Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-20
ECLI:NL:RBZWB:2026:3202
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
3,949 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3202 text/xml public 2026-05-04T09:48:49 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-20 C/02/442321 / FA RK 25-6071 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3202 text/html public 2026-04-30T10:01:43 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3202 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 20-03-2026 / C/02/442321 / FA RK 25-6071 Artikel 1:253t BW - gezamenlijk gezag moeder en oma - feitelijk neemt oma, als hoofdopvoeder, al jaren gezagsbeslissingen - gezamenlijk gezag is passend bij de situatie. beschikking RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/442321 / FA RK 25-6071 Datum uitspraak: 20 maart 2026 beschikking over gezamenlijk gezag in de zaak van [de moeder] , hierna: de moeder, wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. N.A. Boelhouwer in Tilburg, en [de oma (mz)] , hierna: de oma (moederzijde), wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. N.A. Boelhouwer in Tilburg, over de minderjarige: - [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2017, hierna: [minderjarige] . Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd. 1 Het procesverloop 1.1. Het procesverloop bestaat uit de volgende stukken: - het op 24 november 2025 ontvangen verzoek met bijlagen; - het keuzeformulier van [minderjarige] van 28 januari 2026, ingekomen bij de griffie op 29 januari 2026. 1.2. Op 13 maart 2026 heeft de rechtbank het verzoek mondeling behandeld tijdens de zitting met gesloten deuren. Bij die zitting zijn aanwezig en gehoord: - de moeder bijgestaan door haar advocaat; - de oma, bijgestaan door haar advocaat en een tolk in de Arabische taal; - een medewerkster namens de Raad. 1.3. Met bijzondere toestemming van de rechtbank is als toehoorder bij de zitting aanwezig, mevrouw [naam] , medewerkster van [hulpverlening]. 1.4. [minderjarige] is, gelet op haar leeftijd, in de gelegenheid gesteld om haar mening kenbaar te maken tijdens een zogenoemd ‘kindgesprek’. Hiervan heeft zij geen gebruik gemaakt. De rechtbank heeft op 29 januari 2026 een keuzeformulier ontvangen waarin [minderjarige] aangeeft niet op een kindgesprek te zullen komen en geen brief te zullen schrijven. Zij geeft daarbij wel het volgende aan: Ze mogen allebei beslissen. Oma en mama mogen allebei kiezen. 2 De feiten 2.1. De moeder is van rechtswege belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. De vader van [minderjarige] is niet in beeld. 2.3. [minderjarige] woont bij de oma. De oma, tevens pleegmoeder van [minderjarige] , zorgt sinds 2019 fulltime voor [minderjarige] . De moeder woont elders. 3 Het verzoek 3.1. De moeder en de oma verzoeken gezamenlijk om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat zij samen het gezag zullen uitoefenen over [minderjarige] . 4 De standpunten en het advies van de Raad 4.1. Ter onderbouwing van en in aanvulling op het verzoek is door en namens de moeder en de oma, samengevat, het volgende aangevoerd. Het gaat goed met [minderjarige] bij de oma. Zij is leergierig, sociaal en heeft vriendinnetjes. Ook met de gezondheid van [minderjarige] gaat het goed. [minderjarige] woont al jaren bij de oma en zij kan daar ook blijven wonen. De moeder ziet [minderjarige] regelmatig, maar niet op vaste tijden. De moeder probeert wekelijks bij [minderjarige] en de oma langs te gaan. Volgens de moeder is zij eerder, met fases, in en uit het leven van [minderjarige] geweest. De oma heeft tijdens die periodes altijd goed voor [minderjarige] gezorgd. De oma maakt daarin ook de juiste keuzes. De moeder volgt de oma hier dan ook in. Wanneer er gezagsbeslissingen moeten worden genomen, zijn de moeder en de oma het met elkaar eens. Mocht de moeder in de toekomst onverhoopt uit beeld raken, dan is de oma - wanneer zij ook met het gezag is belast - in de gelegenheid om de rechtbank om vervangende toestemming te verzoeken. Mocht de moeder komen te overlijden, dan is voor [minderjarige] duidelijk dat de oma de gezagsbeslissingen alleen zal nemen. Er hoeft dan niets meer geregeld te worden. 