Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-24
ECLI:NL:RBZWB:2026:3348
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
2,917 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3348 text/xml public 2026-05-04T11:59:19 2026-04-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-24 C/02/446126 / FA RK 26-1380 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3348 text/html public 2026-05-01T12:37:16 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3348 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 24-03-2026 / C/02/446126 / FA RK 26-1380 Toewijzing RM 6 maanden RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/446126 / FA RK 26-1380 Datum uitspraak: 24 maart 2026 Beschikking rechterlijke machtiging op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1941 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [plaats] , advocaat mr. R.T.A.G. Keller uit [plaats] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 17 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 maart 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door haar advocaat; de casemanager, mevr. [naam 1] ; de dochter van betrokkene, mevr. [naam 2] . 2 Het verzoek Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden. 3 De standpunten 3.1. Betrokkene geeft aan dat zij niet van plan is ergens anders te gaan wonen. Zij blijft thuis wonen bij haar man. Ze krijgt hulp bij het huishouden en af en toe ondersteuning van haar dochters, maar verder kan zij haar dagelijkse zaken nog zelf regelen. Betrokkene benadrukt dat zij samen met haar man hard voor hun huis heeft gewerkt en niet wil vertrekken. 3.2. De casemanager verklaart, samengevat, dat het al lange tijd niet goed gaat met betrokkene in de thuissituatie. Er is veel onrust en betrokkene loopt steeds vaker weg. De afgelopen tijd is betrokkene iedere nacht in de weer. Zij is vaak boos op haar man, waardoor de zorg voor hem niet langer vol te houden is. Ondanks verschillende pogingen weigert betrokkene dagbesteding en/of hulp en de medicatie heeft geen verbetering gebracht in de onrust en boosheid van betrokkene. In overleg met de huisarts is besloten een verzoek tot rechterlijke machtiging in te dienen, omdat de thuissituatie onhoudbaar is geworden. 3.3. De advocaat bepleit, primair, afwijzing van het verzoek. Betrokkene is duidelijk in haar standpunt; zij wil thuis blijven wonen en er is niks met haar aan de hand. Volgens haar is er geen sprake van ernstig nadeel. Mocht de rechtbank toch besluiten dat een rechterlijke machtiging nodig is, dan verzoekt de advocaat subsidiair om de duur daarvan te beperken tot twee maanden, zodat er een moment van toetsing kan plaatsvinden om te beoordelen of betrokkene op een verantwoorde wijze kan terugkeren naar huis. 4 De beoordeling 4.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 4.2. Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene is gediagnosticeerd met dementie, type Alzheimer. 4.3. Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: - ernstige psychische schade; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang; - gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. 4.4. De rechtbank neemt daarbij het volgende in aanmerking. Betrokkene is gediagnosticeerd met Alzheimer en heeft een slecht kortetermijngeheugen. Zij is gedesoriënteerd in tijd, plaats en persoon en ervaart veel innerlijke onrust. Betrokkene dwaalt ’s nachts regelmatig rond en dwaalt ook overdag steeds vaker in de buurt. Het is al voorgekomen dat zij door de politie werd teruggebracht. Daarnaast is betrokkene snel achterdochtig en reageert zij vaak boos en fysiek agressief naar haar partner toe. Haar partner kan de zorg niet langer dragen en is ernstig overbelast. 4.5. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene heeft 24-uurszorg nodig. Dit kan haar in de thuissituatie niet geboden worden. 4.6. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene heeft duidelijk aangegeven dat zij niet wil verhuizen. Zij heeft geen ziekte-inzicht; ze heeft het idee dat er niks met haar aan de hand is en staat niet open voor hulp. 4.7. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene staat niet open voor hulp of dagbesteding. Zij is erg onrustig in de nacht. Dat kan niet met professionele hulp in de thuissituatie opgevangen worden. Daarnaast heeft betrokkene eerder medicatie gekregen, maar dat heeft onvoldoende invloed gehad. 4.8. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden. De rechtbank zal het subsidiaire verzoek van de advocaat om de duur van de machtiging te beperken afwijzen, omdat binnen een periode van zes maanden ook kan worden onderzocht of er mogelijkheden zijn voor een verantwoorde terugkeer naar huis. 5 De beslissing De rechtbank: 5.1. verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1941 in [geboorteplaats] ; 5.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 september 2026. