Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-19
ECLI:NL:RBZWB:2026:3180
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
3,719 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3180 text/xml public 2026-04-28T14:59:46 2026-04-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-19 C/02/446140 / FA RK 26-1388 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3180 text/html public 2026-04-28T12:48:28 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3180 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 19-03-2026 / C/02/446140 / FA RK 26-1388 crisismaatregel RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/446140 / FA RK 26-1388 Datum uitspraak: 19 maart 2026 Beschikking voortzetting crisismaatregel op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1961 in [geboorteplaats] , België, hierna te noemen betrokkene, wonend in Breda, nu verblijvende in een accommodatie van [zorginstelling] , [locatie] te [plaats] , advocaat mr. J. van Rooijen te Tilburg. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 18 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 maart 2026 in de accommodatie waar betrokkene momenteel verblijft. Daarbij waren aanwezig: - betrokkene, bijgestaan door haar advocaat; [persoon 1] , psychiater in opleiding; [persoon 2] , echtgenoot van betrokkene; - [persoon 3] , psychiater. 2 Wat vaststaat 2.1. Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in een accommodatie van [zorginstelling] . De burgemeester van de gemeente Breda heeft de crisismaatregel op 17 maart 2026 afgegeven. 3 Het verzoek 3.1. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken. 4 De standpunten 4.1. Betrokkene brengt naar voren dat zij niet op de afdeling wil verblijven. Daarnaast geeft zij aan het gevoel te hebben dat zij alles heeft opgelicht en dat dit haar schuld is. 4.2. De psychiater in opleiding zegt dat bij betrokkene vermoedelijk sprake is van een ernstige psychotische depressie. Betrokkene komt nauwelijks tot zelfzorg en ervaart in de thuissituatie onrust rondom eten en drinken. In het verleden is medicatie opgestart, maar deze werd niet goed ingenomen. Momenteel is de medicatie gewijzigd, maar nog niet optimaal ingesteld. Er is nog tijd nodig voor herstel van betrokkene. Indien betrokkene nu naar huis zou gaan, bestaat het risico dat zij opnieuw psychotisch ontregelt. 4.3. De echtgenoot brengt naar voren dat de thuissituatie momenteel te belastend is voor betrokkene en hemzelf. Volgens hem is er 24 uur per dag toezicht op betrokkene nodig, hetgeen hij niet kan volhouden. 4.4. De advocaat voert namens betrokkene aan dat zij het niet eens is met de gestelde diagnose. Tegelijkertijd heeft betrokkene de advocaat verzocht niet te pleiten voor afwijzing van het verzoek. Om die reden refereert de advocaat zich aan het oordeel van de rechtbank. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op: - levensgevaar; - ernstige psychische schade; - ernstige verwaarlozing; - gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. 5.3. De rechtbank overweegt in dit verband dat betrokkene sinds januari toenemend somber is, waarbij ook sprake is van psychotische klachten. Daarnaast is zij achterdochtig ten aanzien van medicatie en heeft zij de overtuiging dat haar familie door een portaal moet gaan. In de afgelopen maand heeft betrokkene tweemaal geprobeerd uit het raam van haar woning te springen, waarbij zij door haar partner is tegengehouden. Haar partner is hierdoor overbelast geraakt en durft betrokkene geen moment meer alleen te laten. Verder is betrokkene de afgelopen weken ongeveer 10kg afgevallen, doordat zij nauwelijks eet. 5.4. Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een depressieve-stemmingsstoornis en een psychotische stoornis. Zolang betrokkene onvoldoende is gestabiliseerd, bestaat er naar het oordeel van de rechtbank dan ook nog steeds een acuut (dreigend) ernstig nadeel wanneer betrokkene zou terugkeren naar haar eigen woonomgeving. 5.5. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. 5.6. De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden: - het toedienen van vocht en voeding; - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; - het beperken van de bewegingsvrijheid; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten; - opnemen in een accommodatie. 5.6.1. De rechtbank zal het verzoek afwijzen voor zover dat ziet op de overige in de crisismaatregel opgenomen vormen van verplichte zorg omdat daartoe naar het oordeel van de rechtbank geen noodzaak bestaat en het op dit moment onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn. 5.7. Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Zij geeft tijdens de zitting aan dat zij niet op de afdeling wil verblijven. 5.8. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. 5.9. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving. 6 De beslissing De rechtbank: 6.1. verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1961 in [geboorteplaats] , België, wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast: - het toedienen van vocht en voeding; - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; - het beperken van de bewegingsvrijheid; aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten; opnemen in een accommodatie; 6.