Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-20
ECLI:NL:RBZWB:2026:3214
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
3,933 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3214 text/xml public 2026-05-04T09:45:20 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-20 C/02/445937 / FA RK 26-1274 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3214 text/html public 2026-04-29T14:46:05 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3214 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 20-03-2026 / C/02/445937 / FA RK 26-1274 Zorgmachtiging aansluiend op zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden. Aan de wettelijke vereisten is voldaan. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/445937 / FA RK 26-1274 Datum uitspraak: 20 maart 2026 Beschikking zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1986 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [plaats 1] , advocaat mr. J.J. van 't Hoff uit Tilburg . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 11 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 maart 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door haar advocaat; de heer [naam 1] , psychiater, telefonisch gehoord; [naam 2] , zorgverlener, helpende plus 1.3. Tevens was een stagiaire van mr. Van ’t Hoff aanwezig tijdens de mondelinge behandeling, maar zij is niet gehoord. 1.4. De curator van betrokkene, mevrouw [naam 3] , was niet aanwezig tijdens de mondelinge behandeling. Uit de stukken blijkt dat de curator akkoord is met het verzoek. 1.5. De officier van justitie is zoals zij reeds aangaf in het verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord. 1.6. Aanvankelijk was betrokkene aanwezig tijdens de mondelinge behandeling. Toen de rechtbank telefonisch contact legde met de psychiater, verliet ze in haast de ruimte om naar haar kamer te gaan. Betrokkene wilde volgens een medewerker van het [accommodatie 1] niet meer bij de mondelinge behandeling aanwezig zijn. Nu de rechtbank, gelet op de wet, zelf moet vaststellen dat betrokkene niet bereid is gehoord te worden, heeft de rechtbank dit aan haar gevraagd in haar kamer. Betrokkene heeft toen haar visie op het verzoek kenbaar gemaakt. Daarna is de mondelinge behandeling voortgezet in afwezigheid van betrokkene. Betrokkene en de advocaat hadden hiertegen geen bezwaar. 2 Wat vaststaat 2.1. De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 6 mei 2026. 2.2. Betrokkene is onder curatele gesteld. 3 Het verzoek 3.1. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden. 4 De standpunten 4.1. Betrokkene zegt dat ze een zorgmachtiging niet erg vindt. Ze wil medicijnen nemen en maandelijks een gesprek voeren met zorgverleners. Betrokkene zegt wel liever op de [afdeling] te verblijven. 4.2. De zorgverlener zegt dat het nu beter gaat met betrokkene dan op het moment dat zij hier binnen kwam. Uit de politierapportages blijkt betrokkene goed te zijn gestabiliseerd en daar is de zorgverlener het ook mee eens. Over het algemeen is er meer structuur bij betrokkene, maar ze is ook nog weleens weg. Betrokkene gebruikt nog wel van alles qua middelen. 4.3. De psychiater zegt dat betrokkene weerstand heeft tegen een depot en antipsychotica. De ene keer accepteert ze het depot onder protest en soms is er wel echt begeleiding en politie nodig. De psychiater zegt dat betrokkene sinds ze in het [accommodatie 1] verblijft haar leven kan leiden zoals ze dat leidt, maar het lijntje blijft dun. Dit komt ook door de mensen uit het gebruikersmilieu waar ze mee omgaat. De psychiater is op zich tevreden over hoe het nu gaat, maar daar zijn het depot en het [accommodatie 1] bij nodig. Er is sprake van triple problematiek. De psychotische stoornis en verslavingsstoornis zijn voorliggend. Een plek bij [accommodatie 2] in [plaats 2] zou passend kunnen zijn voor betrokkene, maar deze plekken zijn schaars met enorme wachtlijsten. 4.4. De advocaat zegt dat betrokkene achter een zorgmachtiging kan staan. De advocaat pleit voor enkel het toewijzen van de vorm van verplichte zorg ‘het toedienen van medicatie’, want daarin is betrokkene ambivalent. De advocaat zou het prettig vinden als kan worden gekeken naar een depot welke eens in de drie maanden wordt gegeven, omdat het steeds zo’n strijd is om het depot te plaatsen. De advocaat vindt het aanbrengen van beperkingen niet noodzakelijk omdat de zorg betrokkene uiteindelijk niet dwingt tot het voeren van gesprekken. 4.5. Uit de stukken blijkt dat de curator achter een verlenging van de zorgmachtiging staat. