Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-23
ECLI:NL:RBZWB:2026:3291
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
4,001 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3291 text/xml public 2026-05-04T11:09:19 2026-04-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-23 C/02/444950 / JE RK 26-247 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3291 text/html public 2026-05-04T11:09:07 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3291 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 23-03-2026 / C/02/444950 / JE RK 26-247 Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/444950 / JE RK 26-247 Datum uitspraak: 23 maart 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2021 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] , advocaat mr. R.G.J. van Kerkhof uit Gilze, [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat mr. A. Koop-van Vliet uit Breda, FAMILIE [de pleegouders] , hierna te noemen de pleegouders, wonende op een bij de rechtbank bekend adres. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 10 februari 2026; - het bericht van mr. Van Kerkhof met bijlagen van 6 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: de vader met zijn advocaat; de moeder met haar advocaat; de pleegmoeder; - een vertegenwoordiger van de GI. 2 De feiten 2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. Bij beschikking van 13 maart 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] laatstelijk verlengd tot 24 maart 2026. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 24 december 2025. 2.3. Bij beschikking van 23 december 2025 heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg laatstelijk verlengd tot 24 maart 2026. 2.4. [minderjarige] verblijft in een (perspectief biedend) pleeggezin. 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. Namens de GI wordt aangevoerd dat [minderjarige] sinds 22 maart 2025 in het huidige perspectiefbiedende pleeggezin woont. Bij beschikking van 10 januari 2025 heeft de kinderrechter bepaald dat het perspectief van [minderjarige] niet langer bij een van de ouders ligt en dat de GI niet meer hoeft te werken aan terugplaatsing van [minderjarige] bij een van de ouders. Binnen het pleeggezin gaat het goed met [minderjarige] . Het pleeggezin is echter nog een startend pleeggezin en [minderjarige] is een meisje dat veel heeft meegemaakt in haar jonge leventje. Voor [minderjarige] moet bekeken worden welke hulp zij nodig heeft om haar verleden te verwerken. Ook voor de pleegouders zal passende begeleiding worden ingezet om een veilige en stabiele hechting van [minderjarige] binnen het pleeggezin verder te bevorderen. Hiervoor wordt [hulpserlening] ingezet. Volgens de GI zien beide ouders in dat [minderjarige] op haar plek zit in het pleeggezin. De bezoeken tussen [minderjarige] en beide ouders afzonderlijk verlopen goed. De komende periode zal worden bekeken of de omgang kan worden uitgebreid. De GI is van mening dat het op dit moment te vroeg is om de ouders binnen het vrijwillige kader verder te laten gaan. Enerzijds omdat de ouders tijd nodig hebben om te accepteren dat [minderjarige] niet meer bij hen zal wonen. Anderzijds omdat er op dit moment geen communicatie tussen de ouders is. Voordat een overdracht naar het vrijwillige kader mogelijk is, zullen er goede voorzieningen getroffen moeten worden zodat het contact tussen de ouders veilig kan plaatsvinden. Bij een verlenging moet komend jaar duidelijk worden of de situatie rustig genoeg is om verder te verduurzamen/verstevigen en in te zetten op een stevig borgingsplan waarmee het mogelijk is om toe te werken naar het vrijwillige kader of dat een gezagsbeëindigende maatregel toch noodzakelijk is. De insteek van de GI is een overdracht naar het vrijwillige kader. 4.2. Door en namens de moeder wordt ingestemd met het verzoek van de GI. Het klopt dat de moeder de plaatsing in het perspectiefbiedende pleeggezin ondersteunt en dat zij inziet dat het in het belang van [minderjarige] is dat zij hier verder zal opgroeien, maar in haar hart wil de moeder zelf nog voor [minderjarige] zorgen. De moeder ziet dat het goed gaat met [minderjarige] in het pleeggezin en dat draagt bij aan berusting. De moeder hoopt dat de omgang op termijn kan worden uitgebreid. Aan de wettelijke vereisten van het verzoek wordt voldaan, gelet waarop het verzoek kan worden toegewezen. Indien de maatregelen worden beperkt in duur, verzoekt de moeder het resterende deel niet aan te houden maar af te wijzen. Zij wil voorkomen dat er opnieuw een zitting dient plaats te vinden. 