Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-20
ECLI:NL:RBZWB:2026:3189
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
2,203 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3189 text/xml public 2026-05-04T10:54:19 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-20 C/02/445612 / FA RK 26-1106 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3189 text/html public 2026-05-01T10:53:27 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3189 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 20-03-2026 / C/02/445612 / FA RK 26-1106 RM RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/445612 / FA RK 26-1106 Datum uitspraak: 20 maart 2026 Beschikking rechterlijke machtiging op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1946 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [plaats] , advocaat mr. P.M.J.T. Schumans uit Middelburg. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 5 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 maart 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, mr. Schumans; mevrouw [persoon 1] , casemanager; de heer [persoon 2] , zoon van betrokkene; mevrouw [persoon 3] , echtgenote van betrokkene. 2 Het verzoek 2.1. Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden. 3 De standpunten 3.1. Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat het goed met hem gaat en hij niet begrijpt waarom de rechtbank bij hem thuis is. Betrokkene en zijn echtgenote hebben het goed naar hun zin en er is volgens betrokkene dan ook geen reden om weg te gaan. 3.2. De casemanager verklaart tijdens de zitting dat de dementie van betrokkene verder achteruit gaat. Professionele zorg wordt door betrokkene niet toegelaten en hij wil niet naar de dagbesteding. Betrokkene heeft 24-uurs zorg en begeleiding nodig en thuis kan deze zorg niet aan betrokkene worden geven. De echtgenote van betrokkene is zwaar overbelast en haar gezondheid lijdt eronder. De echtgenote van betrokkene heeft in de afgelopen maanden meerdere keren in het ziekenhuis gelegen. 3.3. De advocaat verzoekt namens zijn client om afwijzing van het verzoek. Betrokkene geeft aan dat thuis alles nog goed gaat en een opname niet nodig is. De advocaat heeft juridisch gezien geen opmerkingen. 4 De beoordeling 4.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 4.2. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Bij betrokkene is sprake van dementie, mengbeeld ziekte van Alzheimer en vasculaire dementie. 4.3. Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang. 4.4. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene 24-uur per dag sturing en zorg nodig heeft. Ook kan betrokkene niet meer alleen worden gelaten en weigert betrokkene alle professionele hulp. De echtgenote van betrokkene is zwaar overbelast en heeft verschillende keren in het ziekenhuis gelegen. 4.5. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene weigert een vrijwillige opname en is van mening dat hij geen hulp nodig heeft en voorlopig nog thuis kan blijven wonen. 4.6. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Er zijn de afgelopen periode meerdere keren per week thuiszorg en dagbesteding ingezet. Dit is echter onvoldoende gebleken om het hierboven beschreven ernstig nadeel in de thuissituatie weg te nemen. 5 De beslissing De rechtbank: 5.1. verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1946 in [geboorteplaats] ; 5.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 september 2026 . Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 3 april 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3189 text/xml public 2026-05-04T10:54:19 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-20 C/02/445612 / FA RK 26-1106 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3189 text/html public 2026-05-01T10:53:27 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3189 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 20-03-2026 / C/02/445612 / FA RK 26-1106 RM RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/445612 / FA RK 26-1106 Datum uitspraak: 20 maart 2026 Beschikking rechterlijke machtiging op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1946 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [plaats] , advocaat mr. P.M.J.T. Schumans uit Middelburg. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 5 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 maart 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, mr. Schumans; mevrouw [persoon 1] , casemanager; de heer [persoon 2] , zoon van betrokkene; mevrouw [persoon 3] , echtgenote van betrokkene. 2 Het verzoek 2.1. Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden. 3 De standpunten 3.1. Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat het goed met hem gaat en hij niet begrijpt waarom de rechtbank bij hem thuis is. Betrokkene en zijn echtgenote hebben het goed naar hun zin en er is volgens betrokkene dan ook geen reden om weg te gaan. 3.2. De casemanager verklaart tijdens de zitting dat de dementie van betrokkene verder achteruit gaat. Professionele zorg wordt door betrokkene niet toegelaten en hij wil niet naar de dagbesteding. Betrokkene heeft 24-uurs zorg en begeleiding nodig en thuis kan deze zorg niet aan betrokkene worden geven. De echtgenote van betrokkene is zwaar overbelast en haar gezondheid lijdt eronder. De echtgenote van betrokkene heeft in de afgelopen maanden meerdere keren in het ziekenhuis gelegen. 3.3. De advocaat verzoekt namens zijn client om afwijzing van het verzoek. Betrokkene geeft aan dat thuis alles nog goed gaat en een opname niet nodig is. De advocaat heeft juridisch gezien geen opmerkingen. 4 De beoordeling 4.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 4.2. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Bij betrokkene is sprake van dementie, mengbeeld ziekte van Alzheimer en vasculaire dementie. 4.3. Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang. 4.4. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene 24-uur per dag sturing en zorg nodig heeft. Ook kan betrokkene niet meer alleen worden gelaten en weigert betrokkene alle professionele hulp. De echtgenote van betrokkene is zwaar overbelast en heeft verschillende keren in het ziekenhuis gelegen. 4.5. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene weigert een vrijwillige opname en is van mening dat hij geen hulp nodig heeft en voorlopig nog thuis kan blijven wonen. 4.6. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Er zijn de afgelopen periode meerdere keren per week thuiszorg en dagbesteding ingezet. Dit is echter onvoldoende gebleken om het hierboven beschreven ernstig nadeel in de thuissituatie weg te nemen. 5 De beslissing De rechtbank: 5.1. verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1946 in [geboorteplaats] ; 5.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 september 2026 . Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 3 april 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.