4.2. De Raad adviseert de rechtbank, samengevat, als volgt. De Raad complimenteert de moeder en de oma voor de wijze waarop zij dit verzoek samen insteken. Zij zoeken altijd samen de oplossing. Dat is voor [minderjarige] de beste boodschap die zij kan krijgen. De Raad acht een toewijzing van het verzoek aangewezen. Het verzoek is weloverwogen en in goed overleg tussen de moeder en de oma tot stand gekomen. Hun verstandhouding is prettig en zij hebben de afgelopen jaren aangetoond dingen samen te kunnen regelen. 5 De beoordeling Wat zegt de wet? 5.1. Op grond van artikel 1:253t eerste lid van het Burgerlijk Wetboek ( hierna: BW) kan de rechtbank op gezamenlijk verzoek van de met het gezag belaste ouder en een ander dan de ouder, die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat, hen gezamenlijk met het gezag over het kind belasten. 5.2. In het geval dat het kind tevens in een familierechtelijke betrekking staat tot een andere ouder wordt het verzoek op grond van het tweede lid van voornoemd artikel slechts toegewezen, indien; ( a) de ouder en de ander op de dag van het verzoek gedurende ten minste een aaneengesloten periode van een jaar onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek gezamenlijk de zorg voor het kind hebben gehad en ( b) de ouder die het verzoek doet op de dag van het verzoek gedurende ten minste een aaneengesloten periode van drie jaren alleen met het gezag over het kind belast is geweest. 5.3. Het verzoek wordt op grond van artikel 1:253t derde lid BW afgewezen indien, mede in het licht van de belangen van een andere ouder, gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd. Inhoudelijke beoordeling 5.4. Uit de overlegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken, is gebleken dat [minderjarige] sinds 2019 fulltime bij de oma woont. De oma is al jaren haar hoofdopvoeder, omdat de moeder niet in staat is om volledig voor [minderjarige] te zorgen. In de praktijk neemt de oma de gezagsbeslissingen en volgt de moeder de oma hierin. De moeder vertrouwt de oma dat zij voor [minderjarige] de juiste keuzes maakt. 5.5. De vader van [minderjarige] is niet in beeld. Hij heeft [minderjarige] niet erkend. [minderjarige] staat niet tevens in een familierechtelijke betrekking tot een andere ouder. Dat betekent dat voor toewijzing van het verzoek alleen voldaan moet zijn aan het eerste lid van 1:253t BW. 5.6. De vraag of er sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen [minderjarige] en de oma beantwoordt de rechtbank positief, met verwijzing naar hetgeen hiervoor is weergegeven in rechtsoverweging 5.4. 5.7. Vervolgens dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of er voor de in het derde lid van artikel 1:253t BW bedoelde vrees redenen zijn. Die vraagt beantwoordt de rechtbank negatief; die redenen zijn er niet. 5.8. Het voorgaande leidt ertoe, en daarin volgt de rechtbank de Raad, dat het verzoek kan worden toegewezen. Niet alleen voldoet het verzoek aan de vereisten die de wet stelt, het is ook passend bij de huidige situatie en wordt in het belang van [minderjarige] geacht. De moeder en de oma nemen feitelijk al jaren samen beslissingen over [minderjarige] , wat nooit tot problemen heeft geleid. De rechtbank heeft er alle vertrouwen in dat de moeder en de oma deze lijn bij gezamenlijk gezag zullen voortzetten. 5.9. De rechtbank bepaalt daarbij dat hiervan aantekening zal worden gemaakt in het in artikel 1:244 BW genoemde openbare gezagsregister. 