4.3. Door en namens de vader wordt aangevoerd dat beide ouders een grote positieve ontwikkeling hebben doorgemaakt. In de situatie van beide ouders is rust en zij berusten in de plaatsing van [minderjarige] in het pleeggezin. [minderjarige] ontwikkelt zich goed in het huidige pleeggezin en omdat de plaatsing door beide ouders wordt geaccepteerd, kan een overdracht plaatsvinden naar het vrijwillige kader. Voor nu is voldaan aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing, maar op zeker moment gaat het schuren. Gelet op de huidige positieve ontwikkelingen verzoekt de vader de maatregelen in duur te beperken tot negen maanden, zodat gedurende deze periode de overdracht naar het vrijwillige kader kan plaatsvinden. De komende maanden kan dan ook worden gewerkt aan de communicatie tussen de ouders. 4.4. De pleegmoeder geeft aan dat het goed gaat met [minderjarige] . Via [pleegzorg] zal de hulpverlening [hulpserlening] worden ingezet. Het is nog niet bekend wanneer deze hulpverlening gaat starten en hoe lang deze hulpverlening zal duren. Ook op school wordt gezien dat het goed gaat met [minderjarige] . Ze heeft er nog wel moeite mee als zij wordt teleurgesteld, bijvoorbeeld wanneer een speelafspraak niet doorgaat, en met de hulpverlening zal worden bekeken hoe pleegouders [minderjarige] daarin kunnen begeleiden. De bezoeken van [minderjarige] met haar ouders verlopen goed. 5 De beoordeling 5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van haar verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.2. Op grond van de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is de kinderrechter van oordeel dat er nog immer sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij [minderjarige] , voortkomend uit de tijd dat zij nog bij haar ouders woonde en [minderjarige] getuige en slachtoffer is geweest van huiselijk geweld. [minderjarige] verblijft inmiddels een jaar in het huidige perspectiefbiedende pleeggezin. Zij ontwikkelt zich hier goed en de plaatsing in het pleeggezin wordt ondersteund door de ouders. Dat is zeer positief. 5.3.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3291 text/xml public 2026-05-04T11:09:19 2026-04-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-23 C/02/444950 / JE RK 26-247 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3291 text/html public 2026-05-04T11:09:07 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3291 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 23-03-2026 / C/02/444950 / JE RK 26-247 Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/444950 / JE RK 26-247 Datum uitspraak: 23 maart 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2021 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] , advocaat mr. R.G.J. van Kerkhof uit Gilze, [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat mr. A. Koop-van Vliet uit Breda, FAMILIE [de pleegouders] , hierna te noemen de pleegouders, wonende op een bij de rechtbank bekend adres. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 10 februari 2026; - het bericht van mr. Van Kerkhof met bijlagen van 6 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: de vader met zijn advocaat; de moeder met haar advocaat; de pleegmoeder; - een vertegenwoordiger van de GI. 2 De feiten 2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. Bij beschikking van 13 maart 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] laatstelijk verlengd tot 24 maart 2026. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 24 december 2025. 2.3. Bij beschikking van 23 december 2025 heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg laatstelijk verlengd tot 24 maart 2026. 2.4. [minderjarige] verblijft in een (perspectief biedend) pleeggezin. 