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 april 2026; 6.3. wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 3 april 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3180 text/xml public 2026-04-28T14:59:46 2026-04-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-19 C/02/446140 / FA RK 26-1388 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3180 text/html public 2026-04-28T12:48:28 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3180 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 19-03-2026 / C/02/446140 / FA RK 26-1388 crisismaatregel RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/446140 / FA RK 26-1388 Datum uitspraak: 19 maart 2026 Beschikking voortzetting crisismaatregel op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1961 in [geboorteplaats] , België, hierna te noemen betrokkene, wonend in Breda, nu verblijvende in een accommodatie van [zorginstelling] , [locatie] te [plaats] , advocaat mr. J. van Rooijen te Tilburg. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 18 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 maart 2026 in de accommodatie waar betrokkene momenteel verblijft. Daarbij waren aanwezig: - betrokkene, bijgestaan door haar advocaat; [persoon 1] , psychiater in opleiding; [persoon 2] , echtgenoot van betrokkene; - [persoon 3] , psychiater. 2 Wat vaststaat 2.1. Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in een accommodatie van [zorginstelling] . De burgemeester van de gemeente Breda heeft de crisismaatregel op 17 maart 2026 afgegeven. 3 Het verzoek 3.1. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken. 4 De standpunten 4.1. Betrokkene brengt naar voren dat zij niet op de afdeling wil verblijven. Daarnaast geeft zij aan het gevoel te hebben dat zij alles heeft opgelicht en dat dit haar schuld is. 4.2. De psychiater in opleiding zegt dat bij betrokkene vermoedelijk sprake is van een ernstige psychotische depressie. Betrokkene komt nauwelijks tot zelfzorg en ervaart in de thuissituatie onrust rondom eten en drinken. In het verleden is medicatie opgestart, maar deze werd niet goed ingenomen. Momenteel is de medicatie gewijzigd, maar nog niet optimaal ingesteld. Er is nog tijd nodig voor herstel van betrokkene. Indien betrokkene nu naar huis zou gaan, bestaat het risico dat zij opnieuw psychotisch ontregelt. 4.3. De echtgenoot brengt naar voren dat de thuissituatie momenteel te belastend is voor betrokkene en hemzelf. Volgens hem is er 24 uur per dag toezicht op betrokkene nodig, hetgeen hij niet kan volhouden. 4.4. De advocaat voert namens betrokkene aan dat zij het niet eens is met de gestelde diagnose. Tegelijkertijd heeft betrokkene de advocaat verzocht niet te pleiten voor afwijzing van het verzoek. Om die reden refereert de advocaat zich aan het oordeel van de rechtbank. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op: - levensgevaar; - ernstige psychische schade; - ernstige verwaarlozing; - gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. 5.3. De rechtbank overweegt in dit verband dat betrokkene sinds januari toenemend somber is, waarbij ook sprake is van psychotische klachten. Daarnaast is zij achterdochtig ten aanzien van medicatie en heeft zij de overtuiging dat haar familie door een portaal moet gaan. In de afgelopen maand heeft betrokkene tweemaal geprobeerd uit het raam van haar woning te springen, waarbij zij door haar partner is tegengehouden. Haar partner is hierdoor overbelast geraakt en durft betrokkene geen moment meer alleen te laten. Verder is betrokkene de afgelopen weken ongeveer 10kg afgevallen, doordat zij nauwelijks eet. 5.4. Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een depressieve-stemmingsstoornis en een psychotische stoornis. Zolang betrokkene onvoldoende is gestabiliseerd, bestaat er naar het oordeel van de rechtbank dan ook nog steeds een acuut (dreigend) ernstig nadeel wanneer betrokkene zou terugkeren naar haar eigen woonomgeving. 5.5. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. 5.6. De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden: - het toedienen van vocht en voeding; - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; - het beperken van de bewegingsvrijheid; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten; - opnemen in een accommodatie. 5.6.1. De rechtbank zal het verzoek afwijzen voor zover dat ziet op de overige in de crisismaatregel opgenomen vormen van verplichte zorg omdat daartoe naar het oordeel van de rechtbank geen noodzaak bestaat en het op dit moment onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn. 5.7. Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Zij geeft tijdens de zitting aan dat zij niet op de afdeling wil verblijven. 5.8. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. 5.9. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving. 6 De beslissing De rechtbank: 6.1. verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1961 in [geboorteplaats] , België, wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast: - het toedienen van vocht en voeding; - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; - het beperken van de bewegingsvrijheid; aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten; opnemen in een accommodatie; 6.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 april 2026; 6.3. wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 3 april 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.