5.10. Dit leidt tot de volgende beslissing. 6 De beslissing De rechtbank: 6.1.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3202 text/xml public 2026-05-04T09:48:49 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-20 C/02/442321 / FA RK 25-6071 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3202 text/html public 2026-04-30T10:01:43 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3202 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 20-03-2026 / C/02/442321 / FA RK 25-6071 Artikel 1:253t BW - gezamenlijk gezag moeder en oma - feitelijk neemt oma, als hoofdopvoeder, al jaren gezagsbeslissingen - gezamenlijk gezag is passend bij de situatie. beschikking RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/442321 / FA RK 25-6071 Datum uitspraak: 20 maart 2026 beschikking over gezamenlijk gezag in de zaak van [de moeder] , hierna: de moeder, wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. N.A. Boelhouwer in Tilburg, en [de oma (mz)] , hierna: de oma (moederzijde), wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. N.A. Boelhouwer in Tilburg, over de minderjarige: - [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2017, hierna: [minderjarige] . Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd. 1 Het procesverloop 1.1. Het procesverloop bestaat uit de volgende stukken: - het op 24 november 2025 ontvangen verzoek met bijlagen; - het keuzeformulier van [minderjarige] van 28 januari 2026, ingekomen bij de griffie op 29 januari 2026. 1.2. Op 13 maart 2026 heeft de rechtbank het verzoek mondeling behandeld tijdens de zitting met gesloten deuren. Bij die zitting zijn aanwezig en gehoord: - de moeder bijgestaan door haar advocaat; - de oma, bijgestaan door haar advocaat en een tolk in de Arabische taal; - een medewerkster namens de Raad. 1.3. Met bijzondere toestemming van de rechtbank is als toehoorder bij de zitting aanwezig, mevrouw [naam] , medewerkster van [hulpverlening]. 1.4. [minderjarige] is, gelet op haar leeftijd, in de gelegenheid gesteld om haar mening kenbaar te maken tijdens een zogenoemd ‘kindgesprek’. Hiervan heeft zij geen gebruik gemaakt. De rechtbank heeft op 29 januari 2026 een keuzeformulier ontvangen waarin [minderjarige] aangeeft niet op een kindgesprek te zullen komen en geen brief te zullen schrijven. Zij geeft daarbij wel het volgende aan: Ze mogen allebei beslissen. Oma en mama mogen allebei kiezen. 2 De feiten 2.1. De moeder is van rechtswege belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. De vader van [minderjarige] is niet in beeld. 2.3. [minderjarige] woont bij de oma. De oma, tevens pleegmoeder van [minderjarige] , zorgt sinds 2019 fulltime voor [minderjarige] . De moeder woont elders. 3 Het verzoek 3.1. De moeder en de oma verzoeken gezamenlijk om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat zij samen het gezag zullen uitoefenen over [minderjarige] . 4 De standpunten en het advies van de Raad 4.1. Ter onderbouwing van en in aanvulling op het verzoek is door en namens de moeder en de oma, samengevat, het volgende aangevoerd. Het gaat goed met [minderjarige] bij de oma. Zij is leergierig, sociaal en heeft vriendinnetjes. Ook met de gezondheid van [minderjarige] gaat het goed. [minderjarige] woont al jaren bij de oma en zij kan daar ook blijven wonen. De moeder ziet [minderjarige] regelmatig, maar niet op vaste tijden. De moeder probeert wekelijks bij [minderjarige] en de oma langs te gaan. Volgens de moeder is zij eerder, met fases, in en uit het leven van [minderjarige] geweest. De oma heeft tijdens die periodes altijd goed voor [minderjarige] gezorgd. De oma maakt daarin ook de juiste keuzes. De moeder volgt de oma hier dan ook in. Wanneer er gezagsbeslissingen moeten worden genomen, zijn de moeder en de oma het met elkaar eens. Mocht de moeder in de toekomst onverhoopt uit beeld raken, dan is de oma - wanneer zij ook met het gezag is belast - in de gelegenheid om de rechtbank om vervangende toestemming te verzoeken. Mocht de moeder komen te overlijden, dan is voor [minderjarige] duidelijk dat de oma de gezagsbeslissingen alleen zal nemen. Er hoeft dan niets meer geregeld te worden. 