenzij: sprake is van schade als bedoeld in artikel 7:218 BW, in welk geval de verhuurder binnen dertig dagen na beëindiging van de huurovereenkomst het restant van de waarborgsom, na verrekening van aantoonbaar gemaakte kosten strekkende tot het herstel van de schade, restitueert; de huurder de verschuldigde huurprijs, servicekosten of energieprestatievergoeding nog niet heeft voldaan, in welk geval de verhuurder binnen dertig dagen na beëindiging van de huurovereenkomst het restant van de waarborgsom, na verrekening met deze nog door de [eisende partij] verschuldigde kosten, restitueert. Het artikel bepaalt verder dat de verhuurder de huurder schriftelijk in kennis stelt van een verrekening, waarbij een volledige kostenspecificatie aan de huurder wordt verstrekt. 5.2. Daarnaast zijn de algemene voorwaarden van toepassing. Artikel 19 van de huurovereenkomst: Huurder zal het gehuurde bij het einde van de huurovereenkomst aan verhuurder opleveren in de staat zoals beschreven in het proces-verbaal van oplevering, waarbij rekening wordt gehouden met normale slijtage en veroudering. Partijen zullen tijdig voor het einde van de huurovereenkomst een gezamenlijke voorinspectie uitvoeren. Naar aanleiding hiervan stelt verhuurder de huurder in staat om binnen 2 weken de gebreken die voor rekening van huurder komen, te herstellen. Na afloop van de periode van 2 weken vindt een gezamenlijke eindinspectie plaats. Deze vindt in ieder geval plaats uiterlijk op de laatste werkdag van de duur van de huurovereenkomst c.q de ontruiming van het gehuurde. Bij het einde van de huurovereenkomst zal huurder het gehuurde leeg en ontruimd, schoongemaakt en onder afgifte van sleutels opleveren. Indien huurder niet meewerkt aan de voor- of eindinspectie, kan de verhuurder een eenzijdige inspectie verrichten die bindend is voor de huurder. Indien huurder de geconstateerde gebreken niet tijdig en volledig heeft hersteld of het gehuurde bij het einde van de huurovereenkomst niet conform de bepaling in lid 4 heeft opgeleverd, is verhuurder gerechtigd deze op kosten van huurder zelf te laten verrichten. Gebruik van de wasmachine en de bank 5.3. [gedaagde partij] heeft [eisende partij] het gebruik van de wasmachine en bank om niet verschaft. [eisende partij] mocht deze goederen gebruiken, zonder dat daar een tegenprestatie tegenover stond. Het gebruik van deze goederen valt niet onder de huurovereenkomst tussen partijen. [gedaagde partij] kan de waarborgsom dan ook niet verrekenen met eventuele gebreken aan deze goederen. [gedaagde partij] moet de volledige waarborgsom aan [eisende partij] terugbetalen 5.4. Het uitgangspunt is dus dat de betaalde waarborgsom na beëindiging van de huurovereenkomst moet worden terugbetaald aan [eisende partij] , tenzij het beroep van [gedaagde partij] op verrekening slaagt. Daarvoor moet eerst worden gekeken of [gedaagde partij] gerechtigd is een deel van de door [eisende partij] betaalde borg te verrekenen met eventuele schade aan het gehuurde als bedoeld in artikel 7:218 BW. Voor beantwoording van deze vraag is onder meer van belang in welke staat [eisende partij] het gehuurde had moeten opleveren. 5.5. Uit de wet volgt dat een [eisende partij] verplicht is het gehuurde bij het einde van de huurovereenkomst weer ter beschikking van de [gedaagde partij] te stellen.