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofrenie, een stoornis in het gebruik van middelen, een borderline persoonlijkheidsstoornis en een licht verstandelijke beperking. 5.3. Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: - levensgevaar; - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang; - het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag; - gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. 5.4. De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene voor overlast zorgt en agressief is richting derden. Betrokkene brengt zichzelf in gevaarlijke situaties die zij niet of beperkt kan overzien. Betrokkene is onvoorspelbaar in contact. Ze heeft goede dagen waarin ze vriendelijk is, maar het merendeel van de dagen houdt ze het contact af en is ze onvoorspelbaar. Zo heeft ze onlangs een bierflesje naar het hoofd van de begeleiding gegooid. Betrokkene verblijft in een beschermde woonvorm van [accommodatie 1] , maar is de afgelopen periode meermaals fysiek mishandeld in het gebruikersmilieu. Betrokkene loopt het risico dat er misbruik van haar wordt gemaakt, omdat het gebruikersmilieu naar haar blijft lonken. Daarnaast verwaarloost betrokkene zichzelf en bestaat er een risico op een zwangerschap en/of SOA omdat betrokkene zich met enige regelmaat kwetsbaar en ondoordacht opstelt bij seksuele contacten. Verder dreigt betrokkene haar woonplek te verliezen omdat zij zich onvoldoende laat begeleiden en ook agressief is richting hulpverleners. 5.5. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig. 5.6. Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft geen ziektebesef en ziekte-inzicht en is niet gemotiveerd om iets te veranderen aan haar situatie. Betrokkene is afwerend en geagiteerd richting behandelaren. Ten aanzien van het toedienen van het depot is betrokkene wisselend. De ene keer accepteert betrokkene het depot onder protest en de andere keer is er begeleiding en politie nodig. De rechtbank heeft daardoor onvoldoende vertrouwen in zorg op vrijwillige basis. Daarom is verplichte zorg nodig. 5.7. De verzochte vormen van verplichte zorg zijn tijdens de mondelinge behandeling besproken. 5.8. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn: - het toedienen van medicatie; het verrichten van medische controles; het aanbrengen beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen. 5.8.1.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3214 text/xml public 2026-05-04T09:45:20 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-20 C/02/445937 / FA RK 26-1274 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3214 text/html public 2026-04-29T14:46:05 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3214 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 20-03-2026 / C/02/445937 / FA RK 26-1274 Zorgmachtiging aansluiend op zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden. Aan de wettelijke vereisten is voldaan. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/445937 / FA RK 26-1274 Datum uitspraak: 20 maart 2026 Beschikking zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1986 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [plaats 1] , advocaat mr. J.J. van 't Hoff uit Tilburg . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 11 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 maart 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door haar advocaat; de heer [naam 1] , psychiater, telefonisch gehoord; [naam 2] , zorgverlener, helpende plus 1.3. Tevens was een stagiaire van mr. Van ’t Hoff aanwezig tijdens de mondelinge behandeling, maar zij is niet gehoord. 1.4. De curator van betrokkene, mevrouw [naam 3] , was niet aanwezig tijdens de mondelinge behandeling. Uit de stukken blijkt dat de curator akkoord is met het verzoek. 1.5. De officier van justitie is zoals zij reeds aangaf in het verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord. 1.6. Aanvankelijk was betrokkene aanwezig tijdens de mondelinge behandeling. Toen de rechtbank telefonisch contact legde met de psychiater, verliet ze in haast de ruimte om naar haar kamer te gaan. Betrokkene wilde volgens een medewerker van het [accommodatie 1] niet meer bij de mondelinge behandeling aanwezig zijn. Nu de rechtbank, gelet op de wet, zelf moet vaststellen dat betrokkene niet bereid is gehoord te worden, heeft de rechtbank dit aan haar gevraagd in haar kamer. Betrokkene heeft toen haar visie op het verzoek kenbaar gemaakt. Daarna is de mondelinge behandeling voortgezet in afwezigheid van betrokkene. Betrokkene en de advocaat hadden hiertegen geen bezwaar. 