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. Namens de GI wordt aangevoerd dat [minderjarige] sinds 22 maart 2025 in het huidige perspectiefbiedende pleeggezin woont. Bij beschikking van 10 januari 2025 heeft de kinderrechter bepaald dat het perspectief van [minderjarige] niet langer bij een van de ouders ligt en dat de GI niet meer hoeft te werken aan terugplaatsing van [minderjarige] bij een van de ouders. Binnen het pleeggezin gaat het goed met [minderjarige] . Het pleeggezin is echter nog een startend pleeggezin en [minderjarige] is een meisje dat veel heeft meegemaakt in haar jonge leventje. Voor [minderjarige] moet bekeken worden welke hulp zij nodig heeft om haar verleden te verwerken. Ook voor de pleegouders zal passende begeleiding worden ingezet om een veilige en stabiele hechting van [minderjarige] binnen het pleeggezin verder te bevorderen. Hiervoor wordt [hulpserlening] ingezet. Volgens de GI zien beide ouders in dat [minderjarige] op haar plek zit in het pleeggezin. De bezoeken tussen [minderjarige] en beide ouders afzonderlijk verlopen goed. De komende periode zal worden bekeken of de omgang kan worden uitgebreid. De GI is van mening dat het op dit moment te vroeg is om de ouders binnen het vrijwillige kader verder te laten gaan. Enerzijds omdat de ouders tijd nodig hebben om te accepteren dat [minderjarige] niet meer bij hen zal wonen. Anderzijds omdat er op dit moment geen communicatie tussen de ouders is. Voordat een overdracht naar het vrijwillige kader mogelijk is, zullen er goede voorzieningen getroffen moeten worden zodat het contact tussen de ouders veilig kan plaatsvinden. Bij een verlenging moet komend jaar duidelijk worden of de situatie rustig genoeg is om verder te verduurzamen/verstevigen en in te zetten op een stevig borgingsplan waarmee het mogelijk is om toe te werken naar het vrijwillige kader of dat een gezagsbeëindigende maatregel toch noodzakelijk is. De insteek van de GI is een overdracht naar het vrijwillige kader. 4.2. Door en namens de moeder wordt ingestemd met het verzoek van de GI. Het klopt dat de moeder de plaatsing in het perspectiefbiedende pleeggezin ondersteunt en dat zij inziet dat het in het belang van [minderjarige] is dat zij hier verder zal opgroeien, maar in haar hart wil de moeder zelf nog voor [minderjarige] zorgen. De moeder ziet dat het goed gaat met [minderjarige] in het pleeggezin en dat draagt bij aan berusting. De moeder hoopt dat de omgang op termijn kan worden uitgebreid. Aan de wettelijke vereisten van het verzoek wordt voldaan, gelet waarop het verzoek kan worden toegewezen. Indien de maatregelen worden beperkt in duur, verzoekt de moeder het resterende deel niet aan te houden maar af te wijzen. Zij wil voorkomen dat er opnieuw een zitting dient plaats te vinden. 4.3. Door en namens de vader wordt aangevoerd dat beide ouders een grote positieve ontwikkeling hebben doorgemaakt. In de situatie van beide ouders is rust en zij berusten in de plaatsing van [minderjarige] in het pleeggezin. [minderjarige] ontwikkelt zich goed in het huidige pleeggezin en omdat de plaatsing door beide ouders wordt geaccepteerd, kan een overdracht plaatsvinden naar het vrijwillige kader. Voor nu is voldaan aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing, maar op zeker moment gaat het schuren. Gelet op de huidige positieve ontwikkelingen verzoekt de vader de maatregelen in duur te beperken tot negen maanden, zodat gedurende deze periode de overdracht naar het vrijwillige kader kan plaatsvinden. De komende maanden kan dan ook worden gewerkt aan de communicatie tussen de ouders. 4.4. De pleegmoeder geeft aan dat het goed gaat met [minderjarige] . Via [pleegzorg] zal de hulpverlening [hulpserlening] worden ingezet. Het is nog niet bekend wanneer deze hulpverlening gaat starten en hoe lang deze hulpverlening zal duren. Ook op school wordt gezien dat het goed gaat met [minderjarige] . Ze heeft er nog wel moeite mee als zij wordt teleurgesteld, bijvoorbeeld wanneer een speelafspraak niet doorgaat, en met de hulpverlening zal worden bekeken hoe pleegouders [minderjarige] daarin kunnen begeleiden. De bezoeken van [minderjarige] met haar ouders verlopen goed. 5 De beoordeling 5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van haar verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.2. Op grond van de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is de kinderrechter van oordeel dat er nog immer sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij [minderjarige] , voortkomend uit de tijd dat zij nog bij haar ouders woonde en [minderjarige] getuige en slachtoffer is geweest van huiselijk geweld. [minderjarige] verblijft inmiddels een jaar in het huidige perspectiefbiedende pleeggezin. Zij ontwikkelt zich hier goed en de plaatsing in het pleeggezin wordt ondersteund door de ouders. Dat is zeer positief. 5.3.