4.2. De Raad adviseert de rechtbank, samengevat, als volgt. De Raad complimenteert de moeder en de oma voor de wijze waarop zij dit verzoek samen insteken. Zij zoeken altijd samen de oplossing. Dat is voor [minderjarige] de beste boodschap die zij kan krijgen. De Raad acht een toewijzing van het verzoek aangewezen. Het verzoek is weloverwogen en in goed overleg tussen de moeder en de oma tot stand gekomen. Hun verstandhouding is prettig en zij hebben de afgelopen jaren aangetoond dingen samen te kunnen regelen. 5 De beoordeling Wat zegt de wet? 5.1. Op grond van artikel 1:253t eerste lid van het Burgerlijk Wetboek ( hierna: BW) kan de rechtbank op gezamenlijk verzoek van de met het gezag belaste ouder en een ander dan de ouder, die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat, hen gezamenlijk met het gezag over het kind belasten. 5.2. In het geval dat het kind tevens in een familierechtelijke betrekking staat tot een andere ouder wordt het verzoek op grond van het tweede lid van voornoemd artikel slechts toegewezen, indien; ( a) de ouder en de ander op de dag van het verzoek gedurende ten minste een aaneengesloten periode van een jaar onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek gezamenlijk de zorg voor het kind hebben gehad en ( b) de ouder die het verzoek doet op de dag van het verzoek gedurende ten minste een aaneengesloten periode van drie jaren alleen met het gezag over het kind belast is geweest. 5.3. Het verzoek wordt op grond van artikel 1:253t derde lid BW afgewezen indien, mede in het licht van de belangen van een andere ouder, gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd. Inhoudelijke beoordeling 5.4. Uit de overlegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken, is gebleken dat [minderjarige] sinds 2019 fulltime bij de oma woont. De oma is al jaren haar hoofdopvoeder, omdat de moeder niet in staat is om volledig voor [minderjarige] te zorgen. In de praktijk neemt de oma de gezagsbeslissingen en volgt de moeder de oma hierin. De moeder vertrouwt de oma dat zij voor [minderjarige] de juiste keuzes maakt. 5.5. De vader van [minderjarige] is niet in beeld. Hij heeft [minderjarige] niet erkend. [minderjarige] staat niet tevens in een familierechtelijke betrekking tot een andere ouder. Dat betekent dat voor toewijzing van het verzoek alleen voldaan moet zijn aan het eerste lid van 1:253t BW. 5.6. De vraag of er sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen [minderjarige] en de oma beantwoordt de rechtbank positief, met verwijzing naar hetgeen hiervoor is weergegeven in rechtsoverweging 5.4. 5.7. Vervolgens dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of er voor de in het derde lid van artikel 1:253t BW bedoelde vrees redenen zijn. Die vraagt beantwoordt de rechtbank negatief; die redenen zijn er niet. 5.8. Het voorgaande leidt ertoe, en daarin volgt de rechtbank de Raad, dat het verzoek kan worden toegewezen. Niet alleen voldoet het verzoek aan de vereisten die de wet stelt, het is ook passend bij de huidige situatie en wordt in het belang van [minderjarige] geacht. De moeder en de oma nemen feitelijk al jaren samen beslissingen over [minderjarige] , wat nooit tot problemen heeft geleid. De rechtbank heeft er alle vertrouwen in dat de moeder en de oma deze lijn bij gezamenlijk gezag zullen voortzetten. 5.9. De rechtbank bepaalt daarbij dat hiervan aantekening zal worden gemaakt in het in artikel 1:244 BW genoemde openbare gezagsregister. 5.10. Dit leidt tot de volgende beslissing. 6 De beslissing De rechtbank: 6.1.