2 Wat vaststaat 2.1. De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 6 mei 2026. 2.2. Betrokkene is onder curatele gesteld. 3 Het verzoek 3.1. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden. 4 De standpunten 4.1. Betrokkene zegt dat ze een zorgmachtiging niet erg vindt. Ze wil medicijnen nemen en maandelijks een gesprek voeren met zorgverleners. Betrokkene zegt wel liever op de [afdeling] te verblijven. 4.2. De zorgverlener zegt dat het nu beter gaat met betrokkene dan op het moment dat zij hier binnen kwam. Uit de politierapportages blijkt betrokkene goed te zijn gestabiliseerd en daar is de zorgverlener het ook mee eens. Over het algemeen is er meer structuur bij betrokkene, maar ze is ook nog weleens weg. Betrokkene gebruikt nog wel van alles qua middelen. 4.3. De psychiater zegt dat betrokkene weerstand heeft tegen een depot en antipsychotica. De ene keer accepteert ze het depot onder protest en soms is er wel echt begeleiding en politie nodig. De psychiater zegt dat betrokkene sinds ze in het [accommodatie 1] verblijft haar leven kan leiden zoals ze dat leidt, maar het lijntje blijft dun. Dit komt ook door de mensen uit het gebruikersmilieu waar ze mee omgaat. De psychiater is op zich tevreden over hoe het nu gaat, maar daar zijn het depot en het [accommodatie 1] bij nodig. Er is sprake van triple problematiek. De psychotische stoornis en verslavingsstoornis zijn voorliggend. Een plek bij [accommodatie 2] in [plaats 2] zou passend kunnen zijn voor betrokkene, maar deze plekken zijn schaars met enorme wachtlijsten. 4.4. De advocaat zegt dat betrokkene achter een zorgmachtiging kan staan. De advocaat pleit voor enkel het toewijzen van de vorm van verplichte zorg ‘het toedienen van medicatie’, want daarin is betrokkene ambivalent. De advocaat zou het prettig vinden als kan worden gekeken naar een depot welke eens in de drie maanden wordt gegeven, omdat het steeds zo’n strijd is om het depot te plaatsen. De advocaat vindt het aanbrengen van beperkingen niet noodzakelijk omdat de zorg betrokkene uiteindelijk niet dwingt tot het voeren van gesprekken. 4.5. Uit de stukken blijkt dat de curator achter een verlenging van de zorgmachtiging staat. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofrenie, een stoornis in het gebruik van middelen, een borderline persoonlijkheidsstoornis en een licht verstandelijke beperking. 5.3. Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: - levensgevaar; - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang; - het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag; - gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. 5.4. De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene voor overlast zorgt en agressief is richting derden. Betrokkene brengt zichzelf in gevaarlijke situaties die zij niet of beperkt kan overzien. Betrokkene is onvoorspelbaar in contact. Ze heeft goede dagen waarin ze vriendelijk is, maar het merendeel van de dagen houdt ze het contact af en is ze onvoorspelbaar. Zo heeft ze onlangs een bierflesje naar het hoofd van de begeleiding gegooid. Betrokkene verblijft in een beschermde woonvorm van [accommodatie 1] , maar is de afgelopen periode meermaals fysiek mishandeld in het gebruikersmilieu. Betrokkene loopt het risico dat er misbruik van haar wordt gemaakt, omdat het gebruikersmilieu naar haar blijft lonken. Daarnaast verwaarloost betrokkene zichzelf en bestaat er een risico op een zwangerschap en/of SOA omdat betrokkene zich met enige regelmaat kwetsbaar en ondoordacht opstelt bij seksuele contacten. Verder dreigt betrokkene haar woonplek te verliezen omdat zij zich onvoldoende laat begeleiden en ook agressief is richting hulpverleners. 5.5. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig. 5.6. Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft geen ziektebesef en ziekte-inzicht en is niet gemotiveerd om iets te veranderen aan haar situatie. Betrokkene is afwerend en geagiteerd richting behandelaren. Ten aanzien van het toedienen van het depot is betrokkene wisselend. De ene keer accepteert betrokkene het depot onder protest en de andere keer is er begeleiding en politie nodig. De rechtbank heeft daardoor onvoldoende vertrouwen in zorg op vrijwillige basis. Daarom is verplichte zorg nodig. 5.7. De verzochte vormen van verplichte zorg zijn tijdens de mondelinge behandeling besproken. 5.8. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn: - het toedienen van medicatie; het verrichten van medische controles; het aanbrengen beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen. 5.8.1.