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026 door mr. Benjaddi, rechter, in aanwezigheid van mr. Van Krieken, griffier en op schrift gesteld op 9 april 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3348 text/xml public 2026-05-04T11:59:19 2026-04-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-24 C/02/446126 / FA RK 26-1380 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3348 text/html public 2026-05-01T12:37:16 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3348 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 24-03-2026 / C/02/446126 / FA RK 26-1380 Toewijzing RM 6 maanden RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/446126 / FA RK 26-1380 Datum uitspraak: 24 maart 2026 Beschikking rechterlijke machtiging op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1941 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [plaats] , advocaat mr. R.T.A.G. Keller uit [plaats] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 17 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 maart 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door haar advocaat; de casemanager, mevr. [naam 1] ; de dochter van betrokkene, mevr. [naam 2] . 2 Het verzoek Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden. 3 De standpunten 3.1. Betrokkene geeft aan dat zij niet van plan is ergens anders te gaan wonen. Zij blijft thuis wonen bij haar man. Ze krijgt hulp bij het huishouden en af en toe ondersteuning van haar dochters, maar verder kan zij haar dagelijkse zaken nog zelf regelen. Betrokkene benadrukt dat zij samen met haar man hard voor hun huis heeft gewerkt en niet wil vertrekken. 3.2. De casemanager verklaart, samengevat, dat het al lange tijd niet goed gaat met betrokkene in de thuissituatie. Er is veel onrust en betrokkene loopt steeds vaker weg. De afgelopen tijd is betrokkene iedere nacht in de weer. Zij is vaak boos op haar man, waardoor de zorg voor hem niet langer vol te houden is. Ondanks verschillende pogingen weigert betrokkene dagbesteding en/of hulp en de medicatie heeft geen verbetering gebracht in de onrust en boosheid van betrokkene. In overleg met de huisarts is besloten een verzoek tot rechterlijke machtiging in te dienen, omdat de thuissituatie onhoudbaar is geworden. 3.3. De advocaat bepleit, primair, afwijzing van het verzoek. Betrokkene is duidelijk in haar standpunt; zij wil thuis blijven wonen en er is niks met haar aan de hand. Volgens haar is er geen sprake van ernstig nadeel. Mocht de rechtbank toch besluiten dat een rechterlijke machtiging nodig is, dan verzoekt de advocaat subsidiair om de duur daarvan te beperken tot twee maanden, zodat er een moment van toetsing kan plaatsvinden om te beoordelen of betrokkene op een verantwoorde wijze kan terugkeren naar huis. 4 De beoordeling 4.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 4.2. Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene is gediagnosticeerd met dementie, type Alzheimer. 4.3. Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: - ernstige psychische schade; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang; - gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. 4.4. De rechtbank neemt daarbij het volgende in aanmerking. Betrokkene is gediagnosticeerd met Alzheimer en heeft een slecht kortetermijngeheugen. Zij is gedesoriënteerd in tijd, plaats en persoon en ervaart veel innerlijke onrust. Betrokkene dwaalt ’s nachts regelmatig rond en dwaalt ook overdag steeds vaker in de buurt. Het is al voorgekomen dat zij door de politie werd teruggebracht. Daarnaast is betrokkene snel achterdochtig en reageert zij vaak boos en fysiek agressief naar haar partner toe. Haar partner kan de zorg niet langer dragen en is ernstig overbelast. 4.5. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene heeft 24-uurszorg nodig. Dit kan haar in de thuissituatie niet geboden worden. 4.6. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene heeft duidelijk aangegeven dat zij niet wil verhuizen. Zij heeft geen ziekte-inzicht; ze heeft het idee dat er niks met haar aan de hand is en staat niet open voor hulp. 4.7. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene staat niet open voor hulp of dagbesteding. Zij is erg onrustig in de nacht. Dat kan niet met professionele hulp in de thuissituatie opgevangen worden. Daarnaast heeft betrokkene eerder medicatie gekregen, maar dat heeft onvoldoende invloed gehad. 4.8. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden. De rechtbank zal het subsidiaire verzoek van de advocaat om de duur van de machtiging te beperken afwijzen, omdat binnen een periode van zes maanden ook kan worden onderzocht of er mogelijkheden zijn voor een verantwoorde terugkeer naar huis. 5 De beslissing De rechtbank: 5.1. verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1941 in [geboorteplaats] ; 5.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 september 2026. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026 door mr. Benjaddi, rechter, in aanwezigheid van mr. Van Krieken, griffier en op schrift gesteld op 9 april 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.